1. Perspectief voor het landelijk gebied

Perspectief voor het landelijk gebied

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Perspectief voor het landelijk gebied

Voor natuur en landschap waren er in 2024 veel externe ontwikkelingen met impact voor ons beleidskader. Zo werd de Europese Natuurherstelverordening aangenomen en is deze per augustus 2024 in werking getreden. Vooralsnog betekent dit dat er tot de zomer 2026 gewerkt zal worden aan een plan van aanpak, waarvoor de impactanalysen door het ministerie in samenwerking met provincies eind 2024 zijn gestart.

Het Kabinet Schoof I is in 2024 gestopt met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Daarmee verviel de opdracht van het Rijk aan de Provincie om het eerste concept Limburgs Programma Landelijk Gebied (LPLG), opgesteld in 2023, door te ontwikkelen. Via het LPLG kon waarschijnlijk aanspraak gemaakt worden op Rijksmiddelen uit dat transitiefonds. Met het vervallen van het NPLG is ook de tijdelijke wet transitiefonds ingetrokken. 

Tenslotte was er in december 2024 de uitspraak van de Raad van State inzake intern salderen die ingrijpende gevolgen heeft voor vergunningverlening en noopt tot het sneller oplossen van de stikstofopgave. De gevolgen daarvan worden in 2025 duidelijk en zullen impact hebben op de opgaven in dit beleidskader. 

Onze ambitie om aan de slag te gaan met de uitdagingen en door ons gestelde opgaven in het landelijk gebied is echter onverminderd. Op het vlak van natuur en landschap is en wordt ingezet op het uitvoeren met alle partners in het landelijk gebied van dat wat wel kan, met de beschikbare middelen. Hieraan werden door onze inzet  in 2024 middelen toegevoegd vanuit onder andere de SPUK Programma Natuur fase 2, Regeling provinciale maatregelen PAS-melders (Rpmp) en Maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties 2024 (MGB.) De reguliere wettelijke taken werden conform plan uitgevoerd. 

Voor het thema Water geldt eveneens dat de uitvoering van de diverse in het waterprogramma voorgenomen acties op koers ligt. Dit betreffen echter vooral acties voor de Provincie zelf. De voortgang is dan ook vooral procesmatig op koers. Kijken wij ook naar buiten, dan zien wij dat het veranderende klimaat, met langere perioden van droogte en zwaardere stortbuien ervoor zorgt dat onze opgaven op het gebied van wateroverlast en droogte groter zijn geworden en nog groter zullen worden. In het programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg richten wij ons op een betere bescherming van de Limburger. De klimaatverandering maakt deze opgave groter. Het vasthouden van water en het verhogen van de waterbeschikbaarheid is van belang. De waterkwaliteit in Limburg is nog niet op orde. De Kaderrichtlijn water vraagt van ons om uiterlijk in 2027 maatregelen te hebben genomen om deze doelstelling te bereiken. Wij zien dat wij dit niet overal en niet tijdig zullen gaan halen. Via onder meer het aanvalsplan waterkwaliteit gaan wij ons inzetten om de waterkwaliteit in de komende jaren te verbeteren.

De vitaliteit van de Limburgse bodem staat onder druk. Hiermee zijn wij aan de slag gegaan. In 2024 is de beleidsnota Bodem in nauwe samenwerking met gemeenten en het Waterschap Limburg opgesteld en is gestart met operationalisering.

Onze beleidskaders

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Onze beleidskaders

Wat hebben we bereikt?

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Wat hebben we bereikt?

1.1. Natuur en landschap

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Wat hebben we bereikt? - 1.1. Natuur en landschap

Ten aanzien van Natuur en Landschap streven wij deze statenperiode de volgende doelstellingen na:

  • wij hebben de kwaliteit van het Limburgse landschap versterkt, en daarmee ook de leefbaarheid van het landelijk gebied zowel voor de mens als de natuur;
  • in 2027 is de bescherming van en de staat van instandhouding ten gunste van biotopen en leefgebieden van dieren en planten verbeterd;
  • in 2027 is uitstoot van broeikasgassen en ammoniak door de landbouw in Limburg verminderd. 

Liggen we op koers?

Wij liggen op koers in de zin dat op alle onderliggende doelen uitvoering plaatsvindt, van de plannen en maatregelen die zijn beoogd, vanuit het beleidskader met de middelen die wij hebben. Tegelijkertijd is het tempo van de voortgang minder hoog dan wij wensen en soms dan wij nodig hebben om de doelen en ambities binnen de gestelde termijn te bereiken. Deels komt dit voort uit eerder genoemde externe ontwikkelingen en de afhankelijkheid van het Rijk. 

Dat geldt zeker voor het behalen van de stikstofdoelen. De uitspraken van 18 december 2024 benadrukken de noodzaak en urgentie van een (generiek en specifiek) pakket aan maatregelen dat zorgt voor een geborgde daling van stikstofdepositie en het benodigd natuurherstel. Vastgelegd dient te worden hoe de verslechtering van de natuurdoelen van de verschillende Natura2000-gebieden kan worden gestopt en op termijn de instandhoudingsdoelstelling kan worden gehaald. Borging van het daadwerkelijk (gaan) realiseren van de noodzakelijke stikstofreductie en natuurdoelen op termijn is cruciaal voor de vergunningverlening. Wij zetten ons in om, naar onze provinciale wettelijke taak, te komen tot dit geborgde maatregelenpakket.   

Daarnaast is de actuele realisatiesnelheid voor nieuw ingerichte natuur (de 'ontwikkelopgave') niet voldoende om de doelstelling in 2027 te behalen. Dit is ook medegedeeld aan PS (brief gedeputeerde Faassen van 29-10-2024 (GS DOC-00714319)). Wij zullen enerzijds maatregelen nemen om een versnelling van de gerealiseerde hectares in werking te zetten en anderzijds in overleg met IPO en LVVN treden om te bezien hoe omgegaan moet worden met het niet kunnen halen van de deadline in 2027 en het gebrek aan middelen om de volledige opgave te kunnen realiseren. Onder het kopje 1.1.2. wordt specifiek gemaakt waar in 2024 nieuwe hectares ingericht zijn of het proces daartoe is gestart.

Op agrarische gronden buiten het Natuurnetwerk Limburg, binnen de vastgestelde leefgebieden van het Natuurbeheerplan, geldt de subsidieregeling Agrarisch Natuur-, en Landschapsbeheer (ANLb). Voor de inzet van dit instrument, via het agrarisch collectief Natuurrijk Limburg, liggen wij op koers.

Wat merkt de Limburger ervan?

Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren zijn terug te vinden in het onderdeel "Indicatoren begrotingsprogramma's". De stand van de indicatoren is gelijk aan de stand zoals gepresenteerd bij de Najaarsnota 2024.

  • Omschrijving (label)
    Jaarstukken 2024

    Kwaliteit

    De uitvoering van wettelijke taken ten behoeve van natuur en biodiversiteit is onverminderd doorgelopen in het afgelopen jaar. Faunabeheer en exotenaanpak stonden veelvuldig in de publiciteit en op deze terreinen zijn veel vragen van burgers en Provinciale Staten beantwoord. Wij hebben via  beleid en subsidies bijgedragen aan het beter samenleven tussen mens en dier.

    Mijlpalen waren het opleveren van de natuurdoelanalyses (NDA's) en het afronden van de laatste N2000 beheerplannen, het openstellen van de Nationale Databank Flora en Fauna (zodat iedere burger deze kan raadplegen), het openstellen van de subsidieregeling voor Natuurvriendelijk Isoleren/Soortenmanagementplannen voor de Limburgse gemeenten waarmee versneld en toch natuurvriendelijk isoleren mogelijk werd en de overeenkomst tussen Wildbeheereenheden en terreinbeherende organisaties die de gezamenlijke aanpak van wilde zwijnen in Meerssen weer mogelijk maakte.  

    Ten aanzien van de ontwikkelopgave (doelstelling 1) is de actuele realisatiesnelheid niet voldoende om de doelstelling in 2027 te behalen. Dit is ook medegedeeld aan PS (brief gedeputeerde Faassen van 29-10-2024 (GS DOC-00714319)). Gedeputeerde Staten zullen enerzijds maatregelen nemen om de versnelling van de gerealiseerde hectares in werking te zetten en anderzijds in overleg met IPO en LVVN bezien hoe omgegaan moet worden met het niet kunnen halen van de deadline in 2027. Op dit moment wordt de realisatie in het jaar 2024 verzameld. Deze zal in de volgende rapportage worden verwerkt. 

    Tijd

    Ten aanzien van Natuur, biodiversiteit en fauna streven wij deze statenperiode de volgende doelstellingen na:

    • in 2027 is ter completering van het Natuurnetwerk Limburg NNL (Natuurpact 2013) 1.270 ha natuur ingericht – waarvoor op 990 ha nog functieverandering nodig is;
    • mits hiertoe voldoende middelen door het Rijk beschikbaar gesteld zijn, hebben wij in 2027 met initiatieven van onderop een betekenisvolle bijdrage geleverd aan de groene opgaven 30% VHR (europese Vogel- en Habitatrichtlijn) en vergroting areaal en revitalisering bossen;
    • het beheer van de Limburgse gebieden is kwalitatief en kwantitatief versterkt;
    • Limburg heeft met 24 Natura2000 gebieden een bovengemiddeld grote opgave: Natura2000 maatregelen zijn uitgevoerd;
    • kansen zijn benut om natuurdoelen (natuurinclusief) te realiseren in verbinding met opgaven in andere sectoren, waaronder de natuurinclusieve isolatie van gebouwen met het oog op vleermuizen en vogels;
    • het goed samenleven van mens en natuur is verbeterd door de versterking van het faunabeheer;
    • wij verbeteren het inzicht in de staat van instandhouding van de natuur zodat middelen effectief kunnen worden ingezet;
    • wij hebben in 2027 een deel van de emissiereductie van 3 KtonNH3/jr en 0,3Mton CO2 eq/jr gerealiseerd, met name door generiek rijksbeleid en de piekbelastersaanpak. De aanvullende aanpak door de Provincie heeft geleid tot vermindering van lokale deposities op N2000-gebieden en tot daling van de emissie van broeikasgassen.

    De behaalde resultaten in 2024 dragen hieraan bij. Tegelijkertijd blijven wij achter op twee doelstellingen. De ontwikkelopgave (doelstelling 1) heeft vertraging opgelopen, zoals uiteengezet in het onderdeel 'Kwaliteit'. Daarnaast is ook de stikstofopgave (doelstelling 7) nog onvoldoende gerealiseerd, mede door de bovengenoemde ontwikkelingen op Rijksniveau. De uitspraak van de Raad van State inzake intern salderen (18 december 2024) zal naar verwachting voor versnelling op deze opgave zorgen in 2025. 

    Geld

    Voor de uitvoering van product 1.1.1. Natuur, biodiversiteit en fauna waren in 2024 de lasten begroot op € 33,87 mln. De realisatie 2024 bedraagt € 32,30 mln. waardoor een voordelig verschil is ontstaan van € 1,57 mln. Dit verschil heeft betrekking op:  

    • een nadelig resultaat door hogere faunaschade vergoedingen van € 0,29 mln. door hoger aantal ingediende en toegewezen schadeclaims, dit bedrag komt ten laste van het jaarrekeningresultaat;
    • een voordelig resultaat op de ontvangen incidentele indexering voor de tarieven voor natuurgebiedenbeheer bij de meicirculaire provinciefonds, deze middelen zijn niet volledig uitgegeven. Om deze post te behouden voor de meerjarige indexering van tarieven natuurgebiedenbeheer, wordt een bedrag van € 0,45 mln. gefaseerd, een gelijk bedrag voor organisatiekosten natuurbeheer wordt gefaseerd wegens nog niet ontvangen facturen;
    • een voordelig resultaat op de afwikkeling van lopende subsidieregelingen (preventie faunaschade, vervoer en opvang gewonde wilde dieren), fasering van € 0,31 mln. De liggende subsidieaanvragen kunnen hiermee afgewikkeld worden;
    • een voordelig resultaat op het meerjarig onderzoeksbudget N2000 waar € 0,23 mln. wordt gefaseerd, door vertraging in het inkoop- en aanbestedingsproces;
    • een voordelig resultaat op het budget actieve soorten waar € 0,39 mln. wordt gefaseerd t.b.v. dekking van de subsidieregeling in 2025;
    • een voordelig resultaat op de SPUK natuur fase 1 onderdeel boscompensatie € 0,10 mln. is niet besteed en wordt gefaseerd.

    De baten waren begroot op € 0,23 mln. De realisatie bedraagt € 0,33 mln. Dit positief verschil van € 0,10 mln. heeft betrekking op:

    • niet geraamde inkomsten van € 0,20 mln. o.a. bijdrage van derden bij N2000 onderzoeken, afrekening technische bijstand POP3;
    • de SPUK natuur fase 1 onderdeel boscompensatie van € 0,10 mln. Omdat er geen uitgaven zijn, mag dit ook niet als inkomst uit de SPUK gehaald worden.

    Om te voldoen aan onze verplichtingen en verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken, wordt per saldo € 1,92 mln. gefaseerd naar 2025 of verder via de overboekingsvoorstellen. In 2025 kan verdere uitvoering gegeven worden aan de ingezette koers.

    Kwaliteit (indicator)
    Oranje

    Tijd (indicator)
    Oranje

    Geld (indicator)
    Oranje

  • Omschrijving (label)
    Jaarstukken 2024

    Kwaliteit

    Onze ambitie om aan de slag te gaan met de uitdagingen in het landelijk gebied is onverminderd. Hierbij stellen wij vier uitgangspunten centraal: 
    •    de wettelijke doelen voor natuur, water en klimaat i.r.t. houdbare vergunningverlening;
    •    sociaal-economisch perspectief (met prioriteit voor PAS-melders);
    •    beschikbare middelen en uitvoerend vermogen (uitvoerbaarheid);
    •    in Limburg doen wij het samen – van onderop en vrijwillig, maar niet vrijblijvend (draagvlak).

    Via het Limburgs Programma Landelijk gebied hebben wij in 2024 gewerkt aan: 
    1.    Doorontwikkelen programmatische aanpak;
    2.    Uitvoeren;
    3.    Gebied specifiek werken;
    4.    Lobby.

    Ad 1. Doorontwikkelen programmatische aanpak
    Middels een programmatische aanpak prioriteren wij (in de tijd) in de ontwikkeling én uitvoering. Met als doel tot voldoende geborgd natuurherstel in specifieke gebieden te komen. Ofschoon wij ons heel goed realiseren dat ál onze natuur uiteindelijk weer in de goede staat van instandhouding dient te verkeren, gaan wij langs deze prioritering op weg daar naartoe. Medio 2025 leggen wij onze aanpak sonderend aan uw Staten voor. Het rijksbeleid kan impact hebben op de verdere uitwerking van onze programmatische aanpak.

    Ad 2. Uitvoeren
    Uitvoeren van maatregelen gericht op natuurbehoud en -herstel in en rondom de N2000 gebieden en bedrijfsbeëindigingsregelingen (bronmaatregelen). De inzet van Rijksmiddelen moet leiden tot maatregelen die tot een aantoonbare verbetering van de natuur leiden en daarmee houdbare vergunningverlening dichterbij brengen. 
    Via de reeds toegekende rijksmiddelen hebben wij in 2024 gewerkt aan de Ontwikkelopgave, gericht op het ontwikkelen van natuurdoelen. Daarnaast hebben wij voorbereidingen getroffen voor het in uitvoering brengen van de diverse SPUK’s waarvoor inmiddels de beschikkingen zijn ontvangen (MGB), proceskosten Landelijke beëindigingsregeling Veehouderijlocaties (LBV en LBV+). Die werkzaamheden zetten wij door in 2025. Deze regelingen zijn met name gericht op stikstofreductie via het leveren van maatwerk. Met de toekenning van de financiële bijdragen van het Rijk kan dit de komende jaren leiden tot een aantal bedrijfsbeëindigingen. De daarmee ontstane stikstofruimte kan mogelijk deels ingezet worden voor de legalisatie van PAS-melders.  

    Verder hebben wij in 2024 gewerkt aan de verduurzaming van de landbouw en een extra impuls op natuur- en waterherstel, door middel van uitvoering van de maatregelpakketten, het ondersteunen van de Rijksaanpak piekbelasting en de inzet van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Daarnaast hebben wij gewerkt aan de reguliere werkzaamheden met reeds toegekende middelen, zoals de uitvoering van het Programma Natuur fase 1. Voorbeelden hiervan zijn het beschikbaar komen van 28 ha voor boscompensatie, de bestrijding van invasieve exoten zoals de watercrassula en trosbosbes, de realisatie van het natuurnetwerk in Limburg (de Ontwikkelopgave), het Landschapsprogramma en het Programma Water.  

    Voor wat betreft de Ontwikkelopgave constateren wij dat met de huidige realisatiesnelheid de opgave niet gereed zal zijn in 2027. Wij blijven ons wel maximaal inspannen om in 2027 een zo groot mogelijk deel van de Ontwikkelopgave gerealiseerd te hebben en voor zover deze dan niet gereed is, willen wij afspraken proberen te maken met het Rijk om deze opgave uiterlijk in 2030 gerealiseerd te hebben. 

    De uitvoeringsactiviteiten richten zich op de realisatie van opgaves in het landelijk gebied. Het gaat dan om natuurherstelmaatregelen (zowel uitbreiding van hectares alsook kwalitatieve maatregelen in de vorm van inrichting en (cyclisch) beheer en uitvoering van de bossenstrategie), het herstel van het hydrologische systeem om te kunnen voldoen aan KRW-normen en het terugdringen van stikstofuitstoot ten behoeve van natuur. Waar mogelijk hebben wij de opgestelde Natuurdoelanalyses vertaald in concrete maatregelen. Daarvoor zijn geen aanvullende middelen vanuit het Rijk ontvangen, met uitzondering van de middelen voor de SPUK L33 Programma Natuur fase 2 die mogelijk deels hiervoor ingezet kunnen worden. 

    Ook is in 2024 verder gewerkt aan de afronding van de vrijwillige opkoopregeling Maatregel Gerichte Aankoop (MGA1).  

    Realisatie 2024 nadere duiding

    • SPUK L16 Programma Natuur fase 1

      De uitvoering van de maatregelen uit het Programma Natuur fase 1 heeft tot een aantal successen geleid. Zo is in de Maasduinen in 2024 steenmeel uitgestrooid op een groot oppervlak om de verzuring van bossen op droge zandgronden tegen te gaan. In de Brunssummerheide is op grote schaal gewerkt aan het terugbrengen en uitbreiden van hoogveen, een uniek habitattype. Bij Sint Jansberg is een slag gemaakt bij het bestrijden van exoten. 
      Dit is slechts een greep van het totale pakket aan maatregelen dat binnen de SPUK L16 Programma Natuur fase 1 zijn uitgevoerd of in uitvoering zijn. De uitvoeringsperiode loopt nog tot 1 juli 2026.

    • Ontwikkelopgave
      In 2024 is verder invulling gegeven aan de Ontwikkelopgave. De definitieve cijfers van realisatie zijn nog niet beschikbaar, maar een aantal grotere gebieden wordt ingericht c.q. is gestart met de voorbereidingen voor de inrichting. Het betreft:  
      •    Maasduinen – Bergen: 24 ha ingericht;
      •    Posterholt/Beeselsbroek: 3,8 ha ingericht;
      •    Schandelo: afronding inrichtingsproces 34 ha: uitvoering in 2025;
      •    Geuldal/Kunderberg: afronding inrichtingsproces 50 ha: uitvoering in 2025;
      •    Flinke Ven: start inrichtingsproces voor 40 ha;
      •    Reigersbroek inrichting middels SKNL: 9,6 ha;
      •    Landgoed de Hoort start proces inrichting middels SKNL 21 ha afwaardering en inrichting in 2025.

    • Deelname aan landelijke beëindigingsregelingen (bron RVO 8 januari 2025)
      In onderstaand overzicht wordt zichtbaar dat de landelijke beëindigingsregelingen (LBV en LBV+) in Limburg op belangstelling van ondernemers kunnen rekenen.

    Wat betekenen deze cijfers?
    Deze cijfers geven een beeld van de belangstelling voor de subsidies. Dit is niet hetzelfde als het aantal veehouders dat een of meer locaties gaat beëindigen. Veehouders die recht hebben op subsidie, kunnen op een later moment nog beslissen om niet mee te doen aan de subsidie.

    • N2000-subsidieregeling
      In 2024 is de bestaande N2000-regeling gecontinueerd en opnieuw opengesteld voor aanvragen. Op dit moment worden de eerste aanvragen van terreinbeherende organisaties ontvangen die in 2025 tot beschikking moeten leiden gericht op maatregelen binnen de N2000-gebieden. 

    Ad 3. Gebiedsspecifiek werken
    Wij werken gebiedsspecifiek, waarbij samenwerking tussen betrokken partijen in een gebied nodig is. Wij zien in de ruimtelijke ordening duidelijk een rol voor ons College weggelegd. Daarbij stappen wij wel af van een provincie-dekkende uitrol van gebiedsprocessen en richten ons op:
    a. twee majeure integrale gebiedsontwikkelingen, gericht op behoud van grasland rondom de beekdalen en N2000-gebieden en de 'door-ontwikkeling' van het landelijk gebied in De Peel;
    b. het ondersteunen van kleinschalige integrale gebiedsopgaven welke van onderop ontstaan, zoals Mariapeel/Gedeelde Peel en de Propositie Zuid-Limburg, samen met de partners in de Plattelandscoalitie.

    De opgaves in het landelijk gebied doen wij in samenspraak en samenwerking met de partners in het landelijk gebied, met hun verschillende en uiteenlopende belangen. In deze samenwerking is het afgelopen jaar wederom veel tijd en energie gestoken. In Limburg doen wij het immers samen! 
     
    Ad 4. Lobby
    Onze lobby is gericht op het zoveel mogelijk binnenhalen van Rijksmiddelen. Hierbij opteren wij voorwaarden van Rijkszijde die maatwerk beter mogelijk maken dan de huidige SPUK voorwaarden. In 2024 hebben wij bij het Rijk diverse SPUK-aanvragen gedaan: 

    Omschrijving Bedrag  Beschikking
    SPUK Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied (SPUK Rpml) € 55 mln  Conform
    SPUK Natuur fase 2 € 129,3 mln Conform
    SPUK Regeling provinciale maatregelen PAS-melders (SPUK Rpmp) € 7,9 mln Conform
    SPUK Provinciale Maatregel Gebiedsgerichte Beëindiging Veehouderijlocaties (SPUK Rpgb) € 7,6 mln Conform

    Verder hebben wij middels een lobbybrief en een daarop volgend werkbezoek enkele voor Limburg belangrijke thema’s onder de aandacht gebracht van minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). 

    Tijd

    De transitie van het landelijk gebied is een proces dat loopt tot en met 2035.
    De meest urgente doelen en opgaven zijn:
    1.    het voorkomen van verslechtering van de natuur in N2000-gebieden (per direct);
    2.    het realiseren van de ontwikkelopgave natuur (2027);
    3.    de kwaliteits- en kwantiteitsdoelen voor grond- en oppervlaktewater (2027).

    De inzet in 2024 heeft bijgedragen aan de beoogde resultaten. Hoewel een deel hiervan gerealiseerd is, blijven er aandachtspunten openstaan zoals beschreven bij het onderdeel 'Kwaliteit'.

    Geld

    Voor de uitvoering van product 1.1.2. Limburgs programma Landelijk Gebied waren in 2024 de lasten begroot op € 102,63 mln. De realisatie 2024 bedraagt € 60,82 mln. waardoor een voordelig verschil is ontstaan van € 41,81 mln. Dit verschil heeft betrekking op: 

    • een voordelig resultaat door de impact van de liquiditeitsbegrotingen van de meerjarige projectsubsidies voor de uitvoering van herstelmaatregelen N2000 en de SPUK Programma Natuur fase 1. Op basis van ingediende liquiditeitsbegrotingen van de terrein beherende organisaties (TBO's), wordt het door hen niet bestede deel van de uitbetaalde subsidies gefaseerd naar de begroting 2025, resp. € 3,00 mln. en  € 25,67 mln. De informatie om tot een betere raming te komen kon niet meer binnen de reguliere termijnen van  de P&C cyclus worden verwerkt. 
    • een voordelig resultaat door een financieel-technische verschuiving van budget, van voorraden (ontwikkelopgave Natuur) naar exploitatie, is voor N2000 beheerplanmaatregelen een voordelig verschil ontstaan van € 2,04 mln. Daarnaast bleven de uitgaven met € 1,66 mln. achter ten opzichte van de begroting, € 3,70 mln. gefaseerd naar 2025;
    • een voordelig resultaat doordat de realisatie op diverse SPUK regelingen achter bleef  zodat een positief verschil is ontstaan van € 9,44 mln. In 2025 worden deze middelen ingezet voor de doelen waarvoor ze zijn ontvangen.

    Het betreft voornamelijk langjarige projecten welke helaas nog grotendeels in de voorbereidende fase zitten. Het traject van vergunningverlening, het verkrijgen van grondposities en het verkrijgen van een geschikte aannemer vergen meer tijd dan ingecalculeerd was.

    De baten waren begroot op € 66,34 mln. De realisatie bedraagt € 35,21 mln. waardoor een nadelig verschil is ontstaan van € 31,13 mln. Dit verschil heeft betrekking op:

    • een nadelig resultaat door het niet of nog niet volledig kunnen inzetten van diverse SPUK's is een onderuitputting van € 34,75 mln. ontstaan 
    • een voordelig resultaat als gevolg van de decembercirculaire 2024 waar twee niet geraamde ontvangsten zijn toegekend voor uitvoeringskosten NPLG  € 3,50 mln. 2025 en voor uitvoeringskosten LBV/LBV+ € 0,11 mln. Deze inkomsten worden gefaseerd naar 2025.

    Om te voldoen aan onze verplichtingen en verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken, wordt € 44,94 mln. gefaseerd naar 2025 of verder via de overboekingsvoorstellen.

    Kwaliteit (indicator)
    Oranje

    Tijd (indicator)
    Oranje

    Geld (indicator)
    Oranje

  • Omschrijving (label)
    Jaarstukken 2024

    Kwaliteit

    In het algemeen zijn de resultaten van de genoemde acties voor landschap behaald. In de langjarige transitieopgave van het landelijk gebied hebben wij door genoemde acties ingezet op het versterken van de landschappelijke (kern)kwaliteiten en de leefbaarheid. De deelname aan de subsidieregeling landschapselementen was laag. Begin 2025 herijken wij de subsidieregeling landschapselementen en voedselbossen naar een laagdrempeliger regeling voor landschapselementen. Door in 2025 te starten met het Landschapselementenregister krijgen wij een actueler en gedetailleerder inzicht in de aanwezigheid van GBDA in Limburg. Hierdoor krijgen wij meer inzicht in het doelbereik. 
    Wij hebben maatwerk en regelingen gefinancierd om initiatieven van vrijwilligers, agrariërs en andere inwoners te stimuleren die gericht zijn op het onderhouden en beheren van landschap en natuur. Het Steunpunt Landschapsbeheer Limburg is succesvol. Via ondersteuning van de grensparken en nationale parken hebben wij de samenwerkingsprocessen gericht op versterking van de unieke kwaliteiten van de grensoverschrijdende Limburgse landschappen versterkt.

    Tijd

    De genoemde acties zijn conform planning uitgevoerd. De transitie van het landelijk gebied is een proces dat loopt tot en met 2035. Vanuit de nationale en provinciale opgaven en tijdstermijnen rond natuur, water, landbouw en landschap worden in synergie met de grote programma’s zoals het vervolg op het LPLG en WRL de Limburgse landschappelijke (kern)kwaliteiten versterkt.
    De samenwerking en cofinanciering van de nationale parken en grensparken hebben wij conform planning uitgevoerd. Knelpunt voor de nationale parken was wel de late openstelling van de tijdelijke ondersteuningsregeling van 2024 door het Rijk.
    Een deel van de structurele middelen van € 1 mln. voor landschapsbeheer zijn voor de jaarschijf 2024 nog niet bestemd en besteed. Het jaar 2024 is gebruikt voor het inregelen en toewerken naar een  plan om structureel deze middelen tot en met 2027 in te zetten. Op 7 januari 2025 hebben wij voor de periode 2025-2027 besloten over aanvullende bestedingen. Wij zullen in 2025 besluiten over extra bestedingsvoorstellen van de (restant)middelen.       

    Geld

    Voor de uitvoering van product 1.1.3. Landschap waren in 2024 de lasten begroot op € 3,53 mln. De realisatie 2024 bedraagt € 2,23 mln. waardoor een voordelig verschil is ontstaan van € 1,30 mln. Dit verschil heeft betrekking op: 

    • een voordelig resultaat op het project Maasgaard, op basis van het akkoord van Castenray van € 1,08 mln.;
    • een voordelig resultaat op landschapsbeheer van € 0,79 mln.; dit bedrag wordt gefaseerd naar 2025;
    • een nadelig resultaat voor de subsidieregelingen landschapselementen, voedselbossen en GLB/NSP Leader. Bij de najaarsnota zijn de budgetten doorgeschoven naar 2025, omdat de verwachting was dat geen beschikkingen zouden worden afgegeven/aanvragen worden ingediend. In 2024 zijn nog subsidiebeschikkingen afgegeven waardoor een nadelig resultaat van € 0,57 mln. Dit bedrag wordt gefaseerd door de begroting van 2025 hiermee te belasten.

    De baten waren begroot op  €-/- 0,02 mln., de realisatie bedraagt € 0,91 mln. Dit verschil heeft betrekking op:

    • de gevolgen van de decembercirculaire waarbij voor natuurbrand preventie € 0,44 mln. is ontvangen, deze middelen worden gefaseerd naar 2025;
    • een voordelig resultaat wegens een niet geraamde inkomst van € 0,16 mln. op het project Maasgaard;
    • een slotboeking van SPUK versnellingsregeling L25 € 0,36 mln. voor voedselbossen. 

    Om te voldoen aan onze verplichtingen en verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken, wordt per saldo € 0,451 mln. gefaseerd naar 2025 via de overboekingsvoorstellen. Het voordelig resultaat op Maasgaard van € 1,24 mln. valt vrij ten gunste van het jaarrekening resultaat. Het restant op het voordelig resultaat Maasgaard (€ 1,5 -/- €1,24) wordt verwerkt in begrotingsjaar 2025.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Oranje

1.3. Water

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Wat hebben we bereikt? - 1.3. Water

Water

De beken zijn schoon, lopen meanderend door het landschap, zijn ecologisch gezond en passeerbaar voor vissen. De beken kunnen omgaan met langere perioden van droogte en sterke neerslag. Er is weinig wateroverlast vanuit de beken en ze vallen zo weinig mogelijk droog. De natuur en de landbouwgebieden hebben een aanvaardbare last van droogte en er is voldoende grondwater van een goede kwaliteit voor drinkwater, voedselvoorziening, natuur en industrie.

Verder is de Maas veiliger tegen hoogwater en is de ruimtelijke kwaliteit langs de Maas op diverse plekken verbeterd. 

Om het bovenstaande te bereiken streven wij deze collegeperiode ten aanzien van Water de volgende doelstellingen na:

in 2027 is er een duurzamer, robuuster en ecologisch gezonder watersysteem dat beter kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water en verbeterde kwaliteit.

Waterveiligheid  en Ruimte Limburg (WRL)

In WRL werken de Provincie Limburg, het Waterschap Limburg, de 31 Limburgse gemeenten en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vanaf juni 2022 samen aan de opgave om Limburg beter te beschermen en voor te bereiden tegen de gevolgen van extreme neerslag. WRL heeft de focus op het regionale watersysteem (beken en zijrivieren van de Maas), met ook aandacht voor het hoofdwatersysteem.

Bodem

De vitaliteit van de (Limburgse) bodem staat onder druk. ln het coalitieakkoord is een ambitie opgenomen gericht op vitalisering van de Limburgse bodem. Een speerpunt hierbij is om organische grondstofstromen (blad, snoei, maaisel), indien deze niet vervuild zijn, niet meer te zien als 'afval', maar in te zetten als bodemverbeteraar. Deze organische stromen kunnen worden teruggebracht in de bodem om deze vitaler te maken. Op deze manier wordt de natuurlijke kringloop hersteld, waardoor onder andere de biodiversiteit en de waterretentie/sponswerking van de bodem verbeteren. De aanpak voor een betere bodemvitaliteit  is vastgelegd in het beleidsplan "Gezond fundament". Een vitale Limburgse bodem door organisch stofbeheer, dat integraal uitmaakt van het beleidskader 'Perspectief Landelijk gebied'. 

Wij streven in deze collegeperiode ten aanzien van Bodem de volgende doelstelling na:

  • in 2027 is de Limburgse bodem verbeterd. 

Liggen we op koers?

Water

Door Provinciale Staten is in december 2021 het Provinciaal Waterprogramma 2022-2027 vastgesteld. Dit programma geeft het provinciaal waterbeleid voor deze periode weer. Bij de vaststelling hebben Provinciale Staten aangegeven dat over de voortgang van dit programma elke 2 jaar gerapporteerd dient te worden. Medio 2024 is de rapportage over de eerste twee jaar (2022 en 2023) aan Provinciale Staten aangeboden. Conclusie van deze voortgangsrapportage was dat de uitvoering van de in het waterprogramma voorgenomen acties op koers ligt. Dit betreffen vooral acties voor de Provincie zelf. Het voorgenomen proces verloopt volgens planning. In deze jaarstukken kijken wij ook naar buiten en kijken wij hoe wij er voor staan.

Het veranderende klimaat, met langere perioden van droogte en zwaardere stortbuien zorgt ervoor dat onze opgaven op het gebied van wateroverlast en droogte groter zijn geworden en nog groter zullen worden. In het programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg richten wij ons op een betere bescherming van de Limburger. De klimaatverandering maakt deze opgave groter. Wij verwachten er ca. 15 jaar aan te werken om ons beter voor te bereiden op en te beschermen tegen de regenbuien van het jaar 2100.

In Limburg hebben wij maar zeer beperkt de mogelijkheid om water aan te voeren. Dat betekent dat wij in droge perioden alleen ons eigen grond- en oppervlaktewater ter beschikking hebben. In ons beleid hebben wij aangegeven dat het vasthouden van water en het verhogen van de waterbeschikbaarheid van belang is. Volgens onze onderzoeken zijn stevige maatregelen nodig om over voldoende water te kunnen blijven beschikken. Wij gaan daar afspraken over maken die wij vastleggen in een convenant. 

De waterkwaliteit is de afgelopen decennia sterk verbeterd, maar de verbetering van de waterkwaliteit van zowel grondwater als oppervlaktewater stagneert nu. Met name nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen vormen in Limburg een probleem. In toenemende mate komen wij ook andere stoffen tegen zoals PFAS, medicijnresten en andere antropogene stoffen die zorgen baren.

Tenslotte is de verwachting dat, na een lichte daling, het drinkwatergebruik in Limburg weer zal toenemen. Mede gezien de ambities op het gebied van woningbouw en economie. Om te zorgen dat wij ook in de toekomst over voldoende drinkwater kunnen blijven beschikken, werken wij samen met de waterleidingmaatschappij Limburg aan een programma Limburgs drinkwater: 'nu actie voor het drinkwater van morgen'.

Dit alles zorgt er voor dat er inhoudelijk nog veel moet gebeuren om op koers te komen. In onze plannen hadden wij ons daarbij sterk gericht op de uitvoering van het Nationaal Programma landelijk gebied en het daarbij behorende transitiefonds. Nu dat opgeheven is, zullen wij naar nieuwe wegen moeten zoeken om onze doelen te realiseren. Hoewel wij ons zullen inspannen om onze regionale doelen te realiseren, en wij via het aanvalsplan waterkwaliteit een extra inzet willen plegen, verwachten wij de doelen van de Kaderrichtlijn water niet overal op tijd te gaan halen.

Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL)

Aan de doelstelling van WRL om voor ieder van de 115 stroomgebieden in Limburg te komen tot een integrale aanpak van de wateroverlast wordt invulling gegeven door de activiteiten en onderzoeken in de drie pijlers:

  1. meer fysieke robuustheid in het watersysteem;
  2. water en bodem sturend voor WRL;
  3. verhogen klimaatbewustzijn en zelfredzaamheid van inwoners toe te passen in de vier werkgebieden: Maastricht-Heuvelland, Parkstad-Westelijke Mijnstreek, Midden-Limburg en Noord-Limburg.

Het programma kent een looptijd van 15 jaar. Voor de uitvoering is een bedrag gereserveerd van € 600 mln. voor de gehele looptijd, waarvan de helft door de regio wordt gefinancierd met een Rijkscofinanciering voor de andere helft.

Bodem

  • Het beleidsplan 'Gezond fundament! Een vitale Limburgse bodem door organisch stofbeheer' is in nauwe samenwerking met de Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg  opgesteld en vastgesteld door GS. Tijdens het proces zijn PS in sonderende zin in staat gesteld hun inzichten te delen;
  • Aan de HAS Academy in Venlo is een incidentele subsidie verstrekt voor de operationalisering van het beleidsplan. Hiervoor is door de HAS een plan van aanpak opgesteld voor de 3 actielijnen / sporen;
  • De HAS heeft in het najaar de operationalisering ter hand genomen. Deze heeft zich voornamelijk gericht op het inventariseren van pilotgebieden door gesprekken met potentiële stakeholders. Daarnaast heeft de ontwikkeling van 'selectiecriteria pilotgebieden' plaatsgevonden welke ter kennis zijn gebracht aan PS. 

Wat merkt de Limburger ervan?

Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren zijn terug te vinden in het onderdeel Indicatoren begrotingsprogramma's. De stand van de indicatoren is gelijk aan de stand zoals gepresenteerd bij de Najaarsnota 2024.

  • Omschrijving (label)
    Jaarstukken 2024

    Kwaliteit

    In 2024 zijn we gestart met de eerste fase van het Aanvalsplan waterkwaliteit.

    We hebben in 2024 onderzoeken uitgevoerd naar maatregelen om de hydrologische toestand van de grondwatergevoelige natuurgebieden te verbeteren en continueren de uitvoering van eerder genomen maatregelen.

    In 2024 hebben we subsidies verleend aan diverse partijen om maatregelen te nemen die zorgen voor een betere beschikbaarheid van water (Deltaprogramma Hoge Zandgronden).

    Ondanks onze inspanningen, verwachten we niet alle doelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) te behalen. Als gevolg van afhankelijkheden van het Rijk en onze buurlanden, zoals reeds beschreven bij
    “Wat hebben we gedaan:”.

    Tijd

    Tijd

    In 2024 ondersteunde de Provincie Limburg via eigen middelen en subsidie van het (Rijks) Deltafonds Hoge Zandgronden (DHZ) een aantal maatregelen en gebiedsuitwerkingen, waarbij droogte in samenhang met andere doelen wordt aangepakt.

    De Provincie Limburg heeft in 2024 de voorfinanciering van de uitvoering van het project Duurzaam Schoon Grondwater, gericht op het terugdringen van de nitraatbelasting in grondwaterbeschermingsgebieden op zich genomen. De formele toezegging voor rijksmiddelen voor dit project in de vorm van een SPUK is begin 2025 ontvangen. De uitvoering van het Aanvalsplan waterkwaliteit is in 2024 voorbereid. Vanaf 2025 worden de voor dit plan gereserveerde middelen besteed.

    Wij zijn in het derde kwartaal van 2024 gestart met de voorbereidingen van het convenant voldoende zoetwater, dat wij in het 1e kwartaal van 2026 met de betrokken partijen hopen af te sluiten.

    Ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater steunden wij in 2024 vrijwillige maatregelen door agrariërs om de uitspoeling van nitraat te verminderen. Verder is in het kader van Beschermen om te Blijven een start gemaakt met het verbeteren van de bescherming van de kwaliteit van het grondwater voor de drinkwatervoorziening.

    De verkenning waterbeschikbaarheid is niet afgerond in 2024, maar zal in 2025 worden afgerond. Dit heeft onder meer te maken met de lange rekentijden en beperkte capaciteit op het rekennetwerk.

    De voorgenomen bijdrage aan gemeentelijke klimaatadapatatieprojecten heeft in 2024 niet plaatsgevonden. De gemeenten hebben geen aanvragen  ingediend. Verwacht wordt dat een gezamenlijke aanvraag zal komen in 2025 op het gebied van communicatie. De aanvraag zal door de samenwerking Bestuurlijk Regionaal Overleg Limburg (BROL) worden aangevraagd.

    Vanuit het Gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn in 2024 2 subsidie regelingen opengesteld voor Niet-productieve investeringen op zowel landbouwgronden als ook niet-landbouwgronden. In totaal zijn 39 aanvragen ingediend, waarvan 4 op niet-landbouwgronden en 35 op landbouwgronden. In 2025 wordt de interventie voor investeringen op niet-landbouwgronden opnieuw geopend, omdat het subsidieplafond nog niet is bereikt.

    Wij hebben in 2024 een aanvalsplan waterkwaliteit vastgesteld, waarin maatregelen zijn opgenomen om de riooloverstorten te verminderen, vergunningen te actualiseren en waardenetwerken in te richten.

    Geld

    Voor de uitvoering van product 1.3.1 Waterbeheer en waterkwaliteit regionaal systeem waren in 2024 de lasten begroot op € 9,52 mln. De realisatie 2024 bedraagt € 6,80 mln. waardoor een voordelig verschil ontstaat van € 2,72 mln. Dit verschil heeft betrekking op: 

    • een voordelig resultaat op grondwater budgetten door fasering van opdrachten van € 0,47 mln. deze middelen worden gestort in de reserve grondwater;
    • een nadelig resultaat op subsidie beschikkingen SPUK E87 Deltaplan Hoge Zandgronden afgegeven voor € 0,58 mln. terwijl budget bij najaarsnota was doorgeschoven naar 2025;
    • een voordelig resultaat door lagere uitgaven op SPUK E102 Beekdalen € 2,23 mln. en op SPUK L31 Duurzaam schoon grondwater € 0,20 mln.;
    • een voordelig resultaat op het 'Aanvalsplan waterkwaliteit' en ook geen onttrekking uit de programmareserve voor € 0,40 mln. doordat de beleidsopgave/opdracht nog niet concreet is en daardoor nog niet uitgevoerd kan worden.

    De baten waren begroot op € 6,35 mln. De realisatie 2024 bedraagt € 5,23 mln. waardoor een nadelig verschil ontstaat van € 1,12 mln.  Dit nadelig verschil heeft geen gevolgen voor het resultaat. Het verschil heeft betrekking op:

    • een voordelig resultaat door subsidie beschikkingen SPUK E87 Deltaplan Hoge Zandgronden afgegeven voor € 0,58 mln. terwijl budget bij najaarsnota was doorgeschoven naar 2025;
    • een voordelig resultaat door hogere inkomst SPUK Nitraat € 0,66 mln.
    • een nadelig resultaat door lagere uitgaven op SPUK E102 Beekdalen € 2,32 mln.; en op SPUK L31 Duurzaam schoon grondwater € 0,20 mln.

    Om te voldoen aan onze verplichtingen en verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken, wordt € 2,81 mln. gefaseerd naar 2025 via de overboekingsvoorstellen.

    Kwaliteit (indicator)
    Oranje

    Tijd (indicator)
    Oranje

    Geld (indicator)
    Oranje

  • Omschrijving (label)
    Jaarstukken 2024

    Kwaliteit

     Conform de aanbevelingen uit het rapport (onderzoek in het kader van artikel 217a Provinciewet en artikel 5 van de provinciale Verordening Doelmatigheid en Doeltreffendheid provincie Limburg 2020) 'Een mooie Maas, een veilige Maas', welke op 21 december 2023 is aangeboden aan provinciale staten hebben wij gewerkt aan  het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de diverse hoogwaterprojecten. Voor alle hoogwaterprojecten geldt dat de provincie geen trekkende rol heeft.

    Tijd

    De hoogwaterprojecten worden hoofdzakelijk getrokken door het Waterschap Limburg en verkeren in verschillende staat van voorbereiding. In 2024 zijn de projecten conform planning gevorderd.

    De vaststelling van het rijksbeleid is uitgesteld. In tegenstelling tot eerdere rapportages is het definitieve Programma voor Integraal Riviermanagement niet in het derde kwartaal van 2024 vastgesteld. Zodra dit vastgesteld wordt, zal dit gecommuniceerd worden. Dit heeft geen vertragende invloed op de uitvoering.

    Geld

    Voor de uitvoering van product 1.3.2.  Waterveiligheid Maas waren in 2024 de lasten begroot op € 6,99 mln. De realisatie 2024 bedraagt € 5,44 mln. waardoor een voordelig verschil is ontstaan van € 1,55 mln. Dit verschil in 2024 heeft betrekking op nog niet geëffectueerde betalingen aan Waterschap Limburg en de provincie Noord Brabant 

    Om te voldoen aan onze verplichtingen en verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken, wordt € 1,59 mln. gefaseerd naar 2025 via de overboekingsvoorstellen.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Oranje

  • Omschrijving (label)
    Jaarstukken 2024

    Kwaliteit

    • Het beleidsplan 'Gezond fundament! Een vitale Limburgse bodem door organisch stofbeheer' is opgesteld en vastgesteld door GS.  Tijdens het proces zijn PS in sonderende zin in staat gesteld hun inzichten te delen.
    • Aan de HAS Academy in Venlo is een incidentele subsidie verstrekt voor de operationalisering van het beleidsplan. Hiervoor is door de HAS een plan van aanpak opgesteld voor de 3 sporen.
    • De HAS heeft in het najaar de operationalisering ter hand genomen. Deze heeft zich voornamelijk gericht op het inventariseren van pilotgebieden door gesprekken met potentiele stakeholders. Daarnaast heeft de ontwikkeling van 'selectiecriteria pilotgebieden' plaatsgevonden welke ter kennis zijn gebracht aan PS. 

    Tijd

    Werken aan een betekenisvolle vitalisering van de bodem is een proces van lange adem. Een proces dat vraagt om een bestuursperiode overstijgende aandacht. De uitvoering van het plan Bodemvitalisering kent een cyclisch karakter. Een 0-meting (2025) brengt de precieze staat van de bodem en de kwantiteit, kwaliteit en gebruikswaarde van de groene grondstofstromen in beeld. Op basis van deze 0-meting wordt een advies gegeven over te nemen maatregelen voor de vitalisering van de bodem. Dit advies vormt de grondslag voor de feitelijke interventie. Na deze interventie vindt een 1-meting / 0-meting plaats aan de hand waarvan het resultaat van de genomen maatregelen wordt gemeten, een hernieuwd advies wordt gegeven en een hernieuwde interventie plaatsvindt. In de periode najaar 2024 - voorjaar 2027 wordt deze cyclus per project drie maal herhaald.

    De in 2024 gerealiseerde operationalisering past volledig binnen de hiervoor weergegeven tijdslijn; kortom: het project ligt op koers. 

    Geld

    Voor de uitvoering van product 1.3.3. Bodemvitalisering waren in 2024 de lasten begroot op € 0,33 mln. De realisatie 2024 bedraagt € 0,35 mln. waardoor een nadelig verschil is ontstaan van € 0,02 mln. Binnen de 4 jarige projectbegroting wijzigt niets.

    Om te voldoen aan onze verplichtingen en verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken, wordt -/- € 0,02 mln. via fasering in mindering gebracht op het budget 2025 via de overboekingsvoorstellen.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Oranje

Wat heeft het ons gekost?

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Wat heeft het ons gekost?

Voor het realiseren van de jaarplannen van dit programma bedragen de werkelijke uitgaven in 2024 € 107,92 mln. Dit is € 48,94 mln. lager dan de gewijzigde begroting 2024. 

Deze onderbesteding wordt met name veroorzaakt door:

  • meerjarige projectsubsidies € 28,67 mln.
  • lagere inzet van SPUK's € 14,14 mln. ten  behoeve subsidieregelingen.
  • afronding project Maasgaard € 1,24 mln.;
  • nog niet betaalde bijdragen aan Waterschap inzake Thorn-Wessem, Jachthaven Venlo en Vierwaarden € 1,5 mln.

De achterblijvende realisatie van de lasten houdt ook verband met € 31,22 mln. lagere baten, door lagere aanwending van specifieke uitkeringen en leidt tot minder onttrekking uit de reserves van € 5,6 mln.

Voor de verdere uitvoering van bestaand beleid wordt € 51,68 mln. gefaseerd naar 2025, 2026 en 2027 e.v. via de overboekingsvoorstellen, zie hoofdstuk ‘Doorwerking naar begroting 2025’.

Het nadelige exploitatieresultaat 2024 van dit programma bedraagt € 43,18 mln. Dat is € 12,12 mln. lager dan begroot (minus € 55,03 mln.).  

De financiële afwijkingen tussen de begroting en de realisatie bij de verschillende producten zijn toegelicht bij "Wat hebben we daarvoor gedaan?", onderdeel ‘Geld’.

Bedragen x €1.000

Verbonden partijen inzake Perspectief voor het landelijk gebied

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Verbonden partijen inzake Perspectief voor het landelijk gebied

Door de uitvoering van de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) en de Ruimte voor Ruimte (RvR) via RVR C.V. en de verbonden partijen Provincie Limburg Commandiet B.V. en RVR Beheer B.V., is inmiddels een ruimtelijke kwaliteitsverbetering van het Limburgse landelijk gebied gerealiseerd. Naar verwachting zal de terugverdienopgave door genoemde verbonden partijen in 2026 zijn gerealiseerd, hun activiteiten zijn thans in afbouw.

De Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) beheert het leidingennetwerk en de drinkwatervoorziening in Limburg.