Wij willen de biodiversiteit in Limburg in stand houden en waar mogelijk versterken. Vanuit onze wettelijke taken en gemaakte afspraken, zetten wij in op behoud en herstel van habitattypen en leefgebieden van planten en dieren. 

Wij werkten in 2025 aan het behoud en versterken van biodiversiteit in Limburg, door natuurgebieden robuust in te richten en te beheren, het Natuurnetwerk Limburg te ontwikkelen, en subsidies en opdrachten te verstrekken voor natuurherstel en (agrarisch) natuurbeheer. Wij verwerven gronden om te ruilen of gebiedsprocessen te faciliteren. Binnen de beschikbare middelen wordt doorgewerkt aan de wettelijke opgaven en doelstellingen van het coalitieakkoord en het beleidskader op het gebied van natuur en stikstof. Maatregelen voor natuurherstel worden uitgevoerd, gebruikmakend van onder meer de middelen van het Natuurpact en uit de Specifieke uitkeringen voor natuur.

In 2025 werkten wij aan actuele beheerplannen voor Limburgse Natura2000-gebieden en zijn wij gestart met de evaluatie van beheerplannen waarvan de looptijd is verstreken. Ook concretiseren we doelen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) buiten Natura2000-gebieden, inventariseren ecologische verbindingszones en ondersteunen initiatieven van onderop voor het realiseren van groene opgaven en natuurdoelen, mits het Rijk voldoende middelen beschikbaar stelt. Wij ondersteunden bedreigde diersoorten actief en passief en zorgen voor behoud van beschermde natuurwaarden. Als bevoegd gezag verleenden wij ontheffingen en vergunningen en zorgden voor monitoring, toezicht en handhaving.

Wij verbeteren het goed samenleven van mens en natuur door versterking van het faunabeheer. We ondersteunden in 2025 preventieve maatregelen tegen natuurschade en verwijderden exoten. We verbeteren natuurmonitoring en behartigen Limburgse belangen in (inter)nationale overleggen. Via samenwerking met andere sectoren, zoals woningbouw, energie en landbouw, realiseren wij natuurinclusieve oplossingen, zodat financiële middelen maximaal worden ingezet voor meervoudige doelen, waaronder de natuurinclusieve isolatie van gebouwen met het oog op vleermuizen en vogels. De door Provinciale Staten toegekende intensiveringsmiddelen hebben wij gebruikt om initiatieven en projecten op het gebied van natuur en landschap met maatschappelijk draagvlak te ondersteunen. 

Rol Provincie: bevoegd gezag, subsidiënt, partner, toetser, procesmanager en ondersteuner

De uitvoering van wettelijke en beleidstaken ten behoeve van natuur en biodiversiteit liep en loopt onverminderd door. 

Stikstof
In 2025 is het programma Limburgs Offensief Stikstof (LOS) vastgesteld. Samen met andere provincies, gemeenten, waterschappen, landbouworganisaties en natuurorganisaties zijn twee Bouwstenen gepresenteerd aan het Rijk. Rondom kwetsbare Natura2000-gebieden zijn voorlopige overgangsgebieden in de ontwerp POVI aangeduid die via gebiedsgerichte onderbouwing en gebiedsprocessen tot definitieve vaststelling van begrenzing en afspraken komen. Ook zijn aanpassingen in de verordening en beleidsregels voor salderen, beperking van latente ruimte en een depositiebank (Limburgse stikstofbank) in voorbereiding en zetten wij in op toezicht, handhaving en monitoring.

Natuurnetwerk
In 2025 hebben wij ons verder ingezet om het natuurnetwerk in te richten en te beheren. Maatregelen voor natuurherstel zijn uitgevoerd in 2025, onderzoeken – (denk bijvoorbeeld aan onderzoek naar verspreiding van specifieke soorten en hydrologische systeemanalyses  (HSA) in onder meer het Peelgebied en de Maasduinen, om meer inzicht in de effecten van hydrologische maatregelen op specifieke habitattypes te verkrijgen) zijn opgestart of afgerond en een start is gemaakt om N2000 beheerplannen te herzien of definitief vast te stellen. Aan het Rijk zijn kansen aangedragen voor de herijking van N2000-instandhoudingsdoelen en er is gewerkt aan een landelijke handreiking voor concretisering van de Natura2000-doelen.

Gewerkt is aan de inventarisatie van ecologische verbindingszones, voor een nog gerichtere bescherming en behoud van specifieke soorten en versterking van de robuustheid van de N2000-gebieden. Deze zijn opgenomen in de ontwerp POVI.

Verder hebben Gedeputeerde Staten, naar aanleiding van het Statenonderzoek naar de kwaliteit van uitgevoerde natuurcompensatie in Limburg, acties in gang gezet om geconstateerde tekortkomingen bij de realisatie van natuurcompensatie aan te pakken. Een bijbehorend plan van aanpak is aangeboden aan Provinciale Staten en inmiddels in de Statencommissie LEO van 23 januari 2026 sonderend besproken. Aanpassingen uit deze behandeling en plan van aanpak worden meegenomen in de Omgevingsverordening.

Natuurbeheer

In 2025 heeft de Provincie Limburg met succes verdere lobby gevoerd voor de doorontwikkeling en versterking van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Vanuit het Rijksprogramma Agrarisch Natuurbeheer (ANB) zijn extra middelen beschikbaar gekomen om de beheertarieven van het ANLb (met terugwerkende kracht) financieel te dekken en te actualiseren. Per 2026 ontvangt de Provincie Limburg aanvullende rijksmiddelen voor zowel de uitbreiding van het ANLb als de actualisatie van de beheertarieven. Hiermee wordt een extra uitbreiding gerealiseerd van circa 1.100 hectare aan ANLb-areaal.

In 2025 is 33.700 hectare natuur- en landschapsbeheer vanuit de lopende subsidiebeschikkingen gefinancierd. Daarnaast zijn in 2025 'Goede Gesprekken' gevoerd als onderdeel van het subsidiestelsel Natuur en Landschap. Dit is een jaarlijks overleg tussen natuurbeheerders en de Provincie, met het doel om de natuurkwaliteit en voortgang te bespreken, knelpunten aan te pakken en het voorgaand jaar te evalueren.

In 2025 zijn bij nieuwe pachters startgesprekken gevoerd over het beheer en de wederzijdse verwachtingen. Ook is begonnen met het inventariseren van niet-verpachte natuurpercelen, te beginnen met de natuurcompensatiepercelen. De inventarisatie wordt in 2026 afgerond en vormt de basis voor gerichte beheeracties.

Actieve soortenbescherming

In maart 2025 heeft de Europese Commissie het LIFE-project Cricetus toegewezen, waardoor de Provincie Limburg Europese middelen gaat benutten, voor het onderzoeken en verbeteren van het leefgebied voor de Korenwolf. Verder zijn opdrachten verstrekt voor onder meer onderzoek naar de eikelmuis, patrijs, uilenkasten en de bestrijding van de exotische zonnebaars. Diverse projecten, zoals het SILG-project voor de wilde kat en het onderwijsproject ‘van hamster tot muurhagedis’, zijn succesvol afgerond of gesubsidieerd. In het kader van  Motie 3209 is een verkennend onderzoek met betrekking tot Limburgse imkers in gang gezet. Daarnaast is geld gereserveerd voor het subsidieplafond actieve soorten 1-12-2025 t/m 31-12-2026.

Faunabeheer 

In 2025 stonden faunabeheer (net als exotenaanpak) veelvuldig in de publiciteit en zijn veel vragen van burgers en Provinciale Staten beantwoord. Jagers en Faunabeheereenheid zijn ondersteund door (intensiverings)middelen toe te kennen aan taken en projecten als de faunaoverleggen, Jagers in het Groen, de valwildregeling en het mentorenproject voor de opleiding van nieuwe jagers. Landelijk heeft de Provincie actief deelgenomen aan gesprekken over de Stelselherziening Jacht en Faunabeheer, de nationale beveraanpak, het actieplan Invasieve exoten en de Landelijke Uitvoeringsagenda Wolf. De provincies hebben daarnaast een gezamenlijk Wolvenplan vastgesteld.

De subsidieregeling Faunaschadepreventie is opnieuw opengesteld; vooral het beschikbare geld voor wolfwerende rasters was al snel volledig uitgeput. Het aantal wolfincidenten bleef in Limburg beperkt tot 1. Daarnaast is de subsidieregeling opvang en vervoer zieke en gewonde inheemse in het wild levende beschermde dieren opengesteld voor de periode 2024-2027.

In 2024 zijn 736 aanvragen voor tegemoetkoming faunaschade ingediend bij BIJ12 waar voor € 1,7 mln. aan faunaschade getaxeerd is. Hiervan is € 1,3 mln. uitbetaald aan tegemoetkoming (dit is een toename van 20% in getaxeerde schade en 27% in uitgekeerde schade t.o.v. 2023). Er is sprake van een toenemende trend over de jaren heen. De gegevens over 2025 zijn nu nog niet beschikbaar, maar de verwachting is dat ook in 2025 sprake zal zijn van een toename.

In juni 2025 is op 150 km van de Limburgse grens Afrikaanse varkenspest geconstateerd. De Provincie heeft pro-actief richting burgers gecommuniceerd, om verspreiding te te voorkomen. In 2025 is met het Rijk een nieuw Plan van aanpak preventie en bestrijdingsvoorbereiding AVP Wilde zwijnen opgesteld en is een crisisoefening uitgevoerd om zo goed als mogelijk voorbereid te zijn op een uitbraak.

Ter uitvoering van de Motie 3165 inzake de bever is de inventarisatie van het aantal bevers in Limburg gestart (resultaten verwacht in 2026) en voor  Motie 3114 inzake het Jakobskruiskruid is, in overleg met belanghebbenden, gekozen voor het uitwerken van een convenant. Dit wordt in 2026 gerealiseerd; de voor 2025 gereserveerde middelen zijn hierdoor niet aangewend.

Exotenaanpak
In 2025 is ingezet op grensoverschrijdende samenwerking voor de bestrijding van de wasbeer en is een onderzoeksrapport over alternatieve beheermethoden opgeleverd. Middelen zijn ingezet voor drie projecten gericht op de bestrijding van de Grote waternavel; de Provincie is als inhoudelijk partner aangesloten bij het Interregproject Hydrocotyle voor de grensoverschrijdende aanpak van de waternavel in de Kempen-Broek.

Een verschuiving is gemaakt van bestrijding naar beheersing van de Aziatische hoornaar, waarbij de Provincie faciliteert in de uitvoering door gemeenten, terreinbeherende organisaties en imkers. In november 2025 is een motie aangenomen die verzoekt actief uitvoering te geven aan de beheersopgave met alle betrokken stakeholders; verdere uitwerking hiervan vindt in 2026 plaats.

Natuurherstelverordening
Eind 2024 is het Ministerie van LVVN gestart met een impactanalyse voor het herstelplan in het kader van de in 2024 vastgestelde Europese Natuurherstelverordening. Als Provincie denken wij daarbij in IPO verband mee. In 2025 leverden we input vanuit kennis van onze N-2000 gebieden en hebben we extra ingezet op monitoring op verzoek van het ministerie. Het nationaal herstelplan dient in september 2026 gereed te zijn.

Natuurmonitoring
Samen met het Rijk en andere provincies is in januari 2025 de openstelling van de Nationale Databank Flora en Fauna gerealiseerd. In 2025 is ook een eerste stap gezet om deze databank juridisch te borgen via een Gemeenschappelijke Regeling (GR) van alle provincies. Provinciale Staten heeft in een zienswijzeproces kunnen reageren op de voorgestelde GR. In 2026 zal dit proces vervolgd worden met als doel een GR per 1 januari 2027.

In het landelijke Verbeterprogramma Natuurmonitoring leverden we kennis en expertise voor het verbeteren en landelijk uniformeren van de monitoring. Vanuit het onderdeel Omgevingscondities is verder gewerkt aan de opstelling van een pilot om in 2026 tot monitoringsplannen voor omgevingscondities te komen.

Natuurinclusief
In 2025 zijn 9 gemeenten gestart met Soorten Management Plannen onderzoek en 8 gemeenten hebben een aanbesteding uitgevoerd maar zijn nog niet gestart met het onderzoek. De gekoppelde subsidieaanvragen blijven nog achter. Wij stimuleren de reeds gestarte gemeenten om in 2026 de aanvraag in te dienen. Hiermee kunnen wij in Limburg versneld en toch natuurinclusief isoleren.

Op de overige aspecten van de kansenagenda natuurinclusief hebben we de inzet conform beleidskader beperkt tot een kansgerichte benadering. Gestart is met het (in opdracht) laten ontwikkelen van een Toolbox biodiversiteit die tot doel heeft kennis en best practices te delen door en voor de Limburgse gemeenten op het vlak van (basiskwaliteit) natuur in een bebouwde omgeving. Hiermee kan meteen ook kennis inzake de nieuwe Natuurherstelverordening en de gemeentelijke taken tot bewaken van groen en biodiversiteit in bebouwde omgevingen gedeeld worden. Deze toolkit zal in 2026 ontwikkeld worden, en ondersteund worden met (leer)bijeenkomsten. De daartoe bestemde middelen (initiatieven natuur) worden dan ook in 2026 besteed.

Natuurbrandpreventie
Het onderwerp natuurbrandbeheersing is actueel en urgent, gezien de toenemende frequentie en intensiteit van natuurbranden in Nederland, onder invloed van klimaatverandering en veranderend landgebruik. Provincies zijn beoogd als regisseurs op het gebied van planvorming en begeleiding van relevante partijen in de preventieve aanpak van natuurbrandrisico’s, evenals bij het afspraken maken met lokale partners. Voorbereidingen om die rol te kunnen gaan vervullen, zijn met Rijk en provincies en binnen de provincie in 2025 gestart.

Bossen
In 2025 is een bossenmakelaar gestart om het aankopen en revitaliseren van bossen te stimuleren. Ook is een drukbezocht Bossensymposium georganiseerd om samenwerking en kennisuitwisseling te bevorderen. Daarnaast is financiering toegekend voor een onderzoek naar bosrevitalisering in Venray, als voorbereiding op maatregelen om hier de vitaliteit van droge bossen op de hoge zandgronden te verbeteren.

Groen

 Ten aanzien van Natuur streven wij deze statenperiode de volgende doelstellingen na:

  1. In 2027 is ter completering van het Natuurnetwerk Limburg NNL (Natuurpact 2013) 1.270 ha natuur ingericht – waarvoor op 990 ha nog functieverandering nodig is.
  2.  Mits hiertoe voldoende middelen door het Rijk beschikbaar gesteld zijn, hebben wij in 2027 met initiatieven van onderop een betekenisvolle bijdrage geleverd aan de groene opgaven 30% VHR en vergroting areaal en revitalisering bossen.
  3.  Het beheer van de Limburgse gebieden is kwalitatief en kwantitatief versterkt.
  4. Limburg heeft met 24 Natura-2000 gebieden een bovengemiddeld grote opgave; Natura 2000 maatregelen zijn uitgevoerd.
  5. Kansen zijn benut om natuurdoelen (natuurinclusief) te realiseren in verbinding met opgaven in andere sectoren, waaronder de natuurinclusieve isolatie van gebouwen met het oog op vleermuizen en vogels.
  6. Het goed samenleven van mens en natuur is verbeterd door de versterking van het faunabeheer.
  7. Wij verbeteren het inzicht in de staat van instandhouding van de natuur, zodat middelen effectief kunnen worden ingezet.
  8. Wij hebben in 2027 een deel van de emissiereductie van 3 KtonNH3/jr en 0,3Mton CO2 eq/jr gerealiseerd, met name door generiek rijksbeleid en de piekbelastersaanpak. De aanvullende aanpak door de Provincie heeft geleid tot vermindering van lokale deposities op N2000-gebieden en tot daling van de emissie van broeikasgassen.
  9. In 2026 worden de resultaten verwacht van de eerste inventarisaties waarna vervolgbeheer op provinciale natuurgronden kan plaatsvinden.

De doelstellingen zijn in 2025 onverminderd nagestreefd. Voor het merendeel geldt dat het om doorlopende processen gaat, waarbij resultaten niet per jaar zijn te kwantificeren.

Voor doelstellingen 1 en 8 blijft het doelbereik achter. De opgaven voor de stikstofopgave en de ontwikkelopgave zijn echter dusdanig groot, dat die niet te realiseren zijn in 2027. Een verwachte datum van realisatie is nog niet voorhanden.

Gedeputeerde Staten hebben inmiddels een versterkte realisatiestrategie vastgesteld om doelstelling 1, de ontwikkelopgave in 2027 zoveel mogelijk te behalen en ook zal in overleg met IPO en LVVN worden bezien hoe omgegaan moet worden met het niet kunnen halen van de deadline in 2027. Onder paragraaf 1.1.2. wordt hier nader op ingegaan.

We geven met de uitwerking van het LOS invulling aan onze opgave op natuurherstel en stikstofreductie. Daarbij zijn we mede afhankelijk van generieke maatregelen die het Rijk en onze buurlanden nemen. Stikstof is niet alleen een van de cruciale drukfactoren voor de natuur en biodiversiteit in Limburg, maar zorgt ook dat de vergunningverlening - in vrijwel alle sectoren - op slot zit. GS onderkennen de urgentie en met de ontwikkeling van het 'Limburgse Offensief Stikstof' (LOS) - zie ook 1.1.2. - wordt ingezet op het nemen van geborgde maatregelen om de daling van de stikstofdepositie en het natuurherstel (en uiteindelijk de instandhoudingsdoelen voor deze gebieden) te realiseren. 

Oranje

Voor de uitvoering van product 1.1.1. Natuur, biodiversiteit en fauna zijn in 2025 de lasten begroot op € 37,86 mln. De realisatie 2025 bedraagt € 34,99 mln. Hierdoor ontstaat er een voordelig verschil van € 2,87 mln. Dit verschil in 2025 heeft met name betrekking op: 

  • Soorten Management Plannen (SPUK J117): er is € 0,76 mln. minder uitgegeven, omdat we nog geen subsidieaanvragen voor kraamverblijfplaatsen van gemeenten hebben ontvangen. 
  • Natuurcompensatie, beheer en toezicht: doordat we eerst een inventarisatie hebben uitgevoerd, is de uitvoering vertraagd en is er € 0,15 mln. niet besteed.
  • Actieve soorten: hier bleef € 0,38 mln. over, waarvan € 0,37 mln. gebruikt wordt voor het subsidieplafond voor 2025-2026 (zoals vastgesteld door het college van GS op 25-11-2025).
  • Agrarisch natuurbeheer, bestrijding invasieve exoten en natuurmonitoring: er is € 0,63 mln. ontvangen maar nog niet uitgegeven; dit wordt meegenomen in de begroting voor 2026.
  • Organisatiekosten RVO, Stimulus, IPO/Bij12: er is € 0,67 miljoen minder uitgegeven aan deze organisatiekosten dan verwacht. Dit geld komt ten goede aan de algemene middelen, omdat de begroting hiervoor te ruim was opgesteld.
  • Beheer van natuurgebieden: er blijft € 0,19 mln. over, omdat er wel aanvragen zijn gedaan voor de monitoringsbijdrage, maar deze zijn nog niet toegekend. 

Om te voldoen aan onze verplichtingen en verdere uitvoering van bestaand beleid mogelijk te maken, wordt € 2,32 mln. overgeboekt naar 2026 e.v. via de overboekingsvoorstellen.

Oranje