Financiële positie
Terug naar navigatie - Financiële positieEen gezonde financiële positie komt tot uitdrukking in een sluitende begroting met een structureel evenwicht en voldoende weerstandsvermogen. Op deze begroting is het volgende van toepassing:
- de Najaarsnota 2023, Programmabegroting 2024 en bijhorende meerjarenraming 2025-2027 zijn structureel sluitend;
- de generieke taakstelling ad € 50 mln. zien wij als haalbaar.
- er is voldoende weerstandsvermogen om de financiële risico’s te dekken (surplus weerstandsvermogen € 898 mln.);
- de onbenutte belastingcapaciteit, als onderdeel van het surplus in het weerstandsvermogen, bedraagt bijna € 79 mln. per jaar;
- er is € 206,9 mln. gereserveerd voor nieuw beleid (intensiveringen), conform het Coalitieakkoord 2023-2027;
- solide eigen vermogenspositie van € 1.533 mln. per 1-1-2024. Dit beeld vertoont meerjarig een lichte daling, maar dat ligt in lijn met eerdere prognoses;
- een solide financieringspositie, waardoor de behoefte aan Vreemd Vermogen beperkt is;
- de financiële kengetallen (zie paragraaf Weerstandsvermogen) vertonen een zelfde beeld. De belangrijkste indicatoren zijn ook in deze toelichting opgenomen.
Daarmee concluderen wij dat puur vanuit financieel perspectief de financiële positie gezond is. Dit blijft altijd een momentopname. Zoals ook in het financieel kader, onderdeel van het strategisch perspectief, is verwoord, blijft de meerjarenraming een punt van zorg. Dit vanwege de mogelijke effecten van herijking van het provinciefonds, betalen naar gebruik en de gevolgen voor het beleid door de landelijke verkiezingen. De meerjarenraming blijft daarom voor wat betreft de inkomsten en het begrotingsresultaat boterzacht.
Een andere relevante factor blijft de loon- en prijsontwikkeling. Wij gaan uit van 5% in 2024 en 3,50 % in 2025 en dat is hoger dan de prognoses een jaar geleden aangaven. Naweeën van de coronacrisis en tegelijkertijd geopolitieke ontwikkelingen rondom de Oekraïne en Taiwan kunnen van grote invloed zijn op deze prognoses. De lijn is dat de circulaires van het provinciefonds, die ook specifiek zijn voor overheidsuitgaven, het uitgangspunt blijven. Daarmee zijn de budgetten die in de begroting zijn opgenomen taakstellend en wordt er geen extra begrotingsruimte gereserveerd. De verwachting van zowel de Europese als de Nederlandse bank is dat de inflatie gaat dalen als gevolg van zowel het rentebeleid als de dalende energieprijzen.
Voor specifieke toelichtingen op de diverse onderdelen verwijzen wij naar de aparte paragrafen over onze begroting en meerjarenraming, balansinformatie en de grondslagen.