4. § Financiering

4. § Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Inleiding

De paragraaf Financiering biedt een overzicht van 1) de verstrekte geldleningen aan verbonden partijen en derden marktpartijen uit hoofde van het publiek belang*; 2) de beleggingen van tijdelijk overtollige liquide middelen; en 3) de opgenomen geldleningen bij financiële instellingen. 
*Geïnvesteerd agiokapitaal in deelnemingen is opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen.

Een belangrijke taak bij het beheersen van de financieringsstromen is dat te allen tijde voldoende werkkapitaal beschikbaar is om aan alle financiële verplichtingen te kunnen voldoen, zodat de financiële continuïteit van de organisatie gewaarborgd blijft en dat de in de meerjarenbegroting opgenomen beleidsdoelstellingen zonder belemmering van financiering uitgevoerd kunnen worden.

Een secundaire maar even zo belangrijke taak is dat de Provincie haar financieringsmiddelen in een verantwoorde balans inzet ten behoeve van directe stimulering van het publieke belang in Limburg en het realiseren van beleggingsrendementen. Deze beleggingsrendementen komen op indirecte wijze als rentebaten in de meerjarenbegroting eveneens toe aan de Limburgse maatschappij. 

Deze paragraaf geeft inzicht in:

  • Financieringspositie Provincie Limburg integraal;
  • Algemene ontwikkelingen;
  • Portefeuille Treasury (tijdelijk overtollige liquide middelen);
  • Renteopbrengst portefeuille Treasury;
  • Portefeuille Geldleningen publiek belang;
  • Renteopbrengst portefeuille Geldleningen publiek belang;
  • Portefeuille Opgenomen geldleningen;
  • Verantwoording van wettelijke normen – vlottende schuldpositie;
  • Verantwoording van wettelijke normen – vaste schuldpositie;
  • Europese Monetaire Unie (EMU)-saldo;
  • Beleidsplan financieringsfunctie 2024.

Financieringspositie Provincie Limburg integraal

Terug naar navigatie - Financieringspositie Provincie Limburg integraal

Als de passivazijde van de financiële balans van de Provincie Limburg wordt bekeken, dan valt op dat de Provincie een forse eigen vermogenspositie heeft van circa € 1.654 mln. (Jaarrekening 2022, pagina’s 367/368) en een gering volume aan opgenomen geldleningen. Aan de activazijde van dezelfde balans valt af te lezen dat de Provincie dit vermogen voor een aanzienlijk deel heeft geïnvesteerd in financiële vaste activa en kortlopende uitzettingen. Met uitzondering van het uitstaand agiokapitaal aan provinciale deelnemingen (zie hiervoor de paragraaf Verbonden partijen) worden de financiële vaste activa, de kortlopende uitzettingen en de opgenomen geldleningen nader verantwoord in de voorliggende paragraaf Financiering. Deze uitstaande en opgenomen geldleningen zijn ondergebracht in de volgende drie financieringsportefeuilles:

  1. Portefeuille Treasury (ook wel: tijdelijk overtollige liquide middelen);
  2. Portefeuille Geldleningen publieke belang;
  3. Portefeuille Opgenomen geldleningen.

In tabel 4.1 wordt het hoofdsomverloop van bovengenoemde drie financieringsportefeuilles per jaarultimo weergegeven. Potentiële en/of verwachte nieuwe uitzettingen en opnamen zijn hierin niet opgenomen. De totale nominale hoofdsom van de financiële uitzettingen (exclusief herbeleggingen) per ultimo 2023 bedraagt naar verwachting per saldo circa € 1.273,9 mln. en per ultimo 2024 € 994,2 mln. Dit houdt in dat in 2024 naar verwachting circa € 280 mln. aan uitstaande middelen zal vrijvallen. Tot ultimo 2027 zal de nominale hoofdsom van alle drie de financieringsportefeuilles (exclusief herbeleggingen) als gevolg van regulier verloop afnemen tot € 714,6 mln. In dit verloop is nog geen rekening gehouden met de drie eeuwigdurende hybride geldleningen aan de Nederlandse sectorbanken van in totaal € 150 mln. die jaarlijks naar discretie van de tegenpartij kunnen worden afgelost (jaarlijkse call-optie tegenpartij). Bij vrijval van uitstaand financieel vermogen valt dit in beginsel toe aan het rekening-courant saldo dat de Provincie bij het Ministerie van Financiën aanhoudt in het kader van Schatkistbankieren. Indien deze liquide middelen niet direct nodig zijn voor exploitatie-uitgaven en/of geplande investeringen van de Provincie, dan komen deze middelen in aanmerking voor hernieuwde rentedragende uitzetting (herbelegging). Dit betreft een regulier doorlopende cyclus.

De totaal verwachte renteopbrengst per boekjaar dat met de reeds uitstaande middelen zal worden gerealiseerd wordt eveneens in tabel 4.1 gepresenteerd. De verwachte renteopbrengst op geplande herbeleggingen zijn hierin niet opgenomen en zijn afhankelijk van het volume en de timing van de herbelegging en de ontwikkeling van de kapitaalmarktrente. Dit maakt dat in tabel 4.1 van jaar tot jaar een afname in de rentebaten zichtbaar is. De totaal verwachte renteopbrengst in boekjaar 2024 bedraagt € 36,1 mln. Deze renteopbrengsten maken onderdeel uit van de rentebaten in de meerjarenbegroting.

Financiële karakteristieken per portefeuille

Ieder van de portefeuilles (en de portefeuille onderdelen) heeft zijn eigen kenmerken die hieronder beknopt worden benoemd:

  1. Portefeuille Treasury (tijdelijk overtollige liquide middelen): deze portefeuille heeft een relatief hoge liquiditeitswaarde, omdat de middelen direct opvraagbaar op rekening-courant, in vroegtijdig opvraagbare Rijks-deposito’s of in relatief goed verkoopbare geldleningen aan overige decentrale overheden zijn ondergebracht. Ook is het kredietrisico relatief laag, omdat de tegenpartij altijd een overige Nederlandse overheidsorganisatie betreft. Daar tegenover staat dat de rentepercentages meestal lager zijn, omdat er weinig tot geen risicopremie in deze uitzettingen is opgenomen;
  2. Portefeuille Geldleningen publieke belang: deze portefeuille heeft een lage liquiditeitswaarde, omdat geldleningen aan verbonden partijen en derden marktpartijen een relatief lange looptijd kennen en slechts in (zeer) beperkte mate vervroegd afgelost kunnen worden. Gegeven het maatwerk in de leningsovereenkomsten is er tevens geen secundaire markt om deze geldleningen voortijdig met cessie aan derden over te kunnen dragen. Herfinanciering door een commerciële financier is in een beperkt aantal situaties wel mogelijk. Ook is het kredietrisico op deze portefeuille aanzienlijk hoger en is het aanvraagproces en het leningbeheer gedurende de looptijd intensiever. Daar staat tegenover dat de rentepercentages binnen deze portefeuille vaak meerdere procentpunten hoger liggen dan in de portefeuille Treasury en dat met iedere geldlening een direct publiek belang wordt gerealiseerd;
  3. Portefeuille Opgenomen geldleningen: gegeven de goede liquide positie uit eigen vermogen heeft de Provincie (vooralsnog) geen behoefte aan het structureel inlenen van financiering. Dit afgezien van mogelijke incidentele kasgeldleningen om tijdelijke pieken in uitgaven op te kunnen vangen. De huidige opgenomen geldleningen in portefeuille betreffen lopende projectfinancieringen, waarbij de lening uitsluitend voor het specifieke project wordt aangewend. Er kunnen zich altijd nieuwe situaties voordoen waarbij een projectfinanciering wenselijk is (bijvoorbeeld als voorwaarde voor een Europese subsidie).
Tabel 4.1 Hoofdsomverloop uitstaande en opgenomen geldleningen per jaarultimo (nominaal x € 1.000)
Portefeuille B2023 B2024 B2025 B2026 B2027
1. Portefeuille Treasury (tijdelijk overtollige liquide middelen) 646.080 443.540 328.380 301.840 272.300
2. Portefeuille Geldleningen publieke belang 658.746 574.989 519.249 486.509 452.669
Totaal uitstaande financiële middelen 1.304.826 1.018.529 847.629 788.349 724.969
3. Portefeuille Opgenomen projectfinancieringen -30.922 -24.285 -19.648 -15.011 -10.374
Saldo uitstaande en opgenomen geldleningen 1.273.904 994.244 827.981 773.338 714.595
Integrale prognose renteopbrengst per boekjaar (bedragen x € 1.000)
Renteopbrengst per portefeuille B2024 B2025 B2026 B2027 B2028
1. Portefeuille Treasury (tijdelijk overtollige liquide middelen) 17.890 12.734 9.022 7.344 4.793
2. Portefeuille Geldleningen publieke belang 12.954 9.720 7.947 6.841 5.609
Boekhoudkundige vrijval van reserves uit verkoop van obligaties in voorgaangde jaren 5.292 4.622 3.470 1.749 413
Totaal aan renteopbrengst per boekjaar 36.136 27.076 20.439 15.934 10.815

Algemene ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Algemene ontwikkelingen

Interne ontwikkelingen

De financiering van de provinciale taken en het beheer van de provinciale financiële activa (excl. agiokapitaal aan deelnemingen) zijn vastgelegd in de vigerende Financiële verordening Provincie Limburg, het Treasurystatuut en het strategisch investeringsbeleid en uitvoeringskader Sturing in Samenwerking (SIS 3.0). Voor 2024 zijn geen (voorstellen tot) materiële wijzigingen van deze beleids- en uitvoeringskaders voorzien.

In 2023 is gestart met de voorbereiding van de nieuwe aanbesteding van portfoliomanagement software ten behoeve van het (financieel) beheer van de verbonden partijen en de portefeuille Geldleningen publiek belang. De implementatie en in gebruik name van de software is voorzien voor 2024. Totdat de softwareapplicatie in productie wordt genomen (in geval aan een ander dan de huidige leverancier wordt gegund), blijft de beschikbaarheid van de huidige softwareapplicatie gewaarborgd.

Externe ontwikkelingen

De vigerende Financiële verordening Provincie Limburg en het Treasurystatuut voldoen aan de wettelijke kaders, waaronder het Besluit Begroting & Verantwoording (BBV), de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden (Skb) en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo). Omtrent verslagjaar 2024 zijn door de Rijksoverheid geen wetswijzigingen aangekondigd die van materiële invloed op het huidige financieringsbeleid van Provincie Limburg zouden kunnen zijn.

Portefeuille Treasury (tijdelijk overtollige liquide middelen)

Terug naar navigatie - Portefeuille Treasury (tijdelijk overtollige liquide middelen)

De provinciale treasury ziet er op toe dat beschikbare en tijdelijk overtollige middelen prudent worden beheerd. In het Treasurystatuut zijn de doelstellingen van het treasurybeleid en de kaders aan het beheer van de provinciale financiële activa opgenomen, waaronder ook de specifieke voorwaarden die worden gesteld aan het beheer en het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen. 

Samenstelling van de uitgezette tijdelijk overtollige middelen 
Het voorheen significante portefeuille-onderdeel Obligaties zal per 1 januari 2024 nog slechts een nominale omvang van € 113,6 mln. hebben en zal in boekjaar 2024 verder afnemen tot € 63,6 mln. De twee resterende obligaties in portefeuille (beiden uitgegeven door Rabobank) kunnen tot einddatum (resp. 2024 en 2025) worden aangehouden, maar nieuwe aankopen van obligaties zijn in de vigerende Wet Fido voor decentrale overheden niet meer toegestaan. Dit portefeuille-onderdeel zal per boekjaar 2026 ophouden te bestaan.

Het portefeuille-onderdeel ‘Geldleningen aan decentrale overheden’ betreft onderhandse geldleningen aan en Medium Term Notes (MTN) van decentrale overheden en heeft bij aanvang 2024 een volume van € 357 mln. In de periode 2024 tot en met 2027 zal een aanzienlijk aantal leningen met een totaalvolume van € 185 mln. vrijvallen. De treasury-prognoses laten echter zien dat dit portefeuille-onderdeel in volume minimaal op peil zal blijven en mogelijk zelfs zal toenemen, omdat het de verwachting is dat de vrijval binnen dit portefeuille-onderdeel als ook de vrijval van bovengenoemde twee obligaties in nieuwe geldleningen aan decentrale overheden zal worden herbelegd. Nieuwe uitzettingen worden met een ruime spreiding in looptijden met zowel lineaire als bullet aflossingsschema’s weggezet met als doel om jaarlijks voldoende vrijval van liquiditeiten te realiseren, doch een bulk aan vrijval in enig toekomstig boekjaar te vermeiden. De kapitaalmarktrente voor nieuwe uitzettingen naar decentrale overheden is sinds het voorjaar 2022 geleidelijk opgelopen van krap 1% tot boven de 3% (augustus 2023). Door periodiek en gedoseerd nieuwe uitzettingen te doen met veelal lineaire aflossingsschema's, beweegt het rendement op de uitzettingen binnen dit portefeuille-onderdeel mee met het rentebeleid van de ECB en de rentebewegingen van de kapitaalmarkt, wat leidt tot jaarlijkse stabiele rentebaten.

Schatkistbankieren voorziet in de mogelijkheid om deposito’s in meerdere looptijden en met een vast rentetarief bij het Ministerie van Financiën af te sluiten. De rentetarieven zijn gelijk aan de kapitaalmarktrente waartegen de Staat der Nederlanden zich kan financieren op de internationale financiële markten. Doordat het rendement op deze deposito’s circa 30 tot 50 basispunten lager ligt dan uitzettingen aan decentrale overheden, worden Rijksdeposito’s beperkt tot een klein deel van de beleggingsmix. Het doel van plaatsing in Rijksdeposito’s is het verkrijgen van een iets hoger rendement dan in rekening-courant bij de Rijksoverheid en met behoud van een hogere liquiditeitswaarde dan uitzetting bij decentrale overheden.

Liquiditeitspositie
Het direct beschikbaar werkkapitaal van de Provincie is van belang om aan alle (toekomstige) verplichtingen aan crediteuren te kunnen voldoen. Het direct beschikbaar werkkapitaal is gelijk aan het saldo Schatkistbankieren rekening-courant. Voor de inschatting van de omvang van het benodigde werkkapitaal wordt gebruik gemaakt van liquiditeitsprognoses die periodiek worden geactualiseerd. In deze prognoses worden realistische aannames gedaan op basis van de meerjarenbegroting die bij veranderende omstandigheden tot wijziging van de liquiditeitspositie zou kunnen leiden. De ontwikkeling van het rekening-courant saldo over de periode 2023-2027 is in tabel 4.2 weergegeven. Op basis van de huidige prognoses wordt per 1 januari 2024 een saldo op rekening-courant bij Schatkistbankieren verwacht van circa € 125,0 mln. Treasury stuurt, afhankelijk van voorziene inkomsten, uitgaven en actuele kapitaalmarktrentes, op een banksaldo van circa € 75 mln. tot € 100 mln.

De liquiditeitsprognose voorziet in voldoende werkkapitaal om aan alle toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Liquiditeitsdips kunnen zich echter ook binnen een boekjaar voordoen, afhankelijk van de timing van inkomsten en uitgaven. Vooralsnog wordt niet verwacht dat Provincie Limburg externe financiering behoeft aan te trekken. De toegang tot de kapitaalmarkt is goed tot uitstekend, mocht er financieringsbehoefte ontstaan. De verwachte samenstelling van de uitzettingen van tijdelijk overtollige middelen in 2023 t/m 2027 is hieronder schematisch weergegeven. 

Tabel 4.2 Hoofdsomverloop portefeuille Treasury per ultimo boekjaar (nominaal x € 1.000)
Portefeuille onderdelen B2023 B2024 B2025 B2026 B2027
1a. Bedrijfsobligaties (uitfasering) 113.620 63.620 0 0 0
1b. Geldleningen aan decentrale overheden 357.460 279.920 228.380 201.840 172.300
1c. Schatkistbankieren deposito's 50.000 0 0 0 0
1d. Schatkistbankieren rekening-courant* 125.000 100.000 100.000 100.000 100.000
1. Totaal Portefeuille Treasury (tijdelijk overtollige middelen) 646.080 443.540 328.380 301.840 272.300
*Het rekening-courant saldo wordt als constante weergegeven. Saldo boven deze waarde komt in aanmerking voor herbelegging.

Renteopbrengst portefeuille Treasury

Terug naar navigatie - Renteopbrengst portefeuille Treasury

Rentebaten op tijdelijk overtollige middelen
In tabel 4.3 is de meerjaren renteprognose op de huidige uitzettingen weergegeven, met de realistische aanname dat er geen voortijdige verkoop plaatsvindt. In de geprognotiseerde renteopbrengst wordt eveneens aangenomen dat 90% van alle vrijval direct opnieuw zal worden herbelegd bij decentrale overheden tegen een gemiddeld rentetarief van 1 procentpunt. De rentevergoeding op het rekening-courant saldo binnen Schatkistbankieren is aan dagelijkse mutaties onderhevig en wordt gegeven deze onzekerheid op nihil begroot. Nieuwe uitzettingen in Rijksdeposito’s zijn een alternatief op uitzettingen aan decentrale overheden en worden pas in de renteprognose opgenomen zodra deze daadwerkelijk zijn aangevraagd. Met inbegrip van bovengenoemde aannames wordt een conservatief doch realistisch scenario voor de portefeuille Treasury voor de komende jaren getoond.

Vrijval reserves van de gederfde rentebaten
In de jaren 2017 t/m 2020 hebben voortijdige obligatieverkopen plaatsgevonden. Met het doel om de eenmalige verkoopwinsten te spiegelen aan de gederfde rentebaten als gevolg van de voortijdige verkoop zijn vrijval reserves ingesteld. Met de geleidelijke vrijval van deze reserves wordt het effect op gederfde rentebaten opgeheven. Het verloop van de vrijval reserves is eveneens weergegeven in tabel 4.3. Bij de vrijval reserve 2020-2025 wordt een negatief bedrag gepresenteerd. Dit wordt veroorzaakt doordat de verkoopwinst bij deze verkoop ten dele specifiek is ingezet voor een nieuwe geldlening  aan Enexis en de rentebaten op deze Enexis-lening op de vrijval reserve in mindering is gebracht.

Tabel 4.3 Renteopbrengst actuele portefeuille Treasury (bedragen x € 1.000)
Renteopbrengst per portefeuille onderdeel B2024 B2025 B2026 B2027 B2028
1a. Obligatieportefeuille (uitfasering) 4.703 2.624 0 0 0
1b. Geldleningen aan decentrale overheden 11.882 10.110 9.022 7.344 4.793
1c. Schatkistbankieren deposito's 1.305 0 0 0 0
1d. Schatkistbankieren rekening-courant 0 0 0 0 0
1. Subtotaal Rente-ontvangst portefeuille Treasury 17.890 12.734 9.022 7.344 4.793
Verloopoverzicht boekhoudkundige verwerking verkoopresultaten obligaties (bedragen x € 1.000)
Vrijval van reserves B2024 B2025 B2026 B2027 B2028
Vrijval reserve 2017-2021
Vrijval reserve 2018-2022
Vrijval reserve 2019-2023
Vrijval reserve 2020-2025 -553 -742
Vrijval reserve 2020-2029 5.845 5.364 3.470 1.749 413
Subtotaal vrijvallende reserves 5.292 4.622 3.470 1.749 413
Totaal begrote rentebaten incl. reserves 23.182 17.356 12.492 9.093 5.206

Portefeuille Geldleningen publiek belang

Terug naar navigatie - Portefeuille Geldleningen publiek belang

De portefeuille Geldleningen publiek belang bevat alle geldleningen (en borgstellingen) aan verbonden partijen en derden marktpartijen uit hoofde van het publiek belang. Deze portefeuille bevat uitsluitend verstrekkingen van vreemd vermogen. Verstrekkingen van eigen vermogen aan provinciale deelnemingen is opgenomen in de Paragraaf Verbonden partijen. In het strategisch investeringsbeleid en uitvoeringskader Sturing in Samenwerking 3.0 zijn de voorwaarden en condities vastgelegd waartegen de Provincie een geldlening zou kunnen verstrekken en hoe deze leningen worden beheerd. 

Een overzicht van het hoofdsomverloop van de uitgezette geldleningen aan verbonden partijen en derden partijen en verstrekte borgstellingen is opgenomen in tabel 4.4. Voor een overzicht van kapitaalverstrekkingen aan verbonden partijen wordt verwezen naar de Paragraaf Verbonden partijen.

Tabel 4.4 Hoofdsomverloop portefeuille Publieke belang per ultimo boekjaar (nominaal x € 1.000)
Portefeuille onderdelen B2023 B2024 B2025 B2026 B2027
2a. Leningen aan verbonden partijen 299.369 295.069 290.869 284.669 280.369
2b. Leningen aan derde partijen 357.460 279.920 228.380 201.840 172.300
2c. Borgstellingen 1.917 0 0 0 0
2. Totaal Portefeuille Geldleningen publieke belang 658.746 574.989 519.249 486.509 452.669

Renteopbrengst portefeuille Geldleningen publiek belang

Terug naar navigatie - Renteopbrengst portefeuille Geldleningen publiek belang

In tabel 4.5 is de verwachte renteopbrengst van de huidige portefeuille Geldleningen publiek belang voor 2024 tot en met 2028 weergegeven. Hierbij is geen rekening gehouden met mogelijke nieuwe uitzettingen binnen deze portefeuille en eventuele vervroegde aflossingen.

Tabel 4.5  Renteopbrengst actuele portefeuille Publieke belang (bedragen x € 1.000)
Renteopbrengst per portefeuille onderdeel B2024 B2025 B2026 B2027 B2028
2a. Verbonden partijen 9.600 6.599 4.966 4.072 3.921
2b. Derden marktpartijen 3.354 3.121 2.981 2.769 1.688
2c. Risicovergoeding op borgstellingen 0 0 0 0 0
2. Totaal renteopbrengst publieke belang 12.954 9.720 7.947 6.841 5.609

Portefeuille Opgenomen geldleningen

Terug naar navigatie - Portefeuille Opgenomen geldleningen

Gelet op de solide liquiditeitspositie van de Provincie zoals opgenomen in tabel 4.2 is de verwachting dat er in de komende jaren geen structurele externe financiering nodig zal zijn ten behoeve van het provinciale werkkapitaal. Wel heeft de Provincie drie projectfinancieringen in de boeken staan die hieronder worden toegelicht:

  1. In 2004 heeft de Provincie de geldlening van de (voormalige) Stichting Symbiose overgenomen met betrekking tot het pand Mercator. Verkoop van dit pand heeft in 2005 plaatsgevonden. Vanwege de hoogte van het agio op deze lening is in 2005 niet tot vervroegde aflossing overgegaan. Indien de kapitaalmarktrente substantieel gaat stijgen, zal tot vervroegde aflossing worden overgegaan. Op deze lening wordt jaarlijks € 180.600 afgelost tot en met de einddatum in 2027.
  2. In het kader van de beëindiging van de activiteiten van LIOF Bedrijventerreinen per 1 juni 2016 heeft de Provincie eind 2016 een geldlening van LIOF overgenomen ad € 15,882 mln. na instemming door Provinciale Staten d.d. 30 september 2016 met de overname van de grondexploitatie industriepark Swentibold. In het ondertekende addendum behorende bij de Samenwerkingsovereenkomst d.d. 12 oktober 2000, in navolging van het collegebesluit d.d. 29 november 2016, is vastgelegd dat het Ministerie van Economische Zaken de Provincie voor het gedeelte van de lening dat overeenkomt met het negatieve exploitatieresultaat bij afsluiting van het project kwijtschelding verleent tot een maximum van het leenbedrag. De looptijd van de lening is tot 31 december 2023. Over de lening is de Provincie geen rente verschuldigd aan EZ.
  3. Vanwege een projectfinanciering ten behoeve van stimuleringsleningen binnen de Duurzaam Thuis regeling is in de periode januari 2019 tot en met december 2021 in totaal € 50 mln. opgenomen bij de Europese Investeringsbank (EIB), verdeeld over vijf tranches. De vijf tranches van ieder nominaal € 10 mln. worden lineair afgelost in respectievelijk 5 jaar, 9 jaar, 14 jaar, 8 jaar en 7 jaar en zijn voor de gehele looptijd rentevast op 0,00% vastgesteld. De trekkingen zijn na ontvangst direct doorgestort naar SVn, dat verantwoordelijk is voor uitzetting van de gelden binnen de Duurzaam Thuis regeling.

Een overzicht van de opgenomen geldleningen inclusief het hoofdsomverloop per jaarultimo is opgenomen in tabel 4.6.

Tabel 4.6 Hoofdsomverloop portefeuille Opgenomen geldleningen per ultimo jaar (nominaal x € 1.000)
Kenmerk opgenomen geldlening B2023 B2024 B2025 B2026 B2027
Lening voormalige Stichting Symbiose 723 542 361 180 0
Lening Ministerie van EZK inzake Industriepark Swentibold 0
Lening EIB tranche 1 Q1 2019 2.000 0
Lening EIB tranche 2 Q4 2019 5.556 4.445 3.334 2.223 1.112
Lening EIB tranche 3 Q3 2020 8.000 7.333 6.666 5.999 5.332
Lening EIB tranche 4 Q4 2021 7.500 6.250 5.000 3.750 2.500
Lening EIB tranche 5 Q4 2021 7.143 5.714 4.285 2.856 1.427
Totaal opgenomen geldleningen 30.922 24.284 19.646 12.152 8.944

Verantwoording wettelijke normen: vlottende schuldpositie

Terug naar navigatie - Verantwoording wettelijke normen: vlottende schuldpositie

Een belangrijke doelstelling van de Wet fido is het vermijden van grote schommelingen in de rentelasten van openbare lichamen. Kortlopende financieringen (met looptijden tot één jaar) zijn vatbaarder voor renteschommelingen dan langlopende financieringen (met looptijden vanaf één jaar). Om een grens te stellen aan het volume aan opgenomen kortlopende financiering is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgelegd. De kasgeldlimiet is een door de minister bepaald percentage van het begrotingstotaal bij aanvang van het boekjaar. Bij ministeriële regeling is dit percentage voor Provincies vastgesteld op 7%, ongewijzigd ten opzichte van voorgaande boekjaren.

In tabel 4.7 is de begrote beschikbare ruimte voor 2024 onder de kasgeldlimiet weergegeven. De Provincie Limburg heeft in 2024 naar verwachting een gemiddelde ruimte per kwartaal onder de kasgeldlimiet beschikbaar van € 140 mln. tot € 165 mln. Daar de Provincie geen kasgeldleningen beoogd op te nemen is de ruimte onder de kasgeldlimiet ruim voldoende.

Tabel 4.7 Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)
Verwacht kasgeldlimiet 2024 Q1 2024 Q2 2024 Q3 2024 Q4 2024
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting 2024 693.414 693.414 693.414 693.414
Kasgeldlimiet: 7,0% van grondslag (1) 48.539 48.539 48.539 48.539
Omvang vlottende schuld (2) 8.400 8.400 8.400 8.400
Omvang vlottende middelen (3) 125.000 100.000 100.000 100.000
Netto schuld (+) of overschot (-) (2-3 = 4) -116.600 -91.600 -91.600 -91.600
in % van de oorspronkelijke begroting -16,8% -13,2% -13,2% -13,2%
Ruimte (+) / Overschrijding (-) (1-4) 165.139 140.139 140.139 140.139

Verantwoording wettelijke normen - vaste schuldpositie

Terug naar navigatie - Verantwoording wettelijke normen - vaste schuldpositie

In de Wet Fido is tevens een renterisiconorm opgenomen. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overschrijden. De renterisiconorm is bij  ministeriële regeling vastgesteld op 20% van de provinciale begroting bij aanvang boekjaar. In tabel 4.8 is af te lezen dat de renterisiconorm in 2024 € 138,6 mln. bedraagt, wat inhoudt dat de vaste schuldpositie tot maximaal deze omvang in boekjaar 2024 zou mogen vrijvallen. De totale omvang van de vaste schuldpositie van de Provincie is echter slechts € 30,9 mln. (zie tabel 4,6) en hiervan wordt € 6,6 mln. in 2024 afgelost. Hieruit valt op te maken dat de Provincie in 2024 en opvolgende jaren geen risico loopt om de renterisiconorm te overschrijden. 

Tabel 4.8 Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
Renterisiconorm B2023 B2024 B2025 B2026 B2027
Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting 2024 693.414 693.414 693.414 693.414 693.414
Renterisiconorm: 20,0% van grondslag (1) 138.683 138.683 138.683 138.683 138.683
Renteherzieningen (2) 0 0 0 0 0
Aflossingen (3) 6.638 4.638 7.494 3.208 3.029
Renterisico volume (2+3 = 4) 6.638 4.638 7.494 3.208 3.029
in % van de oorspronkelijke begroting 1,0% 0,7% 1,1% 0,5% 0,4%
Ruimte (+) onder renterisiconorm (1-4) 132.045 134.045 131.189 135.475 135.654

Europese Monetaire Unie (EMU)-saldo

Terug naar navigatie - Europese Monetaire Unie (EMU)-saldo

De referentiewaarde 2023 bedraagt minus ad € 55,78 mln. is op basis van de Septembercirculaire Provinciefonds 2022: 'Individuele EMU-referentiewaarden provincies 2023'. Voorlopig wordt de huidige afspraak rond het EMU-saldo een jaar verlengd. De bedoeling is dat in het najaar 2023 afspraken worden gemaakt voor de daaropvolgende jaren. De Provincie blijft voldoen aan de normering.

€ x 1.000
2023 2024 2025 2026 2027
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves -105.488 -13.012 29.140 17.365 1.631
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie 17.946 35.193 40.158 43.178 45.056
Mutaties (im)materiële vaste activa 135.597 150.321 76.946 23.103 117.395
Mutaties voorzieningen 751 751 751 751 751
Mutaties voorraaden 15.863 465 427 427 -5.826
Berekend EMU-saldo -238.251 -127.854 -7.324 37.764 -64.131

Beleidsplan financieringsfunctie 2024

Terug naar navigatie - Beleidsplan financieringsfunctie 2024

Het beleidsplan 2024 bestaat in hoofdlijnen uit het:

Beheer huidige portefeuille:
•    actuele monitoren van de liquiditeitspositie en de (meerjaren)liquiditeitsplanning;
•    actief beheren van de drie portefeuilles Treasury, Geldleningen publiek belang en Opgenomen geldleningen;
•    aanbesteden (2023) en implementeren (2024) van de portfoliomanagement software ten behoeve van het beheer van de portefeuille Geldleningen publiek belang (en de verbonden partijen);
•    (in de breedte) doorontwikkelen van de samenwerking met de provinciale huisbankier.

Potentiële nieuwe uitzettingen:
•    beoordelen van business cases en bestuurlijk adviseren over nieuwe aanvragen binnen de portefeuille Geldleningen publiek belang;
•    monitoren en analyseren van (kapitaal)marktontwikkelingen ten behoeve van nieuwe uitzettingskansen binnen de portefeuille Treasury;
•    waarborgen van (snelle/acute) toegang tot (kapitaal)markten door stabiel/herkenbaar beleid te blijven voeren en goede contacten met financiers en intermediairs te blijven onderhouden.

Advisering:
•    (on)gevraagd adviseren over de effecten en risico's op de provinciale financiële vermogenspositie bij ontwikkeling van (nieuw) provinciaal beleid.