De provinciale treasury ziet er op toe dat beschikbare en tijdelijk overtollige middelen prudent worden beheerd. In het Treasurystatuut zijn de doelstellingen van het treasurybeleid en de kaders aan het beheer van de provinciale financiële activa opgenomen, waaronder ook de specifieke voorwaarden die worden gesteld aan het beheer en het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen.
Samenstelling van de uitgezette tijdelijk overtollige middelen
Het voorheen significante portefeuille-onderdeel Obligaties zal per 1 januari 2024 nog slechts een nominale omvang van € 113,6 mln. hebben en zal in boekjaar 2024 verder afnemen tot € 63,6 mln. De twee resterende obligaties in portefeuille (beiden uitgegeven door Rabobank) kunnen tot einddatum (resp. 2024 en 2025) worden aangehouden, maar nieuwe aankopen van obligaties zijn in de vigerende Wet Fido voor decentrale overheden niet meer toegestaan. Dit portefeuille-onderdeel zal per boekjaar 2026 ophouden te bestaan.
Het portefeuille-onderdeel ‘Geldleningen aan decentrale overheden’ betreft onderhandse geldleningen aan en Medium Term Notes (MTN) van decentrale overheden en heeft bij aanvang 2024 een volume van € 357 mln. In de periode 2024 tot en met 2027 zal een aanzienlijk aantal leningen met een totaalvolume van € 185 mln. vrijvallen. De treasury-prognoses laten echter zien dat dit portefeuille-onderdeel in volume minimaal op peil zal blijven en mogelijk zelfs zal toenemen, omdat het de verwachting is dat de vrijval binnen dit portefeuille-onderdeel als ook de vrijval van bovengenoemde twee obligaties in nieuwe geldleningen aan decentrale overheden zal worden herbelegd. Nieuwe uitzettingen worden met een ruime spreiding in looptijden met zowel lineaire als bullet aflossingsschema’s weggezet met als doel om jaarlijks voldoende vrijval van liquiditeiten te realiseren, doch een bulk aan vrijval in enig toekomstig boekjaar te vermeiden. De kapitaalmarktrente voor nieuwe uitzettingen naar decentrale overheden is sinds het voorjaar 2022 geleidelijk opgelopen van krap 1% tot boven de 3% (augustus 2023). Door periodiek en gedoseerd nieuwe uitzettingen te doen met veelal lineaire aflossingsschema's, beweegt het rendement op de uitzettingen binnen dit portefeuille-onderdeel mee met het rentebeleid van de ECB en de rentebewegingen van de kapitaalmarkt, wat leidt tot jaarlijkse stabiele rentebaten.
Schatkistbankieren voorziet in de mogelijkheid om deposito’s in meerdere looptijden en met een vast rentetarief bij het Ministerie van Financiën af te sluiten. De rentetarieven zijn gelijk aan de kapitaalmarktrente waartegen de Staat der Nederlanden zich kan financieren op de internationale financiële markten. Doordat het rendement op deze deposito’s circa 30 tot 50 basispunten lager ligt dan uitzettingen aan decentrale overheden, worden Rijksdeposito’s beperkt tot een klein deel van de beleggingsmix. Het doel van plaatsing in Rijksdeposito’s is het verkrijgen van een iets hoger rendement dan in rekening-courant bij de Rijksoverheid en met behoud van een hogere liquiditeitswaarde dan uitzetting bij decentrale overheden.
Liquiditeitspositie
Het direct beschikbaar werkkapitaal van de Provincie is van belang om aan alle (toekomstige) verplichtingen aan crediteuren te kunnen voldoen. Het direct beschikbaar werkkapitaal is gelijk aan het saldo Schatkistbankieren rekening-courant. Voor de inschatting van de omvang van het benodigde werkkapitaal wordt gebruik gemaakt van liquiditeitsprognoses die periodiek worden geactualiseerd. In deze prognoses worden realistische aannames gedaan op basis van de meerjarenbegroting die bij veranderende omstandigheden tot wijziging van de liquiditeitspositie zou kunnen leiden. De ontwikkeling van het rekening-courant saldo over de periode 2023-2027 is in tabel 4.2 weergegeven. Op basis van de huidige prognoses wordt per 1 januari 2024 een saldo op rekening-courant bij Schatkistbankieren verwacht van circa € 125,0 mln. Treasury stuurt, afhankelijk van voorziene inkomsten, uitgaven en actuele kapitaalmarktrentes, op een banksaldo van circa € 75 mln. tot € 100 mln.
De liquiditeitsprognose voorziet in voldoende werkkapitaal om aan alle toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Liquiditeitsdips kunnen zich echter ook binnen een boekjaar voordoen, afhankelijk van de timing van inkomsten en uitgaven. Vooralsnog wordt niet verwacht dat Provincie Limburg externe financiering behoeft aan te trekken. De toegang tot de kapitaalmarkt is goed tot uitstekend, mocht er financieringsbehoefte ontstaan. De verwachte samenstelling van de uitzettingen van tijdelijk overtollige middelen in 2023 t/m 2027 is hieronder schematisch weergegeven.