5. Leefbare steden en dorpen
Leefbare steden en dorpen
Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Leefbare steden en dorpenEr wordt gestreefd naar een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor alle Limburgers. In 2024 zijn er belangrijke stappen gezet om de leefbaarheid in Limburgse steden en dorpen te verbeteren; we zijn gestart met de Limburgse Leefbaarheidsaanpak (nieuwe naam van het Leefbaarheidsfonds). De Limburgse Leefbaarheidsaanpak kent drie subsidieregelingen. Via deze regelingen ondersteunen we fysieke en sociale initiatieven die bijdragen aan een veilige, gezonde en aantrekkelijke omgeving. Gemeenten, stichtingen, verenigingen, coöperaties en inwoners spelen hierin een centrale rol. De Provincie ondersteunt en stimuleert initiatieven die aansluiten bij lokale behoeften. Hierbij gaat het niet alleen om subsidiëring, maar ook om inhoudelijke ondersteuning. Deze ondersteuning wordt niet alleen geboden door de Provincie zelf, maar ook door diverse (maatschappelijke) organisaties waarmee de Provincie binnen dit kader samenwerkt. Er zijn reeds meer dan ruim 120 (aan)vragen (stand 31-12-2024) en deze lijn zet zich in 2025 door. Daarnaast zien we een grote informatiebehoefte bij gemeenten.
De woningbouwambitie van de Woondeal werd verhoogd naar 29.550 woningen, waarvan 17.500 in 2027 gereed moeten zijn. Er werd een provinciale programmering vastgesteld voor 2025-2030 waarmee geprogrammeerd is voor 2/3 betaalbaar woningen in de nieuwbouw en toegroeien naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande woningvoorraad. Het traject ‘Straatje erbij’ werd afgerond en het ambitiedocument Limburg Centraal werd vastgesteld en besloten is te starten met de uitwerking van een verstedelijkingstrategie Limburg Centraal.
Door schaarste in ruimte in Limburg is het noodzakelijk om een zorgvuldige balans te hebben tussen beschermen en benutten van ruimte. De gestarte actualisatie van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) moet resulteren in scherpe keuzes door Provinciale Staten. Opgaven op het gebied van onder meer landbouw, natuur, water, landschap, energie, wonen, mobiliteit en bedrijvigheid worden integraal afgewogen. Gekoppeld hieraan wordt in 2025 gestart met aanpassing van de Omgevingsverordening om waar nodig en gewenst meer sturing te geven. Ruimtelijke afwegingen worden gemaakt op basis van de nieuwe Omgevingswet.
Stand van zaken Moties en Amendementen
De 3e Gewijzigde Motie 3119 Depondt c.s. inzake continuïteit startersleningen is uitgevoerd. Zie hiervoor MPH van 9-7-2024 (GS DOC-00673716). Via een brief zijn gemeenten en SVN (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland) op 9 juli 2024 geïnformeerd dat er nieuw provinciaal krediet beschikbaar is. Tijdens de PS vergadering van 1 nov 2024 is de uitwerking van Motie 3119 voorgelegd. Dit betreft namelijk het krediet voor 2025 en verdere financiële doorkijk naar 2026/2027. Zie statenvoorstel G-24-030, brief GS van 3-9-2024 (GS DOC-000693206).
Aan de Gewijzigde Motie 3116 Jenneskens c.s. inzake Werk aan de winkel naar wonen is uitvoering gegeven. Zie hiervoor MPH van 29-10-2024 (GS DOC-00692597).
Onze beleidskaders
Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Onze beleidskadersNieuw beleidskader
• Leefbare Steden en Dorpen 2023-2027 (ter vervanging van Limburgse Agenda Wonen 2020-2023)
Reeds bestaande kaders:
• Kader Stedelijke Ontwikkeling
• Kader Kwaliteit Limburgse centra
• IBA Parkstad
• Provinciale omgevingsvisie uit 2021 (traject aanscherping gestart)
• Provinciale omgevingsverordening
• Provinciaal waterprogramma
Wat hebben we bereikt?
Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Wat hebben we bereikt?5.1. Leefbare steden en dorpen
Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Wat hebben we bereikt? - 5.1. Leefbare steden en dorpenVanuit het beleidskader ‘Leefbare Steden en Dorpen’ versterken we de leefbaarheid door (1) middels de Limburgse Leefbaarheidsaanpak te investeren in de fysieke leefomgeving, door (2) de juiste omstandigheden te creëren voor de realisatie van een woningvoorraad die aansluit op de behoefte van de regio én door (3) te sturen op samenhangende ruimtelijke keuzes voor meer omgevingskwaliteit. Deze 3 maatschappelijke opgaven, met bijbehorende doelstellingen voor deze collegeperiode (2023-2027), worden hieronder nader toegelicht.
Verbetering van de leefbaarheid in Limburgse steden en dorpen
• In 2027 is de leefbaarheid in de fysieke openbare ruimte verbeterd, waarbij specifiek aandacht is voor de gebiedsgerichte behoeften naar veiligheid, gezondheid, welzijn, positieve sociale relaties, kansen en contact met de natuurlijke omgeving.
Vanuit het beleidskader Leefbare Steden en Dorpen stellen we de Limburgse Leefbaarheidsaanpak in om benodigde fysieke investeringen mogelijk te maken die de leefbaarheid in steden en dorpen bevordert. Deze investeringen doen we samen met gemeenten, het maatschappelijk middenveld en met inwoners zelf. Als college kiezen we hierbij bewust voor een ondersteunende rol, omdat wij geloven dat we als provinciale overheid niet de aangewezen partij zijn om te bepalen wat nodig is in een specifieke wijk of kern. Het zijn juist de inwoners, gemeenten en maatschappelijke organisaties die kennis hebben van en inzicht hebben in de lokale behoeften in relatie tot leefbaarheid. Zij zijn ook bij uitstek de partijen die kunnen duiden waarom een initiatief noodzakelijk is. Vanuit deze leefbaarheidsgedachte sluiten we dus maximaal aan bij de behoeften die leven in de Limburgse steden en dorpen, waarmee we rechtstreeks vormgeven aan de doelen van het coalitieakkoord.
Passende woonruimte voor iedereen die in Limburg een woning zoekt
• in 2027 is het woningaanbod ten opzichte van 2023 verbeterd door de beschikbaarheid van meer (betaalbare) woningen. In 2027 zijn 17.500 woningen uit de Woondeal gerealiseerd;
• in 2027 past het woningaanbod bij de woningbehoefte zoals onderschreven in de Limburgse Woondeal;
• in 2027 zijn minstens 3.000 woningen van de ambitie van 20.000 woningen (planologisch) verankerd, waaronder de woningen van Limburg Centraal.
Samen met gemeenten, woningbouwcorporaties en marktpartijen blijven we inzetten op een versnelling van de woningbouw, waarbij we streven naar een evenwicht tussen de woningbehoefte van onze inwoners en het woningaanbod. Als Provincie hebben we binnen deze opgave een stimulerende, ondersteunende en aanjagende rol richting partners om aan de vastgestelde ambitie uit de Woondeal Limburg van 26.550 te voldoen. Tevens is tijdens het sluiten van de Woondeal een ambitie uitgesproken voor 20.000 woningen extra. Inmiddels is de Woondeal eind 2023 reeds opgehoogd met 3.000 woningen. De Woondeal betreft daarmee 29.550 woningen. De ambitie krijgt vorm: ‘Limburg Centraal’ brengt grootschalige woningbouw bij de IC-stations. Maar er wordt ook geluisterd naar de behoefte van een aantal kernen, waar de leefbaarheid onder druk staat, om aan de randen van de bestaande bebouwde kern nieuwe woningbouw te realiseren (het ‘straatje erbij’).
Balans tussen beschermen en benutten van fysieke leefomgeving
• In 2027 is de samenhang en integraliteit van afwegingen in de fysieke leefomgeving verbeterd, waarbij rekening gehouden wordt met de schaarste aan ruimte, water, milieuruimte en ruimte op het elektriciteitsnet.
De (ruimtelijke) opgaven in Limburg zijn groot en de ruimte is schaars. Als we alle sectorale ruimtevragen naast elkaar in onze Provincie willen toestaan, dan hebben we meer ruimte nodig dan we beschikbaar hebben in onze Provincie. Ruimtelijke Ordening is dan ook niet voor niets terug van weggeweest. Gedurende deze collegeperiode zal de actualisatie van de Provinciale Omgevingsvisie, met bijbehorende bouwstenen zoals de ontwerpende onderzoeken, waarover uw Staten beslissen, een groot thema zijn waarbij uw Staten actief betrokken zullen worden. Hier wordt ook een aanpassing van de Omgevingsverordening aan gekoppeld. Hierbij wordt onder andere gekeken naar aanpassingen die de Provincie meer grip geven om te sturen op specifieke opgaven.
Provincies bepalen samen met gemeenten en het Rijk hoe de fysieke leefomgeving van burgers en bedrijven wordt gebruikt. De urgente maatschappelijke opgaven zoals het woningtekort, de kwaliteit van de natuur, de transitie van de landbouw en de verduurzaming van de energievoorziening hebben grote ruimtelijke impact.
In ons omgevingsbeleid moet volop aandacht zijn voor een goede balans tussen wonen, werken en ontspannen. Met oog voor een veilige en schone leefomgeving, waarbij de inrichting van de ruimte bijdraagt aan de leefbaarheid van steden en dorpen en de omgevingskwaliteit. Dit is ook een belangrijke factor voor het Limburgse vestigingsklimaat. De grote transities in onze samenleving leiden tot forse ruimteclaims. Dit vraagt om ruimtelijke afwegingen en scherpe keuzes voor de Provincie, in het bijzonder op het gebied van:
• landbouw, water, natuur en stikstof;
• klimaat en energie;
• wonen en bereikbaarheid;
• bedrijvigheid.
De ambities voor de fysieke leefomgeving en de ruimtelijke keuzes zijn/worden, conform de nieuwe Omgevingswet, vastgelegd in de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), in daarmee verbonden sectorale programma's en in de Omgevingsverordening. Hiermee wordt ruimtelijk richting gegeven aan de ambities en doelen voor de Limburgse fysieke leefomgeving. Deze documenten maken onderdeel uit van de beleidscyclus van het omgevingsbeleid, waarvan monitoring en evaluatie onderdeel uitmaken.
Op nationaal niveau heeft het Rijk ervoor gekozen haar rol in de ruimtelijke ordening te versterken, gezien de grote ruimtelijke impact van de transities en opgaven waar Nederland voor staat. De Provincies hebben als regionale gebiedsautoriteit bij de uitwerking hiervan een centrale rol. Die uitnodiging hiervoor verbinden wij met onze eigen beleidscyclus.
De bodem en ondergrond worden in toenemende mate benut ten behoeve van de vele maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en duurzaam bodembeheer in de landbouw. Daarbij zetten wij in op duurzaam en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond, waarbij benutten en beschermen goed met elkaar in balans zijn. Dit vereist dat rekening wordt gehouden met het functioneren van bodem en ondergrond als natuurlijk systeem. Daarmee zijn bodem en ondergrond goed in staat om ecosysteemdiensten te leveren (vitale bodems), zijn kringlopen van (voedings)stoffen, water en energie in stand gehouden of hersteld en zijn verontreinigingen zoveel mogelijk voorkomen. Bij (ruimtelijke) ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving worden vanaf het begin van de planvorming de bovengrond en de ondergrond in samenhang bezien. Driedimensionale ordening staat centraal. Duurzaam gebruik van bodem en ondergrond kent raakvlakken met veel andere werkvelden, zoals planologie, landbouw, klimaat, water en energie.
Belangrijk is dat de inzet op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, wonen, mobiliteit, energie en verduurzaming leidt tot verbetering van de leefbaarheid en tot een gezonde en veilige leefomgeving voor alle Limburgers. Zowel op het platteland als in de steden. Er wordt gekozen voor een samenhangende aanpak van sociale en fysieke vraagstukken, waar samen met gemeenten, corporaties, bewonersinitiatieven en andere partners invulling aan wordt gegeven. Waarbij ook impulsen uit de Sociale Agenda een bijdrage leveren. Dat moet leiden tot sterke steden en krachtige, bereikbare plattelandskernen, met voldoende voorzieningen en groen, aantrekkelijke ontmoetingsplekken, toegankelijke evenementen en een springlevend verenigingsleven.
Daarbinnen is het streven om de Limburgse woonopgave te realiseren, zodat elke inwoner van Limburg in elke levensfase kan beschikken over adequate, betaalbare en toekomstbestendige woonruimte in de vertrouwde omgeving.
Naast het beleidskader ‘Leefbare Steden en Dorpen’ wordt er reeds middels bestaande kaders zoals Stedelijke Ontwikkeling en IBA Parkstad (coalitieperiode 2015-2019), alsmede Kwaliteit Limburgse Centra (KLC, coalitieperiode 2019-2023) invulling gegeven aan het behalen van deze doelstellingen. In november 2024 is de laatste subsidievaststelling ten behoeve van het programma Stedelijke Ontwikkeling afgegeven. Hiermee zijn alle resultaten behaald en is het programma volledig afgerond. De inspanningen vanuit de kaders van IBA en KLC zullen in de huidige collegeperiode (2023-2027) (voor het grootste deel) ook worden afgerond.
Liggen we op koers?
Verbetering van de leefbaarheid in Limburgse steden en dorpen
In het beleidskader Leefbare Steden en Dorpen is aangegeven dat we een Leefbaarheidsaanpak gaan oprichten. Dit fonds is bedoeld voor fysieke investeringen in de leefbaarheid. Hierbij gaat het om investeringen in de (semi-)openbare ruimte. Gekozen is het fonds te combineren met onderdelen van het kader Samen Leven en Bestaanszekerheid. De Provincie ondersteunt daarbij niet uitsluitend fysieke maar ook sociale initiatieven waardoor we initiatiefnemers beter en breder bedienen. Ook willen we initiatiefnemers niet alleen financieel ondersteunen, maar ook coachen en begeleiden. Hiervoor is een ondersteuningsstructuur opgezet die is bedoeld voor inwoners en voor stichtingen, verenigingen en coöperaties. Hierbij werken we samen met de organisaties Burgerkracht, Katalys, Spil in de Wijk en de Vereniging Kleine Kernen Limburg. Deze organisaties hebben veel ervaring met het ondersteunen van initiatiefnemers. Om uitdrukking te geven aan deze brede insteek spreken we niet meer van het Leefbaarheidsfonds, maar van de Limburgse Leefbaarheidsaanpak. Sinds de openstelling van de subsidieregelingen in oktober 2024 is er veel belangstelling, met ruim 120 (aan)vragen (stand 31-12-2024) en deze lijn zet zich in 2025 door. Daarnaast zien we een grote informatiebehoefte bij gemeenten. Daarom hebben we informatiebijeenkomsten georganiseerd met als belangrijke mijlpaal een bijeenkomst in het voorjaar van 2025. Deze bijeenkomst is gericht op inwoners en op stichtingen, verenigingen en coöperaties. Het doel is om deze personen en organisaties te informeren en te inspireren, maar ook om hen onderling met elkaar in contact te brengen.
Passende woonruimte voor iedereen die in Limburg een woning zoekt
Het Rijk monitort de voortgang van de Woondeal Limburg. Medio 2024 zijn 11.050 woningen van de Woondeal gerealiseerd en zijn 6.500 woningen vergund en/of in aanbouw. We liggen op koers om in 2027 het doel van 17.500 gerealiseerde woningen uit de Woondeal te behalen. In de provinciale programmering voor 2025-2030 is vastgelegd dat twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zal zijn, met een groei naar 30% sociale huurwoningen binnen de bestaande woningvoorraad. Met de provinciale Woonmonitor monitoren we de woningvoorraadontwikkeling. Met het provinciale Woningbehoefte onderzoek brengen we prognoses in beeld. Hiermee houden we een vinger aan de pols dat het woningaanbod aansluit op de behoefte zoals onderschreven in de Limburgse Woondeal. In het ambitiedocument Limburg Centraal hebben we de ambitie en potentie onderzocht waaruit blijkt dat er ruimte is voor circa 30.000 woningen rondom stationslocaties. Dit wordt nader geconcretiseerd in 2025.
Balans tussen beschermen en benutten van fysieke leefomgeving
We liggen op koers. In mei 2024 is het plan van aanpak voor actualisatie van de POVI sonderend aan de commissie LEO voorgelegd. Najaar 2024 is daadwerkelijk met deze actualisatie gestart. De Staten zijn nauw betrokken bij dit traject. Gekoppeld hieraan wordt in 2025 gestart met aanpassing van de Omgevingsverordening.
Bodem en ondergrond
We liggen op koers. In 2024 zijn alle geplande acties rondom bodem en ondergrond en nazorg (voormalige) steenkoolwinning uitgevoerd.
Wat merkt de Limburger ervan?
Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren zijn terug te vinden in het onderdeel Indicatoren begrotingsprogramma's. De stand van de indicatoren is gelijk aan de stand zoals gepresenteerd bij de Najaarsnota 2024.
-
Omschrijving (label)
Jaarstukken 2024Kwaliteit
- In 2024 is een Leefbaarheidsfonds opgericht, passend bij het niveau van initiatiefnemers: inwoners, verenigingen/stichtingen/gemeenschappen en gemeenten en het niveau van de fysieke ingreepkernen, wijken en buurten en straten. In dit Leefbaarheidsfonds hebben we onze werkwijze afgestemd op de complexiteit van het initiatief en de initiatiefnemer(s): we werken volgens het ‘één Provincie’ principe (één loket gedachte);
- In 2024 zijn 26 aanvragen ontvangen in het kader van ondersteuning van inwonersinitiatieven, 122 aanvragen in het kader van ondersteuning van gemeenschapsvoorzieningen en/of ontmoetingsplekken en in het kader van bijdragen aan leefbaarheidsakkoorden zijn wij met 18 gemeenten in contact geweest.
Tijd
In 2024 is het beleidskader Leefbare steden en dorpen vastgesteld. In dit kader is vermeld dat we een Leefbaarheidsfonds gaan oprichten. Dit fonds is bedoeld voor fysieke investeringen in de leefbaarheid. Hierbij gaat het om investeringen in de (semi-)openbare ruimte. We hebben hier op de volgende manieren invulling aan gegeven:
- we hebben ervoor gekozen om het Leefbaarheidsfonds te combineren met onderdelen van het kader Samen Leven en Bestaanszekerheid. Dit betekent dat we niet alleen fysieke, maar ook sociale investeringen gaan ondersteunen. Op deze manier kunnen we initiatiefnemers beter en breder bedienen;
- we willen initiatiefnemers niet alleen financieel ondersteunen, maar ook coachen en begeleiden. Daarom hebben we een ondersteuningsstructuur opgezet. Deze ondersteuningsstructuur is bedoeld voor inwoners en voor stichtingen, verenigingen en coöperaties. Hierbij werken we samen met de organisaties Burgerkracht, Katalys, Spil in de Wijk en de Vereniging Kleine Kernen Limburg. Deze organisaties hebben veel ervaring met het ondersteunen van initiatiefnemers;
- daarnaast bieden we ondersteuning aan gemeenten bij het uitwerken en indienen van initiatieven;
- om uitdrukking te geven aan deze brede insteek, gebruiken we de naam Limburgse Leefbaarheidsaanpak;
- de Limburgse Leefbaarheidsaanpak omvat drie subsidieregelingen:
- Subsidieregeling voor kleinschalige (inwoners)initiatieven;
- Subsidieregeling voor stichtingen, verenigingen en coöperaties;
- Subsidieregeling voor gebiedsgerichte publieke initiatieven.
- deze drie subsidieregelingen zijn in oktober 2024 opengesteld. Direct vanaf het begin was er sprake van grote belangstelling. We hebben in 2024 in totaal zo’n 120 (aan)vragen ontvangen;
- we merkten dat gemeenten veel behoefte hadden aan informatie. Daarom hebben we in 2024 twee informatiebijeenkomsten voor gemeenten georganiseerd;
- daarnaast hebben we in 2024 een communicatieplan geschreven. Dit communicatieplan voeren we stapsgewijs uit. Een van de stappen is een bijeenkomst voor inwoners, stichtingen, verenigingen en coöperaties. Deze bijeenkomst vindt plaats in het voorjaar van 2025;
- in 2024 hebben we ook afgesproken dat we een externe adviesraad gaan instellen. De werving en selectie van de leden van deze adviesraad is in 2024 gestart. Vanaf het voorjaar van 2025 zal de adviesraad meerdere keren samenkomen.
Stand van zaken moties / amendementen:
Motie 3081 Wesseling c.s. inzake vormgeving leefbaarheidsfonds: op 12 juni 2024 zijn uw Staten middels een informatiesessie geïnformeerd over de vormgeving van het leefbaarheidsfonds. Op 11 april 2025 zal een (vervolg) werksessie plaatsvinden waarin deze motie wordt meegenomen.
Bestaande kaders
- In 2024 worden alle afspraken die gemaakt zijn in het kader van Stedelijke Ontwikkeling uitgevoerd en worden de laatste subsidies vastgesteld.
- In 2025 is de realisatie van circa 5.000 woningen in het kader van Kwaliteit Limburgse Centra gestart, dan wel reeds (gedeeltelijk) afgerond.
- Begin 2027 zal IBA Parkstad BV worden afgerond en opgeheven.
Geld
Voor de uitvoering van product 5.1.1. Leefbare steden dorpen zijn in 2024 de lasten begroot op € 12,82 mln. De werkelijke realisatie 2024 bedraagt € 4,42 mln. Hierdoor ontstaat er een voordelig verschil van € 8,40 mln. Dit verschil in 2024 heeft betrekking op:
- Samenwerkingsagenda’s gemeenten: eind 2024 zijn de laatste subsidieaanvragen in het kader van de samenwerkingsagenda’s ingediend. De laatste vier zullen begin 2025 worden afgehandeld. De hiervoor beschikbare middelen in 2024 ad € 4,98 mln. worden overgeboekt naar 2025. Daarnaast wordt op basis van ontvangen liquiditeitsprognoses van reeds verleende KLC-subsidies een bedrag van € 0,15 mln. van 2025 teruggeboekt naar 2024. 2 van de 31 samenwerkingsagenda’s heeft uiteindelijk niet geleid tot een subsidieaanvraag. In het geval van gemeente Mook en Middelaar, omdat er voor de beoogde ontwikkeling geen provinciale bijdrage benodigd bleek (€ 0,14 mln. ). Bij de 2de samenwerkingsagenda van Horst aan de Maas waren de projecten niet binnen afzienbare tijd (voor 1-1-25) uitvoeringsgereed (€ 1,5 mln.). Hierdoor valt in totaal een bedrag van € 1,64 mln. vrij ten gunste van het jaarrekeningresultaat. Voor mogelijke proces-ondersteuning ter afronding van de samenwerkingsagenda’s wordt een bedrag van € 5.000 overgeboekt naar 2025;
- Expo Real 2025 (GS-besluit 19-11-2024); voor de ondersteuning hiervan in 2025 wordt vanuit product 5.1.1. een bedrag van € 0,05 mln. overgeboekt naar 2025;
- Leefbaarheidsaanpak: bij GS-besluit van 15 oktober 2024 is ingestemd met het Uitvoeringsplan Leefbaarheidsaanpak en subsidieregelingen Leefbaarheidsaanpak 2024-2027. Voor de verdere uitvoering en continuering van deze regelingen wordt het bedrag van € 1,73 mln. overgeboekt naar 2025;
- continuering van de Leefbaarheidsaanpak: in 2025 zijn procesmiddelen nodig voor o.a. BuurtBooster Festival, externe adviesraad Leefbaarheidsaanpak en personele inzet voor de beoordeling en afhandeling subsidieaanvragen van de nadere subsidieregels Leefbaarheidsaanpak. Een bedrag van € 0,15 mln. wordt overgeboekt naar 2025.
Om te voldoen aan onze verplichtingen en verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken, wordt € 6,71 mln. gefaseerd naar 2025 of verder via de overboekingsvoorstellen.
Kwaliteit (indicator)
GroenTijd (indicator)
GroenGeld (indicator)
Oranje -
Omschrijving (label)
Jaarstukken 2024Kwaliteit
Het Rijk monitort de voortgang van de Woondeal Limburg. In juni 2024 zijn 11.050 woningen van de Woondeal gerealiseerd en zijn 6.500 woningen vergund of in aanbouw. De Woonmonitor 2024 blikt terug op 2023 en eerder, waardoor we de realisaties van 2024 niet kunnen betrekken. Op basis van de data van het Rijk kunnen we stellen dat we op koers liggen om in 2027 het resultaat van 17.500 woningen gerealiseerd uit de Woondeal te behalen.
In het bestuurlijk overleg Wonen Limburg van november is de provinciale woningbouwprogrammering vastgesteld rekening houdend met de programmering van 2/3 betaalbaar en toegroeien naar 30% sociale huur. Tevens zijn we gestart met de voorbereidingen voor het provinciale Volkshuisvestingsprogramma en zijn we met een Woningbehoefteonderzoek voor Limburg gestart. Hiermee liggen we op koers om het woningaanbod te laten passen bij de woningbehoefte.
In het voorjaar van 2024 hebben wij samen met het Rijk en zes intercitygemeenten in Limburg het ambitiedocument Limburg Centraal gepresenteerd. Hierin staat dat we ruim 30.000 woningen willen bouwen rond de stations van deze steden tot en met 2040. Om dit te realiseren, hebben we een samenwerking opgezet tussen het Rijk, de Provincie, de zes gemeenten, het Waterschap en netbeheerder Enexis. Vanaf 2025 betrekken we ook Arriva, Prorail en NS.
In november 2024 is tijdens het BO Leefomgeving het startsein gegeven voor het ontwikkelen van een verstedelijkingsstrategie. In 2025 gaan we hiermee aan de slag. Eveneens stellen we in dezelfde periode samen met de zes gemeenten businesscases op. De eerste ideeën over verstedelijking worden opgenomen in de POVI, zodat een deel van de ambitie voor 20.000 extra woningen wordt vastgelegd.
We liggen op koers om (een deel van) de woningen van Limburg Centraal te verankeren voor 2027.
Tijd
Ten behoeve van ondersteuning van gemeenten is het Versnellingsmenu opgesteld, bestaande uit 5 deelacties.
De eerste deelactie, bestaande uit versterking van de gemeentelijke en regionale ambtelijke capaciteit, stelt € 4,5 miljoen beschikbaar met de subsidie “flexibele inzet ondersteuning woningbouw 2025-2027”. Hiermee kan de ambtelijke capaciteit op wonen met circa 50fte worden uitgebreid. De regeling is eind 2024 vastgesteld en gepubliceerd en zal in 2025 doorlopen.
De tweede actie (kennisdeling en kennisontwikkeling) is uitgewerkt in een programma van eisen. We hebben een pilot kennisdeling- en kennisontwikkeling georganiseerd om samen met de vele stakeholders inhoud op te halen voor een gezamenlijk ontwikkeltraject. De derde actie, kansrijk aanspreken van rijksregelingen, hebben we een aantal gemeenten ondersteund bij aanvragen voor het Volkshuisvestingsfonds en de Woningbouwimpuls. De vierde actie ziet toe op provinciale versnellingstafels. We hebben bezien of het provinciaal instrumentarium in Sturing in Samenwerking bij kan dragen aan extra versnelling. De vijfde actie, uniformiteit en standaardisatie, heeft als voorbeeldproject Bouwstroom Limburg, waarbij 6 corporaties samen tussen de 1000 en 1500 fabrieksmatig gebouwde woningen inkopen. Ter uitvoering van motie 3116 ‘werk aan de winkel voor wonen’ hebben de verkennende gesprekken met Streetwise opgeleverd dat ze van 2025-2027 een actieve bijdrage gaan leveren aan het transformeren van (delen) van leegstaande panden in kernwinkelgebieden tot woningen. Tevens zijn we gestart met de voorbereidingen voor het provinciale Volkshuisvestingsprogramma en zijn we gestart met een Woningbehoefteonderzoek voor Limburg .
De afspraak om in 2024 in alle woonregio’s (3) een Woonzorgvisie vastgesteld te hebben, (onder coördinatie van de Provincie) is geen bewaarheid geworden. Door het later in werking treden van de Wet versterking regie volkshuisvesting hebben gemeenten namelijk langer de tijd gekregen om een woonzorgvisie op te stellen als onderdeel van het gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma. In de regio’s zijn inmiddels enkele lokale woonzorgvisies vastgesteld. Tevens is vanwege de urgentie van de opgave met de gemeenten een indicatieve bandbreedte voor de opgave huisvesting ouderen in alle bestuurlijke overleggen wonen vastgesteld én is subsidie beschikbaar vanuit de regeling “subsidie flexibele inzet ondersteuning woningbouw 2025-2027” voor het opstellen en afstemmen van woonzorgvisies. In 2025 richt de Provincie regionale woonzorgtafels in en wordt de inhoudelijke afstemming van woonzorgvisies (gerelateerd aan de woningbouwprogrammeringen) gecoördineerd. Als gevolg van het uitstellen van de behandeling van het Wetsvoorstel versterking regie Volkshuisvesting in de Tweede Kamer, zijn de termijnen waarop de woonzorgvisies vastgesteld moeten worden, verschoven.
We liggen op koers met Limburg Centraal (woningen rondom OV-knooppunten) om een deel van de ambitie van 20.000 woningen planologisch vast te leggen in 2027. We ontwikkelen daartoe een verstedelijkingsstrategie die verwerkt zal worden in de provinciale omgevingsvisie. De werkzaamheden verlopen volgens planning, en de eerste tussenresultaten worden in 2025 verwerkt in de POVI.
Geld
Voor de uitvoering van product 5.1.2. Toekomstbestendige woonruimte zijn in 2024 de lasten begroot op € 5,52 mln. De werkelijke realisatie 2024 bedraagt € 2,96 mln. Hierdoor ontstaat er een voordelig verschil van € 2,56 mln. Dit verschil in 2024 heeft betrekking op:
De uitvoering van de Woondeals. Dit zijn Rijksmiddelen die meerjarig ter beschikking zijn gesteld. De doorlooptijd voor deze SPUK's is meerjarig. Derhalve worden de niet-bestede middelen van € 0,36 mln. (inclusief de baten (bijdrage van het Rijk) overgeboekt naar 2025;
Nadere subsidieregels flexibele inzet ondersteuning woningbouw 2025-2027 (GS-besluit 10-12-2024). De resterende Rijksmiddelen (SPUK) van € 0,58 mln. worden voor de doorloop van deze regeling overgeboekt naar 2025. Ook de resterende reguliere middelen van € 0,87 mln. worden overgeboekt naar 2025.
Het actieplan wonen Zuid-Limburg; de middelen zijn door de Zuid-Limburgse gemeenten bij elkaar gebracht t.b.v. de uitvoering van het actieplan wonen Zuid-Limburg. Het betreft hier geen provinciale middelen. Dit actieplan kent geen einddatum en de middelen dienen ook in 2025 beschikbaar te blijven voor het uitvoeren van acties de Zuid-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid (laten) uitvoeren om de Zuid-Limburgse woningmarkt te ondersteunen. Daarvoor wordt het restantbedrag van € 0,01 mln. overgeboekt naar 2025.
Proceskosten: de gemaakte proceskosten zijn conform afspraak zoveel mogelijk op de SPUK Woondeal geboekt, met als gevolg dat vrijwel al deze kosten vanuit rijksmiddelen zijn gedekt. Dit resulteert in een overboeking naar 2025 van de proces- en voorbereidingsmiddelen met een bedrag van € 0,24 mln. De proces- en voorbereidingsmiddelen in 2025 zijn nodig voor bijvoorbeeld de inhuur van ondersteuning van gemeenten bij aanvragen voor rijksregelingen, voor de ondersteuning van de Expo Real 2025 (GS-besluit 19-11-2024) en voor het kunnen leveren van bijdragen aan het organiseren van informatiebijeenkomsten (zoals bijv. informatiesessie met Provinciale Staten, externe werksessies, ontmoetingen).
Limburg Centraal: in 2024 zijn we gestart als provincie en gemeenten met afspraken maken met het Rijk om Limburg Centraal verder te onderzoeken. De beschikbare middelen zijn bij besluit van de Najaarsnota 2024 in het jaar 2025 opgenomen. De proceskosten van € 0,01 mln. die reeds zijn gemaakt in 2024 worden overgeboekt van 2025 naar 2024.
Om te voldoen aan onze verplichtingen en verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken, wordt € 2,02 mln. gefaseerd naar 2025 of verder via de overboekingsvoorstellen.
Kwaliteit (indicator)
GroenTijd (indicator)
GroenGeld (indicator)
Oranje -
Omschrijving (label)
Jaarstukken 2024Kwaliteit
Als we afwegingen maken doen we dat op basis van de in de POVI verankerde Limburgse principes: we streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Meer stad en meer land (d.w.z. we koesteren de variatie in de verstedelijkte en landelijke gebieden en zetten in op duurzame verstedelijking; we gaan zorgvuldig om met onze (fysieke en milieu-) ruimte en voorraden, boven- en ondergronds.
Tot de Limburgse principes behoren ook een aantal procesmatige uitgangspunten: de maatschappelijke opgaven en kansen staan centraal, grensoverschrijdende samenwerking, participatie en eigenaarschap; we werken gebiedsgericht; we werken adaptief aan de opgaven; we werken als één overheid, met respect voor ieders rol en verantwoordelijkheden.
Tijd
De beleidscyclus POVI heeft een cyclisch karakter, waarbij termijnen voor herziening van POVI of Omgevingsverordening vooral bepaald worden door de inhoudelijke behoefte. Direct aansluitend op de vaststelling van het Ruimtelijk Voorstel Limburg (GS december 2023) zijn de voorbereidingen gestart voor actualisatie van de huidige POVI uit 2021. Een concept plan van aanpak hiervoor is in mei 2024 sonderend besproken in de Statencommissie LEO. In het najaar van 2024 is die actualisatie daadwerkelijk van start gegaan. De Staten zijn nauw betrokken bij dit traject.
De planning van het beoogde Ruimtelijk Arrangement tussen het Rijk en de Provincie is door het Rijk in de tijd opgeschoven. Opstellen en afsluiten van dit arrangement is nu voorzien voor de eerste helft van 2025.
De uitvoering van het ruimtelijk beleid heeft een permanent karakter.
Geld
Voor de uitvoering van product 5.1.3. Kwaliteit met minder ruimte zijn in 2024 de lasten begroot op € 5,62 mln. De werkelijke realisatie 2024 bedraagt € 5,51 mln. Hierdoor ontstaat er een voordelig verschil van € 0,11 mln. Dit verschil in 2024 heeft betrekking op:
- Het Ruimtelijk Voorstel dat eind 2023 is aangeboden aan het Rijk vormt de opmaat naar een aanpassing van POVI en Omgevingsverordening in 2024/2025. Het Ruimtelijk Voorstel vormt ook de basis voor een integraal ruimtelijk arrangement met het Rijk. Bijzondere aandacht daarbij is ervoor uitvoerings- en investeringsafspraken met het Rijk met oog op de ontwikkeling van de NOVEX-gebieden De Peel en Zuid-Limburg, in aanvulling op en versterking van de afspraken die al via sectorale tafels worden gemaakt.
- De gemaakte proces- en managementkosten zijn conform eerdere afspraak zoveel mogelijk op de SPUK- en procesmiddelen NOVEX de Peel geboekt. Het restant van deze SPUK- en procesmiddelen, alsmede DU-middelen NOVEX de Peel zullen worden ingezet in 2025, zoals opgenomen in het werkplan NOVEX de Peel 2025. Voor de realisatie van de genoemde producten in 2025 wordt het restantbedrag van € 0,53 mln. overgeboekt naar 2025. Daarnaast hebben we bij de decembercirculaire 2024 via een DU Ondersteuning provincies opstellen ruimtelijk arrangement een (NOVEX) een bedrag van € 0,08 mln. ontvangen. Dit bedrag wordt ook overgeboekt naar 2025;
- Het traject van actualisering van de POVI loopt van zomer 2024 tot eind 2025. Dit is vastgelegd in het plan van aanpak dat op 26 maart 2024 door GS is vastgesteld. De opstelling van een planMER vormt een verplicht onderdeel van dit traject. Voorzien was in de planning dat de opstelling van dit MER deels in 2024 en deels in 2025 zou plaatsvinden. Vanwege de marktomstandigheden heeft de aanbesteding veel meer tijd in beslag genomen dan beoogd en kon pas in 2025 daadwerkelijk met opstelling van het MER begonnen worden. Het restantbedrag in 2024 van € 0,11 mln. wordt overgeboekt naar 2025;
- Ten behoeve van de realisatie van het Windpark Greenport Venlo hebben PS op 28 september 2018 een provinciaal inpassingsplan (PIP) vastgesteld. Dit PIP vormde de planologische basis voor de oprichting van 9 windturbines en een inkoop- en onderstation. Ook vormde dit PIP de juridisch planologische grondslag voor een eventuele tegemoetkoming in planschade en nadeelcompensatie. Om deze reden kunnen GS worden aangemerkt als bevoegd gezag. Planschadeverzoeken konden worden ingediend tot 5 jaar na het onherroepelijk worden van het PIP. De uiterste termijn voor het indienen van planschadeverzoeken betrof daarmee 18 december 2024. Een tweetal planschadeverzoeken waren reeds ingediend in 2020 en 2022 en zijn destijds afgehandeld. Op de valreep zijn voor het aflopen van de genoemde 5-jaars termijn eind 2024, 24 planschadeverzoeken ingediend bij de provincie Limburg. De kosten voor de planschade adviescommissie, planschadeanalyse en andere proceskosten zijn voor de provincie Limburg als bevoegd gezag. Het restantbedrag 2024 € 0,09 mln. wordt overgeboekt naar 2025;
- Onderzoek ontwikkellocatie Oostflank Brunssum: destijds is € 0,40 mln. beschikbaar gesteld voor onderzoeken naar een invulling van dit gebied. Dit proces loopt nog, het restantbudget € 0,21 mln. moet hiervoor behouden blijven in 2025.
Om te voldoen aan onze verplichtingen en verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken, wordt € 1,02 mln. gefaseerd naar 2025 of verder via de overboekingsvoorstellen
Kwaliteit (indicator)
GroenTijd (indicator)
GroenGeld (indicator)
Groen -
Omschrijving (label)
Jaarstukken 2024Kwaliteit
- De acties uit het Actieprogramma bodem en ondergrond 2024 zijn uitgevoerd;
- Regie op de uitvoering van de met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat afgesproken beheersmaatregelen;
- Het Actieplan Nazorg Steenkoolwinning 2024-2025 is opgesteld en hierin beschreven werkzaamheden worden uitgevoerd.
Tijd
- De werkzaamheden zoals omschreven in het Actieprogramma bodem en ondergrond 2024 zijn conform planning uitgevoerd;
- De regie op de met het Rijk afgesproken beheersmaatregelen duurt, gelet op het voortduren van de na-ijlende effecten steenkoolwinning, nog geruime tijd voort;
- Het Actieplan Nazorg Steenkoolwinning is conform planning opgesteld; de hierin beschreven werkzaamheden worden conform planning uitgevoerd.
Geld
Voor de uitvoering van het product 5.1.4. Bodem en ondergrond zijn in 2024 de lasten begroot op € 4,73 mln. De werkelijke realisatie 2024 bedraagt € 1,20 mln. Hierdoor ontstaat er een voordelig verschil van € 3,53 mln. Dit verschil in 2024 heeft betrekking op:
- De vastgestelde Agenda bodem en ondergrond 2024-2030: deze agenda anticipeert op de uitdagingen/ bodemopgaven, het veranderende speelveld en verschaft inzicht in de ambitie en doelen van de Provincie voor de komende jaren op het gebied van bodem en ondergrond. Elk jaar wordt een Actieprogramma bodem en ondergrond vastgesteld. In 2024 zijn een aantal acties gestart welke doorlopen in 2025. Daarnaast zijn de Rijksmiddelen SPUK Pfas Broninventarisatie en diffuus lood Geuldal op basis van doorlopende afspraken met het Rijk meerjarig ter beschikking gesteld. Het resterend bedrag in 2024 van € 0,25 mln. wordt overgeboekt naar 2025;
- Actieplan Nazorg steenkoolwinning 2024-2025: de werkzaamheden in het kader van mijnbouwschade zijn vastgelegd in het Actieplan Nazorg steenkoolwinning 2024-2025. In 2024 zijn niet alle middelen ingezet. Het restant van € 0,04 mln. wordt toegevoegd aan de reserve DU Naijl-effecten steenkoolwinning. Daarnaast vindt in 2025 afronding overdracht eigendom huizen Gulikstraat Kerkrade naar de gemeente Kerkrade plaats. Tot die tijd zijn procesmiddelen nodig voor o.a. het huren van hekwerken voor het borgen van de veiligheid in de straat. Het restantbedrag in 2024 van € 0,02 mln. wordt overgeboekt naar 2025. Via het Rijk hebben we bij de decembercirculaire 2024 een bedrag van € 2,70 mln. ontvangen voor het uitvoeren van een pakket aan technische maatregelen in het kader van na-ijlende effecten van steenkolenwinning en voor het monitoren van de stijging van het mijnwater. Dit bedrag wordt ook overgeboekt naar 2025;
- Grondsanering De Straat in Roermond: vanwege vertraging in het verkrijgen van de benodigde vergunningen voor dit project is een in 2024 geplande afvoer van sterk verontreinigde grond niet doorgegaan. De afvoer gaat nu in 2025 plaatsvinden, waardoor in 2025 de grondsanering weer opgepakt kan worden. Het restantbedrag in 2024 van € 3,16 mln. wordt overgeboekt naar 2025;
- Plan van aanpak bodemsanering Chemelot: de beschikbare middelen zijn niet volledig besteed. In het kader van het geactualiseerde saneringsplan Duurzaam Bodembeheer Chemelot (DBC) is met DSM tot op heden een discussie gaande ten aanzien van het door DSM garant te stellen bedrag. In het kader hiervan wordt door ons externe expertise ingehuurd voor het maken en controleren van hiervoor benodigde doelvermogen berekeningen. Dit is nog tot in 2025 doorlopend. Verwacht wordt dat in het voorjaar 2025 tot overeenstemming wordt gekomen met DSM ten aanzien van het garantstellings-bedrag. Het restantbedrag in 2024 van € 0,01 mln. wordt overgeboekt naar 2025.
Om te voldoen aan onze verplichtingen of verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken wordt € 6,14 mln. gefaseerd naar 2025 of verder via de overboekingsvoorstellen.
Kwaliteit (indicator)
GroenTijd (indicator)
GroenGeld (indicator)
Oranje
Wat heeft het ons gekost?
Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Wat heeft het ons gekost?Voor het realiseren van de jaarplannen van dit programma bedragen de werkelijke uitgaven in 2024 € 14,09 mln. en dit is € 14,60 mln. lager dan de gewijzigde begroting 2024.
De belangrijkste verschillen hebben vooral betrekking op:
- "leefbare steden en dorpen", een voordelig verschil van € 8,40 mln. Dit verschil heeft vooral betrekking op de subsidies met betrekking tot de samenwerkingagenda's met gemeenten en het leefbaarheidsfonds;
- het onderdeel "toekomstige woonruimte" resteert een saldo van € 2,56 mln. bestaande uit Specifieke uitkeringen en subsidieregelingen;
- bodem en ondergrond € 3,53 mln., eveneens vooral onderbesteding bij Specifieke uitkeringen.
Omdat een aanzienlijk deel van deze lasten door bijvoorbeeld specifieke uitkeringen wordt gedekt, zijn ook de baten € 7,55 mln. achtergebleven ten opzichte van de begroting en wordt er minder uit de reserves ingezet als dekkingsmiddel (€ 3,17 mln.).
Het gevolg is dat het verwachte financiële tekort op dit programma ad € 43,25 mln. (dat uit de algemene dekkingsmiddelen wordt gedekt), € 11,43 mln. lager uitvalt, hetgeen het financiële resultaat voordelig beïnvloed.
Voor de verdere uitvoering van bestaand beleid wordt € 15,86 mln. gefaseerd naar 2025 e.v. via de overboekingsvoorstellen, zie hoofdstuk ‘Doorwerking naar begroting 2025-2028’.
De financiële afwijkingen tussen de begroting en de realisatie bij de verschillende producten zijn toegelicht bij "Wat gaan we daarvoor doen?", onderdeel ‘Geld’.
Verbonden partijen inzake Leefbare steden en dorpen
Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Verbonden partijen inzake Leefbare steden en dorpenIBA Parkstad spitste zich in de periode 2016 - 2022 specifiek toe op de realisatie van een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat in de Parkstadregio in Zuid-Limburg, middels ondersteuning van toonaangevende projecten. Deze verbonden partij handelt thans de afwikkeling van de laatste projecten af, die naar verwachting nog tot in 2027 zullen doorlopen.