Status activiteiten

Baten en lasten 2023

Baten en lasten 2023

Status activiteiten

Overzicht baten en lasten 2023

Interactieve programmarekening 2023

Terug naar navigatie - Interactieve programmarekening 2023

In onderstaande tabel is de provinciale exploitatierekening opgenomen (in bedrijfseconomische termen wordt gesproken over de verlies en winstrekening). De baten en lasten zijn hierbij toegerekend aan het jaar waar ze betrekking op hebben. De tabel is tot op product-niveau uit te klappen. 

Bedragen x €1.000
Exploitatie Primitieve begroting 2023 Begroting na wijzigingen 2023 Realisatie 2023 Verschil tussen begroting en realisatie 2023
Lasten
1 Regionale economie 45.176 92.854 48.162 44.693
2 Cultuur en maatschappij 59.232 80.921 60.875 20.046
3 Regionale bereikbaarheid en openbaar vervoer 155.925 172.902 135.694 37.207
4 Ruimtelijke ontwikkeling 12.039 38.708 49.757 -11.049
5 Milieu, energie en klimaat 23.942 41.887 29.624 12.263
6 Landelijk gebied 89.881 138.560 94.937 43.623
7 Kwaliteit openbaar bestuur 23.337 29.535 23.655 5.880
8 Financiën en overhead 80.946 51.467 43.288 8.179
Totaal Lasten 490.478 646.834 485.991 160.843
Baten
1 Regionale economie 7.932 41.873 16.115 25.758
2 Cultuur en maatschappij 6.182 6.182 6.400 -218
3 Regionale bereikbaarheid en openbaar vervoer 18.586 21.324 13.031 8.293
4 Ruimtelijke ontwikkeling 1.600 3.137 6.604 -3.467
5 Milieu, energie en klimaat 2.415 7.015 3.440 3.576
6 Landelijk gebied 26.226 60.568 44.907 15.662
7 Kwaliteit openbaar bestuur 668 922 840 82
8 Financiën en overhead 364.206 403.014 411.348 -8.334
Totaal Baten 427.815 544.036 502.684 41.351
Saldo van baten en lasten -62.663 -102.799 16.693 -119.492
Stortingen
1 Regionale economie 7.363 12.361 14.776 -2.415
2 Cultuur en maatschappij 0 0 0 0
3 Regionale bereikbaarheid en openbaar vervoer 34 3.918 3.918 0
4 Ruimtelijke ontwikkeling 0 142 142 0
5 Milieu, energie en klimaat 0 1.115 1.115 0
6 Landelijk gebied 0 1.589 1.589 0
7 Kwaliteit openbaar bestuur 0 0 0 0
8 Financiën en overhead 33.319 120.675 125.629 -4.954
Totaal Stortingen 40.717 139.800 147.168 -7.368
Onttrekkingen
1 Regionale economie 5.208 7.548 11.354 -3.806
2 Cultuur en maatschappij 1.483 1.483 1.483 0
3 Regionale bereikbaarheid en openbaar vervoer 19.129 42.028 15.149 26.879
4 Ruimtelijke ontwikkeling 0 2.252 29.504 -27.252
5 Milieu, energie en klimaat 0 3.446 737 2.709
6 Landelijk gebied 13.472 27.811 6.853 20.958
7 Kwaliteit openbaar bestuur 0 0 0 0
8 Financiën en overhead 73.895 175.613 175.537 75
Totaal Onttrekkingen 113.188 260.181 240.618 19.563
Saldo mutatie reserves 72.472 120.381 93.450 26.931

Toelichting op het overzicht van baten en lasten 2023

In de programmaverantwoording van de jaarstukken zijn aan de hand van de 3e W-vraag en de variabele geld de financiële afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde Programmabegroting 2023 reeds toegelicht. Daarom wordt hier volstaan met een toelichting op hoofdlijnen. 

Resultaat 2023

Het boekjaar 2023 is afgesloten met een voordelig financieel resultaat van € 110,14 mln. Dat is ruim € 92,56 mln. meer dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door onderuitputting op de diverse programmabudgetten. In algemene zin zijn de provinciale programma- en projectbudgetten financieel lastig te programmeren vanwege de afhankelijkheid van derden. De onderuitputting komt in de resultatenrekening tot uitdrukking in de lasten.  

Baten en Lasten

Ten opzichte van de begroting zijn de werkelijke lasten lasten  (€ 485,99 mln.) ruim € 160,84 mln. lager dan begroot (€ 646,83 mln.).  Wat opvalt is dat er bijna € 70 mln. aan niet gerealiseerde projectsubsidies naar 2024 en verder moet worden overgeheveld. Ook leiden veel specifieke uitkeringen tot onderbesteding. Voor deze geldstromen en de juiste lastneming in het betreffende jaar zijn wij sterk afhankelijk van informatie van buiten de organisatie. En veel van deze informatie komt pas ultimo boekjaar beschikbaar of erna, waarbij bijstelling van de begroting niet meer mogelijk is.  

Er is financieel-technisch geen concrete bijdrage aan de taakstelling begroot. Dit zorgt voor een nadelig resultaat van € 10 mln. Wij merken daarbij op dat in de Najaarsnota 2023 wel ruimte is gecreëerd, maar dat in afwachting van het proces tot invulling deze bijdrage in het financiële resultaat is geland. Anderzijds is er sprake van een voordelig resultaat uit voorgaande dienstjaren van € 10 mln. Ook zijn de personele lasten bijna € 6 mln. lager uitgevallen dan begroot. Enerzijds als gevolg van vacatureruimte, maar anderzijds is een substantieel deel te verklaren uit het declareren op specifieke uitkeringen.

In de gerealiseerde programmalasten valt op dat het programmabudget 4 Ruimtelijke ontwikkeling een overschrijding kent (€ 11,05 mln.). Dit wordt met name veroorzaakt door een financiële afwaardering van gronden in het majeure project Ooijen Wanssum ter grootte van € 27,25 mln. Dit wordt volledig gedekt uit de daarvoor bestemde reserve en past daarmee in het bestaande beleid van  dit project. Zonder deze post is er sprake van onderbesteding op nagenoeg alle programmabudgetten. Dit leidt in het voorstel tot bestemming van het resultaat 2023 tot overboekingsvoorstellen naar 2024 en verder om programma's en projecten financieel af te handelen. 

Het verschil tussen de begroting bij de baten (€ 544,04 mln.) en de werkelijke realisatie (€ 502,68 mln.) bedraagt € 41,35 mln. Deze baten bewegen deels mee met de lasten. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij specifieke uitkeringen, waarbij de lasten en baten meestal aan elkaar gelijk zijn. Belangrijke verschillen die het financiële resultaat beïnvloeden zijn opbrengsten uit dividenden van de campussen in programma 1 Regionale economie. Er is € 3,28 mln. meer gerealiseerd dan begroot. Daarnaast valt het voordelige verschil in de baten op in programma 8 Financiën en overhead (€ 8,33 mln.). Dit wordt met name veroorzaakt door renteopbrengsten, dankzij de gunstige renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt.  

Mutaties reserves

In totaal wordt bijna € 147,17 mln. toegevoegd aan de reserves. Dat is € 7,37 mln. meer dan begroot (€ 139,80 mln.) De belangrijkste oorzaak zit in reserveringen die wij doen ter afdekking van financiële risico's die wij lopen in onze financieel vaste activa zoals deelnemingen en leningen. Dit in lijn met het beleidskader Sturing in Samenwerking 3.0.

Er wordt in 2023 € 240,62 mln. onttrokken aan de reserves. Dat is  € 19,56 mln. minder dan begoot (€ 260,18 mln.). De meeste reserves bewegen mee met de lasten. Wordt er minder uitgegeven, hoeft er ook minder uit de reserve te worden onttrokken. Hierbij valt op dat bij het programma 1 Regionale economie meer onttrokken wordt dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door aanwending van de risicoreserve Financieel instrumentarium Sturing in Samenwerking om afwaarderingen te dekken (€ 4,63 mln.). 

Daarnaast is ook de dekking van de eerder genoemde financiële afwaardering van gronden Ooijen-Wanssum zichtbaar in het programma 4 Ruimtelijke ontwikkeling ad € 27,25 mln.

Voor- en nadelige verschillen in baten en lasten per programma: top 5

In onderstaande tabel zijn de grootste afwijkingen in de budgetten in de vorm van een Top 5 per programma zichtbaar gemaakt. Zowel voor- als nadelig.  Wij merken hierbij op dat met name specifieke uitkeringen tot aanzienlijke verschillen leiden, net als meerjarige projectsubsidies.  Veel van de informatie over daadwerkelijke realisatie is pas ultimo boekjaar beschikbaar.  Voor een uitbereide toelichting op de verschillen per programma incl. oorzaak-gevolg verwijzen wij naar de 3e W-vraag: “Wat heeft het gekost? Bij de begrotingsprogramma’s en de variabele Geld bij de toelichting op de beleidsproducten als onderdeel van KTG: Kwaliteit, Tijd en Geld.  

Tenslotte merken wij op dat deze afwijkingen in de baten en lasten niet per definitie leiden tot een voor- of nadelig resultaateffect. Deze verschillen geven inzicht in de afwijkingen ten opzichte van de begroting voordat er egalisatie met de bestemmingsreserves heeft plaatsgevonden of dat de werkelijke bijdragen van derden als inkomstenbron zijn meegerekend. 

Programma Lasten x € 1.000 Baten x € 1.000
1 Regionale economie Top 5 voordelige afwijkingen
112 SPUK omzetderving watersnoodramp 2021 18.524 113 Aanwending risicoreserve SIS 4.626
123 T1-P1 Brightl. Institute Future of Farming 9.777 114 Vergoeding NEDAB-kosten luchthaven MAA 1.965
113 University College 2.700 114 Dividend NV HBLM 1.316
123 T1-P42 Brightlands Next Generation Farming 2.135 113 Dividend Chemelot Participaties BV 835
111 Procesmiddelen Einstein Telescope 1.919 113 Dividenden Greenport Venlo 704
Top 5 nadelige afwijkingen
113 Kapitaallasten `reserve SIS` -3.726 112 SPUK omzetderving watersnoodramp 2021 -18.524
114 Toevoeging risicoreserve SIS -1.316 123 T1-P1 Brightl. Institute Future of Farming -7.325
111 Toevoeging reserve knelpunten econ. beleid -939 123 T1-P42 Brightlands Next Generation Farming -1.601
113 Kapitaallasten -900 123 T1-P24 Shared Facilities R&D productontw. -975
122 LLA-2: Circulair produceren -386 123 T1-P21 Poultry Research Center -750
2 Cultuur en maatschappij Top 5 voordelige afwijkingen -
222 Bijdrage aan grote projecten 3.293 222 Limburgse taal 75
222 Subs. Regeling Kerkenprogramma 2.446 222 DU Gebiedsbiografie 41
211 SAL `20-`23 lijn 4 Vitale gemeenschappen 1.724 212 DU Aanpak vakantieparken 40
222 Inspelen op incidentele ontwikkelingen 1.544 222 Via Belgica 37
222 Subs. Regeling Monulisa 1.427 222 Actualisatie Cultuurhistorische Waardenkaart 26
Top 5 nadelige afwijkingen
211 SAL `20-`23 lijn 3 Vitaal meedoen -1.967 N.v.t. -
211 SAL `20-`23 Subsidieregeling Sociale Agenda -1.270 -
221 Bonnefantenmuseum -338 -
221 Limburgs Museum Venlo -184 -
221 Stichting Discovery Museum -161 -
3 Regionale bereikbaarheid en OV Top 5 voordelige afwijkingen
321 CEF1 Rhombus Works partners 8.014 321 SPUK Versterking havenvoorziening 250
321 SmartwayZ.NL 7.219 311 Bijdrage Gelderland in OV-concessie 149
322 Beleidskader Fiets: Fietsprojecten 6.047 311 SPUK exploitatie sneltrein MHA 128
312 Inframaatregelen Weert-Hamont 4.000 324 Schade aan provinciale wegen (declarabel) 127
311 Herinrichting stationsomgeving Venray 1.946 321 Slim, veilig, duurzaam 103
Top 5 nadelige afwijkingen
324 OMOP verhardingen -879 321 Aanwending reserve Bereikbaarheidsmiddelen -12.902
324 Schade aan provinciale wegen (declarabel) -338 321 CEF1 Rhombus Works partners -8.014
324 Gladheidsbestrijding -295 322 Aanwending reserve Bereikbaarheidsmiddelen -6.857
321 SPUK Versterking havenvoorziening -250 312 Aanwending reserve Bereikbaarheidsmiddelen -4.000
324 Incidentmanagement -166 311 Aanwending reserve Bereikbaarheidsmiddelen -2.318
4 Ruimtelijke ontwikkeling Top 5 voordelige afwijkingen
441 Systeemmaatregel Well 4.000 441 Aanwending reserve DU Ooijen-Wanssum 27.252
412 Samenwerkingsagenda gemeente Venlo 3.000 431 Erfpachtcanon 1.495
412 Samenwerkingsagenda gemeente Beekdaelen 1.900 431 Vrijval lening Min.EZ inzake BIE IPS/YARD 1.079
441 MP Voorfinanciering hoogwatermaatregelen 1.500 441 Procesmiddelen verkenningsfase WRL 1.000
413 Center Court voor Gezondheid 1.357 431 DU Novex 300
Top 5 nadelige afwijkingen
441 Kapitaallasten -27.252 421 SPUK Flex. inzet onderst. woningbouw 2e tranch -680
413 Compensatie overdrachtsbel. Regiodeal Parkstad -1.752 421 SPUK Woondeals -244
431 Voorziening BIE IPS/Yard -1.079 431 SPUK NOVI Zuid-Limburg -62
441 Procesmiddelen verkenningsfase WRL -635 431 Tegenrekening exploitatie grondprojecten -32
441 Procesmiddelen Maasdal -162 421 SPUK Flex. inzet ondersteuning woningbouw -8
5 Milieu, energie en klimaat Top 5 voordelige afwijkingen
514 Afvoer grondsanering de Straat Roermond 3.212 514 Aanw. Reserve DU Naijl-effecten mijnbouw 580
511 PES2 - OPZuid energieopslag en -omzetting 1.626 515 Legesopbrengst omgevingsvergunningen 443
511 SPUK Ontzorgingsprogr. maatsch. vastgoed 1.283 511 ELENA-bijdrage uitvoering Duurzaam Thuis 342
511 SPUK CDOKE 1.178 512 Interregproject Digital DeConstruction 53
511 SPUK Ontzorging maatsch. vastgoed 2e tranche 1.128 515 Groene Brigade 46
Top 5 nadelige afwijkingen
511 PES 2 - AL 4 Soc. eerlijke energietransitie -1.032 514 Aanwending reserve DU bodemsanering -3.289
514 Maatregelen na-ijl effect steenkoolwinning -580 511 SPUK Ontzorgingsprogr. maatsch. vastgoed -1.283
515 Provinciale bijdrage RUD-ZL -295 511 SPUK CDOKE -1.178
511 ELENA-bijdrage uitvoering Duurzaam Thuis -268 511 SPUK Ontzorging maatsch. vastgoed 2e tranche -1.128
511 Inhuur ivm uitvoering duurzaamheidsmaatr. -31 515 Leges vergunningen Wet Natuurbescherming 98 -284
6 Landelijk gebied Top 5 voordelige afwijkingen
612 N2000: subsidiebeschikkingen 16.443 612 L8 MGA-1 koopsom opstallen vrijgesteld 8.561
612 L16 SPUK Natuur subsidieregeling 13.230 612 L8 MGA-1 grondaankopen 4.246
612 L25 SPUK Versnelling transitie landel. gebied 12.020 612 L8 MGA-1 vergoeding sloopkosten belast 4.237
612 L16 SPUK Natuur uitv. overig kostprijsverh. 8.588 612 L8 SPUK MGA-1 Vergoeding productierechten 4.155
621 L7 SPUK Propositie Heuvelland 6.750 612 L24 SPUK Voorbereidingskosten Land. Gebied 3.355
Top 5 nadelige afwijkingen
612 L8 MGA-1 koopsom opstallen vrijgesteld -8.561 612 Aanwending reserve N2000 -18.666
612 L8 MGA-1 grondaankopen -4.246 612 L16 SPUK Natuur subsidieregeling -13.230
612 L8 MGA-1 vergoeding sloopkosten belast -4.237 612 L25 SPUK Versnelling transitie landel. gebied -12.020
612 L8 SPUK MGA-1 Vergoeding productierechten -4.155 612 L16 SPUK Natuur uitv. overig kostprijsverh. -8.588
612 L24 SPUK Voorbereidingskosten Land. Gebied -3.355 621 L7 SPUK Propositie Heuvelland -3.932
7 Kwaliteit openbaar bestuur Top 5 voordelige afwijkingen
713 Regiobranding Limburg 1.883 711 Aanpak weerbaar bestuur kleinere gemeenten 75
713 Maastricht Working on Europe fase 3 1.753 713 Management Autoriteit Interreg VA EMR 75
713 Europese cofinanciering 1.747 712 Fractievergoedingen 67
713 Procesgelden Nationale en Europese fondsen 681 712 Werkbudget Controlecommissie 20
713 Management Autoriteit Interreg VI 322 712 ICT-kosten PS 4
Top 5 nadelige afwijkingen
712 Doorberekende personeelskosten -494 713 Management Autoriteit Interreg VI -322
712 Toevoeging/vrijval voorziening APPA -211 -
712 Doorberekende pers. lst. vml bestuur -204 -
712 SIS webcast en notulen -104 -
712 R&V GS binnenland -95 -
8 Financien en overhead Top 5 voordelige afwijkingen
826 Afrek. VDJ gerelateerd aan rekeningsaldo 11.853 825 Renteopbrengst looptijd<1 jaar 2.693
826 Stelpost onverdeelde personeelskosten 2.632 825 Rente leningen u/g decentrale overheden 2.489
826 Stelpost GLB/NSP (Voorjaarsnota 2022) 2.373 825 Rente uitzettingen publieke taak 1.858
811 Doorberekende personeelskosten (overhead) 1.379 811 Declarabele ICT-kosten RUD-ZL 579
827 Reservering voor onvoorziene uitgaven 691 826 Afrek. VDJ gerelateerd aan rekeningsaldo 351
Top 5 nadelige afwijkingen
826 Taakstelling Coalitieakkoord 2023-2027 -10.000 821 Motorrijtuigenbelasting -92
826 Toevoeging risicoreserve SIS -4.683 811 Aanwending reserve POB -75
826 Onderuitputting (algemeen) -1.400 811 Externe ontvangsten (declarabele kosten) -74
811 Stelpost generieke taakstelling overhead -800 822 Uitkering uit provinciefonds -72
811 Computersystemen en -apparatuur -693 811 Huur/lease/supplies repro -17

Overzicht van baten en lasten 2023 in vergelijking met 2022

In onderstaande tabel is de programmarekening 2023 opnieuw gepubliceerd, maar dan inclusief de geconverteerde jaarschijf 2022. Dit om een vergelijking mogelijk te maken.  Vanwege een andere begrotingsstructuur is een geautomatiseerde interactieve tabel niet mogelijk.

De verschillen ten opzichte van 2022 zijn vooral incidenteel van aard. Uit meerjarige analyses blijkt dat de structurele budgetten weinig  relevante afwijkingen kennen, maar de incidentele programma/projectbudgetten juist wel. Veel van deze budgetten zijn doorgeschoven van 2022 naar 2023 en veroorzaken verschillen en fluctuaties tussen de jaarschijven. 

€ x 1.000
Begrotingsprogramma Lasten Baten Saldo van baten en lasten
Omschrijving Realisatie 2022 Begroting ná wijzigingen 2023 Realisatie 2023 Verschil begr. en realisatie 2023 Realisatie 2022 Begroting ná wijzigingen 2023 Realisatie 2023 Verschil begr. en realisatie 2023 Realisatie 2022 Begroting ná wijzigingen 2023 Realisatie 2023 Verschil begr. en realisatie 2023
1. Regionale economie 51.092 92.854 48.162 44.693 14.088 41.873 16.115 25.758 -37.004 -50.981 -32.047 -18.934
2. Cultuur en maatschappij 61.309 80.921 60.875 20.046 7.936 6.182 6.400 -218 -53.373 -74.740 -54.475 -20.264
3. Regionale bereikbaarheid en OV 128.431 172.902 135.694 37.207 14.025 21.324 13.031 8.293 -114.406 -151.578 -122.663 -28.915
4. Ruimtelijke ontwikkeling 54.873 38.708 49.757 -11.049 21.279 3.137 6.604 -3.467 -33.594 -35.570 -43.152 7.582
5. Milieu, energie en klimaat 27.970 41.887 29.624 12.263 3.769 7.015 3.440 3.576 -24.201 -34.872 -26.184 -8.688
6. Landelijk gebied 54.164 138.560 94.937 43.623 41.439 60.568 44.907 15.662 -12.725 -77.992 -50.030 -27.962
7. Kwaliteit openbaar bestuur 20.305 29.535 23.655 5.880 2.909 922 840 82 -17.396 -28.613 -22.815 -5.798
8. Financiën en overhead 42.423 51.467 43.288 8.179 333.271 403.014 411.348 -8.334 290.848 351.547 368.060 -16.513
Totaal baten lasten en saldo 440.567 646.834 485.991 160.843 438.716 544.036 502.684 41.351 -1.851 -102.799 16.693 -119.492
29 Mutatie reserves 306.347 139.800 147.168 -7.368 437.201 260.181 240.618 19.563 130.854 120.381 93.450 26.931
Totaal en resultaat 746.914 786.634 633.159 153.475 875.916 804.217 743.302 60.914 129.002 17.583 110.143 -92.561

Categorische verschillenanalyse

Verschillenanalyse op basis van categorieën

Als aanvulling op de toelichting van baten en lasten en de top 5 verschillen is in deze paragraaf een indeling gemaakt naar de reguliere middelen, kapitaallasten, personele lasten, resultaten voorgaande dienstjaren, taakstelling en mutaties reserves. Op basis van deze dwarsdoorsnedes wordt inzichtelijk gemaakt hoe deze categorieën het resultaat beïnvloeden. 

Belangrijkste afwijkingen ten opzichte van het begrote resultaat 2023

Onderstaande grafiek geeft inzicht in de resultaateffecten van diverse gesaldeerde middelenstromen (uitgaven minus inkomsten). Deze worden in deze paragraaf nader toegelicht.

 

Resultaateffecten per programma

Onderstaande tabel specificeert het financiële resultaat uit de gesaldeerde middelenstromen per programma. Het totale verschil met resultaateffect ten opzichte van de (Gewijzigde) Programmabegroting 2024 bedraagt € 96,29 mln. 

 

Begrotingsprogramma Resultaatafwijkingen gerubriceerd op hoofdlijnen x € 1.000
Code Omschrijving Reguliere middelen Personele lasten Kapitaallasten Voorgaande dienstjaren Taakstelling Toevoegingen reserves Aanwendingen reserves Afwijking resultaat 2023
1 Regionale economie 23.343 218 -4.626 0 0 -2.415 3.806 -20.326
2 Cultuur en maatschappij 20.103 162 0 0 0 0 0 -20.264
3 Regionale bereikbaarheid en OV 28.266 589 60 0 0 0 -26.879 -2.036
4 Ruimtelijke ontwikkeling 19.391 279 -27.252 0 0 0 27.252 -19.670
5 Milieu, energie en klimaat 8.280 407 0 0 0 0 -2.709 -5.979
6 Landelijk gebied 26.975 986 0 0 0 0 -20.958 -7.003
7 Kwaliteit openbaar bestuur 6.284 -486 0 0 0 0 0 -5.798
8 Financiën en overhead 12.444 4.125 -60 10.804 -10.800 -4.954 -75 -11.484
Resultaateffecten 145.087 6.279 -31.879 10.804 -10.800 -7.368 -19.563 -92.561

Resultaateffect reguliere middelen

De reguliere middelen zijn opgebouwd uit de budgetten waaruit de bestedingen worden betaald of de inkomsten die wij op deze budgetten verkrijgen. Per saldo is sprake van een resultaateffect van € 145,09 mln.  Voor een uitbereide toelichting op de verschillen per programma incl. oorzaak-gevolg verwijzen wij naar de 3e W-vraag: “Wat heeft het gekost? Bij de begrotingsprogramma’s en de variabele Geld bij de toelichting op de beleidsproducten als onderdeel van KTG: Kwaliteit, Tijd en Geld.  Ook geeft het in deze jaarstukken opgenomen  hoofdstuk over de bestemming van het resultaat inzichten in welke middelen niet besteed zijn in 2023, nog nodig zijn, en dus moeten worden overgeboekt.  

 

Personele lasten in begrotingsprogramma's

De personele kosten laten een voordelig verschil zien van € 6,28 mln. Dit resultaat bestaat uit:
•      € 6,32 mln. lagere personeelskosten begrotingsprogramma’s door niet ingevulde vacature-   
  ruimte ad € 2,80 mln. en hogere (incidentele) inkomsten ad € 3,52 mln. uit de SPUK L24   
  Programma Natuur en de SPUK L32 Uitvoering aanpak piekbelasting;
•      € 0,06 mln. lagere kosten GS;
•      € 0,11 mln. lagere kosten voormalig personeel;
•    - € 5.000 hogere kosten Griffie; 
•    - € 8.000 hogere kosten PS;
•    - € 0,20 mln. hogere kosten voormalig bestuur. Deze hogere kosten worden opgevangen 
   binnen het positieve resultaat van product 7.1.2 bestuurskracht en overige      
   bestuurlijke zaken.

De ambities uit het coalitieakkoord en de toename van de wettelijke taken vraagt om versterking van de ambtelijke organisatie. Meer concreet gaat het om een verdieping van de vakinhoudelijke deskundigheid, het versterken van de externe betrokkenheid (lobbywerk, grensoverschrijdende samenwerking, Europese fondsen) en optimaliseren van het gebruik van data en kennis in het werk. Om deze transformatie van de organisatie en de werving van geschikt personeel in de huidige arbeidsmarkt te ondersteunen wordt het restant Personeelskosten begrotingsprogramma’s overgeheveld naar 2024.

€ x 1.000
primitieve begroting 2023 Begrotingswijzigingen Begroting ná wijziging 2023 Realisatie 2023 Verschil begroting/realisatie
Personeelskosten en bezoldiging GS/PS
Personeelskosten begrotingsprogramma's 91.985 91.985 85.661 6.324
GS 1.102 1.102 1.043 59
Griffie 1.266 1.266 1.271 -5
PS 1.000 240 1.240 1.248 -8
Totaal actief 95.353 240 95.593 89.223 6.370
Voormalig personeel/niet-actieven 445 445 332 113
Voormalig bestuur 375 375 579 -204
Totaal passief 820 0 820 911 -91
Totaal 96.173 240 96.413 90.134 6.279

Kapitaallasten

In de begroting 2023 was rekening gehouden met de normale afschrijvingen op de provinciale bezittingen ad € 17,95 mln. De realisatie komt nagenoeg overeen.

Additioneel is er sprake van afwaarderingen van zowel financieel vaste activa in het programma 1 Regionale economie (€ 4,63 mln.) als gronden Ooijen-Wanssum in het programma 4 Ruimtelijke ontwikkeling (€ 27,25 mln.). De totale kapitaallasten bedragen in 2023 daarmee € 49,83 mln.

Met betrekking tot de waarderingen van de financieel vaste activa verwijzen wij zowel naar de paragraaf portfoliomanagement alsmede de paragraaf verbonden partijen. Verder zijn deze waarderingen terug te vinden in de toelichting op de provinciale balans.

Op voorhand is lastig in te schatten of er sprake zal zijn van duurzame waardeverminderingen, omdat veel gegevens pas ultimo boekjaar bekend zijn. Dit risico is echter afgedekt met daarvoor ingestelde bestemmingsreserves. Door deze extra lasten hieruit te dekken, wordt het resultaat van de provinciale jaarrekening 2023 niet beïnvloed.  De "pijn" van reservering en risicoafdekking  is immers al eerder genomen.  Afwaarderingen  van financieel vaste activa worden gedekt uit voorzieningen of de risicoreserve Financieel Instrumentarium Sturing in Samenwerking. De afwaardering van gronden uit het project Ooijen-Wanssum wordt gedekt uit de bestemmingsreserve DU Ooijen-Wanssum.

 

Resultaat voorgaande dienstjaren

In de begroting 2023 is geen raming opgenomen voor resultaten voorgaande dienstjaren. Deze post levert daarmee een voordelig resultaat van ruim € 10,8 mln. op. Dit betreft vooral vrijval uit subsidie-afrekeningen, definitieve afrekeningen met partners in trajecten en opschoonacties balansposten. De omvang van deze post ligt redelijk in lijn met eerdere jaren.

Taakstelling coalitieakkoord

Ten opzichte van de begroting is er een nadelig effect van € 10 mln. 

In het coalitieakkoord is rekening gehouden met een generieke taakstelling van € 50 mln. Aanvullende financiële ruimte door meevallers wordt op integrale afwegingsmomenten (begroting, voorjaarsnota, najaarsnota, jaarstukken) met instemming van PS (resultaat bestemming) met voorrang ingezet voor de in te vullen taakstelling.  De financiële taakstelling is bij de Najaarsnota 2023 gelijkmatig over 5 jaren verdeeld. Bij de Najaarsnota 2023 is er ook financiële ruimte gecreëerd bij het kritisch doorlichten van de begroting. Dit heeft geleid tot een extra resultaat van € 5 mln. Maar dit is vooruitlopend op nadere inkleuring en kaderstelling nog niet aan de taakstelling toegevoegd.  Hetgeen heeft geleid tot het nadelige effect. Met de lagere lasten en meevallers wordt dit resultaat volledig opgevangen. Met het behalen van het voordelige resultaat is in dit kader simpelweg minder uitgegeven. En minder uitgeven kan ook worden gezien als bezuinigen.

Toevoeging reserves

Per saldo is er bijna € 7,39 mln. meer toegevoegd aan reserves dan oorspronkelijk begroot.  Dit is nadelig voor het resultaat 2023. Dit betreft:

Regionale economie € 2,41 mln. meer toegevoegd

  • het egaliserende effect van knelpunten economisch beleid €  0,94 mln. Overschotten worden conform beleid verrekend met deze reserve;
  • de toevoeging aan de risicoreserve Financieel Instrumentarium t.b.v. GPV ad € 0,16 mln.  De hogere storting in de reserve SIS is in lijn met het PS besluit van 10 februari 2023;
  • de toevoeging aan de risicoreserve Financieel Instrumentarium t.b.v. MAA ad € 1,31 mln. De restitutie NEDAB-vergoeding valt vrij ten gunste van het jaarrekeningresultaat. De dividend bijdrage wordt gestort in de risicoreserve SIS. Dit laatste is in lijn met het statenbesluit van 16 december 2022.

Financiën en overhead € 4,95 mln. meer toegevoegd

  • de toevoeging aan de reserve Persoonlijk ontwikkelbudget € 0,27 mln. Dit betreft een egaliserende reserve;
  • de toevoeging aan de risicoreserve SIS ad € 4,68 mln. Dit is gebeurd op basis van het beleidskader Sturing in Samenwerking 3.0 waarbij deze reserve  op de nodige hoogte is gebracht.

 

Aanwending reserves

Per saldo is € 20,31 mln. minder aangewend dan begroot. Dit is een nadelig effect op het resultaat, maar kan grotendeels worden verklaard doordat bestemmingsreserves dienen ter dekking van diverse lasten in de begroting. Omdat de bestedingen lager zijn dan begroot, wordt analoog de aanwending van de reserves ook minder. Andersom kan ook gelden. De meeste provinciale reserves hebben een egaliserend karakter.  Wij lichten de verschillen toe:

Regionale economie € 3,81 mln. meer ingezet

  • de egaliserende reserve is € 1,07 mln. minder aangewend dan begroot als gevolg van minder lasten;
  • de risicoreserve Financieel instrumentarium Sturing in Samenwerking  is voor € 4,88 mln. aangewend. Dat was niet begroot, maar staat in direct verband tot de noodzakelijke duurzame afwaarderingen op financieel vaste activa. Dit in lijn met het het beleidskader Sturing in Samenwerking 3.0.

Regionale bereikbaarheid en OV € 27,63 mln. minder ingezet

  • de reserve bereikbaarheidsmiddelen is € 27,43 mln. minder aangewend dan begroot.  Deze beweegt mee met de lasten uit de exploitatierekening;
  • de bruteringsreserve Ooijen-Wanssum is € 0,21 mln. minder aangewend dan begroot. Dit correspondeert met de werkelijke kapitaallasten;
  • de overige verschillen zijn het gevolg van afrondingsverschillen ten opzichte van de begroting.

Ruimtelijke ontwikkeling € 27,25 meer ingezet

  • om de hogere kapitaallasten als gevolg van de afwaardering van gronden te kunnen dekken is de reserve DO-Ooijen Wanssum ingezet voor € 27,25 mln.

Milieu, energie en klimaat € 2,71 mln. minder ingezet

  • om hogere lasten op te kunnen vangen is de reserve Naijl-effecten mijnbouw egaliserend ingezet voor € 0,58 mln.;
  • de reserve DU bodemsanering is in lijn met de lagere lasten € 3,29 mln. minder ingezet.

Landelijk gebied € 20,96 mln. minder ingezet

  • Alle reserves in dit programma zijn minder ingezet dan begroot. Ook deze hebben een egaliserend karakter.

Financiën en overhead € 0,1 mln. minder ingezet

  • Er is ruim € 75.000 minder onttrokken aan de egaliserende reserve inzake het persoonlijk ontwikkelbudget.

 

Structureel evenwicht

Structureel evenwicht van de jaarrekening

De jaarrekening 2023 kent structureel evenwicht. Met structureel evenwicht wordt bedoeld dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Onderstaande tabel geeft inzicht in dit evenwicht. En wordt verder gespecificeerd door middel van het overzicht incidentele baten en lasten en tenslotte het overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves.

€ x 1.000
Ultimo 2023
Gerealiseerd resultaat 2023 110.143
Incidentele lasten en toevoegingen reserves 323.449
Incidentele baten en onttrekkingen reserves 286.118
Structureel saldo jaarrekening 2023 147.474

Specificatie van incidentele baten en lasten

In onderstaande tabel worden de incidentele baten en lasten gespecificeerd tot op productniveau. In algemene zin merken we op dat het vooral programmatische/projectmatige budgetten betreft die voortvloeiden uit het collegeprogramma 2019-2023, aangevuld met budgetten gedekt uit specifieke uitkeringen dan wel decentralisatie-uitkeringen. Wettelijke taken hebben in de regel een structureel karakter.  Voor nadere financiële toelichtingen verwijzen wij naar de programmaverantwoording.

€ x 1.000
Programma Omschrijving Lasten Baten Saldo
1. Regionale economie Economische samenwerking, acquisitie en LIOF 226 0 -226
MKB, logistiek en industrie 8.017 5.000 -3.017
Brightlands Kennis/As 3.479 2.610 -869
Maastricht Aachen Airport 5.748 3.281 -2.467
Toerisme en recreatie 1.316 12 -1.304
Innovatieve landbouw 7.060 60 -7.000
Regiodeal Noord-Limburg 4.384 3.350 -1.034
Arbeidsmarkt 509 0 -509
Onderwijs 813 0 -813
Kapitaallasten programma regionale economie 3.976 0 -3.976
Totaal 1. Regionale economie 35.528 14.312 -21.215
2. Cultuur en maatschappij Sociale agenda en zorg 4.680 0 -4.680
Veiligheid 1.185 216 -968
Cultuur 5.937 333 -5.603
Erfgoed, monumenten en archeologie 5.248 103 -5.144
Sport 3.227 0 -3.227
Totaal 2.Cultuur en maatschappij 20.276 653 -19.623
3. Regionale bereikbaarheid en openbaar vervoer Openbaar vervoer en concessiemanagement 2.784 390 -2.394
Railagenda 189 0 -189
Voorbereiding en uitvoering mobiliteitsmaatregelen 4.245 1.261 -2.984
Fiets 5.719 326 -5.393
Verkeersveiligheid 1.111 565 -545
Kapitaallasten programma regionale bereikbaarheid en OV 0 0 0
Totaal 3.Regionale bereikbaarheid en openbaar vervoer 14.047 2.542 -11.505
4. Ruimtelijke ontwikkeling Stedelijke ontwikkeling 2 0 -2
Kwaliteitsimpuls Limburgse centra 6.067 0 -6.067
Regiodeal transformatie Parkstad 2.105 0 -2.105
Wonen in Limburg 1.765 342 -1.423
Omgevingsvisie en ruimtelijk beleid 1.749 2.148 399
Waterveiligheid Maas 30.470 1.031 -29.439
Totaal 4. Ruimtelijke ontwikkeling 42.158 3.520 -38.637
5. Milieu, energie en klimaat Energie 5.163 1.346 -3.817
Duurzaamheid en circulaire economie 2.488 119 -2.369
Milieu 239 247 8
Bodem en ondergrond 184 0 -184
Vergunningen, toezicht en handhaving 0 21 21
Totaal 5. Milieu, energie en klimaat 8.074 1.733 -6.341
6. Landelijk gebied Natuur 4.999 201 -4.798
Stikstof 47.920 40.567 -7.353
Landschap 2.454 1.624 -830
Watersysteem 1.943 653 -1.290
Totaal 6. Landelijk gebied 57.316 43.045 -14.271
7. Kwaliteit openbaar bestuur Rijks- en veiligheidstaken CdK 722 322 -400
Bestuurskracht en bestuurlijke organisatie 559 7 -552
Internationalisering en Public Affairs 2.363 0 -2.363
Totaal 7. Kwaliteit openbaar bestuur 3.644 329 -3.315
8. Financiën en overhead Overhead 893 289 -604
Dividenden 0 0 0
Rente 227 0 -227
Stelposten en overige financiën 436 11 -425
Personele lasten programma financiën en overhead 0 0 0
Totaal 8. Financiën en overhead 1.556 300 -1.256
Totaal lasten en baten 182.598 66.436 -116.162
1. Regionale economie Reserve knelpunten economisch beleid 939 -939
Egalisatiereserve DU Topperbedrijventerreinen 37 37
Reserve Campusorganisatie Chemelot 2.276 2.276
Risicoreserve SIS 10.188 4.626 -5.562
Bestemmingsreserve NEDAB 3.648 3.925 276
Reserve aandelentransactie LIOF 490 490
Totaal 1. Regionale economie 14.776 11.354 -3.422
2. Cultuur en maatschappij Reserve DU bodemsanering 20 20
Reserve Transitiefonds 488 488
Totaal 2.Cultuur en maatschappij 0 508 508
3. Regionale bereikbaarheid en openbaar vervoer Bestemmingsreserve overdracht Napoleonsweg 1.967 1.967
Bruteringsreserve VDL Nedcar 0 0
Bestemmingsreserve ZLSM 6 6
Reserve Bereikbaarheidsmiddelen 10.942 10.942
Bestemmingsreserve realisatie N280 0 0
Totaal 3.Regionale bereikbaarheid en openbaar vervoer 0 12.915 12.915
4. Ruimtelijke ontwikkeling Reserve DU Ooijen-Wanssum 27.752 27.752
Reserve DU Regiodeal Parkstad 1.752 1.752
Risicoreserve SIS 142 0 -142
Totaal 4. Ruimtelijke ontwikkeling 142 29.504 29.362
5. Milieu, energie en klimaat Reserve DU Naijl-effecten mijnbouw 580 580
Reserve DU bodemsanering 156 156
Risicoreserve SIS 1.115 -1.115
Totaal 5. Milieu, energie en klimaat 1.115 737 -378
6. Landelijk gebied Reserve grondwaterbeheer 113 113
Reserve N2000 0 0 0
Reserve DU Zoetwatermaatregelen 641 641
Reserve DU Ooijen-Wanssum 72 72
Reserve DU bodemsanering 149 149
Totaal 6. Landelijk gebied 0 975 975
8. Financiën en overhead Algemene reserve 118.341 141.395 23.053
Risicoreserve SIS 6.208 -6.208
Immunisatiereserve 21.500 21.500
Reserve POB 271 796 525
Totaal 8. Financiën en overhead 124.820 163.690 38.870
Totaal mutaties reserves 140.852 219.683 78.831
Totaal 323.449 286.118 -37.331

Structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves

Onderstaande tabel geeft inzicht in de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Is de last structureel van aard, dan is de dekking ook structureel. Het beeld kan daarbij jaarlijks fluctueren, waarbij structurele baten en lasten soms incidenteel hoger kunnen zijn als gevolg van het overboeken/faseren van structurele lasten.

€ x 1.000
Programma Reserve Toevoegingen Onttrekkingen
Begroting ná wijz. Realisatie Begroting ná wijz. Realisatie
2. Cultuur en maatschappij Bruteringsreserve Limburgs Museum 187 187
Bruteringsreserve provinciale gebouwen 82 82
Bruteringsreserve Creatieve city Limburg 0 0 706 706
3. Regionale bereikbaarheid en openbaar vervoer Bruteringsreserve realisatie N280 3.584 3.584 1.054 1.056
Bestemmingsreserve ZLSM 34 34 0 0
Reserve gladheidsbestrijding 381 381
Bruteringreserve VDL Nedcar 300 300 76 76
Bruteringsreserve N270 Ooijen-Wanssum 933 721
6. Landelijk gebied Reserve Natuur 3.021 1.285
Reserve N2000 1.589 1.589 23.590 4.593
8. Financiën en overhead Bruteringsreserve provinciale gebouwen 89 89 118 118
Algemene reserve (egalisatie) 720 720 11.729 11.729
Totaal reserves 6.316 6.316 41.878 20.936

Rechtmatigheidsverantwoording

Verklaring college

Verantwoordelijkheid college van Gedeputeerde Staten 

De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik (M&O) criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college van Gedeputeerde Staten toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door Provinciale Staten vastgestelde kaders zoals de begroting en provinciale verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door Provinciale Staten op 15 december 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht.

Deze verantwoording hanteert een grensbedrag, omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door Provinciale Staten bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 19 mln.  De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid van de Commissie BBV van november 2023

Bevinding 
Het college is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens*. 

In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met Provinciale Staten aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het college ook beschreven welke actie ondernomen wordt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. 

* De afwijkingen (fouten en/of onduidelijkheden als gedefinieerd in de notitie rechtmatigheidsverantwoording) worden alleen in de rechtmatigheidsverantwoording vermeld indien de door Provinciale Staten gestelde verantwoordingsgrens voor rechtmatigheid is overschreden. Op basis van afspraken tussen Provinciale Staten en het college kunnen afwijkingen die lager zijn dan de verantwoordingsgrens in de paragraaf Bedrijfsvoering worden vermeld.