2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Inleiding
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - InleidingDe paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de financiële risico’s die de Provincie loopt. In deze paragraaf worden de risico’s beschreven die financiële gevolgen kunnen hebben, die niet (volledig) afgedekt zijn door beheersmaatregelen.
Het gaat dus om de financiële restrisico’s die gedekt moeten worden uit het beschikbare weerstandsvermogen (op concernniveau).
Deze paragraaf bevat minimaal een uiteenzetting van de wettelijk verplichte onderdelen:
a) het beleid inzake de weerstandscapaciteit en de risico’s;
b) een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
c) een inventarisatie van de risico’s;
d) beoordeling en overzicht kengetallen in relatie tot de financiële positie.
Voldoende weerstandsvermogen
De Provincie Limburg presenteert daarnaast de confrontatie tussen de risico’s en beschikbare weerstandscapaciteit en biedt aan het begin van deze paragraaf de conclusie over het weerstandsvermogen.
Uit onderstaande tabel blijkt dat de beschikbare weerstandscapaciteit voldoende is om de (gewogen) risico’s af te dekken. Op het (incidentele) weerstandsvermogen is een zodanig groot surplus aanwezig, dat dit ruim voldoende is om meerjarig als buffer te dienen voor het benodigde weerstandsvermogen, dankzij de sterke positie van het provinciale Eigen Vermogen. In de onderdelen b en c worden de in de onderstaande tabel genoemde onderdelen toegelicht.
€ x 1 mln. |
||||
|---|---|---|---|---|
Incidenteel |
Structureel |
R2025 |
R2024 |
|
Beschikbare weerstandscapaciteit |
847 |
80 |
927 |
950 |
Gewogen risico's |
5 |
30 |
35 |
52 |
Surplus weerstandsvermogen |
842 |
50 |
892 |
886 |
Beslag op Weerstandsvermogen |
1% |
38% |
4% |
5% |
Beleid ten aanzien van weerstandscapaciteit en risico's
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beleid ten aanzien van weerstandscapaciteit en risico'sIn het licht van voortdurende economische veranderingen, maatschappelijke verschuivingen en onvoorziene uitdagingen, speelt het weerstandsvermogen een cruciale rol.
De belangrijkste uitgangspunten van het risicobeleid en risicomanagement zijn:
- Risicomanagement is onderdeel van de reguliere planning- en control cyclus en levert een bijdrage aan het realiseren van bestuurlijk gewenste doelstellingen, beleidseffecten en prestaties van de Provincie Limburg;
- Risicomanagement heeft de functie om risico’s op kansen en bedreigingen expliciet te maken en is erop gericht om de verworven kennis en ervaring met betrekking tot risico’s te verankeren binnen de organisatie.
Als definitie voor het begrip Risicomanagement wordt gehanteerd: “Het gestructureerd managen van de risico’s, opdat een organisatie om financiële dan wel niet-financiële redenen de beleidsdoelen niet of niet volledig realiseert”. Hierbij is risicomanagement een methode voor het op systematische wijze identificeren, analyseren, evalueren, beheersen, monitoren en communiceren van de risico’s die samenhangen met een activiteit, functie of proces met als doel het verschaffen van een redelijke mate van zekerheid dat de doelstellingen van de organisatie zullen worden gerealiseerd.
Als definitie voor het begrip ‘Risico’ wordt gehanteerd: ‘onzekerheid dat een gebeurtenis zich voordoet, waarbij zowel positieve als negatieve effecten kunnen optreden, die van invloed zijn op het doelbereik’.
In de afgelopen jaren zijn reeds maatregelen getroffen op het gebied van risicopreventie en –signalering om het risicobewustzijn binnen de organisatie te stimuleren:
- Het permanent verbeteren van de administratieve organisatie en interne controle in nauw overleg met de huisaccountant. Tot en met boekjaar 2025 hebben Provinciale Staten BDO als huisaccountant aangesteld. Na een Europese aanbesteding wordt Deloitte Accountants vanaf boekjaar 2026 de controlerend accountant.
- Het hanteren van het beleidskader Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O). Met dit kader beschikt de Provincie over een integraal beleid op het gebied van Misbruik en Oneigenlijk gebruik van provinciale regelingen en voorzieningen en integriteit;
- Het periodiek updaten van het kader “Sturing in samenwerking 3.0”, een beschrijving van het strategisch investerings-en uitvoeringskader. Dit doorontwikkelde sturingskader 3.0 is door Provinciale Staten vastgesteld op 5 februari 2021. Dit kader is in het najaar 2023 geëvalueerd. Deze evaluatie diende als input voor SiS 4.0. Deze wordt naar verwachting in juni 2026 door Provinciale Staten vastgesteld..
- Het team Concerncontrol en –advies binnen het cluster Concern zorgt voor een extra onafhankelijke blik op het totale systeem van control. Door middel van audits of steekproeven worden de control werkzaamheden binnen de eerste en tweede lijn getoetst op diverse aspecten (financieel, juridisch, planning, doelmatigheid, risico’s etc.).
Werkzaamheden zijn onder andere;
- Het opstellen en jaarlijks updaten van een fraude-risicoanalyse;
- Het ontwikkelen en vaststellen van een integraal kader voor risicomanagement binnen de Provincie, dat duidelijkheid geeft over de ambities en inhoud ten aanzien van risicomanagement op clusterniveau, bij de deelnemingen en programma’s en projecten; vaststelling door Provinciale Staten zal naar verwachting plaatsvinden in 2026.
Inventarisatie van de weerstandscapaciteit
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inventarisatie van de weerstandscapaciteitDe weerstandscapaciteit betreft het vermogen om financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van de bestaande taken. Dit ‘vermogen’ is het geheel van middelen en mogelijkheden binnen de financiële positie van de Provincie, die zij als ‘vrij aanwendbaar’ wil aanmerken. Het gaat dus om vrij aanwendbare middelen waar geen enkele verplichting tegenover mag staan en mogelijk nog te genereren (onbenutte) inkomsten.
In overeenstemming met het BBV wordt bij de opbouw en samenstelling van de weerstandscapaciteit onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele risico's.
Onder incidentele risico’s wordt verstaan risico’s welke een éénmalige last tot gevolg kunnen hebben.
Onder structurele risico’s wordt verstaan risico’s welke leiden tot structurele lasten (meerdere boekjaren).
Incidentele weerstandscapaciteit
De omvang van de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit bedraagt, op basis van de balans per 1-1-2026 ruim € 847 mln. feitelijk bestaande capaciteit uit het vrij aanwendbare gedeelte van de Algemene reserve. Deze is lager dan bij de rekening 2024, mede door de vorming van de nieuwe reserve verstedelijkingsopgave Limburg centraal ad € 50 mln.
Structurele weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit is vooral van belang voor het opvangen van optredende risico’s die een over de tijd uitgestrekt effect hebben en om de incidentele weerstandscapaciteit aan te vullen na het optreden van risico’s. De structurele middelen om risico’s op te vangen bestond uit de onbenutte belastingcapaciteit van € 79,8 mln. In 2026 bedraagt deze € 89,1 mln.
€ x 1 mln. |
|
|---|---|
Inventarisatie incidentele weerstandscapaciteit |
|
Capaciteit Algemene reserve vrij aanwendbaar |
847 |
Incidentele weerstandscapaciteit |
847 |
Risico-inventarisatie
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico-inventarisatieHet risicoprofiel van de Provincie is breder dan de risico’s die wij in deze paragraaf presenteren. Risico’s komen immers in alle soorten en maten voor. Vanuit begrotingsoogpunt zijn echter vooral de financiële risico’s van belang. De risico’s die we onderkennen hebben betrekking op:
- Verbonden partijen en leningen
- APPA (Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers)
- Debiteuren (oninbaarheid)
- Grondbeleid
- Overig: dit betreft risico’s die voortvloeien uit de uitoefening van de provinciale programma's. Hierin zijn onder meer ook de risico's inzake de inkomsten uit het provinciefonds en het daaraan gekoppelde BTW-compensatiefonds betrokken.
De voorschriften uit het BBV geven aan dat, indien nodig, een voorziening moet worden getroffen. Daarnaast zijn er bestemmingsreserves ingesteld. Een en ander is samengebracht in onderstaande tabel:
€ x 1 mln. |
||||
|---|---|---|---|---|
Aandachtsgebied |
Inschatting risico's |
Voorziening |
Reserve |
Onderdeel weerstandsvermogen |
Verbonden partijen en leningen |
131 |
28 |
103 |
|
APPA |
10 |
10 |
||
Debiteuren |
8 |
8 |
||
Grondbeleid |
15 |
10 |
5 |
|
Overig (uitvoering programma's etc.) |
35 |
35 |
||
Incidentele weerstandscapaciteit |
199 |
57 |
108 |
35 |
Belangrijkste risico's in de begrotingsprogramma's
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Belangrijkste risico's in de begrotingsprogramma'sDe (gewogen) risico’s in de Jaarstukken 2025, waarvoor nog geen maatregelen zijn getroffen en die van materieel belang zijn voor de provinciale financiële positie bedragen € 35 mln. Dit is een lichte stijging ten opzichte van de Programmabegroting 2026.
Dit komt mede door, een stijging van het risico inzake de Provinciefondsuitkering. Op dit moment blijkt op basis van voorlopige uitkomsten dat het nieuwe verdeelmodel sterk nadelig kan zijn voor Limburg. Een tijdelijke tussenoplossing, zoals afgesproken met het Rijk en het IPO, leidt nu tot een nadelig resultaat en is verwerkt in de begroting. Er blijft desondanks sprake van een majeur risico.
Het benodigd structureel weerstandsvermogen voor dit risico wordt geschat op € 27,6 mln.
Daar staat tegenover het risico betreffende het plafond BTW- Compensatiefonds (BCF). Overschrijden de BTW- claims van provincies en gemeenten het plafond, dan wordt de overschrijding gekort op het provincie- en gemeentefonds. Omgekeerd leidt een onderschrijding van het plafond tot een toevoeging aan het provincie- en gemeentefonds. Voorlopig gaan we ervan uit dat de financiële impact € 5 mln. (incidenteel) kan zijn (voordelig).
Er is naar gestreefd om de risico’s zoveel mogelijk gekwantificeerd in beeld te brengen, met inachtname van het wettelijke kader. De belangrijkste risico’s worden onderstaand gepresenteerd. Bij de uitwerking wordt ingegaan op een aantal relevante aspecten: de omschrijving van het risico, de mogelijke financiële impact, duidelijkheid over de hoogte van de financiële relatie, een schets van de belangrijkste ontwikkelingen en tot slot een overzicht van de belangrijkste beheersmaatregelen.
Aandachtsgebied |
Risico |
Toelichting |
|---|---|---|
1. Regionale economie |
Europese programma's |
Geen wijziging |
4. Ruimtelijke ontwikkeling |
Bodemsanering |
Risico is toegenomen |
8. Financiën en overhead |
Provinciefonds |
Risico is toegenomen |
Loon- en prijsindexering |
Geen wijziging |
|
Opcenten MRB |
Geen wijziging |
|
Rente-inkomsten |
Renterisico provinciale leningportefeuilles is nihil. |
Top 3 grootste risico's
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Top 3 grootste risico'sOmschrijving
De 3 grootste risico’s met materiële impact op het weerstandsvermogen worden hieronder beschreven. Hierbij wordt de opmerking geplaatst dat de risico’s in deelnemingen en leningen hier niet worden meegenomen, deze zijn reeds gedekt middels de risicoreserve financieel instrumentarium sturing in samenwerking.
1. Provinciefonds uitkering
Financiële impact
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt bepaald door:
- de ontwikkeling van het bruto binnenlands product;
- overige ingrepen van het Rijk;
- taakmutaties;
- de onder- of overschrijding van het BCF-plafond;
- herijking of herverdeling van het provinciefonds.
Het risicoprofiel is gestegen ten opzichte van de Programmabegroting 2026. De voorlopige uitkomsten van herijking provinciefonds leveren een structureel risico van € 27,6 mln. Dit naast een voordelig incidenteel risico op afrekeningen BTW compensatiefonds, die de laatste jaren telkens gunstig uitvallen.
Wij lichten dit als volgt toe:
Herijking provinciefonds
Op dit moment blijkt op basis van voorlopige uitkomsten dat het geactualiseerde verdeelmodel sterk nadelig kan zijn voor Limburg. Een tijdelijke tussenoplossing, zoals afgesproken met het rijk en IPO, leidt nu tot een nadelig resultaat van € 9 mln. en is verwerkt in de begroting. Er blijft desondanks sprake van een majeur risico, waarbij de aanvullende impact volgens de laats openbaar gemaakte informatie € 27,6 mln. kan bedragen. Al in mei 2021 is het proces gestart en de uitkomsten worden medio 2026 verwacht.
BTW Compensatiefonds
Daarnaast speelt het risico betreffende het plafond BTW- Compensatiefonds (BCF). Overschrijden de BTW- claims van provincies en gemeenten het plafond, dan wordt de overschrijding gekort op het provincie- en gemeentefonds. Omgekeerd leidt een onderschrijding van het plafond tot een toevoeging aan het provincie- en gemeentefonds. Voorlopig gaan we ervan uit dat de financiële impact € 5 mln. (incidenteel) kan zijn (voordelig). Overige doorlopende risico's betreffen taakmutaties. De financiële impact hiervan is op dit moment beperkt.
Omschrijving van het risico
Het verdeelmodel wordt herijkt en er komen nieuwe verdeelmaatstaven. Op dit moment blijkt op basis van voorlopige uitkomsten dat het nieuwe verdeelmodel sterk nadelig kan zijn voor Limburg. Over de uitkomsten van het proces zal, zodra meer bekend is via de reguliere informerende stukken over de circulaires, worden gerapporteerd.
Termijn duidelijkheid
De uitkering 2025 wordt definitief vastgesteld in de meicirculaire 2026.
Acties/beheersing
Via IPO is er een constant overleg over de voorstellen van het Rijk.
2. Nazorgfonds gesloten stortplaatsen
Financiële impact
De Provincie Limburg loopt een financieel risico bij het beheer van het Nazorgfonds stortplaatsen. Hoewel exploitant Attero verantwoordelijk is voor de opbouw van het doelvermogen, draagt de Provincie het risico indien dit vermogen bij sluiting ontoereikend blijkt voor de eeuwigdurende nazorg. Dit risico wordt vergroot door een verlaagde rekenrente (besluit april 2025) en de onzekerheid over de kredietwaardigheid van Attero bij een eventueel faillissement. Op basis van ambtshalve berekeningen wordt het benodigde doelvermogen eind 2024 geschat op € 106 mln., terwijl er slechts € 52,6 mln. beschikbaar is. Dit tekort moet de komende jaren worden ingelopen via nieuwe heffingen bij Attero. De huidige nazorgplannen uit 2014 zijn verouderd; actualisatie is noodzakelijk om de exacte financiële opgave en het debiteurenrisico (o.a. voor bovenafdichtingen) vast te stellen.
Het benodigd incidenteel risico op het weerstandsvermogen wordt geschat op € 4,7 mln.
Risico omschrijving
Risico’s die zich kunnen voordoen voordat, respectievelijk nadat het doelvermogen is opgebracht en de verantwoordelijkheid is overgedragen aan de Provincie Limburg, zijn:
- Stortplaatsexploitant is niet in staat om doelvermogen op moment van sluiting van een stortplaats bij elkaar te brengen (voor sluiting).
- Lagere rendementen dan waarmee bij de berekening van het doelvermogen rekening is gehouden (na sluiting). Het doelvermogen is in dat geval niet toereikend voor de werkelijke kosten van de nazorg.
- Te hoge rekenrente waardoor de gestorte doelvermogens en de daarop behaalde rendementen lager zijn dan de werkelijke kosten voor de nazorg.
- Eerder moeten vervangen van voorzieningen (na sluiting).
- Aansprakelijkheid van het nazorgfonds voor milieuschade als gevolg van gestorte afvalstoffen of het te laat aanbrengen van de bovenafdichting na einde levensduur onderafdichting van 30 jaar.
- Alternatieve aanwendbaarheid van de stortplaatsen, bijvoorbeeld plaatsen van zonneparken, aanleggen van voorzieningen boven op de bovenafdichting of intensieve recreatie.
- Huidige doelvermogens zijn niet correct resp. niet meer actueel, o.a. als gevolg van verouderde nazorgplannen vanuit exploitant.
- Tendens om levensduur van toegepaste materialen, gebruikt in de veiligheidsvoorzieningen, te vergroten. Dit gebaseerd op theoretische modellen en gewijzigde aanlegprotocollen.
- Aangrenzende stortplaatsen met minder of geen veiligheidsvoorzieningen die voor verspreiding van verontreiniging kunnen zorgen waarvan moeilijk te beoordelen is van welke stortplaats de verontreiniging afkomstig is.
- Vertraging bij formele sluiting waardoor het moment van vernieuwen van de afdichtingsconstructie ook op korte(re) termijn moet plaatsvinden.
Termijn duidelijkheid
De exploitant (Attero) bepaalt zelf het moment van sluiting, waardoor de Provincie beperkte grip heeft op de overdracht van risico’s. Hoewel alle Limburgse stortplaatsen de oorspronkelijke sluitingsdata al zijn gepasseerd, blijven locaties zoals Landgraaf en Montfort mogelijk langer open. Deze vertraging bemoeilijkt een nauwkeurige inschatting van het benodigde doelvermogen.
Om de financiële risico's te beheersen, worden bij lopende procedures strikte eisen gesteld aan financiële zekerheidsstellingen door de exploitant:
Landgraaf: Er loopt een revisievergunning waarbij nieuwe zekerheid wordt geëist voor de bovenafdichting.
Montfort: Er is al nieuwe financiële zekerheid verstrekt voor zowel de bovenafdichting als het nieuw aangelegde zonnepark.
Schinnen: Voor een vergund zonnepark wordt momenteel de financiële zekerheidsstelling ambtelijk uitgewerkt.
Vanwege de verouderde nazorgplannen heeft de Provincie de sluitingsdata in de Verordening nazorgheffing ambtshalve aangepast om de financiële kaders zo actueel mogelijk te houden.
Acties/beheersing
Om het debiteurenrisico op Attero te beheersen, heeft de Provincie via borgstellingen en strikte eisen aan de solvabiliteit en liquiditeit van de holding (Sabaton Ventures Bidco B.V.) extra zekerheden bedongen voor de benodigde doelvermogens en afdekverplichtingen. Hoewel de exploitant wettelijk risicoaansprakelijk blijft voor milieuschade, bepaalt de Wet milieubeheer dat claims na sluiting via het Nazorgfonds worden afgehandeld, waardoor de Provincie het restrisico draagt; indien het fondsvermogen of de rendementen op termijn ontoereikend blijken voor de nazorgkosten, komen deze tekorten direct ten laste van de algemene middelen van de Provincie.
3. Europese programma’s
Financiële impact
Voor de periode 2014-2020 is uitgegaan van een risico/weerstandsvermogen van € 4 mln. De programma’s uit de periode 2007-2013 zijn inmiddels door Brussel definitief afgerekend. Over die periode zijn geen financiële claims ingediend.
Omschrijving van het risico
Het risico houdt verband met mogelijke correcties bij de eindafrekening van de EU-bijdrage in Europese Programma’s door Brussel en de rijkscofinancieringsbijdrage door de lidstaat.
De Provincie Limburg maakt zoveel mogelijk gebruik van subsidies vanuit de Europese structuurfondsen (o.a. OPZuid en de Interreg-A programma’s). De EU-regelgeving stelt dat de ‘Lead partner’ van een project verantwoordelijk c.q. aansprakelijk is voor de financiële risico’s van het gehele project, dus bijvoorbeeld in geval van een korting op de EFRO bijdrage. Een lagere vaststelling wordt in principe doorbelast aan de projectuitvoerder. Daar waar de Provincie Limburg ‘Lead partner’ is, geldt dus ook een terugbetalingsrisico wanneer EU-middelen niet conform de geldende wet- en regelgeving worden besteed. Datzelfde geldt voor de rijkscofinancieringsbijdrage. Op grond van historische gegevens kan gesteld worden dat het risico beperkt is.
Dit is gebaseerd op het feit dat dit risico zich tot op heden nog niet heeft gemanifesteerd. Desondanks bij optreden is de impact groot.
Mede gelet op mogelijke EU controles in de periode t/m 2023 blijft het wenselijk om het maximale risicobedrag op € 4 mln. te houden.
Termijn duidelijkheid
De uiteindelijke financiële risico’s van de programma‘s 2014-2020 zullen pas na afloop van deze programma’s, bij de eindafrekening in 2025-2026 bekend zijn.
Acties / beheersing
De (externe) uitvoeringsorganisaties van de EU programma’s beoordelen de juridische aspecten van de EFRO-projectsubsidies. Voor wat betreft het aandeel provinciale cofinanciering zijn wij zelf verantwoordelijk voor de juridische toetsing. In de regel wordt een provinciale cofinanciering aan een Limburgse partner in een EU project afgegeven als een inspanningsverplichting. Het financiële risico is zodoende beperkt.
Kengetallen BBV inzake financiële positie
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen BBV inzake financiële positieMet ingang van de begroting 2016 is in het BBV voorgeschreven dat in deze paragraaf een set van zes verplichte kengetallen wordt opgenomen. Naast de set van kengetallen wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk inzicht over de financiële positie van de Provincie. Met ingang van de begroting 2017 dienen eveneens de geprognotiseerde balansen te worden opgenomen in de begroting en de meerjarenraming. Hierdoor krijgen Provinciale Staten meer inzicht in de ontwikkeling van onder andere de investeringen, het aanwenden van reserves en voorzieningen en de financieringsbehoefte. Op basis van de (geprognotiseerde) balansen zijn de voorgeschreven kengetallen berekend voor 2025-2028. Wij merken op dat er (landelijk) geen normen voor kengetallen zijn benoemd.
De voorgeschreven kengetallen zullen achtereenvolgens worden beschreven en toegelicht.
De kengetallen netto schuldquote, netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen, de solvabiliteitsratio en het kengetal grondexploitatie hebben betrekking op de balans.
Uit onderstaande toelichting blijkt dat de overschotten aan middelen afnemen. De solvabiliteitsratio geeft aan dat er een goede mate van weerbaarheid bestaat en het financieel risico met betrekking tot de grondexploitatie is minimaal te noemen.
De kengetallen structurele exploitatieruimte en de belastingcapaciteit hebben betrekking op de exploitatie. Uit de berekening van de kengetallen blijkt dat de structurele baten voldoende zijn en dat er nog ruimte is om de structurele baten te verhogen. De onbenutte belastingcapaciteit 2025 was € 79,8 mln.
Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de financiële positie van de Provincie Limburg als voldoende kan worden bestempeld.
Netto schuldquote
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Netto schuldquoteDe netto schuldquote geeft inzicht in de verhouding tussen de totale schuldenlast van de provincie en de eigen middelen. Dit kengetal laat zien in welke mate rente- en aflossingsverplichtingen op de exploitatie drukken. Om het effect van verstrekte leningen (doorlenen) in beeld te brengen, wordt de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief deze doorgeleende middelen weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).
Binnen de Provincie Limburg is sprake van een overschot aan beschikbare middelen. Wel laat de ontwikkeling van de (gecorrigeerde) netto schuldquote een stijgende lijn zien. Hoewel het absolute niveau ruim binnen de grenzen blijft, duidt deze toename op een licht afnemende financiële ruimte. Het is daarom van belang hier aandacht voor te houden bij toekomstige investeringsbeslissingen.
Schuldquote |
R2024 |
R2025 |
B2026 |
B2027 |
B2028 |
B2029 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Netto schuldquote |
9% |
34% |
40% |
82% |
82% |
83% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen |
-163% |
-146% |
-98% |
-81% |
-61% |
-35% |
Solvabiliteit
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - SolvabiliteitHet kengetal solvabiliteit geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid.
In het kader van de provinciale financiën laat de solvabiliteitsratio zien in welke mate Provincie Limburg in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen met het aanwezige eigen vermogen. Anders gezegd: het kengetal geeft aan in hoeverre de Provincie zelfstandig en op lange termijn aan haar schulden kan voldoen, zonder afhankelijk te zijn van externe financiers.
R2024 |
R2025 |
B2026 |
B2027 |
B2028 |
B2029 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
Solvabiliteitsratio |
75% |
73% |
73% |
70% |
72% |
75% |
Grondexploitatie
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - GrondexploitatieHet kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. De grondexploitatie geeft in een percentage weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de voorraad grond is hierbij van belang, omdat deze waarden moeten worden terugverdiend bij verkoop. Voor de Provincie is deze ultimo 2025 2%, hetgeen betekent dat het financieel risico met betrekking tot grondexploitatie minimaal is. De grondexploitaties zijn bij de Provincie in materiële zin beperkt.
Het percentage van 2% is het gevolg van reeds gerealiseerde opbrengsten in 2025. Echter voor de betreffende grondexploitaties worden ook nog kosten verwacht. Daarmee is deze kleine piek incidenteel van aard. In de paragraaf Grondbeleid worden de grondexploitaties en de te verwachte financiële resultaten verder toegelicht.
R2024 |
R2025 |
B2026 |
B2027 |
B2028 |
B2029 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
Grondexploitatie |
0% |
2% |
73% |
70% |
72% |
75% |
Structureel exploitatiesaldo
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Structureel exploitatiesaldoVoor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het provinciefonds en de opbrengsten uit opcenten op de motorrijtuigbelastingen. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, omdat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. De Provincie Limburg is uitstekend in staat haar structurele lasten te dragen. Omdat het rekeningresultaat ook onderdeel uitmaakt van het structurele saldo is dit cijfer aanzienlijk hoger dan de begroting 2025-2028 (9%).
Het rekeningresultaat is het daadwerkelijke financiële resultaat over een afgesloten jaar. In de paragraaf structurele exploitatieruimte wordt niet alleen gekeken naar begrotingen, maar wordt voor eerdere jaren ook het gerealiseerde rekeningresultaat meegenomen in het structurele saldo.
De gerealiseerde cijfers laten in de praktijk vaak een positiever beeld zien dan wat eerder begroot is, bijvoorbeeld door meevallers of niet uitgegeven budgetten. Hierdoor is het structurele saldo dat berekend wordt met het daadwerkelijke rekeningresultaat vaak gunstiger dan de verwachtingen in de meerjarenbegroting voor 2026-2028.
R2024 |
R2025 |
B2026 |
B2027 |
B2028 |
B2029 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
Structurele exploitatieruimte |
25% |
20% |
10% |
8% |
8% |
6% |
Opcenten motorrijtuigenbelasting
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Opcenten motorrijtuigenbelastingDe opcenten motorrijtuigenbelasting is voor de Provincie de belangrijkste eigen belastinginkomst. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de provincies wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van het gemiddelde landelijke gehanteerde tarief voor de opcenten. Het aantal opcenten wordt hierbij gerelateerd aan het gemiddelde van het aantal opcenten van alle provincies en bedraagt ultimo 2025 97%.
Belastingcapaciteit |
R2024 |
R2025 |
B2026 |
|---|---|---|---|
Aantal opcenten t.o.v. landelijke gemiddelde |
95% |
97% |
99% |
Landelijk gemiddelde jaar t-1 |
100% |
100% |
100% |