4.1.1. Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding  en Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen

Omschrijving
De doelstellingen voor 2025 waren het realiseren van een betrouwbare energie-infrastructuur die efficiënt wordt benut, het verbeteren van de transportcapaciteit voor stroominvoeding en -afname, en het behalen van 55% CO2/N2O-reductie van de industrie.
 

Alle resultaatafspraken uit de begroting 2025 zijn in 2025 behaald. Zo is de Energievisie 1.0 eind 2024 opgeleverd en hebben we daar verder invulling aangegeven met de lopende projecten. Daarnaast is het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Limburg 2.0 (pMIEK 2.0) vastgesteld, en zijn procedures voor diverse belangrijke elektriciteitsverbindingen in uitvoering genomen (zoals Maasbracht–Graetheide/Einighausen en Energielandgoed Wells Meer–Venray). Op het gebied van netcongestie is actief gestuurd op versnelling en samenwerking met netbeheerders en het Rijk. In de industrie zijn met drie bedrijven bindende maatwerkafspraken gemaakt, is de samenwerking met cluster 6-bedrijven en LEA-bedrijven voortgezet, en is het ondersteuningsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen (o.a. via LIOF, LWV, OML) verder uitgerold. Daarnaast is het Limburgs Energiefonds (LEF) strategisch herijkt. 

Netcongestie (structurele overbelasting van het elektriciteitsnet) blijft een actueel aandachtspunt binnen deze opgaven. Bij de aanpak van netcongestie en de energietransitie pakt de Provincie Limburg haar verantwoordelijkheid vanuit haar ruimtelijke bevoegdheden. Daarnaast stimuleert en coördineert de Provincie initiatieven, en zorgt voor afstemming met partners. Voor de realisatie en versnelling van netwerkuitbreidingen werkt de Provincie nauw samen met netbeheerders TenneT en Enexis, die verantwoordelijk zijn voor aanleg en beheer van het elektriciteitsnet. Het Rijk stelt de landelijke kaders, zorgt voor wet- en regelgeving en (mede)financiering van grote projecten. De ACM vervult een toezichthoudende rol, onder meer ten aanzien van investeringsplannen en capaciteitsverdeling. Door deze samenwerking kunnen knelpunten doelgericht worden aangepakt en verbeteringen in de energie-infrastructuur worden gerealiseerd. 

Stand van zaken moties/amendementen 

3e Gewijzigde Motie 3145 Loomans c.s. inzake Onderzoek Limburgse hydrolyser
Provinciale Staten zijn geïnformeerd (GS DOC-00759339) over de uitwerking van de motie. Er zijn verkennende gesprekken gevoerd met relevante partijen en bestaande marktanalyses zijn meegenomen. Op basis hiervan is op dit moment aanvullend onderzoek of marktconsultatie door de Provincie niet noodzakelijk. Het college blijft inzetten op het creëren van randvoorwaarden voor toekomstige grootschalige elektrolyse en onderzoekt mogelijkheden voor aansluiting op netinfrastructuur. Over de voortgang worden Provinciale Staten via de reguliere cyclus en waar nodig tussentijds geïnformeerd. 

Gewijzigde Motie vreemd 3155 Hanegraaff c.s. inzake Cruciale stroomaansluiting Limburg
Provinciale Staten zijn op 16 december 2025 via GS DOC-00777825 geïnformeerd over de uitvoering van deze motie. Het college zet in op versnelling van de aanleg en uitbreiding van de energie-infrastructuur, het tegengaan van netcongestie en deelname aan landelijke maatregelenpakketten. Specifieke projecten in Limburg zijn geselecteerd voor versnelde uitvoering, en er lopen trajecten voor verdere uitbreiding van het stroomnet en onderzoeken naar alternatieve aanlandlocaties voor windenergie op zee. Het college blijft hierover in gesprek met relevante partijen om de leveringszekerheid en verduurzaming van de regio te waarborgen, en informeert de Staten over de voortgang. 

Rol Provincie: ondersteuner, procesmanager, partner, subsidiënt, financier

Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding 

  • In 2025 is er een energievisie voor Limburg opgeleverd (onderdeel van 2e Gewijzigd Amendement 176 Pelzer c.s. inzake Voortgang Energietransitie). De Energievisie 1.0 is in november 2024 door GS vastgesteld en middels een mededeling portefeuillehouder aangeboden aan PS (GS DOC-00716014). Het proces van de energievisie en het bepalen van onze gezamenlijke koers is vervolgd middels het opstellen van de Toekomstvisie 2050 en Provinciale Omgevingsvisie. 

  • Het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Limburg 2.0 (pMIEK 2.0), onderdeel van 2e Gewijzigde Motie 3069 IJpelaar c.s. inzake ‘Netcongestie in control’, is op 1 april 2025 door Gedeputeerde Staten vastgesteld en hierop volgend aangeboden aan de Minister van Klimaat en Groene Groei (GS DOC-00758011).
    In 2025 is daarnaast middels lobby, via bijvoorbeeld de propositie Energie, onder meer aandacht gevraagd voor versnelling van de 380 kV Maasbracht–Graetheide/Einighausen en diepe aanlanding van wind op zee, een voortvarende uitrol van het Waterstofnetwerk Limburg, en een volwaardige aansluiting van de Clauscentrale en Chemelot op de DRC (voor ten minste de afvang van CO2).

  • In 2025 hebben we, naast de lopende procedure 380 kV Maasbracht – Graetheide/Einighausen, de procedure 150 kV Energielandgoed Wells Meer – Venray opgestart. Concreet hebben we in juni de bereidheid uitgesproken om het bevoegd gezag te worden voor de 150 kV Verbinding Graetheide – Beek -  Schoonbron en hiertoe een voorstel gedaan aan de desbetreffende gemeenten. De gemeenten hebben hiervoor hun steun uitgesproken, alsmede daarna de Statencommissie Leefomgeving. Samen met TenneT, Gasunie / Hynetwork en Enexis en medeoverheden bezien we waar we nog meer meerwaarde kunnen bieden qua versnellen van procedures mede in relatie tot de versnellingsaanpak van het Rijk en TenneT. 

  • In 2025 zijn verschillende initiatieven gericht op efficiënter energiegebruik actief gestimuleerd. Dit gebeurde onder meer via het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Limburg, uitgevoerd door consortiumpartijen zoals LIOF, LWV en OML, waarbij op bedrijventerreinen collectieve verduurzamingsprojecten zijn gestart en de organisatiegraad is verhoogd. Via het Limburgs uitvoeringsprogramma energiehubs (LUPEH) zijn meer dan 20 projecten provinciaal ondersteund, waarbij de focus ligt op bedrijventerreinen, maar ook op maatschappelijk vastgoed, de gebouwde omgeving en alternatieve energieoplossingen zoals batterijopslag, warmte en waterstof. Hierdoor worden initiatieven rond efficiënter energiegebruik, zoals batterijopslag en samenwerking, breder gestimuleerd dan alleen op bedrijventerreinen. 
  • In 2025 is door het Ministerie van Klimaat en Groene Groei en in afstemming met TenneT en Provincies een voorverkenning gestart, om te komen tot een nieuw tracé voor diepe aanlanding wind op zee. Voor Limburg wordt gekeken naar potentiële aanlanding van wind op zee nabij Maasbracht en nabij Graetheide. 

  • In 2025 hebben we de ruimtelijke borging van cruciale energie-infrastructuur in de Provinciale Omgevingsvisie voorbereid, met het oog op vaststelling in 2026. 

  • Naar aanleiding van het besluit BO Leefomgeving is in 2025 de voorbereiding gestart voor de gebiedsgerichte aanpakken Maasbracht-Graetheide samen met KGG en in afstemming met andere betrokken partijen. 
     

  Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen 

  • Er zijn drie fases om met bedrijven naar maatwerkafspraken te komen. De eerste fase is de Expression of Principles (EoP), waarna de fase van ondertekening Joint Letter of Intent (JLoI) volgt. Derde fase betreft de ondertekening van de definitieve bindende maatwerkafspraak.
    Met COSUN is op 18 december 2025 de bindende maatwerkovereenkomst ondertekend (GS DOC-00852836).
    Met AnQore is op 8 juli 2025 een Joint Letter of Intent ondertekend. Met OCI is een Expression of Principles ondertekend. Met Smurfit Westrock Roermond Papier is het traject gestart om te komen tot een Expression of Principles.

  • Er is geen nieuwe Cluster Energie Strategie (CES) 3.0 voor cluster 6 opgesteld. In 2025 heeft een landelijke evaluatie plaatsgevonden door IPO, de netbeheerders en Rijksoverheid over nut en noodzaak voor nieuw op te stellen CES'en. Uit deze evaluatie is gebleken dat de CES niet meer effectief is als instrument voor de verduurzaming van de industrie. Het CES-proces gaat over in een nieuw proces genaamd DIVIT: Dialoog over Infrastructuur voor Industrie in Transitie. Dit ten behoeve van de investeringsplan(IP)-ronde 2026-2028 van de netbeheerders. Er komt geen separaat DIVIT-rapport.

  • De samenwerking met de LEA-bedrijven is gecontinueerd middels 6 inhoudelijke sessies. Daarnaast is verder uitvoering gegeven aan het ‘Landelijk actieplan verduurzaming cluster 6-bedrijven’, specifiek de casusgerichte aanpak en de regioaanpak.

  • In het kader van het ondersteuningsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen heeft de Provincie Limburg het consortium LIOF-LWV-OML opdracht gegeven om een provinciebrede aanpak op te zetten voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. In 2025 zijn gesprekken gevoerd met alle Limburgse gemeenten om kansen en ontwikkelingen op bedrijventerreinen in kaart te brengen en te bepalen waar ondersteuning gewenst is. Op 19 van de 59 bedrijventerreinen is de organisatiegraad versterkt om gezamenlijke verduurzaming te stimuleren; op de overige terreinen loopt de aanpak nog.

  • Het ondersteunen van ondernemerschap en innovatie bij Limburgse bedrijven is via het Limburgs Energiefonds (LEF) en LIOF gecontinueerd.

   Limburgs Energiefonds (LEF) 

  • In 2025 is de strategie van het LEF herijkt, waarbij tevens het traject en de strategische uitgangspunten voor de ontvlechting van de deelneming Mijnwater zijn meegenomen. De herijking is vastgelegd in een Statenvoorstel dat inmiddels op 6 februari 2026 aan Provinciale Staten is voorgelegd voor het uitspreken van wensen en bedenkingen. 

Groen

Alle genoemde resultaten in de begroting 2025 zijn volgens planning behaald. 

Groen

Voor de uitvoering van product Energie-infrastructuur & ruimtelijke inbedding en verduurzaming industrie en bedrijventerreinen zijn in 2025 de lasten begroot op € 9,95 mln. De realisatie 2025 bedraagt € 34,78 mln. Hierdoor ontstaat er een nadelig verschil van € 24,84 mln. Dit verschil in 2025 heeft betrekking op: 

  • de vorming van een verplichte risicovoorziening inzake het Limburgs Energiefonds ter hoogte van € 28 mln. Deze wordt gedekt uit de risicoreserve Financieel Instrumentarium Sturing in Samenwerking.
  • een voordelig resultaat van € 1,97 mln. Dit betreft Specifieke uitkeringen CDOKE incl. Energiehubs € 1,80 mln. en PMO BO EVI - cluster Chemelot € 0,17 mln. Deze middelen zijn op basis van doorlopende afspraken met het Rijk meerjarig ter beschikking gesteld. Derhalve worden de niet-bestede middelen inclusief de baten (bijdrage van het Rijk) van € 1,97 mln. overgeboekt naar 2026;
  • een voordelig resultaat van € 1,05 mln. Op 4 oktober 2022 hebben GS ingestemd met het 'Convenant uitvoering OPZuid 2021-2027'. Voor een vijftal grote projecten zijn in 2025 aanvragen ontvangen en beschikt. In de komende jaren verwachten we een gelijk aantal projecten te cofinancieren in de warmtetransitie en energieopslag. Dit is een doorlopende activiteit binnen het kader Nieuwe energie en schoon leefmilieu. Voor de continuering van deze uitvoering wordt een bedrag van € 1,05 mln. overgeboekt naar 2026;
  • een voordelig resultaat van € 0,20 mln. Bij GS-besluit van 23 april 2024 is een bedrag ter hoogte van € 0,20 mln. beschikbaar gesteld vanuit het programma Nieuwe Energie voor de periode 2024-2027 ten behoeve van de cofinanciering van samenwerkingsprojecten, die aanspraak maken op Europese en Nationale fondsen. In 2026 vindt besluitvorming plaats over de wijkgerichte aanpak, deze middelen worden dan ingezet als cofinanciering voor het onderdeel energie-armoede. Het restantbedrag 2026 van € 0,20 mln. wordt hiertoe overgeboekt naar 2026;
  • een voordelig resultaat van € 0,19 mln. In 2026 zijn procesmiddelen nodig voor o.a. uitvoeringsplan duurzaamheid en het organiseren van bijeenkomsten en overleggen. Het restantbedrag in 2026 van € 0,19 mln. wordt hiervoor overgeboekt naar 2026;
  • een voordelig resultaat van € 0,22 mln. Dit betreft een meerjarige DU Versterking vergunningverl. Maatwerkaanpak. Deze middelen worden ingezet voor maatwerkafspraken. De maatwerktrajecten zijn complex, tijdrovend en vergen fluctuerende inzet en specialistische kennis van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (ODZL). De uitvoering van de maatwerkafspraken en de inzet van de ODZL is dan ook meerjarig. De daadwerkelijke jaarlijkse inzet van de ODZL is afhankelijk van het aantal (en complexiteit van de) vergunningsaanvragen voor de verduurzamingsprojecten van maatwerkbedrijven. Dit maakt het lastig vooraf in te schatten hoeveel uren de ODZL op jaarbasis daadwerkelijk hieraan besteed. Het restantbedrag 2025 van € 0,22 mln. wordt overgeboekt naar 2026.

Om te voldoen aan onze verplichtingen en verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken, wordt € 3,63 mln. overgeboekt naar 2026 e.v. via de overboekingsvoorstellen.

Oranje