Wij werken aan een toekomstbestendig landelijk gebied, door de balans te herstellen tussen de draagkracht van natuur, bodem en water en anderzijds het economisch gebruik ervan. Het, na een intensief participatietraject, in september 2025 vastgestelde Limburgs Offensief Stikstof (LOS) biedt een geborgde aanpak voor stikstofreductie en natuurherstel.[1] Daarbij worden financiële middelen en instrumenten van de Provincie in samenhang ingezet. Deze koers wordt ook in 2026 voortgezet. Nauwere samenwerkingen met gebiedspartners, ondernemers, terreineigenaren en belangenorganisaties vormen de basis voor de uitvoering in het LOS. De ontwikkelingen en maatregelen zullen in regionale en lokale samenhang met elkaar worden opgepakt. Wij pakken de regie op gebiedsprocessen en -projecten en intensiveren de uitvoering. Op deze wijze ambiëren wij ontwikkelingen (vergunningverlening) weer mogelijk te gaan maken met perspectief voor ondernemers, door de natuur te beschermen en te herstellen.

Het is aan het Rijk om op nationaal niveau maatregelen te treffen, waarbij zij in eerste instantie inzet op generieke maatregelen in de zin van aanpassing van wet- en regelgeving en aanvullende regelingen voor onder andere maatwerkaanpak en extensivering etc. Voor de uitvoering van de gebiedsgerichte opgaven dient zij aanvullende randvoorwaarden in de vorm van langjarige middelen en instrumenten beschikbaar te stellen. Onder andere via IPO voeren wij een gerichte lobby richting het kabinet. Het realiseren van een toekomstbestendig landelijk gebied is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, Provincie en regionale partners. Het doelbereik in het LOS is leidend en niet het genoemde maatregelpakket op zichzelf. Als nieuwe maatregelen – bijvoorbeeld vanuit het Rijk - aantoonbaar een grotere of meer kosteneffectieve bijdrage aan het doelbereik leveren met minder verstrekkende gevolgen, kunnen geprogrammeerde maatregelen worden aangepast. 

Wij richten ons op 3 resultaten uit het beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied en daaraan gekoppeld 3 actielijnen die uitvoering gaan geven aan een integrale aanpak in het landelijk gebied.

  • In 2027 hebben wij groene opgaven (m.n. natuurherstel), stikstofreductiemaatregelen en lokale hydrologische maatregelen zoveel mogelijk gestapeld laten landen in bestaande zones van de POVI, met name in de groenblauwe mantel. Hierdoor beperken we het ruimtebeslag.
  • Maatregelen zijn afgestemd met de waterveiligheidsopgave uit het WRL.
  • De zonering is zoveel mogelijk via de gebiedsprocessen nader uitgewerkt in het LOS (voorheen LPLG) en definitief verankerd in een herziening van de POVI en de omgevingsverordening. 

Met vaststelling van het LOS namen wij onze eigen verantwoordelijkheid. Vanwege de impasse door de val van het kabinet, zetten wij met het LOS een stap vooruit om te komen tot die integrale aanpak van het landelijk gebied. Via motie 3211 De dragers van leefbaarheid onder druk, grip op sociaal maatschappelijke impact van stoppende boeren en via motie 3214 Transparantie over economische impact Limburgs Offensief Stikstof (LOS) is opgeroepen aandacht te geven aan de economische en leefbaarheidseffecten. Via mededeling portefeuillehouder bent u geïnformeerd over de voortgang.[2]

Wij pakken sterkere regie op de gebiedsgerichte aanpak. Naast een basisinzet voor alle Natura-2000 gebieden, vindt er extra inzet plaats op 4 focusgebieden. Wij zijn gestart met reeds beschikbare middelen uit SPUK’s (SPUK Natuur 1, SPUK MGB) om een versnelling in de uitvoering aan te brengen. 

De uitvoering van het Natuurprogramma loopt door, waaronder de realisatie van het natuurnetwerk in Limburg ('de Ontwikkelopgave'), het Landschapsprogramma en het Programma Water.

De activiteiten richten zich op de realisatie van opgaves in het landelijk gebied. Het gaat dan om natuurherstelmaatregelen (zowel uitbreiding van hectares als ook kwalitatieve maatregelen in de vorm van inrichting en (cyclisch) beheer en uitvoering van de bossenstrategie), het herstel van het hydrologische systeem om te kunnen voldoen aan KRW-normen en het terugdringen van de stikstof-uitstoot. 

Rol Provincie: subsidiënt, partner, toetser, procesmanager

In 2025 hebben wij (o.a. via het LOS): 

Uitvoering gegeven aan diverse generieke rijksregelingen die wij zoveel als mogelijk gaan richten op de focusgebieden in het kader van het LOS (onder andere Regeling specifieke uitkering Programma Natuur en Maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties):

  1. verdere regie gepakt op gebiedsprocessen en -projecten in (met name) de 4 focusgebieden;
  2. beleidsinstrumentarium ontwikkeld (stikstof, buitenland en vergunningen);
  3. gelobbyed onder andere op verkrijgen van middelen.

Ad 1. Via de reeds toegekende rijksmiddelen gaven wij uitvoering aan rijksregelingen (o.a. Regeling Maatregel Gebiedsgerichte Beëindiging (MGB)[1] Regeling Provinciale Maatregelen Landelijk Gebied, Regeling Provinciale Maatregelen PAS-melders). Deze regelingen zijn met name gericht op stikstofreductie via het leveren van maatwerk. Dit kan de komende jaren leiden tot een aantal vrijwillige bedrijfsbeëindigingen. De daarmee ontstane stikstofruimte kan mogelijk deels ingezet worden voor de legalisatie van PAS-melders conform motie 3131. Daarnaast zetten wij in op herstel van de natuur via de SPUK Natuur 1 en  2 zowel binnen als buiten NNN en hebben wij een versnelling aangebracht in de realisatie van de Ontwikkelopgave.
De huidige realisatiesnelheid van de Ontwikkelopgave Natuur is onvoldoende om de doelstelling in 2027 te behalen. In 2025 hebben wij daarom besloten de realisatie te versnellen. Wij blijven ons daarmee maximaal inspannen om in 2027 een zo groot mogelijk deel gerealiseerd te hebben. Ook willen wij afspraken maken met het Rijk om de opgave uiterlijk in 2030 af te kunnen ronden[2].  

Ad 2. In gebiedsprocessen en projecten in de 4 focusgebieden van het LOS (De Peel, Maasduinen, Sarsven en de Banen, en Geuldal/ Mergelland) is gestart met het bijeenbrengen van diverse partijen om samen via een integrale afweging te komen tot doelrealisatie. Wij organiseren 6 Gebiedsgerichte aanpakken (GGA Maasduinen/Siebengewald, GGA Sarsven en de Banen, GGA Gedeelde Peel (Maria- en Deurnsche Peel), GGA Groote Peel (wordt voorbereid in 2026), GGA Elslooër en Bunderbos en GGA Mechelderbeekdal) met beschikbare capaciteit, middelen en instrumenten. 

Binnen het lopende project 'Propositie Heuvelland' is gestart met onder andere de uitvoering Waterwinst (N-minmetingen najaar) en uitrol naar grondwaterbeschermingsgebieden elders in Limburg. Tevens is de biodiversiteitsmonitor doorontwikkeld voor opschaling in 2026. Daarnaast zijn waterremmende maatregelen getroffen (graften/landschapselementen) in de omgeving van Waterval, Meerssen en omgeving Bunderbos en zijn praktijkonderzoeken uitgevoerd door de WUR op de proefboerderij Wijnandsrade onder begeleiding van een ondernemersgroep van akkerbouwers en melkveehouders.

Ad 3. Wij ontwikkelen ‘stikstof’-beleid en nieuwe instrumenten en zullen dit, waar nodig, ook extern laten toetsen. Zie verder hoofdstuk 1.1.1 onder kwaliteit. Ook worden onze contacten met de buurlanden geïntensiveerd ten aanzien van bijvoorbeeld hun stikstofbeleid, vergunningverlening en monitoring in het kader van informatiedeling. 

Ad 4. Wij zetten in op samenwerkingsafspraken met het Rijk en benutten kansen om zoveel als mogelijk middelen uit het ‘Startpakket Nederland van het slot’ en eventuele vervolgregelingen naar Limburg te halen en in projecten weg te zetten.[3] Een voorbeeld hiervan is de € 300 mln. die in het kader van de maatwerkaanpak voor de Peel via NOVEX de Peel ter beschikking wordt gesteld.[4]

Groen

De transitie van het landelijk gebied is een langlopend proces dat loopt tot en met 2035.

De meest urgente doelen en opgaven zijn:

  1. Het voorkomen van verslechtering van de natuur in N2000-gebieden (wettelijke verplichting).
  2. Het realiseren van de ontwikkelopgave natuur (2027).
  3. De kwaliteits- en kwantiteitsdoelen voor grond- en oppervlaktewater te behalen (2027).

De gerealiseerde resultaten van 2025 dragen hieraan bij. De opgaven zijn echter dusdanig groot, dat die niet te realiseren zijn in 2027. Een verwachte datum van realisatie is nog niet voorhanden.

Rood

Voor de uitvoering van product 1.1.2. Limburgs Programma Landelijk gebied zijn in 2025 de lasten begroot op € 50,86 mln. De realisatie 2025 bedraagt € 40,97 mln. Hierdoor ontstaat een voordelig verschil van € 9,89 mln. Dit verschil in 2025 heeft met name betrekking op:

  • het achterblijven van de uitgaven bij de uitvoering van projecten die worden gefinancierd vanuit een specifieke uitkering, wat leidt tot een voordeel van € 9,14 mln.:
    • Voor natuurherstel (SPUK Natuur fase 1 en 2) resteert € 6,95 mln. door verschuivingen binnen meerjarige projectsubsidies en niet-uitgevoerde projecten;
    • De propositie Heuvelland laat een voordeel van € 1,32 mln. zien, doordat de opschaling van de biodiversiteitsmonitor en de uitvoering van het project Waterwinst naar 2026 zijn verschoven;
    • Bij de versnellingsregeling transitie landelijk gebied ontstaat een voordeel van € 0,52 mln. door neerwaartse bijstelling van een toegekende subsidie;
    • Voor de aanpak van piekbelasters resteert € 0,41 mln. doordat de uitvoering van de regeling is verlengd en daardoor nog niet gerealiseerd;
  • extra middelen die bij de jaarrekening 2024 via resultaatbestemming zijn verkregen voor de biodiversiteitsmonitor, natuurcompensatie en samenwerking met agrariërs in gebiedsprocessen (€ 0,68 mln.) zijn vanwege beperkte uitvoeringscapaciteit nog niet besteed;
  • de meerjarenprojectsubsidies N2000-regeling. Hier zijn de lasten € 0,45 mln. hoger, de benodigde middelen worden naar voren gehaald;
  • de decentralisatie-uitkering RPML procesmiddelen. Hier resteert een voordelig saldo van € 0,35 mln. toegekend voor drie jaar. 

Om te voldoen aan onze verplichtingen en verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken, wordt € 2,59 mln. overgeboekt naar 2026 e.v. via de overboekingsvoorstellen.

Oranje