4. Nieuwe energie en leefmilieu
Nieuwe energie en leefmilieu
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Nieuwe energie en leefmilieuEen Limburg dat vooruit wil, heeft een schoon en gezond leefmilieu nodig met een toekomstbestendige energievoorziening.
- In 2025 is binnen het programmadeel Nieuwe Energie gewerkt aan de verdere uitwerking en uitvoering van het provinciale energiebeleid; alle beoogde resultaten voor 2025 zijn behaald. In januari 2026 is eveneens de propositie ‘Energie van en voor Limburg’ vastgesteld. De inzet lag op het versterken van de energie-infrastructuur, het prioriteren en programmeren via pMIEK, het nemen van bevoegd gezag rollen in majeure energieprojecten, en het ondersteunen van de verduurzaming van de industrie (waaronder het maken van maatwerkafspraken en het bod richting het Chemelot-cluster om te komen tot forse CO2-reductie), bedrijventerreinen (met onder meer de e-hubs regeling die innovatie en samenwerking op bedrijventerreinen stimuleert), en de gebouwde omgeving, met aandacht voor warmte en duurzame opwek. Ook is het voorstel voor de invulling van de PEM door uw Staten vastgesteld. Voor de totale energie opgave is bovendien een energievisie voor 2050 opgesteld. Daarnaast zijn beleidskaders vastgesteld of aangescherpt, ondersteuningsinstrumenten ingezet en strategische energieprojecten verder ontwikkeld, in samenhang met ruimtelijke en landelijke ontwikkelingen.
- In 2025 zijn binnen het programmadeel Schoon leefmilieu de wettelijke taken grotendeels uitgevoerd binnen de wettelijke/afgesproken termijn en budget. De termijnen voor vergunningverlening (met name natuur en stikstof) zijn daarbij geregeld niet gehaald. Daarnaast zijn geplande acties uit de modulaire aanpak concretiserend milieubeleid uitgevoerd. Met als hoogtepunten in 2025 dat de OGI-camera is aangekocht voor het opsporen van diffuse emissies (ZZS), de nazorg voor stortplaatsen toekomstbestendig is gemaakt en invulling is gegeven aan het 'Convenant voor een veilige ontwikkeling van Chemelot en haar omgeving' en vervolgafspraken zijn gemaakt. Daarnaast is in 2025 het budget voor de jaarlijkse opdracht aan de OD ZL structureel verhoogd om het VTH-stelsel voor milieu en natuur in Limburg te versterken, conform het Statenbesluit van 21 maart 2025.
Ons beleidskader
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Ons beleidskaderOp 12 april 2024 is het beleidskader ‘Nieuwe energie & schoon leefmilieu’ vastgesteld door Provinciale Staten.
Wat hebben we bereikt?
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Wat hebben we bereikt?4.1. Nieuwe energie
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Wat hebben we bereikt? - 4.1. Nieuwe energieNieuwe Energie
Vanuit de doelstellingen van het beleidskader ‘Nieuwe energie & schoon leefmilieu’ heeft de Provincie Limburg in 2025 ingezet op het versterken van een toekomstbestendig energiesysteem. Dit omvat zowel 4.1.1. Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding en Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen als 4.1.2. Verduurzaming Gebouwde Omgeving & Warmte en Grootschalige opwek. Daarmee wordt gewerkt aan het borgen van de leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie, het verminderen van energiearmoede en het reduceren van CO2-emissies.
Wij liggen op koers voor het realiseren van de meerjarige doelstellingen. In 2025 is actief gestuurd op regie, samenwerking en voortgang, onder meer via het vaststellen van kaderstellende documenten en het in gang zetten en versnellen van concrete trajecten. De aard en schaal van de energie-opgave brengen met zich mee dat maatregelen en projecten een meerjarige doorlooptijd kennen, waardoor zichtbare effecten zich gefaseerd manifesteren. In januari 2026 is eveneens de propositie ‘Energie van en voor Limburg’ vastgesteld.
Op het gebied van Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding en Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen (4.1.1.) is in 2025 gewerkt aan het versterken van het energiesysteem door de vaststelling van de Energievisie 1.0 en het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Limburg 2.0 (pMIEK) 2.0). Daarnaast zijn procedures gestart en versneld voor cruciale elektriciteitsverbindingen en is intensief samengewerkt met netbeheerders, het Rijk en medeoverheden. Ook is ingezet op regie en lobby om knelpunten in de energie-infrastructuur zo veel mogelijk te beperken, waarbij netcongestie een blijvend aandachtspunt vormt.
Op het gebied van Verduurzaming Gebouwde Omgeving & Warmte en Grootschalige opwek (4.1.2.) is in 2025 gewerkt aan het verder ontwikkelen van ontzorgingsprogramma’s voor maatschappelijk en bedrijfsmatig vastgoed en aan het voortzetten en uitbreiden van de ondersteuning van gemeenten bij energiebesparing en energiearmoede. Daarnaast is bij Warmtenet Zuid-Limburg (WZL) en Mijnwater gewerkt aan de verdere doorontwikkeling van de projecten, waaronder het verder ontwikkelen van het proof of concept (WZL), het uitbreiden van de samenwerking met betrokken partijen en het voorbereiden van vervolgstappen. Tevens zijn binnen de voorbereiding van de Provinciale Omgevingsvisie stappen gezet om grootschalige duurzame opwek en lokaal eigenaarschap planologisch te verankeren. Met het vaststellen van het kader voor de Provinciale Energiediensten Maatschappij is in 2025 een belangrijke basis gelegd voor verdere uitvoering in de komende jaren.
Wat merkt de Limburger ervan?
Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren worden in het voorjaar geactualiseerd middels de P&C beleidsmonitor voor Limburg voorjaar 2026.
4.2. Gezond en veilig leefmilieu
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Wat hebben we bereikt? - 4.2. Gezond en veilig leefmilieuGezond en veilig leefmilieu
We streven deze collegeperiode de volgende doelstellingen na:
- In 2027 is de gezondheid van de Limburger bevorderd door verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving t.o.v. 2020 middels:
– verminderen blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen;
– verminderen geluidsoverlast & bevorderen van stilte;
– verminderen emissies verontreinigende stoffen naar lucht;
– voorkomen van vermijdbare milieuschade, c.q. het (vooruit)schuiven van milieuschade; - In 2027 zijn risico’s op ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven of tijdens transport ingeperkt t.o.v. 2020.
De ambitie is een aantoonbaar gezond en veilig leefmilieu in Limburg. Omdat bijvoorbeeld schone lucht en de kwaliteit van het leefmilieu van groot belang zijn voor de gezondheid vraagt deze ambitie om minder uitstoot van luchtverontreinigende stoffen (zoals fijnstof) en het terugdringen van omgevingslawaai.
Omgevingskwaliteit en andere aspecten van leefmilieu worden aan het begin van het realiseren van alle fysieke opgaven expliciet meegenomen. Gezorgd wordt voor een verantwoorde manier van omgaan met de schaarste in zowel fysieke als milieuruimte. Hier ligt een nauwe relatie met Programma 5 “Leefbare steden en dorpen”.
Het verwezenlijken van een gezond en veilig leefmilieu in Limburg vraagt om een robuust VTH-stelsel (vergunningen, toezicht en handhaving) voor de provinciale kerntaken waaronder milieu en natuur. Bij een robuust VTH stelsel behoort een uitbreiding van de uitvoeringscapaciteit. Daarbij wordt onder andere ingezet op een intensivering van provinciaal milieubeleid.
In paragraaf 4.2.1. 'Gezond en veilig leefmilieu' is de beleidsontwikkeling op het gebied van gezonde en veilige leefomgeving (milieu) opgenomen en de besteding van incidentele middelen daarvoor. In paragraaf 4.2.2. is de structurele uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving en de structurele kosten die daarbij horen opgenomen.
Op het gebied van het bevorderen van de gezondheid van Limburgers door het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving liggen wij op koers voor het realiseren van de doelstellingen. Voor milieu en gezonde leefomgevingsdoelstellingen is het belangrijk te realiseren dat het enige tijd kan duren voordat de resultaten daadwerkelijk meetbaar en merkbaar zijn voor de inwoners. De kwaliteit van de leefomgeving, en daarmee de gezondheid van de Limburgse bevolking, wordt namelijk door meer factoren beïnvloed dan alleen onze inspanningen. Dat betekent dat op de ene locatie de milieudruk kan afnemen, terwijl op andere plekken door nieuwe initiatieven juist extra milieudruk ontstaat. Dat komt omdat de milieuwetgeving ruimte biedt voor nieuwe initiatieven die voldoen aan de wet, maar wel de milieudruk verhogen. Wij werken daarom samen met andere partners om de kwaliteit van de leefomgeving – bijvoorbeeld de luchtkwaliteit – voortdurend te monitoren. Met onder andere de informatie die wij in dit kader verzamelen heeft het RIVM een verkennende analyse naar de gezondheid en leefomgeving van de omwonenden van Chemelot uitgevoerd.
- Luchtkwaliteit & Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
Wij bevorderen de kwaliteit van de leefomgeving onder andere door het verminderen van emissies van, en de blootstelling aan, luchtverontreinigende stoffen. In 2025 is het laatste meetstation voor de herijking van het luchtmeetnet gerealiseerd, zodat we beter inzicht krijgen in de luchtkwaliteit. Daarnaast is een OGI-camera aangeschaft om diffuse emissies van ZZS gerichter op te sporen en te reduceren.
-
Geluid & Stilte
Door de geluidbelasting terug te dringen, worden de negatieve gezondheidseffecten die samenhangen met geluid van verkeer - zoals (ernstige) hinder en slaapverstoring - beperkt. Als tegenhanger van gebieden met geluidshinder hebben wij ook Stiltegebieden, waar Limburgers in rust kunnen verblijven. In 2025 zijn de beleidsregels voor het kunnen opstijgen en landen met een luchtvaarttuig buiten een luchthaven aangescherpt, zodat er minder geluidshinder optreedt.
-
Afval & CE
De kwaliteit van de leefomgeving wordt ook verbeterd door een goed beheer van afvalstoffen onder andere door het optimaliseren van de inzet van afvalstoffen in een circulaire economie. In 2025 is de verordening nazorgheffing herzien (PS-besluit G-25-007) en is de rekenrente geactualiseerd (stortplaatsen) zodat voldoende doelvermogen wordt verzekerd voor de nazorg van stortplaatsen waar de Provincie voor verantwoordelijk is.
-
Omgevingsveiligheid
Naast het bevorderen van de gezondheid van de Limburgers is ook het doel om risico's op zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in te perken. In 2025 is in het kader van het 'Convenant voor een veilige ontwikkeling van Chemelot en haar omgeving' afgerond waar op basis van extra veiligheidsmaatregelen zijn getroffen en afspraken zijn gemaakt voor het vervolg.
We liggen op koers om onze uiteindelijke doelen te behalen, in 2025 is bij de vergunningverlening vertraging opgetreden door een combinatie van onverwachte aanvraagstijging, complexe regelgeving en personeelstekorten; deze vertraging heeft naar verwachting geen impact op het behalen van onze doelen voor 2027.
Wat merkt de Limburger ervan?
Het te verwachten maatschappelijke effect is dat Limburgers gemiddeld langer en in goede gezondheid leven. Enerzijds doordat zij minder ziek worden en stress beleven door de leefomgeving waarin ze verkeren en anderzijds dat zij minder risico lopen om te sterven bij een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het causale verband tussen levensduur en de effecten van de leefomgeving op die levensduur is moeilijk aan te tonen. Relevante, maar niet allesomvattende, indicatoren zijn 1) het percentage van de totale ziektelast door omgevingsgeluid en luchtvervuiling, 2) het aantal maanden korter leven door luchtvervuiling en 3) de ervaren gezondheid. Deze indicatoren geven enig inzicht in de lange termijn effecten van het gevoerde beleid (zie de Maatschappelijke Opgave hierboven). Op de middellange termijn wordt daarvoor gekeken naar de emissies en blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen, ernstige geluidshinder en slaapverstoring en de geluidbelasting in relatie tot de geluidsnorm in stiltegebieden. Voor externe veiligheid is nog geen indicator beschikbaar, maar wel beleidsinformatie via www.risicokaart.nl.
Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren worden in het voorjaar geactualiseerd middels de P&C beleidsmonitor voor Limburg voorjaar 2026.
Wat heeft het ons gekost?
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Wat heeft het ons gekost?Voor het behalen van de resultaten van programma “4. Nieuwe energie en leefmilieu” bedragen de lasten in 2025 € 62,15 mln. Dit is € 23,45 mln. hoger dan de begroting na wijziging 2025.
De belangrijkste oorzaken zijn:
- Energie infrastructuur & ruimtelijke inbedding en verduurzaming industrie en bedrijventerreinen, een voordelig verschil van € 3,02 mln. waarbij de inzet van specifieke uitkeringen (CDOKE en PMO Chemelot) en inzet van cofinanciering “Convenant uitvoering OPZuid 2021-2027” zijn achtergebleven; daarnaast hebben wij een verplichte voorziening getroffen inzake toekomstige verliezen van het Limburgs Energie Fonds ad € 28 mln. Deze wordt gedekt uit de risicoreserve Financieel Instrumentarium Sturing in Samenwerking.
- Verduurzaming gebouwde omgeving & warmte en grootschalige opwek, een voordelig verschil van € 2,17 mln. de inzet van de specifieke uitkering Bedrijfsmatig vastgoed – ontzorgingsprogramma bedrijventerrein en mkb is achtergebleven;
- Vergunningen, toezicht en handhaving, een voordelig verschil van € 3,13 mln. Dit heeft betrekking op de bijdrage ODZL in 2025. Het verschil komt met name voort uit extra inkomsten, meevallende CAO-indexatie en onderuitputting.
Voor de verdere uitvoering van bestaand beleid wordt per saldo € 7,70 mln. overgeboekt naar 2026 e.v. via de overboekingsvoorstellen, zie hoofdstuk ‘Doorwerking naar begroting 2026 - 2029’.
Het exploitatieresultaat 2025 van dit programma bedraagt € 31,18 mln. Dat is € 4,55 mln. lager dan begroot.
De financiële afwijkingen tussen de begroting en de realisatie bij de verschillende producten zijn toegelicht bij "Wat gaan we daarvoor doen?", onderdeel ‘Geld’.
Verbonden partijen inzake Nieuwe energie en leefmilieu
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Verbonden partijen inzake Nieuwe energie en leefmilieuHet Limburgs Energie Fonds (LEF B.V.) verstrekt geldleningen of aandelenkapitaal, specifiek voor initiatieven met als doel duurzame energie opwek, energiebesparing en circulariteit. Middels ons publiek belang in Enexis wordt het voeren van excellent netbeheer geborgd en dragen we bij aan het versnellen van de energietransitie.
Met de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (voorheen Regionale Uitvoeringsdienst Zuid-Limburg) en de RUD Limburg Noord beogen wij het leveren van kwaliteit voor de leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Limburg.
Het Nazorgfonds gesloten stortplaatsen is ingericht ter financiering van de eeuwigdurende nazorg van voormalige stortplaatsen.