4. § Financiering

4. § Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

Financiering betreft het beheer van het financiële vermogen van Provincie Limburg. De primaire taak bij het beheer is dat er te allen tijde voldoende werkkapitaal beschikbaar is om aan alle lopende en (verwachte) toekomstige financiële verplichtingen te kunnen voldoen, zodat de financiële continuïteit van de organisatie gewaarborgd blijft en dat de in de meerjarenbegroting opgenomen beleidsdoelstellingen gefinancierd kunnen worden. Het direct beschikbare werkkapitaal van de Provincie wordt op rekening-courant binnen Schatkistbankieren bij het Ministerie van Financiën aangehouden. Vanaf deze rekening-courant wordt op het einde van iedere werkdag de hoofdbetaalrekening van de Provincie bij huisbankier Rabobank aangezuiverd dan wel afgeroomd.
Een belangrijke secundaire taak bij het beheer is om deze kosten-efficiënt en risico-defensief uit te voeren. Hieronder wordt ook verstaan dat tijdelijk overtollige middelen tegen een acceptabel rendement worden uitgezet en dat bij (tijdelijke) liquiditeitstekorten tegen marktconforme prijzen externe financiering wordt aangetrokken.

De provincie heeft ook de mogelijkheid om uitzettingen te doen naar (of borgstellingen te verstrekken ten gunste van) verbonden partijen en andere marktpartijen (derden) die faciliteren in de uitvoering tot het bereiken van provinciale maatschappelijke doelstellingen. Deze wijze van beleidsuitvoering valt ook binnen de noemer financiering en de spelregels hiervoor zijn vastgelegd in het strategisch investeringsbeleid en uitvoeringskader Sturing in Samenwerking. 

De paragraaf financiering geeft een integraal beeld van de provinciale financiële activa (excl. kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen), het werkkapitaal, het verloop en het rendement van de uitzettingen, het verloop en de kosten van de aangetrokken geldleningen, de verwachte algemene ontwikkelingen en de beleidsvoornemens in 2023.

Deze paragraaf geeft inzicht in:

  • Algemene ontwikkelingen;
  • Financiering integraal;
  • Uitzettingen van tijdelijk overtollige middelen;
  • Uitzettingen uit hoofde van de publieke taak;
  • Opgenomen geldleningen;
  • Verantwoording wettelijke normen (Wet fido);
  • EMU-saldo;
  • Beleidsplan 2023.

Algemene ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Algemene ontwikkelingen

Interne ontwikkelingen
De financiering van de provinciale taken en het beheer van de provinciale financiële activa (excl. kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen) zijn vastgelegd in de vigerende Financiële verordening Provincie Limburg, het Treasurystatuut en het strategisch investeringsbeleid en uitvoeringskader Sturing in Samenwerking. Hoewel een actualisatie van het Treasurystatuut 2018 staat gepland, zijn er voor 2023 geen (voorstellen tot) materiële wijzigingen van deze beleids- en uitvoeringskaders voorzien.

Het vermogensbeheer van Provincie Limburg is contractueel tot mei 2023 belegd bij portefeuillebeheerder, OHV B.V. Het vermogensbeheer richt zich primair op de restant obligatieportefeuille. Begin 2023 zal een afweging worden gemaakt om de overeenkomst te verlengen voor de duur van één jaar. In de initiële overeenkomst is reeds opgenomen dat op initiatief van de Provincie de contracttermijn tweemaal met een periode van één jaar kan worden verlengd. 

De financiële activa van Provincie Limburg worden aangehouden in de portefeuille tijdelijk overtollige middelen en de portefeuille uitzettingen uit hoofde van de publieke taak. De portefeuille tijdelijk overtollige middelen bevat het direct beschikbare werkkapitaal van de provinciale organisatie, aangehouden in rekening-courant, en de risicovrije uitzettingen (naar decentrale overheden) van de middelen die de provincie tijdelijk niet voor haar beleidsuitvoering nodig heeft. Ook de resterende twee obligaties vallen hieronder. De portefeuille uitzettingen uit hoofde van de publieke taak bevat de uitzettingen naar verbonden partijen (niet zijnde de kapitaalverstrekkingen aan verbonden partijen, welke worden toegelicht in de Paragraaf Verbonden partijen) en de uitzettingen naar derden. Dit zijn stimuleringsinvesteringen in het publiek belang, waarbij het hogere risicoprofiel zich tevens vertaald in hogere rentevergoedingen. De kaders voor deze tweede portefeuille zijn vastgelegd in het strategisch investeringsbeleid en uitvoeringskader Sturing in Samenwerking. De afgelopen jaren heeft er een verschuiving plaatsgevonden van de portefeuille tijdelijk overtollige middelen naar de portefeuille publieke taak. De verwachting is dat deze verschuiving zich in 2023 niet verder doorzet. De oorzaak die aan deze verwachting ten grondslag ligt, is dat voor 2023 wordt voorzien dat de reguliere aflossingen in de portefeuille uitzettingen publieke taak, inclusief de verwachte aflossingen van de laatste hybride leningen aan BNG Bank groot € 50 mln., gezamenlijk hoger zullen zijn dan de nieuwe uitzettingsmogelijkheden in de portefeuille publieke taak. Vrijvallende middelen binnen de portefeuille publieke taak vallen automatisch toe aan het werkkapitaal in de portefeuille tijdelijk overtollige middelen. Een specificatie van de twee genoemde portefeuilles is opgenomen in onderstaande subparagrafen 4.2 en 4.3. 

Externe ontwikkelingen
De vigerende Financiële verordening Provincie Limburg en het Treasurystatuut voldoen aan de wettelijke kaders, waaronder het BBV, de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) en de Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden. Voor 2023 zijn door de Rijksoverheid geen wetswijzigingen aangekondigd die een materiële invloed op het huidige financieringsbeleid van Provincie Limburg zouden kunnen hebben.

De huidige marktrentetarieven voor langlopende uitzettingen zijn in het voorjaar van 2022 aanzienlijk opgelopen. Op langlopende risico-defensieve uitzettingen aan decentrale overheden kan een rendement worden behaald van >1,000% (renteverwachting per augustus 2022).
In de meerjarenraming 2023-2026 wordt daarom uitgegaan van deze veranderde marktsituatie. Provincie Limburg heeft een substantieel deel van haar financieel vermogen meerjarig uitgezet. De verwachting is dat de uitzettingen die in de komende jaren vrijvallen met een positief rendement van >1,000% kunnen worden herbelegd en zodoende niet (volledig) zullen terugvloeien in het Schatkistbankieren rekening-courant saldo. De impact hiervan op het verwachte meerjarig renterendement voor de Provincie is opgenomen in de volgende subparagrafen, waar de uitzettingen per portefeuille nader worden gespecificeerd.

Financiering integraal

Terug naar navigatie - Financiering integraal

In tabel 4.1 zijn de portefeuilles op totaalniveau samengevoegd om een integraal beeld van de uitgezette en aangetrokken middelen te presenteren. De totaal verwachte omvang van de financiële uitzettingen per ultimo 2022 bedraagt circa € 1.080,3 mln. en per ultimo 2023 naar verwachting € 1.201,8 mln. Dit betreft de uitzettingen exclusief de kapitaalverstrekkingen aan verbonden partijen. Het totaal aan rentebaten per jaar dat naar verwachting met de uitgezette middelen zal worden gerealiseerd is eveneens opgenomen in tabel 4.1 Het totaal aan totaal verwachte rentebaten in boekjaar 2023 bedraagt circa € 21,5 mln.

In de volgende subparagrafen worden de portefeuilles tijdelijk overtollige middelen, uitzettingen uit hoofde van de publieke taak en de portefeuille aangetrokken geldleningen individueel behandeld.

Tabel 4.1 Totaal uitgezette en ingeleende middelen per jaarultimo (nominaal x € 1 mln.)
Portefeuillevolume B2022 2023 2024 2025 2026
Portefeuille uitzettingen van tijdelijk overtollige middelen 576,0 575,7
Portefeuille uitzettingen publieke taak (excl. kapitaalverstrekkingen) 505,0 544,7
Totaal uitgezette middelen 1.081,0 1.120,4
Portefeuille aangetrokken geldleningen -50,9 -30,9
Totaal ingeleende middelen -50,9 -30,9
Saldo uitgezette en ingeleende middelen 1.030,1 1.089,5
Integrale prognose rentebaten per boekjaar 2022-2026 (bedragen x € 1.000)
Rentebaten B2022 B2023 B2024 B2025 B2026
Rentebaten portefeuille uitzettingen van tijdelijk overtollige middelen 8.980 9.627 8.483 6.532 6.237
Rentebaten portefeuille uitzettingen publieke taak 12.092 11.940 8.884 8.082 6.277
Totaal aan rentebaten 21.072 21.567 17.367 14.614 12.514

Portefeuilleontwikkeling tijdelijk overtollige middelen

Terug naar navigatie - Portefeuilleontwikkeling tijdelijk overtollige middelen

De provinciale treasury ziet er op toe dat beschikbare en tijdelijk overtollige middelen prudent worden beheerd. In het Treasurystatuut zijn de doelstellingen van het treasurybeleid en de kaders aan het beheer van de provinciale financiële activa opgenomen, waaronder ook de specifieke voorwaarden die worden gesteld aan het beheer en het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen. 

Samenstelling van de uitgezette tijdelijk overtollige middelen 
De portefeuillesamenstelling van de tijdelijk overtollige middelen is sinds meerdere jaren aan verandering onderhevig als gevolg van veranderde landelijke wetgeving en mondiale marktrentedalingen. De voorheen significante obligatieportefeuille van de Provincie zal per 1 januari 2023 € 113,6 mln. bedragen en zal in boekjaar 2023 ongewijzigd blijven. De obligatieportefeuille is in beheer bij OHV en betreft een legacy portefeuille, hetgeen inhoudt dat het een sterfhuisconstructie betreft. De twee resterende obligaties in bezit kunnen tot einddatum worden aangehouden, maar nieuwe aankopen van obligaties door decentrale overheden zijn in de vigerende Wet Fido niet meer toegestaan. De twee resterende obligaties zijn individuele titels van Rabobank en lopen regulier in 2024 en 2025 af. De coupons zijn gegeven de huidige markt boven marktconform en het beleid is om beiden tot looptijd einddatum te behouden.

De portefeuille ‘geldleningen aan decentrale overheden’ is in eigen beheer en betreft onderhandse geldleningen aan en Medium Term Notes (MTN) van decentrale overheden en zal per 1 januari 2023 naar verwachting € 222 mln. bedragen. Deze portefeuille zal naar verwachting in omvang toenemen vanwege nieuw te verstrekken geldleningen aan decentrale overheden. In het vierde kwartaal 2022 zal een MTN met een omvang van € 10 mln. regulier aflossen. De overige leningcontracten vervallen in de jaren 2023 t/m 2028. De huidige marktrentetarieven voor nieuwe vrijwel risicovrije uitzettingen naar decentrale overheden zijn sinds het voorjaar 2022 opgelopen tot >1,000% (augustus 2022). Vanwege de huidige gestegen marktrentetarieven worden in 2023 nieuwe uitzettingen in deze portefeuille voorzien. Ook voor de periode na 2023 wordt uitgegaan van gelijkblijvende of zelfs stijgende marktrentetarieven en zullen daarom naar verwachting nieuwe onderhandse leningen worden verstrekt. Er wordt daarbij rekening gehouden dat 90% van uitsluitend de terugontvangen uitzettingen opnieuw worden uitgezet. Hierbij wordt door treasury de conservatieve aanname gedaan dat op nieuwe uitzettingen een rendement van gemiddeld 1,000% zal worden behaald. 

Schatkistbankieren voorziet in de mogelijkheid om deposito’s bij het Ministerie van Financiën af te sluiten in bepaalde looptijden en tegen vaste rentetarieven. De aangeboden rentetarieven zijn gelijk aan de rentetarieven waartegen de Staat der Nederlanden zich kan financieren op de internationale financiële markten. Doordat het rendement op deze deposito’s circa 50 tot 60 basispunten lager ligt dan uitzettingen aan decentrale overheden, wordt dit door treasury vooralsnog als geen redelijk alternatief gezien. 

Liquiditeitspositie
Het direct beschikbare werkkapitaal van de Provincie is van groot belang om aan alle (toekomstige) verplichtingen aan crediteuren te kunnen voldoen. Het direct beschikbare werkkapitaal is gelijk aan het saldo Schatkistbankieren rekening-courant. Voor de inschatting van de omvang van het benodigde werkkapitaal wordt gebruik gemaakt van korte- en lange termijn liquiditeitsprognoses die periodiek worden geactualiseerd. De ontwikkeling van het saldo over de periode 2022-2026 is in tabel 4.2 weergegeven. Op basis van de huidige prognoses wordt per 1 januari 2023 een totaalsaldo op rekening-courant bij Schatkistbankieren verwacht van circa € 240,4 mln. en dat zal toenemen tot circa € 263,9 mln. per ultimo 2023. In deze prognoses worden realistische aannames gedaan op basis van de meerjarenbegroting 2022-2026 die bij veranderende omstandigheden tot wijziging op de liquiditeitspositie kunnen leiden. Eén van de voornaamste aannames is dat de laatste hybride lening aan BNG Bank groot € 50 mln. per eerstvolgende call-datum per mei 2023 zal worden afgelost. Tevens kunnen nieuwe uitzettingen van tijdelijk overtollige middelen én uitzettingen in de publieke taak, vervroegde aflossingen en wijzigingen in begrotings- en investeringsplannen leiden tot wijziging van de liquiditeitsprognoses.

In de liquiditeitsprognoses worden ook de reguliere aflossingen van de meerjarige uitzettingen (zowel overtollige middelen en publieke taak) opgenomen, maar worden nieuwe uitzettingen in het kader van de publieke taak pas opgenomen na ondertekening van de leningsovereenkomsten. In de liquiditeitsprognoses wordt er daarentegen wel rekening mee gehouden dat 90% van de terugverwachte hoofdsommen in enig boekjaar worden geherfinancierd (vooralsnog in geldleningen aan decentrale overheden). Dit maakt dat het verwachte beschikbare werkkapitaal in de liquiditeitsprognoses een stabiele lijn vertoont vanaf 2023.

De liquiditeitsprognose per jaareinden voorziet in voldoende werkkapitaal om aan alle toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Liquiditeitsdips kunnen zich echter ook binnen een boekjaar voordoen, afhankelijk van de timing van inkomsten en uitgaven. Vooralsnog wordt niet verwacht dat Provincie Limburg tot 2026 externe financiering behoeft aan te trekken. Mocht er bij nieuwe financiële ontwikkelingen toch al dan niet tijdelijk externe financiering nodig blijken, dan is de verwachting dat de Provincie zich tegen gunstige (en bij korte looptijden mogelijk zelfs nog negatieve) rentetarieven kan financieren.

Samenvattend zijn er vanuit het perspectief van beheer van tijdelijk overtollige middelen door de gestegen marktrentetarieven sinds medio 2022 wél redelijke risicovrije alternatieven beschikbaar dan de overtollige middelen aan te houden op rekening-courant binnen Schatkistbankieren. De verwachte samenstelling van de uitzettingen van tijdelijk overtollige middelen in 2022 t/m 2026 is hieronder schematisch weergegeven. 

Tabel 4.2 Uitzettingen van tijdelijk overtollige middelen ultimo boekjaar (nominaal x € 1 mln.)
Portefeuille tijdelijk overtollige middelen B2022 B2023 B2024 B2025 B2026
1. Obligatieportefeuille (legacy) 113,6 113,6 63,6 0 0
2. Geldleningen aan decentrale overheden (incl. 90% herbelegging van vrijvallende posten) 222,0 279,6 (incl. 81,38) 323,6 (incl.113,8) 427,4 (incl. 147,5) 475,4 (incl. 66,8)
3. Schatkistbankieren deposito's 0 0 0 0 0
4. Schatkistbankieren rekening-courant 240,4 182,5 155,4 219,3 221,0
Totaal tijdelijk overtollige middelen 576,0 575,7 542,6 646,7 696,4

Rendement op tijdelijk overtollige middelen

Terug naar navigatie - Rendement op tijdelijk overtollige middelen

Rentebaten op tijdelijk overtollige middelen
In tabel 4.3 is de renteprognose voor de komende jaren weergegeven. Bij de begrote  renteopbrengsten wordt er vanuit gegaan dat er geen voortijdige verkoop van de resterende twee obligaties plaatsvindt. Ook worden de vastrentende geldleningen aan decentrale overheden tot einde looptijd voortgezet. In deze renteprognose is rekening gehouden met het scenario dat 90% van alle terugontvangen uitzettingen vrijwel direct opnieuw zullen worden uitgezet aan decentrale overheden tegen een marktrente van 1,000%. De rentevergoeding op het rekening-courant saldo binnen Schatkistbankieren zal naar verwachting nihil blijven en uitzettingen in schatkistdeposito’s worden in de komende jaren niet voorzien. Met inbegrip van bovengenoemde aannames wordt een conservatief doch realistisch scenario voor de portefeuille tijdelijk overtollige middelen voor de komende jaren getoond.

Vrijval reserves van de gederfde rentebaten
In de jaren 2017 t/m 2020 hebben voortijdige obligatieverkopen plaatsgevonden. Met het doel om de eenmalige verkoopwinsten te spiegelen aan de gederfde rente in de daarop volgende boekjaren zijn vrijval reserves ingesteld. Het verloop van de vrijval reserves is eveneens weergegeven in tabel 4.3. De vrijval reserve 2020-2025 is bij aanvang gekort voor de te ontvangen rente op de Enexis lening, welke uit de opbrengst van deze obligatieverkoop is gefinancierd en daardoor niet volledig als gederfde rente is aangemerkt.

Tabel 4.3 Renteprognose Uitzettingen tijdelijk overtollige middelen 2022-2026 (bedragen x € 1.000)
Renteopbrengst B2022 B2023 B2024 B2025 B2026
Obligatieportefeuille (legacy) 4.703 4.703 4.304 1.414 0
Geldleningen aan decentrale overheden (inclusief herbelegging tegen 1% rente) 4.277 4.834 (incl. 90) 3.875 (incl. 304) 3.737 (incl. 1.381) 3.889 (incl. 2.348)
Schatkistbankieren deposito's 0 0 0 0 0
Schatkistbankieren rekening-courant 0 0 0 0 0
Subtotaal Rentebaten op uitgezette tijdelijk overtollige middelen 8.980 9.627 8.483 6.532 6.237
Verloopoverzicht van de boekhoudkundige vrijval reserves (bedragen x € 1.000)
Vrijval reserves B2022 B2023 B2024 B2025 B2026
Vrijval reserve 2017-2021 0
Vrijval reserve 2018-2022 63 0
Vrijval reserve 2019-2023 2.208 608 0
Vrijval reserve 2020-2025 141 -395 -553 -742 0
Vrijval reserve 2020-2029 6.814 6.198 5.845 5.364 3.470
Subtotaal vrijval reserves 9.226 6.411 5.292 4.622 3.470
Totaal begrote rentebaten incl. reserves 18.206 16.038 13.775 11.154 9.707

Vervalkalender portefeuille uitzettingen overtollige middelen

Terug naar navigatie - Vervalkalender portefeuille uitzettingen overtollige middelen

In tabel 4.4 wordt de vervalkalender van de individuele obligatietitels in eigendom en de verstrekte geldleningen aan decentrale overheden weergegeven. 

Tabel 4.4 Vervalkalender obligaties en geldleningen aan decentrale overheden nominaal x € 1.000)
Obligatiegever Nominaal B2022 B2023 B2024 B2025 B2026
Rabobank Nederland 50.000 0 0 50.000
Rabobank Nederland 63.620 0 0 0 63.620
Subtotaal 113.620 0 0 50.000 63.620
Leningnemer Nominaal B2022 B2023 B2024 B2025 B2026
Gemeente Eindhoven 10.000 10.000
Gemeente Utrecht 10.000 0 10.000
Gemeente Velsen 12.000 0 12.000
Gemeente Gorinchem 5.000 0 0 5.000
Gemeente Utrecht 15.000 0 0 15.000
Gemeente Friese Meren 8.000 0 0 8.000
Gemeente Nieuwegein 5.000 0 0 5.000
Gemeente Groningen 10.000 0 0 10.000
Gemeente Amsterdam 10.000 0 0 10.000
Gemeente Amsterdam 15.000 0 0 15.000
Gemeente Arnhem 10.000 0 0 0 10.000
Waterschap Scheldestromen 10.000 0 0 0 10.000
Gemeente Nieuwegein 5.000 0 0 0 5.000
Gemeente Zwolle 10.000 0 0 0 10.000
Gemeente Veghel 5.000 0 0 0 5.000
Gemeente Urk 2.000 0 0 0 2.000
Gemeente Gorinchem 5.000 0 0 0 0 5.000
Gemeente Almere 10.000 0 0 0 0 10.000
Gemeente Urk 2.000 0 0 0 0 2.000
Gemeente Eindhoven 20.000 0 0 0 0 0
Waterschap Friesland 15.000 0 0 0 0 0
Gemeente Wageningen 12.000 0 600 600 600 600
Gemeente Koggenland 10.000 0 500 500 500 500
Gemeente Schouwen-Duiveland 16.000 0 640 640 640 640
Subtotaal 232.000 10.000 23.740 69.740 43.740 18.740
Totaal 345.620 10.000 23.740 119.740 107.360 18.740

Uitgezette geldleningen aan verbonden partijen

Terug naar navigatie - Uitgezette geldleningen aan verbonden partijen

In deze subparagraaf worden de uitzettingen uit hoofde van de publieke taak vermeld (uitgezonderd kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen), waarbij onderscheid is gemaakt tussen uitzettingen aan verbonden partijen, uitzettingen aan derden en borgstellingen aan banken ten gunste van derden. Tevens zijn de verwachte mutaties in de periode 2022 tot en met 2026 opgenomen. Omwille van de leesbaarheid worden alleen nieuw afgesloten geldleningen en opvallende mutaties nader toegelicht. Voor uitzettingen waarbij er geen sprake is van een wijziging, anders dan de regulier overeengekomen aflossingen, wordt verwezen naar de toelichting op de betreffende uitzettingen in voorgaande paragrafen Financiering. 

Een overzicht van alle uitgezette geldleningen aan verbonden partijen, inclusief restant hoofdsom, is opgenomen in tabel 4.5. Voor een overzicht van kapitaalverstrekkingen aan verbonden partijen wordt verwezen naar de Paragraaf Verbonden partijen.

Toelichting op de belangrijkste mutaties:
BNG Bank N.V. – hybride lening 2016: BNG Bank heeft per 16 mei 2022 gebruik gemaakt van de call-optie op de hybride lening 2015. De hybride lening 2016 bevat een zelfde contractuele call-optie per 16 mei van ieder jaar. In 2022 heeft BNG Bank deze optie niet gebruikt, waardoor de hybride lening 2016 regulier (theoretisch) eeuwigdurend blijft doorlopen. In de vervalkalender en renteprognoses gaat de Provincie er conform de vigerende beleidskaders vanuit dat de lening per eerstvolgende call-optie datum zal worden beëindigd. Mocht dat niet het geval zijn dan zal ná besluit van BNG Bank in 2023 de lening wederom voor één jaar worden doorgerold. Het verlengingstarief is voor de komende vijf jaren vastgesteld op 4,742% (2021: 3,277%)

Tabel 4.5 Uitgezette geldleningen aan verbonden partijen incl. verwachte mutaties (nominaal x € 1.000)
Verbonden partij Restant hoofdsom ultimo 2022 Mutaties 2023 Mutaties 2024 Mutaties 2025 Mutaties 2026
BNG Bank N.V. - hybride lening 2015 0
BNG Bank N.V. - hybride lening 2016 50.000 -50
Campus Heerlen Huisvesting B.V. 2.160 -180 -180 0 0
Campus Vastgoed Greenport Venlo B.V. - 2018 Raad van Arbeid 1.100 -44 -44 -44 -44
Campus Vastgoed Greenport Venlo B.V. - 2020 Brighthouse 1 13.200 -471 -471 -471 -471
Campus Vastgoed Greenport Venlo B.V. - 2020 Herfinanciering 4.500 -150 -150 -150 -150
Enexis Holding N.V. - Tranche A 80.639 0 0 0 0
Enexis Holding N.V. - Tranche B 2.799 0 0 0 0
Limburgse Herstructureringsmij. voor Bedrijventerreinen B.V. 4.350 0 0 0 0
Maastricht Aachen Airport Beheer & Infrastructuur B.V. 1.788 -64 -69 -72 -72
Nederlandse Waterschapsbank N.V. - hybride lening 2015 50.000 0 0 -50.000
Nederlandse Waterschapsbank N.V. - hybride lening 2016 50.000 0 0 0 -50.000
Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo B.V. 35.000 -2.917 -2.917 -2.917 -2.917
Provincie Limburg AviationValley Commandiet B.V. 4.893 0 0 0 0
Provincie Limburg Commandiet B.V. 4.798 0 0 0 0
Waterleiding Maatschappij Limburg N.V. 10.000 -10.000
Totaal 315.227 -13.876 -3.831 -53.654 -53.654

Uitgezette geldleningen aan derden

Terug naar navigatie - Uitgezette geldleningen aan derden

Een overzicht van alle uitgezette geldleningen aan derden (niet zijnde verbonden partijen) inclusief restant hoofdsom is opgenomen in tabel 4.6. Het totaal aan uitstaande leningen aan derden bedraagt ultimo 2022 geraamd circa € 187,81 mln. inclusief de uitgezette geldleningen vanuit het Transitiefonds Limburgse Woningmarkt (TLW). 

Toelichting op de belangrijkste mutaties:
Watersley Development B.V.: Op 8 april 2022 heeft GS, na het besluit van PS tot geen Wensen en Bedenkingen, besloten tot een geldlening van maximaal € 5 mln., ten behoeve van de vastgoedrenovatie van het Watersley Sports & Talentpark te Sittard.  De geldlening zal mogelijk ten dele gezamenlijk met Rabobank worden verstrekt. Medio juli hebben de Provincie en Watersley een leningsovereenkomst ondertekend met een hoofdsom van € 3,8 mln., welke in delen zal worden uitgeboekt tot eind 2023. De aflossingsfase vindt lineair over 23,5 jaar plaats vanaf 2024. De Provincie heeft met een eerste hypothecaire inschrijving op het vastgoed een sterke zekerheidspositie verkregen.

Tabel 4.6 Uitgezette geldleningen aan derden (nominaal x € 1.000)
Naam leningnemer Restant hoofdsom ultimo 2022 Mutaties 2023 Mutaties 2024 Mutaties 2025 Mutaties 2026
ABrunCh B.V. (TLW) 312 -16 -16 -16 -16
Block Materials B.V. 90 -90
Californië Wijnen Geothermie B.V. 1.439 0 0 0 0
Claassen Vastgoed B.V. (TLW) 684 -18 -19 -20 -20
Coöperatie Gedeelde Weelde B.A. 16 -4 -4 -4 -4
Coöperatie Natuurlijk Limburg U.A. 0
Data Valley Group B.V. 0
Football Club Hoensbroek 3,3 -1,3 -1,3 -0,7 0
Gebru B.V 2.500 0 0 0 0
Hockey Club Nova 18 -2 -2 -2 -2
Landelijk Ontwikkelfonds Energiecooperaties 1.250 0 0 0 0
Maastro Protonentherapie B.V. 5.004 0 -700 1 0
Medace B.V. 814 0 0 0 104
R.K.S.V. Groene Ster 1,5 -0,6 -0,6 -0,3
Renteloze studievoorschotten 0
Ricochet B.V. 250 0 0 0 0
Startersleningen voor huiseigenaren 59.723 0 0 0 0
Stichting Beringe Buiten 385 -15 -20 -20 -20
Stichting Happiness 193 -7 -7 -7 -7
Stichting HAS Opleidingen 2.500 -75 -75 -75 -75
Stichting Kasteel Groot Buggenum - 2 711 -25 -27 -28 -29
Stichting Ontwikkelingsmaatschappij ENCI-gebied 250 0 0 -250
Stichting Passiespelen 0
Stichting Plattelandshoés 225 -15 -15 -15 -15
Stichting Woonzorg Elisabeth Stift 400 -11 -11 -12 -12
Stichting Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij (Z.L.S.M.) 17 -17
SVn stimuleringsleningen Duurzaam Thuis 108.519 -17.000 -16.300 -13.770 -12.460
Toverland Holding B.V. - 2015 Achtergesteld 450 -150 -150 -150
Toverland Holding B.V. - 2015 Senior 150 -50 -50 -50
Toverland Holding B.V. Fase 5 (2018) 1.259 -228 -228 -228 -228
Watersley Development B.V. (nieuw) 650 1.850 -121 -162 -162
Totaal 187.814 -15.876 -17.748 -14.810 -12.786

Verleende borgstellingen bij bankleningen aan derden

Terug naar navigatie - Verleende borgstellingen bij bankleningen aan derden

Provincie Limburg heeft per ultimo 2022 nog slechts één verleende borgstelling uitstaan met een omvang van circa € 1,9 mln. Vanuit de financieel-technische voorkeur voor het verstrekken van geldleningen boven het verlenen van borgstellingen bij bankleningen is de verwachting dat er in 2023 geen materiële stijging van het volume verleende borgstellingen zal plaatsvinden.

Tabel 4.7 Verstrekte borgstellingen (nominaal x € 1.000)
Begunstigde Omvang ultimo 2022 Mutaties 2023 Mutaties 2024 Mutaties 2025 Mutaties 2025 Mutaties 2026
Stichting Groenfonds 1.917 0 0 0 0 0
Totaal 1.917 0 0 0 0 0

Rendement op uitzettingen uit hoofde van de publieke taak

Terug naar navigatie - Rendement op uitzettingen uit hoofde van de publieke taak

In tabel 4.8 is de begrote renteopbrengst voor de komende jaren weergegeven van de portefeuille uitzettingen uit hoofde van de publieke taak, evenals het totaal van de externe beheerkosten van de portefeuille.

Tabel 4.8  Renteprognose uitzettingen publieke taak 2022-2026 (bedragen x € 1.000)
Renteopbrengst/kostensoort B2022 B2023 B2024 B2025 B2026
Rente uitzettingen aan verbonden partijen 9.178 8.839 6.002 5.373 3.779
Rente uitzettingen aan derden 2.911 3.101 2.882 2.709 2.498
Risicovergoeding op borgstellingen 3 0 0 0 0
Totaal rentebaten publieke taak 12.092 11.940 8.884 8.082 6.277

Voorzieningen op uitstaande geldleningen

Terug naar navigatie - Voorzieningen op uitstaande geldleningen

Ultimo tweede kwartaal 2022 zijn voor vijf uitstaande geldleningen gedeeltelijk of volledig een voorziening getroffen met een totale omvang van € 10,46 mln.

Toelichting bij de getroffen voorziening:

  • Campus Vastgoed Greenport Venlo B.V. - 2020. Herfinanciering is ultimo 2021 reeds gedeeltelijk voorzien. Deze integrale Brightlands Greenport Venlo casus staat geagendeerd voor Provinciale Staten van december 2022.
  • Campus Vastgoed Greenport Venlo B.V. - 2020. Brighthouse 1 is ultimo 2021 reeds gedeeltelijk voorzien. Deze integrale Brightlands Greenport Venlo casus staat geagendeerd voor Provinciale Staten van december 2022.
Tabel 4.9 Getroffen voorzieningen voor niet-presterende geldleningen (bedragen x € 1.000)
Debiteur – geldleningen Voorziening Percentage voorzien Jaar van laatste mutatie
Campus Vastgoed Greenport Venlo B.V. - 2020 Herfinanciering 3.358 75% 2021
Campus Vastgoed Greenport Venlo B.V. - 2020 Brighthouse 1 615 5% 2021
Californië Wijnen Geothermie B.V. 1.439 100% 2018
Provincie Limburg Commandiet B.V. 4.798 100% 2018
Ricochet B.V. 250 100% 2017
Totaal 10.460

Opgenomen geldleningen

Terug naar navigatie - Opgenomen geldleningen

Gelet op de solide liquiditeitspositie van de Provincie zoals opgenomen in tabel 4.2 in de sub paragraaf ‘Portefeuilleontwikkeling Tijdelijk overtollige middelen’ is de verwachting dat er in de komende jaren geen structurele externe financiering nodig zal zijn ten behoeve van het provinciale werkkapitaal.

Portefeuille opgenomen geldleningen
In 2004 heeft de Provincie de geldlening van de (voormalige) Stichting Symbiose overgenomen met betrekking tot het pand Mercator. Verkoop van dit pand heeft in 2005 plaatsgevonden. Vanwege de hoogte van het agio op deze lening is in 2005 niet tot vervroegde aflossing overgegaan. Indien de kapitaalmarktrente substantieel gaat stijgen, zal tot vervroegde aflossing worden overgegaan. Op deze lening wordt jaarlijks € 180.600 afgelost tot en met de einddatum in 2027.

In het kader van de beëindiging van de activiteiten van LIOF Bedrijventerreinen per 1 juni 2016 heeft de Provincie eind 2016 een geldlening van LIOF overgenomen ad € 15,882 mln. na instemming door Provinciale Staten d.d. 30 september 2016 met de overname van de grondexploitatie industriepark Swentibold. In het ondertekende addendum behorende bij de Samenwerkingsovereenkomst d.d. 12 oktober 2000, in navolging van het collegebesluit d.d. 29 november 2016, is vastgelegd dat het Ministerie van Economische Zaken de Provincie voor het gedeelte van de lening dat overeenkomt met het negatieve exploitatieresultaat bij afsluiting van het project kwijtschelding verleent tot een maximum van het leenbedrag. De looptijd van de lening is tot 31 december 2023 of zoveel eerder als de gronden volledig zijn uitgegeven. Over de lening is de Provincie geen rente verschuldigd aan EZ.

Vanwege een projectfinanciering ten behoeve van stimuleringsleningen binnen de Duurzaam Thuis regeling is in de periode januari 2019 tot en met december 2021 in totaal € 50 mln. opgenomen bij de Europese Investeringsbank (EIB), verdeeld over vijf tranches. De leningen worden lineair afgelost in respectievelijk 5 jaar, 9 jaar, 14 jaar, 8 jaar en 7 jaar en zijn voor de gehele looptijd rentevast op 0,00% vastgesteld. De trekkingen zijn na ontvangst direct doorgestort naar SVn, dat verantwoordelijk is voor uitzetting van de gelden binnen de Duurzaam Thuis regeling. Een overzicht van alle aangetrokken geldleningen inclusief de restant schuldpositie is opgenomen in tabel 4.10.

Tabel 4.10 Portefeuille opgenomen geldleningen (nominaal x € 1.000)
Kenmerk opgenomen geldlening Restant hoofdsom ultimo 2022 Aflossing 2023 Aflossing 2024 Aflossing 2025 Aflossing 2026
Lening voormalige Stichting Symbiose 904 181 181 181 181
Lening EZ inzake Industriepark Swentibold 13.324 13.324
Lening EIB tranche 1 Q1 2019 4.000 2.000 2.000
Lening EIB tranche 2 Q4 2019 6.667 1.111 1.111 1.111 1.111
Lening EIB tranche 3 Q3 2020 8.667 667 667 667 667
Lening EIB tranche 4 Q4 2021 8.750 1.250 1.250 1.250 1.250
Lening EIB tranche 5 Q4 2021 8.571 1.429 1.429 1.429 1.429
Totaal opgenomen geldleningen 50.883 19.962 6.638 3.209 3.209

Verantwoording wettelijke normen: vlottende schuldpositie

Terug naar navigatie - Verantwoording wettelijke normen: vlottende schuldpositie

Een belangrijke doelstelling van de Wet fido is het vermijden van grote schommelingen in de rentelasten van openbare lichamen. Om een grens te stellen aan de korte financiering is de kasgeldlimiet bepalend. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet geldt de omvang van de jaarbegroting per 1 januari voor het gehele begrotingsjaar. De toegestane omvang van de kasgeldlimiet (plafond voor korte financiering < 1 jaar) wordt vastgesteld op het geldende percentage dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld (in 2022: 7%). Tenslotte wordt het aldus berekende bedrag getoetst aan de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet.  Voor de periode 2023-2026 wordt niet verwacht dat structureel kortlopende leningen moeten worden aangetrokken.

In tabel 4.11 is de begrote beschikbare ruimte voor 2023 onder de kasgeldlimiet weergegeven. De Provincie Limburg heeft in 2023 naar verwachting een ruimte beschikbaar van  € 265,12 mln. (op basis van begrotingsgrondslag 2022). De kasgeldlimiet zal daarmee in 2023 niet worden overschreden. 

Tabel 4.11 Verwachte kasgeldlimiet 2023 (bedragen x € 1 mln.)
Verwachte kasgeldlimiet 2023 Q1 2023 Q2 2023 Q3 2023 Q4 2023
Toegestane kasgeldlimiet als % van de grondslag * 7% 7% 7% 7%
in bedrag (1) 38,22 38,22 38,22 38,22
Omvang vlottende schuld (2) 13,50 13,50 13,50 13,50
Omvang vlottende middelen (3) 240,40 240,40 240,40 240,40
Netto schuld (+) of overschot (-) (2-3 = 4) -226,90 -226,90 -226,90 -226,90
Ruimte (+)/Overschrijding (-) (1-4) 265,12 265,12 265,12 265,12
* Begrotingsgrondslag 2023 is ten tijde van berekening nog niet bekend (2022 = € 546,06 mln.)

Verantwoording wettelijke normen - vaste schuldpositie

Terug naar navigatie - Verantwoording wettelijke normen - vaste schuldpositie

Het renterisico op de vaste schuld wordt berekend door te bepalen welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden via het aangaan van nieuwe leningen behorend tot de vaste schuld (herfinanciering) en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente op basis van de leningsvoorwaarden niet kan beïnvloeden (renteherziening).
De renterisiconorm is 20% van de provinciale begroting met betrekking tot het betreffende jaar. Het  renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden. De rente op de per ultimo 2022 uitstaande leningen is voor alle leningen tot einddatum gefixeerd (zie ‘leningenportefeuille’). Zoals in tabel 4.12 is weergegeven wordt de renterisiconorm in de komende jaren niet overschreden.

Tabel 4.12 Begrote ruimte onder de renterisiconorm (bedragen x € 1 mln.)
Stap Renterisiconorm B2022 B2023 B2024 B2025 B2026
(1) Renteherzieningen 0 0 0 0 0
(2) Aflossingen 6,64 19,96 6,64 4,64 4,64
(3) Renterisico (1+2) 6,64 19,96 6,64 4,64 4,64
(4) Renterisiconorm = 20% van begroting (2022 = 546,06 mln.) 109,21 109,21 109,21 109,21 109,21
(5a) = (4>3) Ruimte (+) onder renterisiconorm 102,57 89,25 102,57 104,57 104,57

EMU-saldo

Terug naar navigatie - EMU-saldo

De  referentiewaarde 2023 bedraagt minus € 48,9 mln.  en is op basis van de Septembercirculaire Provinciefonds 2021: 'Individuele EMU-referentiewaarden provincies 2022'. Voorlopig wordt de huidige afspraak rond het EMU-saldo een jaar wordt verlengd. De bedoeling is dat in het najaar 2023 afspraken worden gemaakt voor de daaropvolgende jaren. De provincie blijft voldoen aan de normering.

€ x 1.000
2022 2023 2024 2025 2026
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves -166.410 -62.663 16.360 25.501 11.951
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie 24.566 32.083 33.864 36.272 36.360
Mutaties (im)materiële vaste activa 162.337 98.901 116.507 36.320 22.651
Mutaties voorzieningen 824 510 510 510 510
Mutaties voorraaden 13.794 -1.101 -1.116 -1.155 -10.817
Berekend EMU-saldo -317.151 -127.870 -64.656 27.118 36.987

Beleidsplan 2023

Terug naar navigatie - Beleidsplan 2023

Het beleidsplan 2023 bestaat in hoofdlijnen uit:

  • Continue monitoring van het provinciale werkkapitaal inclusief resterende obligatieportefeuille en verdere optimalisatie van de liquiditeitsplanning;
  • Risicogericht beheer van de portefeuille uitzettingen publieke taak en de beoordeling van en advisering over nieuwe financieringsaanvragen;
  • Verdere optimalisatie van de in gebruik zijnde portfoliomanagement software ten behoeve van het beheer van de revolverende portefeuille uitzettingen publieke taak;
  • Actief onderhouden van het netwerk met financiële instellingen en financiële intermediairs, ten behoeve van het behoud van goede toegang tot de financiële markten;
  • Actualiseren Treasurystatuut;
  • Het beoordelen en renderend uitzetten van middelen uit hoofde van de publieke taak conform het strategisch investeringsbeleid en uitvoeringskader Sturing in Samenwerking;
  • Het renderend uitzetten van tijdelijk overtollige middelen aan decentrale overheden conform de actuele meerjaren liquiditeitsbegroting en met aftrek van het volume aan (potentiële) nieuwe uitzettingsmogelijkheden uit hoofde van de publieke taak.