1. Perspectief voor het landelijk gebied

Perspectief voor het landelijk gebied

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Perspectief voor het landelijk gebied

Het Beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied (PS, 24 mei 2024) en de hierbij behorende doelenboom vormen deze coalitieperiode het kompas voor onze inzet. Aan de doelenboom hebben wij de voorwaarde verbonden dat het realiseren van doelen haalbaar en betaalbaar moet zijn; wijzigingen zijn aan de orde als beleid van de nieuwe regering hiertoe aanleiding geeft.

Blijvende prioriteit is nodig voor de grote uitdagingen waar het landelijk gebied van Limburg voor staat. De in gang gezette transitie vraagt de komende jaren majeure inzet van middelen en instrumenten om de landbouw te verduurzamen en toekomstperspectief te bieden, de natuur en waterkwaliteit te verbeteren, stikstof- en broeikasgasemissies terug te dringen en verdroging en wateroverlast tegen te gaan. Die uitdaging is niet kleiner geworden nu het Kabinet Schoof I in 2024 is gestopt met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Daarmee verviel de opdracht van het Rijk aan de Provincie om het eerste concept Limburgs Programma Landelijk Gebied (LPLG), opgesteld in 2023, door te ontwikkelen. Met het vervallen van het NPLG is ook de tijdelijke wet transitiefonds ingetrokken en daarmee ook het perspectief op het verkrijgen van rijksmiddelen uit dit fonds.

De 2 recente rechterlijke uitspraken (inzake Rendac en Greenpeace) hebben de urgentie om dit probleem aan te pakken verder vergroot. Het kabinet heeft op 24 januari 2025 de Ministeriële commissie Economie en Natuurherstel ingesteld, die als doel heeft om een concreet programma uit te werken om Nederland van het slot te halen en perspectief te bieden aan sectoren die zijn geraakt door de rechterlijke uitspraken. Het is nog onduidelijk hoe de nieuwe regering de transitie van het landelijk gebied wil faciliteren en welke consequenties dit heeft voor de ambitie om doelen en opgaven gebiedsgericht met onze partners uit te werken tot concrete maatregelen. Wij zijn voortvarend aan de slag gegaan met een geborgde aanpak voor stikstofreductie en natuurherstel: het Limburgs Offensief Stikstof (LOS). Het ontwerp is besproken met de Staten en bij de begroting 2026 wordt extra € 7 mln. aan eigen middelen gevraagd.

Onze ambitie om aan de slag te gaan met de uitdagingen en door ons gestelde opgaven in het landelijk gebied is onverminderd. Wij gaan door met het uitvoering geven aan de opgaven met de beschikbare (rijks)middelen. De reguliere wettelijke taken voeren we conform plan uit. Ook geven we invulling aan door PS aangenomen moties, onder meer ten aanzien van Jacobkruiskruid en de bever.

Blijvend zetten wij ons in voor de leefbaarheid van het landelijk gebied en het behoud van het unieke Limburgse landschap. Daarnaast geven wij uitvoering aan het Aanvalsplan Waterkwaliteit, het plan Bodemvitalisering Limburg en stimuleren wij initiatieven op het gebied van natuur en landschap die het bereiken van de hierbij gestelde doelen ondersteunen. Met dit alles willen wij bijdragen aan perspectief voor het landelijk gebied, voldoen aan (inter)nationale verplichtingen en weer houdbare vergunningen verlenen voor nieuwe (economische) ontwikkelingen in Limburg. Er is veel te doen, de urgentie is groot.

Perspectief en verduurzaming van de landbouw en aandacht voor voedselzekerheid is nodig onder meer via de Blijversaanpak, die centraal staat bij de ontwikkeling van de landbouw in het landelijk gebied; dit is in deze begroting opgenomen in Programma 3 Werken aan een toekomstbestendige economie. Wij zetten in op agrarisch natuurbeheer, de legalisatie van de PAS-melders en een extra impuls op natuur-, landschap- en waterherstel.

Via het programma WRL (Waterveiligheid en Ruimte Limburg) werkt de Provincie samen met het Waterschap Limburg en de Limburgse gemeenten aan een klimaatrobuust watersysteem dat bestand is tegen weersextremen. Door middel van aanpassingen in het watersysteem en in de ruimtelijke ordening is het mogelijk om de kans op overstromingen, zoals wij die in de zomer van 2021 hebben ervaren, te verkleinen. Vanwege de verwachte toename van geldstromen zal dit programma bij de Programmabegroting 2026 als een apart beleidsproduct worden verbijzonderd. 

Onze beleidskaders

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Onze beleidskaders

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Wat willen we bereiken?

1.1. Natuur en landschap

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Wat willen we bereiken? - 1.1. Natuur en landschap

Ten aanzien van Natuur en Landschap streven wij deze statenperiode de volgende doelstellingen na:

  • Wij hebben de kwaliteit van het Limburgse landschap versterkt, en daarmee ook de leefbaarheid van het landelijk gebied zowel voor de mens als de natuur.
  • In 2027 is de bescherming van en de staat van instandhouding ten gunste van biotopen en leefgebieden van dieren en planten verbeterd.
  • In 2027 is uitstoot van broeikasgassen en ammoniak door de landbouw in Limburg verminderd. 

 Wat merkt de Limburger ervan?

Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren die reeds beschikbaar zijn, zijn hieronder gepresenteerd.

Aanwezigheid van een nieuwe systematiek (i.s.m. LOS) (D 4b)

In samenwerking met ministerie van LVVN is de pilot Ondernemersplan in uitvoering. Daarnaast is in samenwerking met LLTB, LAJK en Rabobank de Handreiking Blijversaanpak opgeleverd in maart 2025. Deze twee plannen worden de komende tijd verder ontwikkeld. 

Trend van het gerealiseerde areaal ANLb in Limburg tussen 2023 en 2027 (D_1aa)

In 2024 en 2025 zijn in de Provincie Limburg meer hectares voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) beheerd dan in het jaar 2023. Startjaar dataset is 2023. Cijfers zijn gebaseerd op ingetekend beheer vanuit subsidieaanvragen. 

Bron: Provincie Limburg
Realisatie ontwikkelopgave - verwerving (verantwoording v.a. 01-01-2014) (D_1ac)

Het aantal verworven hectares voor de Ontwikkelopgave neemt geleidelijk toe en is in 2024 opgelopen tot 1.783 ha. Doelstelling is de verwerving van 2600 ha in 2027. De groeisprong in 2021 is toe te schrijven aan het administratief inboeken van een aantal in de loop van voorgaande jaren gerealiseerde projecten.

Bron: Provincie Limburg
Realisatie ontwikkelopgave - inrichting (verantwoording v.a. 01-01-2011) (D_1ad)

De realisatie van de inrichting van hectares voor de Ontwikkelopgave neemt geleidelijk toe en is in 2024 opgelopen tot 2.451 ha. Doelstelling is de inrichting van 3431 ha in 2027. De groeisprong in 2021 is toe te schrijven aan het administratieve inboeken van een aantal in de loop van de voorgaande jaren gerealiseerde projecten. 

Bron: Provincie Limburg
Trend van het voorkomen van categorieën faunasoorten in Limburg (D_1bb)

In de onderstaande grafiek zijn de trendlijnen te zien van kenmerkende Limburgse faunasoorten van de broedvogels, bosgebieden, heide gebieden en zoetwater- en moerasgebieden. Tot en met 2023 is de daling of stijging te zien ten opzichte van het indexjaar 1990.

Faunasoort: Trend: 
Boerenlandvogels Tussen 1990 en 2023 sterk dalend
Bosgebieden Tussen 2000 en 2017 toenemend, na 2021 licht afnemend
Heidegebieden Tussen 1990 en 2000 toenemend, daarna gestaag afnemend
Zoetwater- en moerasgebieden Tussen 2007 en 2014 licht afnemend, daarna nagenoeg stabiel

 

Bron: CBS Statline
Daling van de ammoniakemissie in Limburg door de landbouw (D_2a)

De grafiek geeft het verloop van de uitstoot van ammoniak (NH3) afkomstig uit de landbouw in kilogram per jaar in de Provincie Limburg. We maken hiervoor gebruik van cijfers van de Emissieregistratie (https://data.emissieregistratie.nl/) van het RIVM. Cijfers komen na 2 jaar beschikbaar vanwege de termijn van dataverzameling en de daaropvolgende nabewerking. De cijfers tot en met 2015 zijn gepresenteerd in blokken van 5 jaar, vanaf 2019 zijn de cijfers op jaarbasis. In de periode 2018-2022 heeft een daling van de ammoniakuitstoot van ongeveer 0,5 Kton plaatsgevonden, inclusief de effecten van generieke maatregelen en autonome ontwikkelingen. Voor Limburg wordt een reductieopgave van 3Kton voor de periode 2018-2030 gehanteerd.

Bron: Emissieregistratie Rijksoverheid
De daling van de CO2-eq emissie in Limburg door de landbouw (D_2b)

De grafiek laat het verloop van de CO2- en methaanemissie (in CO2 eq) voor de provincie Limburg zien voor de landbouwsector. We maken hiervoor gebruik van cijfers van de emissieregistratie (https://data.emissieregistratie.nl/)  van het RIVM. Cijfers komen na 2 jaar beschikbaar vanwege de termijn van dataverzameling en de daaropvolgende nabewerking. Voor methaan maakt het CBS gebruik van een omrekenmethode. Eén kilogram CO2-equivalent staat gelijk aan de broeikaswerking van 1 kilogram CO2. De cijfers tot en met 2015 zijn gepresenteerd in blokken van 5 jaar, vanaf 2019 zijn de cijfers op jaarbasis. De emissie nam in de periode 2018-2022 met ongeveer 300.000 kilogram af. Dit is gelijk aan de reductieopgave van 0,3 Mton tussen 2018 en 2030. 

Bron: Emissieregistratie Rijksoverheid
CO2 equivalent emissie
1990
1995
2000
2005
2010
2015
2019
2020
2021
2022
Koolstofdioxide
1.382.169.470
1.315.535.100
1.218.101.630
1.040.664.000
1.138.631.810
1.022.196.290
1.075.319.040
1.046.622.660
1.078.845.700
807.587.260
Methaan
-
-
31.836.594
-
-
-
32.772.650
31.859.692
30.438.364
28.683.430
Percentage groenblauwe dooradering in Limburg (D 3a)

Het percentage groenblauwe dooradering (GBDA) is een ambitie voor het landelijk gebied voor het aanleggen en herstellen van de GBDA tot 10% in 2050. Deze ambitie is opgenomen in ons beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied en is nu tevens opgenomen in de Ontwerp POVI. De eerste dataset uit het landschapselementenregister (LASREG) is in 2025 beschikbaar gekomen en geeft een indicatie van het huidige percentage GBDA in de provincie Limburg.

Bron: Provincie Limburg
Aantal agrarische ondernemers die een businesscase/bedrijfsontwikkelplan hebben gemaakt voor hun bedrijfssituatie (D 4a)

In  2025 hebben 8 bedrijven een ondernemersplan opgesteld in het kader van het  'Pilot Ondernemersplan van LVVN'. De peildatum van deze gegevens is 11-06-2025.

Bron: Provincie Limburg
Areaal verworven natuur in hectare ihkv realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), BBV indicator 4 (R_1a)

Conform het Besluit Begroting en Verantwoording heeft de provincie de verplichting om jaarlijks te rapporteren over de voortgang van deze indicator. Daarom presenteren we deze datareeks naast de dataset van de Ontwikkelopgave (D_1ac en D_1ad). De datareeksen verschillen op drie punten: 

  • Deze BBV-indicator start met het optellen van gegevens vanaf 2011 (en niet zoals de ontwikkelopgave vanaf 2014) zodat de hier gepresenteerde cijfers niet indiceren ten aanzien van de ontwikkelopgave uit het Natuurpact. 
  • Deze BBV-indicator is niet gecorrigeerd voor het achteraf bezien administratief verkeerd inboeken van een aantal in de loop van voorgaande jaren gerealiseerde projecten. Deze correctie zit wel in de indicatoren D_1ac en D_1ad.
  • De gegevens van de BBV-indicator worden een jaar later gepubliceerd dan de gegevens van indicator D_1ac en D_1ad.  

Deze BBV-indicator laat het aantal ha verworven natuur zien voor realisatie van het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) sinds 2011. Bij verworven natuur gaat het om het aantal hectares die blijvend beschikbaar zijn voor natuur, inclusief nieuwe natuur als gevolg van functiewijziging (bijvoorbeeld doordat boerenland als natuurland wordt aangeboden). De cijfers geven de stand van zaken weer op 31 december van het desbetreffende jaar. 

Bron: Interprovinciaal Overleg
Areaal ingerichte natuur in hectare ihkv realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), BBV indicator 4 (R_1b)

Conform het Besluit Begroting en Verantwoording heeft de provincie de verplichting om jaarlijks te rapporteren over de voortgang van deze indicator. Daarom presenteren we deze datareeks naast de dataset van de Ontwikkelopgave (D_1ac en D_1ad). De datareeksen verschillen op drie punten: 

  • Deze BBV-indicator start met het optellen van gegevens vanaf 2011 (en niet zoals de ontwikkelopgave vanaf 2014) zodat de hier gepresenteerde cijfers niet indiceren ten aanzien van de ontwikkelopgave uit het Natuurpact.
  • Deze BBV-indicator is niet gecorrigeerd voor het achteraf bezien administratief verkeerd inboeken van een aantal in de loop van voorgaande jaren gerealiseerde projecten. Deze correctie zit wel in de indicatoren D_1ac en D_1ad.
  • De gegevens van de BBV-indicator worden een jaar later gepubliceerd dan de gegevens van indicator D_1ac en D_1ad.  

Deze indicator betreft het oppervlak ingerichte natuur in hectare voor realisatie van het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Onder inrichting worden gebieden verstaan waar inrichtingsmaatregelen zijn uitgevoerd, die noodzakelijk zijn voor de versterking en het behoud van (kwetsbare) natuur en biodiversiteit. Als er geen inrichtingsmaatregelen nodig zijn, wordt het gebied ook beschouwd als ingericht. De cijfers geven de stand van zaken weer op 31 december van het desbetreffende jaar. 

Bron: Interprovinciaal Overleg
Het beheer van natuurwaarden uitgedrukt in hectare binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), BBV indicator 5 (R_3a)

Aantal hectares natuur in Limburg met gesubsidieerd beheer via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap.

Bron: Interprovinciaal Overleg
Gebied
Limburg
Limburg
195.613

  • Omschrijving (label)
    Najaarsnota 2025

    Kwaliteit

    De uitvoering van wettelijke taken ten behoeve van natuur en biodiversiteit loopt onverminderd door. De huidige realisatiesnelheid van de Ontwikkelopgave Natuur is onvoldoende om de doelstelling in 2027 te behalen. In de Mededeling portefeuillehouder inzake intensivering van de ontwikkelopgave (GS DOC-00729097) is aangegeven dat wij ons maximaal zullen blijven inspannen om in 2027 een zo groot mogelijk deel gerealiseerd te hebben en dat wij afspraken willen maken met het Rijk om de opgave uiterlijk in 2030 af te ronden. Gedeputeerde Staten hebben in februari 2025 een maatregelenpakket vastgesteld waarmee de aanpak van de ontwikkelopgave wordt geïntensiveerd.
    Verder hebben Gedeputeerde Staten, naar aanleiding van het Statenonderzoek naar de kwaliteit van uitgevoerde natuurcompensatie in Limburg, acties in gang gezet om geconstateerde tekortkomingen bij de realisatie van natuurcompensatie aan te pakken. Het bespreken van de voortgang in de statencommissie LEO is voorzien in Q1 2026. Aanpassingen in de Omgevingsverordening zijn in voorbereiding.
    In 2024 is het areaal voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) gegroeid ten opzichte van 2023, door samenwerking van agrariërs en particulieren in het agrarische collectief Natuurrijk Limburg en een uitbreiding van de afgegeven subsidiebeschikking. De minister heeft toegezegd extra rijksmiddelen te doen toekomen aan de provincies per 2026.  
    In reactie op de recente stikstof-uitspraken door de Raad van State wordt met prioriteit bezien hoe gekomen kan worden tot een geborgde aanpak voor de daling van stikstofemissies (zie ook 1.1.2.). Naast een gebiedsgerichte aanpak, wordt ook de inzet van generiek beleidsinstrumentarium bezien. Onder meer wordt gekeken naar het (in de POVI) aangeven van overgangsgebieden rond N2000-gebieden, waarin maatregelen op het gebied van stikstof, water en natuur kunnen worden getroffen. Geanticipeerd wordt op mogelijke aanpassingen van beleidsregels in de omgevingsverordening, bijvoorbeeld voor (intern)salderen en het instellen van een doelgebonden depositiebank. Ook wordt  bezien hoe een toezichts- en handhavingsaanpak en monitoring kunnen bijdragen aan een geborgd maatregelenpakket. Vanuit actieve soortenbescherming is ingezet op het verkrijgen van Europese middelen voor de Limburgse aanpak ter bescherming van de Korenwolf. In maart 2025 heeft de Europese Commissie het LIFE-project Cricetus toegewezen, waardoor de Provincie Limburg , samen met binnen en buitenlandse partners aan de slag gaat aan een internationaal project dat bijdraagt aan het onderzoeken en verbeteren van het leefgebied voor de Korenwolf.

    In 2025 stonden faunabeheer en exotenaanpak veelvuldig in de publiciteit en op deze terreinen zijn veel vragen van burgers en Provinciale Staten beantwoord. Jagers en Faunabeheereenheid zijn ondersteund door (intensiverings)middelen toe te kennen aan taken en  projecten als de faunaoverleggen, Jagers in het Groen, de valwildregeling en het mentorenproject voor de opleiding van nieuwe jagers. Landelijk wordt onder meer meegedacht over de Stelselherziening Jacht en Faunabeheer, de nationale beveraanpak, het actieplan Invasieve exoten en de Landelijke Uitvoeringsagenda Wolf. De Provincies hebben daarnaast een gezamenlijk Wolvenplan vastgesteld. De subsidieregeling Faunaschadepreventie 2025 is opnieuw opengesteld, waarbij per juli 2025 het beschikbare geld voor wolfwerende rasters al volledig uitgenut was. Daarnaast is de subsidieregeling opvang en vervoer zieke en gewonde inheemse in het wild levende beschermde dieren opengesteld voor de periode 2024-2027. In het kader van  de exotenbestrijding wordt onder meer ingezet op grensoverschrijdende samenwerking om de wasbeer te bestrijden en worden alternatieve beheermethoden onderzocht. Middelen zijn toegekend aan een drietal projecten gericht op de bestrijding van de Grote waternavel. Daarnaast is nieuw provinciaal beleid vastgesteld ten aanzien van de Aziatische hoornaar, waarbij van een bestrijdingsopgave is overgegaan naar een beheersopgave. Dit beleid wordt zoveel mogelijk samen met gemeenten, terreinbeherende organisaties en imkers uitgevoerd, waarbij de Provincie een faciliterende rol heeft.
    In juni 2025 is Afrikaanse varkenspest geconstateerd op 150 kilometer bij de Limburgse grens vandaan. De provincie heeft pro-actief een oproep gedaan aan burgers om bij te dragen aan de voorkoming van de verspreiding van de Afrikaanse varkenspest. Deze oproep is in de media breed opgepakt. 
    Ter uitvoering van de Motie 3165 inzake de bever is de inventarisatie van het aantal bevers in Limburg gestart. Ter uitvoering van Motie 3114 inzake Jacobskruiskruid zijn gesprekken gevoerd met belanghebbenden; een sonderende bespreking in de commissie LEO is in oktober 2025 voorzien. De aanpassing van de Omgevingsverordening is in voorbereiding.
    Eind 2024 is het Ministerie van LVVN gestart met een impactanalyse voor het herstelplan in het kader van de in 2024 vastgestelde Europese Natuurherstelverordening. Als Provincie denken wij daarbij in IPO verband mee. Het nationaal herstelplan dient in september 2026 gereed te zijn. Samen met het Rijk en andere provincies is in januari 2025 de openstelling van de Nationale Databank Flora en Fauna gerealiseerd. 
    Tenslotte is de ‘bossenmakelaar’ gestart, die tot taak heeft het aanjagen, stimuleren, het bemiddelen bij de aan- en verkoop van bossen en het verbinden van grondeigenaren en initiatiefnemers om zo onze doelen uit de Limburgse Aanpak Bossen te halen. Ook wordt hiertoe in het najaar van 2025 een Bossensymposium georganiseerd.

    Tijd

    Ten aanzien van Natuur streven wij deze statenperiode de volgende doelstellingen na:

    • In 2027 is ter completering van het Natuurnetwerk Limburg NNL (Natuurpact 2013) 1.270 ha natuur ingericht – waarvoor op 990 ha nog functieverandering nodig is.
    • Mits hiertoe voldoende middelen door het Rijk beschikbaar gesteld zijn, hebben wij in 2027 met initiatieven van onderop een betekenisvolle bijdrage geleverd aan de groene opgaven 30% VHR en vergroting areaal en revitalisering bossen.
    • Het beheer van de Limburgse gebieden is kwalitatief en kwantitatief versterkt.
    • Limburg heeft met 24 Natura-2000 gebieden een bovengemiddeld grote opgave; Natura 2000 maatregelen zijn uitgevoerd.
    • Kansen zijn benut om natuurdoelen (natuurinclusief) te realiseren in verbinding met opgaven in andere sectoren, waaronder de natuurinclusieve isolatie van gebouwen met het oog op vleermuizen en vogels.
    • Het goed samenleven van mens en natuur is verbeterd door de versterking van het faunabeheer.
    • Wij verbeteren het inzicht in de staat van instandhouding van de natuur, zodat middelen effectief kunnen worden ingezet.
    • Wij hebben in 2027 een deel van de emissiereductie van 3 KtonNH3/jr en 0,3Mton CO2 eq/jr gerealiseerd, met name door generiek rijksbeleid en de piekbelastersaanpak. De aanvullende aanpak door de Provincie heeft geleid tot vermindering van lokale deposities op N2000-gebieden en tot daling van de emissie van broeikasgassen.

    In de eerste maanden van 2025 is onverminderd ingezet op het bereiken van deze doelen. Voor onderstaande twee doelstellingen blijft het doelbereik achter. In 2025 is actieve bijsturing gestart.  

    Ten aanzien van de ontwikkelopgave is de actuele realisatiesnelheid niet voldoende om de doelstelling in 2027 te behalen. Gedeputeerde Staten hebben inmiddels een versterkte realisatiestrategie vastgesteld en ook zal in overleg met IPO en LVVN worden bezien hoe omgegaan moet worden met het niet kunnen halen van de deadline in 2027. Per 1 januari 2025 was de resterende opgave: afwaardering 817 ha (t.o.v. 892 in 2024) en inrichting 980 ha (t.o.v. 1253 in 2024). De realisatie van de inrichting in 2024 is relatief hoog. Dit is niet het gevolg van een versnelling, maar van het nu inboeken van hectares die in de voorgaande jaren gerealiseerd zijn.

    Ook de stikstofopgave is nog onvoldoende gerealiseerd, mede door de ontwikkelingen op Rijksniveau. Stikstof houdt het land én Limburg in de greep. Het is niet alleen een van de cruciale drukfactoren voor de natuur en biodiversiteit in Limburg, maar zorgt ook dat de vergunningverlening - in vrijwel alle sectoren - op slot zit. Met de ontwikkeling van het 'Limburgse Offensief Stikstof' (LOS) - zie ook 1.1.2. wordt ingezet op het nemen van geborgde maatregelen om de daling van de stikstofdepositie en het natuurherstel (en uiteindelijk de instandhoudingsdoelen voor deze gebieden) te realiseren. 

    Geld

    Voor de uitvoering van product 1.1.1. Natuur, biodiversiteit en fauna wordt het budget in 2025 verlaagd met € 6,17 mln. Dit gaat om de volgende wijzigingen in de begroting:

    Nieuwe middelen
    Aan dit product zijn geen nieuwe middelen toegevoegd.

    Faseringen
    Wij halen een bedrag van € 0,85 mln. uit de begroting  2026 naar voren om te besteden in 2025:

    • € 0,78 mln. voor boscompensatie gefinancierd vanuit de SPUK L16 Natuur fase 1.
    • € 0,07 mln. toegevoegd voor natuur en landschap beheer Ooijen-Wanssum.

    Wij schuiven totaal € 8,11 mln. door naar de begroting 2026 en verder:

    • € 2,15 mln. voor de financiering van het natuurgebiedenbeheer volgens openstellingsbesluit 2025;
    • € 2,35 mln. voor de SPUK J117 waarmee de subsidieregeling soorten managementplannen en kraamverblijven voor vleermuizen worden gefinancierd. Na de openstelling van de 2e tranche voor deze regeling blijkt dat nog geen aanvragen tot uitbetaling gaan komen;
    • € 0,53 mln. betreft het restant werkbudget uit de decemberbercirculaire 2023  voor soortenmanagementplannen. Dit wordt doorgeschoven, omdat eerst de SPUK middelen (J117 SMP) uitgeput worden;
    • € 1,89 mln. voor Natura2000 onderzoeken. Bij elk onderzoek wordt bekeken of financiering uit een SPUK mogelijk is, wat op dit moment succesvol blijkt;
    • € 0,89 mln. voor achtervang budgetschuif POP3, ter dekking van mogelijke schadeclaims wegens verkeerde inmetingen van het agrarisch natuurbeheer;
    • € 0,15 mln. voor nadere subsidieregels preventie faunaschade valt vrij ten gunste van het resultaat;
    • € 0,15 mln. voor initiatieven natuur, waarvan € 0,04 mln. overgeheveld van dit product 1.1.1. naar product 1.1.3. Landschap voor de aanstelling van een bossenmakelaar (vanwege een wijziging in budgethouder).

    Overige bijstellingen

    • Vanuit product 1.1.3. Landschap wordt € 0,13 mln. overgeheveld naar dit product 1.1.1. voor de stimulering van biodiversiteit. Het gaat hierbij om het co-financieren en stimuleren van gemeenten ten behoeve van meer natuur en biodiversiteit in de bebouwde omgeving.
    • In verband met de autonome ontwikkelingen voor de IPO begroting is de jaarschijf 2025 opgehoogd met € 0,76 mln.
    • De personeelskosten gaan elk jaar met € 0,20 mln. omhoog, vanwege de loonstijgingen volgens de CAO Provincies.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Oranje

    Geld (indicator)
    Oranje

  • Omschrijving (label)
    Najaarsnota 2025

    Kwaliteit

    Wij werken aan de geborgde aanpak voor stikstofreductie en natuurherstel: het Limburgs Offensief Stikstof (LOS), bestaande uit de volgende onderdelen:

    • een juridische redeneerlijn die vertelt over het geborgd maatregelenpakket waardoor weer vergunningen verleend kunnen worden;
    • een geborgd pakket aan genomen en aanvullende maatregelen: 
      • opgave per gebied, reeds bekende maatregelen en nog te onderzoeken maatregelen;
      • benodigde middelen en instrumenten;
      • te ontwikkelen beleid (stikstof, buitenland, vergunningen);
      • realisatiestrategie; 
    • uitvoeringsplan 2025-2027;
    • monitoringsplan;
    • periodieke bijstelling.

    De planning is gericht op vaststelling van het LOS in september 2025, als programma onder de POVI.

    Daarnaast voeren wij een lobby richting het Rijk. Wij acteren proactief op de wijze waarop het Rijk haar verantwoordelijkheid neemt met betrekking tot haar wettelijke taken. Wij blijven inzetten op uitvoering van diverse rijksregelingen met de middelen die wij hebben. Zoals de SPUK Programma Natuur fase 1 (waaronder bijvoorbeeld de aanpak van bamboe, watercrassula en trosbesbos valt) en fase 2 (openstelling regeling voorzien voor Q3 2025), Regeling provinciale maatregelen PAS-melders (Rpmp) (openstelling blijft afhankelijk van juridische mogelijkheden), Maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties 2024 (MGB) (welke is opengesteld in juni 2025 en veel belangstelling heeft) en de Propositie Heuvelland (waarmee bijvoorbeeld run-off naar N2000 opgelost wordt). Via mededeling portefeuillehouder DOC-00729097 hebben wij u geïnformeerd over de voortgang van de ontwikkelopgave natuur en is aangegeven dat wij in samenhang met de jaarlijkse landelijke Voortgangsrapportage Natuur de voortgang monitoren. Voor de SPUKS geldt dat wij, zoals aangegeven in de jaarrekening 2024, meer sturen op realistische begrotingen.

    Tijd

    De transitie van het landelijk gebied is een langlopend proces dat loopt tot en met 2035.
    De meest urgente doelen en opgaven zijn:
    1.  Het voorkomen van verslechtering van de natuur in N2000-gebieden (wettelijke verplichting).
    2.  Het realiseren van de ontwikkelopgave natuur (2027).
    3.  De kwaliteits- en kwantiteitsdoelen voor grond- en oppervlaktewater te behalen(2027).

    De beoogde resultaten voor 2025 dragen hieraan bij. De opgaven zijn echter dusdanig groot, dat die niet te realiseren zijn in 2027. Een verwachte datum van realisatie is nog niet voorhanden.

    Geld

    Voor de uitvoering van product 1.1.2. Limburgs programma Landelijk Gebied wordt het budget in 2025 verlaagd met € 21,70 mln. Dit gaat om de volgende wijzigingen in de begroting:

    Nieuwe middelen:

    Voor het voortzetten van de pilot biodiversiteitsmonitor zijn extra middelen beschikbaar gekomen in de begroting 2025-2028, GS-besluit 5 augustus 2025 voor in totaal € 2,68 mln. De begroting 2025 wordt met € 0,22 mln. opgehoogd, de begroting 2026-2028 met € 0,82 mln. per jaar. Dekking vindt plaats ten laste van het begrotingsresultaat 2025-2028.

    Faseringen: 

    Wij schuiven per saldo een bedrag van € 22,15 mln. door naar de begroting van 2026 en de jaren daarna, omdat:

    • een betere inkijk in de realisatie van projecten in beeld is gebracht. Daarom wordt voor de financiering van diverse projecten, per saldo € 3,56 mln., doorgeschoven naar de begroting 2026. De financiering hiervan komt vanuit diverse SPUK regelingen.
    • door het afgeven van subsidiebeschikkingen voor de nadere subsidieregels maatregelen Natura 2000 2025-2027 met een subsidieplafond van € 30 mln. kan de begroting op basis van de hierbij behorende liquiditeitsbegrotingen ingeregeld worden. Hierdoor wordt de begroting 2025 afgeraamd met € 10,61 mln. en  wordt de begroting 2026 en 2027 aangevuld.
    • voor de ophoging van het subsidieplafond voor de nadere subsidieregels maatregelen Natura 2000 2025-2027 met € 3,70 mln. wordt de dekking vanuit het budget voor de uitvoering van Natura 2000 ingezet in de begroting 2026 en daarom doorgeschoven.
    • de bij de decembercirculaire 2025 ontvangen procesmiddelen voor de dekking  van indirecte uitvoeringskosten Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied voor een bedrag van € 3,50 mln. zijn voor 3 jaar,  (2025: € 1,5 mln.; 2026: € 1,0 mln.; 2027: € 1,0 mln.).
    • de provinciale cofinanciering voor de subsidieregeling GLB/NSP samenwerking integrale gebiedsontwikkeling van € 2,28 mln. wordt doorgeschoven naar de begroting 2026, omdat er in 2025 geen uitgaven worden verwacht doordat er geen subsidievaststellingen plaatsvinden.

    Overige bijstellingen:

    • Vanuit product 1.1.3. Landschap wordt € 0,09 mln. overgeheveld naar dit product 1.1.2. Limburgs programma Landelijk Gebied voor propositie Heuvelland. 
    • De personeelskosten gaan elk jaar met € 0,15 mln. omhoog, vanwege de loonstijgingen volgens de CAO Provincies.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Oranje

    Geld (indicator)
    Oranje

  • Omschrijving (label)
    Najaarsnota 2025

    Kwaliteit

    We ondersteunen initiatieven voor de GBDA van het landschap:

    • Voor de subsidiëring van de aanleg en het beheer van GBDA hebben wij de Nadere subsidieregels landschapselementen opengesteld per 3 februari 2025 (DOC-00727132).
    • In 2025 zijn we gestart met het Landschapselementenregister, waarmee wij een actueler en gedetailleerder inzicht krijgen in de aanwezigheid van GBDA en landschapselementen in Limburg. De gegevens worden ieder half jaar bijgewerkt met de meest recente data voor een betrouwbaar monitoringsproces. Om het landschapselementenregister voor Limburg te ontwikkelen en te beheren hebben wij € 80.000 beschikbaar gesteld voor 2025 en 2026 (DOC-00740498).
    • Ten slotte ondersteunen we initiatieven voor GBDA van het landschap middels agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb). Het uitgevoerd beheer is in de periode 2022-2025 gegroeid. 

    We versterken het landschap en de ruimtelijke kwaliteit via de grote programma’s:
    Vanuit het programma Waterveiligheid en Ruimte is de subsidieregeling korte termijnmaatregelen ten behoeve van waterveiligheid in Limburg 2024-2026 opengesteld, die onder andere ingezet kan worden voor de aanleg van natuurvriendelijke brongerichte maatregelen waaronder GBDA (DOC-00714998). 

    We ondersteunen het Steunpunt Landschapsbeheer en benutten vrijwilligers en burgerinitiatieven:

    • Het Limburgs Landschap faciliteert het Steunpunt Landschapsbeheer Limburg en heeft hiervoor een subsidie van ons ontvangen met een looptijd tot september 2025. Wij hebben besloten het Steunpunt Landschapsbeheer structureel te continueren in haar huidige vorm, hiervoor ontvangen zij jaarlijks (vanaf 2026) een exploitatiesubsidie ad € 400.000. Financiering vindt plaats vanuit de middelen van structureel landschapsbeheer (DOC-00710539). Hierdoor wordt structureel vormgegeven aan de uitvoeringskracht van het landschapsbeheer, met de inzet en facilitering van vrijwilligers.
    • Wij ondersteunen initiatieven en organisaties die gericht zijn op educatie over natuur en landschap, voor zowel kinderen als voor volwassenen. De Natuur- en Milieufederatie Limburg, het Limburgs Landschap, het Natuurhistorisch Genootschap en IVN ontvangen een exploitatiesubsidie.
    • Middels het Europees programma LEADER (onderdeel van het GLB-NSP) stimuleren wij voor Zuid-Limburg en Weerterland initiatieven - van lokale gemeenschappen - die bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid op het platteland en de leefomgeving. Daarbij spelen natuur, landschap en cultuurhistorie een belangrijke rol. Aanvragen voor projecten voor beide gebieden kunnen worden ingediend tot en met 2027, tenzij budgetten eerder uitgeput zijn. 

    We ondersteunen Nationale Parken en Grensparken:
    Wij hebben de nationale parken een incidentele subsidie verleend ter hoogte van € 1.479.000 (€ 493.000 per park) bestaande uit € 1.029.000 Rijksmiddelen en € 450.000 reeds gereserveerde provinciale cofinanciering voor de periode april 2025 tot en met 2026 (DOC-00792600). Dit op basis van de meerwaarde van de plannen voor de doelen van het beleidskader landelijk gebied en de doelen van het door Rijk en provincies vastgestelde Beleidsprogramma nationale parken 2024-2030. 
    Voor Maas-Swalm-Nette en Kempen~Broek kent onze ondersteuning via incidentele subsidies een tijdpad tot en met 2026. Voor het Drielandenpark en het Rivierpark Maasvallei tot en met 2027 en voor het Grenzeloos Bocageland tot en met 2025.

    Tijd

    De transitie van het landelijk gebied is een proces dat loopt tot en met 2035. Vanuit de nationale en provinciale opgaven en tijdstermijnen rond natuur, water, landbouw en landschap worden in synergie met de grote programma’s zoals het LOS (vervolg op het LPLG) en WRL de Limburgse landschappelijke (kern)kwaliteiten versterkt. De samenwerking en cofinanciering van de nationale parken en grensparken voeren wij conform planning uit. Maar ook de ondersteuning aan Steunpunt Landschapsbeheer en initiatieven voor GBDA voeren wij conform planning uit.
    De subsidieregeling landschapselementen is opengesteld tot 1 januari 2026. Wij verwachten dat nog een groot deel van de middelen resteren. In het najaar 2025 volgt een uitwerking om deze subsidieregeling te continueren vanaf 2026 en daarmee ook de inzet van deze resterende  middelen.
    Voor wat betreft het budget voor landschapsbeheer, resteert er momenteel nog een bedrag van circa € 1,3 miljoen. We voeren dit jaar en volgend jaar inventarisaties uit op onze eigen natuurpercelen, met prioriteit voor de natuurcompensatiepercelen. Voor deze laatste categorie is separaat budget beschikbaar. De verwachting is dat deze inventarisaties in 2027 zijn afgerond. Omdat we nu nog geen concreet beeld hebben van de noodzakelijke herstelmaatregelen wordt het restant budget 2023 voor landschapsbeheer doorgeschoven naar 2027.

    Geld

    Voor de uitvoering van product 1.1.3. Landschap wordt het budget in 2025 verlaagd met € 3,22 mln. Dit gaat om de volgende wijzigingen in de begroting:  

    Nieuwe middelen
    Aan dit product zijn geen nieuwe middelen toegevoegd.

    Faseringen:

    Wij halen een bedrag van € 0,04 mln. vanuit product 1.1.1. naar dit product 1.1.3. voor de financiering van de bossenmakelaar.

    Wij schuiven een bedrag van € 2,88 mln. door naar de begroting van 2026 en de jaren daarna, omdat de planningen bijgesteld zijn en de uitvoering  later gaat plaatsvinden:

    • € 0,38 mln. DU Natuurbrandpreventie uit de decembercirculaire 2024, besteding wordt verwacht in 2026 middels subsidieverstrekking;
    • € 0,43 mln. openstelling nieuwe subsidieregeling voedselbossen en agroforestry vind plaats eind 2025, eerste uitgaven in 2026 verwacht;
    • € 0,46 mln. provinciale cofinanciering subsidieopenstelling  GLB/NSP LEADER Weerterland en Zuid Limburg, op dit moment worden nog geen subsidievaststellingen verwacht die tot uitbetaling leiden;
    • € 1,3 mln. landschapsbeheer wordt doorgeschoven wegens inventarisatie in het veld en uitgevoerd na prioritering;
    • € 0,16 mln. All4biodiversity wordt naar beneden bijgesteld op basis van reële ramingen;
    • € 0,15 mln. vermaatschappelijking, landschapsbeheer en nota landschap verbindt wordt doorgeschoven wegens herschikking van middelen voor de openstelling van de vierjarige subsidieregeling voor Bocagelandschap in 2026.

    Overige bijstellingen:

    • Vanuit dit product 1.1.3. Landschap wordt € 0,13 mln. overgeheveld naar product 1.1.1. Natuur, biodiversiteit en fauna voor de stimulering van biodiversiteit (wijziging budgethouder).
    • Voor de subsidiëring Limburgse nationale parken 2025-2026 is € 0,2 mln. doorgeschoven naar 2026. 
    • De bijdrage in de subsidieregeling landschapselementen vanuit de propositie heuvelland SPUK L7 van € 0,085 mln. wordt administratief anders bijgehouden en gecorrigeerd.
    • Voor procesmiddelen PLA is structureel € 0,014 mln. beschikbaar gekomen.
    • De personeelskosten gaan elk jaar met € 0,03 mln. omhoog, vanwege de loonstijgingen volgens de CAO Provincies.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Oranje

1.3. Water

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Wat willen we bereiken? - 1.3. Water

De beken zijn schoon, lopen meanderend door het landschap, zijn ecologisch gezond en passeerbaar voor vissen. De beken kunnen omgaan met langere perioden van droogte en sterke neerslag. Er is weinig wateroverlast vanuit de beken en ze vallen zo weinig mogelijk droog. De natuur en de landbouwgebieden hebben een aanvaardbare last van droogte en er is voldoende grondwater van een goede kwaliteit voor drinkwater, voedselvoorziening, natuur en industrie.

Verder is de Maas veiliger tegen hoogwater en is de ruimtelijke kwaliteit langs de Maas op diverse plekken verbeterd. 

Om het bovenstaande te bereiken streven wij deze collegeperiode ten aanzien van Water de volgende doelstellingen na:

  • In 2027 is er een duurzamer, robuuster en ecologisch gezonder watersysteem dat beter kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water en verbeterde kwaliteit.
  • In 2027 is de Limburgse bodem verbeterd.

Wat merkt de Limburger ervan?

Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren die reeds beschikbaar zijn, zijn hieronder gepresenteerd.

Ecologische toestand van oppervlaktewater (BBV) (D_5db)

Deze indicator geeft aan in hoeverre de ecologie in de beken op orde is. Daarbij is gekeken naar de aanwezigheid van vissen, waterplanten en kleine waterdiertjes. Het bereiken van een goede ecologische toestand is een van de doelen van de EU-Kaderrichtlijn water. De ecologische toestand van de waterlichamen onder de Kaderrichtlijn Water (KRW) is grotendeels matig. Dit komt zowel door de algemeen fysisch, chemische toestand als de biologische, maar bovenal door de aanwezigheid van specifieke verontreinigende stoffen. 

Km beekherstel trajecten waar de ecologische doelen zijn behaald (D_5a)

Beekherstel is het meer natuurlijk inrichten van beken om de ecologie in de beek te herstellen. Hiermee leveren we ook een belangrijke bijdrage aan de doelen van de Europese Kader Richtlijn Water. De totale opgave van 72,2 kilometer dient in 2027 gerealiseerd zijn. In 2023 was 63,6 kilometer daarvan in uitvoering. 

Bron: Waterschap Limburg
Percentage van de meetpunten in Natura2000 gebieden dat verdroogd is (gemiddelde periode van 8 jaar) (D_5b)

Weergegeven is het percentage meetpunten waarbij verdroging is geconstateerd op basis van de gemiddelde laagste (einde van de zomer) grondwaterstand en de gemiddelde hoogste (voorjaars-)grondwaterstand. Hierbij zijn de gemiddelde waarden gehanteerd van de jaarlijkse waarden in een periode van 8 jaar. Hier zijn de resultaten voor de periode 2016 t/m 2023 en de periode 2017 t/m 2024 gepresenteerd. 

Voor alle Limburgse Natura2000-gebieden geld dat alle meetpunten binnen een gebied binnen de range van vereiste grondwaterstand moeten scoren om als goed beoordeeld te kunnen worden. Op dit moment zijn er geen Limburgse Natura2000-gebieden waar alle meetpunten goed scoren.

Bron: Provinciaal Optimaal Grond- en Oppervlaktewater Regime meetnet
Hoeveelheid onttrekking van grondwater WML ten opzichte van de vergunde ruimte (D_5e)

WML heeft vergunningen voor het onttrekken van grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening in Limburg. Om te zorgen dat er ook voor de lange termijn voldoende drinkwater is, monitoren we de vergunde hoeveelheid en de daadwerkelijk onttrokken hoeveelheid grondwater ten behoeve van drinkwater.  We zien de afgelopen jaren geen duidelijk trend in de onttrokken hoeveelheid drinkwater.  

Om in geval van een calamiteit, zoals het uitvallen van een winplaats, toch aan de verplichting tot levering van drinkwater te kunnen voldoen is reservecapaciteit nodig. Dat betekent dat een deel van de totaal vergunde hoeveelheid niet kan worden gebruikt om te voldoen aan de reguliere drinkwatervraag. Deze hoeveelheid bedraagt momenteel circa 16,7 miljoen m3/jaar. De totaal vergunde hoeveelheid (donkerblauwe lijn) minus de benodigde hoeveelheid om calamiteiten op te vangen levert de beschikbare hoeveelheid water om aan de drinkwatervraag te voldoen (lichtblauwe lijn).

Bron: Waterleiding Maatschappij Limburg

  • Omschrijving (label)
    Najaarsnota 2025

    Kwaliteit

    Wij werken in 2025 aan de uitvoering van de eerste fase van het Aanvalsplan waterkwaliteit. Hierbij zetten wij in op het ondersteunen van gemeenten bij het aanpakken van riooloverstorten en het actualiseren van de vergunningen 

    In 2025 voeren wij onderzoeken uit naar maatregelen om de hydrologische toestand van de grondwatergevoelige natuurgebieden te verbeteren en continueren de uitvoering van maatregelen.

    Wij verlenen in 2025 subsidies aan partijen om maatregelen te nemen die zorgen voor een betere beschikbaarheid van water (Deltaprogramma Hoge Zandgronden) en aan gemeentelijke waterregio's om klimaatadaptieve maatregelen te nemen en het bewustzijn te stimuleren.

    Samen met de partijen van de bestuurlijke Klimaatadaptatietafel Limburg wordt in 2025 gewerkt aan het convenant ‘Voldoende Zoetwater’ om maatregelen te nemen om watergebruik te verminderen en om meer water vast te houden.

    Het onderzoek van de Zuidelijke Rekenkamer naar drinkwater aan Provinciale Staten is ter kennis gesteld en aangegeven welke acties op grond daarvan worden ondernomen ter veiligstelling van de drinkwatervoorziening.  

    Wij houden toezicht op de uitvoering van maatregelen voor de KRW door gemeenten en waterschap en hebben daartoe een 'formele kolom' ingericht  conform het advies van Berenschot over de governance van de KRW.

    Wij spreken het Rijk en onze buurlanden aan op hun verantwoordelijkheid voor het treffen van maatregelen, nodig om de doelen van de KRW te bereiken.

    Tijd

    Veel van de doelstellingen uit het waterbeleid zijn gekoppeld aan het jaar 2027, hetgeen onder meer samenhangt met de vereisten die voortkomen uit de Kaderrichtlijn Water en de doelen die zijn gesteld in het provinciaal waterprogramma en het beleidskader perspectief voor het landelijk gebied. De beoogde resultaten voor 2025 dragen hieraan bij.

    Wij voeren onderzoeken en modelleringen uit ten behoeve van hydrologische maatregelen om de Natura2000 gebieden te herstellen en ondersteunen het nemen van maatregelen in en rond deze gebieden .

    Via het Deltafonds ondersteunen wij het nemen van droogtemaatregelen in Limburg. Ook voeren wij regie over de bovenregionale stresstest voor wateroverlast in Limburg.

    Samen met de waterleidingmaatschappij Limburg werken wij aan de goede beschikbaarheid van drinkwater nu en in de toekomst, onder meer via het actualiseren van de grondwaterbeschermingsgebieden en het aanduiden van toekomstige drinkwaterwinningen.  

    Wij gaan de gemeentelijke waterwerkregio's ondersteunen met de communicatie over klimaatadaptatie. 

    De waterthema's hebben een goede plek gekregen in onze ontwerp omgevingsvisie, met ruimte voor wateropvang, berging en afvoer, en ruimte voor drinkwaterwinning. Daarmee willen wij ruimte geven om wateroverlast te verminderen en de waterbeschikbaarheid te vergroten. Ook waterkwaliteit krijgt nadrukkelijk aandacht in de ontwerp omgevingsvisie 

    Wij zetten alles op alles om het bereiken van de KRW doelstellingen dichter bij te brengen. Toch blijven een aantal opgaven achterblijft en dat met de huidige inzet van alle partijen het bereiken van de KRW doelen niet overal op tijd zal gaan lukken.

    Onze verwachting is om met de partijen uit de bestuurlijke klimaatadaptatietafel einde 2025 overeenstemming te hebben over een convenant voldoende zoetwater en dit aanvang 2026 te kunnen ondertekenen. 

    Geld

    Voor de uitvoering van product 1.3.1. Waterbeheer en waterkwaliteit regionaal systeem wordt het budget in 2025 verlaagd met € 14,24 mln. Dit gaat om de volgende wijzigingen in de begroting:

    Nieuwe middelen

    Aan dit product zijn geen nieuwe middelen toegevoegd.

    Faseringen

    Wij schuiven een bedrag van € 14,32 mln. door naar de begroting 2026 en de jaren daarna, omdat de planningen bijgesteld zijn en uitvoering later gaat plaatsvinden.

    • € 10,3 mln. omdat op dit moment nog onduidelijk is welk bedrag afgeroepen wordt voor de subsidieregeling DHZ, deels gedekt uit provinciale middelen (€ 1,20 mln.) en deels uit de SPUK E87 € 9,10 mln. 
    • € 3,54 mln. vanuit de SPUK E102 Beekdalen zijrivieren Maas nadat de meerjarenplanning van Waterveiligheid en Ruimte Limburg is bijgesteld.
    • € 0,15 mln. voor het waterprogramma 2022-2027 om de bijdrage aan het programmabureau Maas KRW/DHZ in 2026 en 2027 te financieren. 
    • € 0,03 mln. de incidentele bijdrage voor klimaatadaptatie gaat in 2026 plaatsvinden.
    • € 0,30 mln. voor grondwaterbeheer wordt in 2025 geen uitgaven meer verwacht. Het bedrag wordt, conform de bestendige gedragslijn, toegevoegd aan de hiervoor ingestelde reserve  Grondwaterbeheer.

    Overige bijstellingen

    • De personeelskosten gaan elk jaar met € 0,07 mln. omhoog, vanwege de loonstijgingen volgens de CAO Provincies.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Oranje

  • Omschrijving (label)
    Najaarsnota 2025

    Kwaliteit

    Wij werken als partner door aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de diverse hoogwaterprojecten, waar vaak een complexe opgave voor waterveiligheid integraal wordt opgepakt met gebiedsontwikkeling. Voor alle hoogwaterprojecten geldt dat de Provincie geen trekkende rol heeft.

    Vanuit onze rol als gebiedsregisseur blijven wij ook aandacht vragen voor een goede invulling van de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij pleiten wij bij dijkverbetering voor maatwerk en innovatieve oplossingen.

    In 2025 werken wij, samen met het Rijk, aan de verdere concretisering van het Programma Ruimte voor de Rivier 2.0 (voorheen Programma Integraal Riviermanagement). De opgaven voor het toekomstbestendig maken van de rivieren (rivierbodemzorg en ruimte voor berging en afvoer) komt voort uit een aantal wettelijke opgaven (o.a. waterveiligheid en waterkwaliteit) en een aantal ambities (o.a. de opgave voor natuur vanuit de PAGW). Het uitwerken hiervan moet in 2026 leiden tot concrete keuzes.

    Voor de goede regionale afstemming organiseren wij de afstemming in de Maasvallei en participeren wij met álle Maaspartners in het Programmabureau Delta Maas.

    Tijd

    De afgelopen jaren is in een aantal hoogwaterprojecten met een bredere gebiedsontwikkeling de nodige voortgang geboekt. Dit is gelukt ondanks de veelheid en complexiteit van de opgaven, alle belangen van verschillende partners die een rol spelen en de brede publieksparticipatie die hierbij wordt opgepakt. Deze voortgang is nodig om uiteindelijk te komen tot een hoogwaterveilige Maasvallei, die ook een hoog niveau kent qua ruimtelijke kwaliteit. De complexiteit van de hoogwaterprojecten leidt ertoe dat niet altijd de voortgang kan worden geboekt die wenselijk is.

    Het project Baarlo-Hout-Blerick is conform planning gestart met de procedures voor de projectbesluiten en het opstellen van de realisatie-overeenkomst. De voorbereidingen voor de uitvoering van project Arcen verlopen goed. In het najaar van 2025 zal voor dit project de eerste "schop in de grond" gaan. Voor het project Groene Rivier Well gaat naar verwachting de aanbesteding van start in het najaar van 2025. Verder staat in het najaar het goedkeuringsbesluit voor de dijkversterking van de primaire kering bij de Willem-Alexanderhaven (gemeente Roermond) op de planning. 

    Het toekomstbestendig maken van de rivieren, in ons geval de Maas, én het accommoderen van de functies die gebruik maken van de rivier, is een complexe opgave. Wij zijn hierbij afhankelijk van de kennis en keuzes van het Rijk. Wij blijven hierop investeren, zodat de keuzes op systeemniveau goed uitpakken voor de hoogwaterprojecten waar wij regionaal in investeren.

    Geld

    Voor de uitvoering van product 1.3.2. Waterveiligheid Maas wordt het budget in 2025 verlaagd met € 5,41 mln. Dit gaat om de volgende wijzigingen in de begroting:

    Nieuwe middelen

    Aan dit product zijn geen nieuwe middelen toegevoegd.

    Faseringen

    Wij schuiven een bedrag van € 5,45 mln. door naar de begroting van 2026 en € 0,95 mln. naar de begroting 2027:

    • € 3,00 mln. Zuidelijk Maasdal, de bij de Voorjaarsnota 2025 begrote bijdrage in de planontwikkeling gaat niet meer in begrotingsjaar 2025 uitgegeven worden;
    • € 1,50 mln. verhoging dam Lateraalkanaal, wegens vertraging in voorgaande werkzaamheden wordt de bijdrage verwacht in 2026;
    • € 0,95 mln. Systeemmaatregel Baarlo, de planuitwerkingsfase verloopt volgens planning, de financiële middelen worden afgeroepen in 2027.

    Overige bijstellingen

    • De personeelskosten gaan elk jaar met € 0,04 mln. omhoog, vanwege de loonstijgingen volgens de CAO Provincies.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Oranje

  • Omschrijving (label)
    Najaarsnota 2025

    Kwaliteit

    • De uitvoering van het plan Bodemvitalisering verloopt conform planning.
    • De pilotlocaties zijn geselecteerd op basis van de vastgestelde selectiecriteria.
    • De kwantiteit, kwaliteit en gebruikswaarde van de (vrijkomende) reststromen nabij de pilotlocaties zijn in beeld gebracht met in achtneming van de huidige wet- en regelgeving.
    • Op de pilotlocaties is een nulmeting uitgevoerd om de actuele bodemvitaliteit vast te stellen.
    • Op basis van de nulmeting wordt advies gegeven over de te nemen maatregelen op de pilotlocaties. Naar verwachting is een 1e stap gezet in het aanbrengen van de groene reststromen ter plaatse van de pilotlocaties.

    Tijd

    De uitvoering van het project Bodemvitalisering Limburg verloopt conform planning.

    Geld

    Voor de uitvoering van product 1.3.3. Bodemvitalisering wordt het budget in 2025 verhoogd met € 0,001 mln. Dit gaat om de volgende wijzigingen in de begroting:

    Overige bijstellingen

    De personeelskosten gaan elk jaar met € 0,001 mln. omhoog, vanwege de loonstijgingen volgens de CAO Provincies.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Groen

Uitvoering begroting 2025: budgetrealisatie

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Uitvoering begroting 2025: budgetrealisatie

De lasten van de gewijzigde begroting 2025 voor dit programma tot aan deze najaarsnota bedragen € 165,42 mln., bestaande uit € 153,06 mln. reguliere middelen, € 12,04 mln. personeelskosten en € 0,31 mln. kapitaallasten.

In onderstaande grafiek presenteren wij alleen de reguliere middelen vanwege de beïnvloedbaarheid van deze posten. Het betreft de bestedingen en juridische verplichtingen tot 8 september 2025 (gerealiseerd) en de op dat moment resterende vrije ruimte binnen de vastgestelde budgetten.

De realisatie van de exploitatiemiddelen over 2025 bedraagt tot 8 september 2025 afgerond 56%. Van het resterende deel € 67,18 mln. wordt bij deze najaarsnota een totaalbedrag van € 52,21 mln. (34%) doorgeschoven naar 2026 en de jaren daarna. Voor meer informatie verwijzen wij naar de toelichtingen op product-niveau onder ‘Wat gaan we daarvoor doen?’, bij het onderdeel Geld.

Wat mag het kosten?

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Wat mag het kosten?

In deze Najaarsnota 2025 wordt het budget voor het programma 'Perspectief voor het landelijk gebied' aangepast op basis van de hierboven beschreven voortgang.

Wij stellen voor om € 0,22 mln. extra geld toe te voegen aan het budget voor het volgende onderdeel:

  • Limburgse biodiversiteitsmonitor € 0,22 mln. in 2025, GS-besluit 5 augustus 2025. In totaal € 2,68 mln. meerjarig tot en met 2028. 

Daarnaast gaan de personeelskosten elk jaar met € 0,48 mln. omhoog, vanwege de CAO loonstijgingen.

Tot slot wordt een bedrag van € 52,21 mln. doorgeschoven naar het budget van 2026 en de jaren daarna, omdat op basis van realistische planningen in 2025 minder uitgaven gedaan zullen worden.

Door deze wijzigingen daalt het totale budget van het programma (lasten en stortingen in de reserves) van € 166,55 mln. naar € 116,12 mln.

Voor meer informatie verwijzen wij naar de toelichtingen op product-niveau onder ‘Wat gaan we daarvoor doen?’, bij het onderdeel Geld.

Bedragen x €1.000