4. Nieuwe energie en leefmilieu

Nieuwe energie en leefmilieu

Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Nieuwe energie en leefmilieu

Een Limburg dat vooruit wil, heeft energie nodig. Betrouwbare en schone energie. Steeds vaker opgewekt uit duurzame bronnen, zodat de uitstoot van broeikasgassen wordt tegengegaan. De overgang naar duurzame energie zal niet vanzelf gaan en zowel van onze huishoudens als de industrie veel vragen. We zullen samen moeten komen tot een verantwoord tempo, zodat de effecten van verandering voor iedereen te dragen zijn. Hoe ingrijpend die effecten kunnen zijn, hebben we afgelopen jaren gezien. De oorlog in Oekraïne leidt tot een sterke beperking van de import van Russisch gas, en de effecten daarvan voelen we allemaal in onze portemonnee. Tegelijkertijd heeft dit gezorgd voor een herbezinning op onze afhankelijkheid van grondstoffen en een nieuwe kijk op strategische allianties en internationale handel. Jarenlang zijn we op het gebied van energie te afhankelijk geworden van externe bronnen en hebben we in Nederland achter de feiten aangelopen op het gebied van onze eigen energievoorziening. We wekken zelf te weinig eigen energie op, en dat heeft grote gevolgen. Hoge investeringen, bedrijven die dreigen te vertrekken en een overvol stroomnet.

Veel Limburgers vragen zich af of ze de energierekening en de boodschappen aan het einde van de maand wel kunnen betalen. De term 'energie-armoede' heeft z'n intrede gedaan. Bedrijven willen omschakelen van gas naar stroom, en worden geconfronteerd met wachtlijsten voor een zwaardere aansluiting op het elektriciteitsnet. Omdat de materialen daarvoor niet beschikbaar zijn en de benodigde vakmensen ook voor energiebedrijven nauwelijks te vinden zijn. Tegelijkertijd proberen overheden in de hele wereld de energielasten voor hun burgers wat dragelijker te maken door miljarden te investeren. Veelal in combinatie met inspanningen om te verduurzamen, om te schakelen naar lokaal opgewekte energie, en om regio's weer concurrerend te maken. Dat is dan weer een voordeel van de huidige moeizame energiesituatie.

Het gevoel voor urgentie rond de zogeheten 'energietransitie' is door al deze factoren groter dan ooit. Ook in Limburg zijn we klaar om nieuwe wegen te bewandelen. Een kwestie van pionieren en ondernemen, experimenteren, vallen, opstaan en weer doorgaan. Daarbij heeft onze regio een aantal extra uitdagingen. Bijvoorbeeld door onze geografische ligging, ver van de Noordzee waar een steeds groter deel van de Nederlandse elektriciteit in windmolenparken wordt opgewekt. Hoe komt die schone energie voor ons beschikbaar? We hebben daarnaast de beschikking over slechts beperkte fysieke ruimte in onze provincie om aan energievoorzieningen te spenderen. De mogelijke komst van de Einstein Telescope is daarop ook van invloed. Limburg heeft relatief veel energie-intensieve industrie en een verouderde woningvoorraad, dus onze energieopgave is ook daarom relatief groot. Dit zijn geen effecten die nu ineens zijn ontstaan en daarom is er de afgelopen jaren al veel in gang gezet om de Limburgse energieopgave te lijf te gaan. In Limburg willen we daarom nu een stap extra vooruit zetten. We pakken deze uitdaging samen op, zodat ook in de toekomst alle Limburgers kunnen profiteren van duurzame en toekomstbestendige energie.

Nieuwe Energie

We werken aan een toekomstbestendig energiesysteem in en voor Limburg. Het energiesysteem omvat alle processen, structuren en componenten die betrokken zijn bij (a) het winnen/opwekken van energie, (b) het transport/opslag en (c) het gebruik van energie. De totale keten van energieproductie tot eindgebruik. Het omvat zowel traditionele energiebronnen, zoals fossiele brandstoffen, als hernieuwbare energiebronnen, zoals zonne-energie en windenergie. 

Om beter inzichtelijk te krijgen waar we nu aan moeten werken ten behoeve van het energiesysteem van de toekomst, gaan we aan de slag met een energievisie. Deze visie zal tevens ingaan op de toekomstige energiemix en hoe systeemintegratie wordt beoogd. Hierbij gaat het om hoe de verschillende onderdelen van het (Limburgse) energiesysteem zich verhouden tot elkaar, bijvoorbeeld als het gaat om de inzet van gas, elektriciteit en warmte. De Provincie Limburg gaat het komende jaar in samenwerking met de betrokken partijen een energievisie voor Limburg opstellen, waarin het toekomstperspectief richting 2050 uiteen zal worden gezet.

Ruimte en de energietransitie zijn nauw met elkaar verbonden. De ruimte in Limburg is schaars, terwijl het nieuwe energiesysteem juist om veel ruimte vraagt. Het is van belang dat nieuwe manieren van energie-opwek en de hiervoor benodigde energie-infrastructuur goed ruimtelijk wordt ingepast, waarbij veiligheid en gezondheid geborgd zijn, en dat bestaande en nieuwe energie-infrastructuur optimaal wordt benut om de aanleg van onnodig (lange) nieuwe aansluitingen te voorkomen. Hiervoor hebben we ook aandacht gevraagd middels het Ruimtelijk Voorstel van de Provincie aan het Kabinet.

Ook aan de specifieke ketens en onderdelen van het energiesysteem – de gebouwde omgeving, warmtetransitie, verduurzaming van de industrie en bedrijventerreinen, energie-infrastructuur en grootschalige opwek – draagt de Provincie bij.

Gezonde en veilige leefomgeving
Een gezonde en veilige leefomgeving is een thema dat veel inspanning vraagt en de komende periode meer prioriteit vergt. Hier is de rol van de Provincie als regulerende overheid nodig met het uitoefenen van het formele bevoegd gezag. Een overheid, die haar inwoners beschermt tegen ongeoorloofde en ongewenste risico’s én werkt aan een beter leefmilieu. Met het beleidskader ‘Nieuwe energie & schoon leefmilieu’ gaan wij de komende jaren toewerken naar een robuuster beleid en uitvoering voor het Limburgse leefmilieu. Een gezond en veilig leefmilieu draagt immers bij aan de leefbaarheid in Limburg.
Na het landelijke advies van de Commissie Van Aartsen en het daaruit voorvloeiende Nationale Interbestuurlijk Programma, het rapport van de Zuidelijke Rekenkamer over het Limburgse VTH-stelsel in het milieudomein en een in 2023 uitgevoerde verkenning naar concretiserend milieubeleid, neemt de Provincie sterker dan voorheen haar verantwoordelijkheid. We gaan van een minimalistische aanpak naar een robuuste uitvoering op basis van een realistisch en uitvoerbaar perspectief. Niet alleen omdat het moet, maar omdat wij als provinciale ‘overheid’ hier een zorgplicht voor dragen om het Limburgse leefmilieu te verbeteren.

Ons beleidskader

Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Ons beleidskader

Op 12 april 2024 is het beleidskader ‘Nieuwe energie & schoon leefmilieu’ vastgesteld door Provinciale Staten. 

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Wat willen we bereiken?

4.1. Nieuwe energie

Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Wat willen we bereiken? - 4.1. Nieuwe energie

Nieuwe energie

We streven deze collegeperiode de volgende doelstellingen na:

  • In 2030 is het aandeel huishoudens met een laag inkomen en een woning van lage energetische kwaliteit gedaald van nu 6,6% naar 5%.
  • In 2030 is op 70% van de geschikte daken kleinschalige opwek (<15 kWp) via gemiddeld 10 zonnepanelen op dak gerealiseerd, concreet moet dit leiden tot 1.300 MW Photovoltaic Vermogen, hierna te noemen PV-vermogen, in 2030.
  • In 2030 bedraagt de CO2-emissie reductie van de gebouwde omgeving 55% t.o.v. 1990.
  • In 2030 bedraagt CO2/N2O-reductie van de industrie 55% t.o.v. 1990.
  • De energie-infrastructuur is betrouwbaar, wordt efficiënt benut en voorziet beter in de transportcapaciteit voor invoeding en afname van elektriciteit.
  • In 2030 is er 2,5 TWh duurzame opwek van energie gerealiseerd voor grootschalige installaties (>15 kWp) in Limburg.

Een Limburg dat vooruit wil, heeft een schoon en gezond leefmilieu nodig met een toekomstbestendige energievoorziening. De gevolgen van klimaatverandering zijn ingrijpend en zorgen ervoor dat onze huidige brede welvaart en bestaanszekerheid onder druk staan. Landelijk wordt daarom, via het Klimaatakkoord, ingezet op een klimaatneutrale samenleving in 2050. Dat betekent dat we nu al werken aan energiebesparing en omschakelen naar nieuwe bronnen en dragers van energie. Energie is een basisvoorziening voor mensen én bedrijven. De leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie is belangrijk. Door internationale ontwikkelingen en geopolitieke onzekerheden steeg de prijs van energie de afgelopen tijd aanzienlijk. Het zijn basisvoorzieningen en randvoorwaarden die de overheid in brede zin moet garanderen en die niet (alleen) aan de markt overgelaten kunnen worden.

Vanuit de algemene verantwoordelijkheid ontwikkelt de Provincie daarom beleid en initiatieven op het gebied van 'Energie-infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding en Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen' (4.1.1.) en 'Verduurzaming Gebouwde omgeving & Warmte en Grootschalig opwek' (4.1.2.).

Wat merkt de Limburger ervan?

Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren die reeds beschikbaar zijn, zijn hieronder gepresenteerd. De doelen en daarbij behorende indicatoren van het programma Nieuwe Energie zijn opgesteld in lijn met het op 12 april 2024 door PS vastgestelde beleidskader 'Nieuwe Energie en een Schoon Leefmilieu'.

Bekende CO2-uitstoot (BBV) (MO 8d)

Deze BBV indicator geeft de CO2;-emissie over de jaren heen weer (Bron: Regionale Klimaatmonitor met een bewerking door IPO).  De emissie van CO2 is hierbij bepaald door het verbruik van gas, elektriciteit en vervoersbrandstoffen te vermenigvuldigen met de emissiefactor van die energiedrager. Deze emissiefactoren variëren per jaar, afhankelijk van bijvoorbeeld de brandstofmix van de elektriciteitsproductie en de samenstelling van aardgas. De emissie is gegeven in mTon. Na 2015 is sprake van een structurele afname van de CO2-emissie. 

Bron: Regionale klimaatmonitor
Hernieuwbare Energie (BBV) (MO 8e)

Deze BBV-indicator geeft de groei weer van hernieuwbare opwek in Limburg. Dit betreft hernieuwbare energie uit zon, wind, biomassa, bodem, buitenlucht en water, zowel voor elektriciteit, warmte of vervoer. De hernieuwbare opwek is weergegeven in TeraWattuur (TWh) (bron: Regionale Klimaatmonitor).   

Bron: Regionale klimaatmonitor
CO2/N2O-emissie van de industrie conform de NEA-monitoring (D 31a)

In deze figuur is de emissie van CO2 en lachgas door de industrie weergegeven in kiloton CO2-equivalenten. Daarbij is de emissie van lachgas vermenigvuldigd met de broeikasgasfactor om daarmee een vergelijkbare maat te krijgen voor het broeikasgaseffect.

Weergegeven is de emissie van de bedrijven die vallen onder de CO2-heffing. Daarmee hebben de cijfers niet betrekking op de hele sector industrie, maar wel van de grootste veroorzakers van deze broeikasgassen. De emissie wordt  gepubliceerd door de Nationale Emissie Autoriteit (NEA).  De cijfers van de NEA gaan over de emissie uit schoorstenen van de betrokken bedrijven. Dit onderscheidt zich van de CO2-emissie uit de Regionale Klimaatmonitor die veelal, maar niet uitsluitend, werkt met de verbruiksmethode. Daarin wordt de CO2-emissie bepaald door het gebruik van elektriciteit, gas en vervoersbrandstoffen vermenigvuldigd met de emissiefactor (zie ook MO_8d).  Lachgas wordt daarmee buiten beschouwing gelaten. In de grafiek wordt zichtbaar dat na een  reeks van jaren waarin de emissie afnam, de emissie van  de betrokken bedrijven in 2024 weer is toegenomen. 

In het beleidskader is als doel geformuleerd om deze emissie te verlagen tot 45% t.o.v. het niveau van 1990. Daarmee is het doel gelijk aan het nationale doel. Er zijn evenwel geen regionale cijfers van de emissie in 1990 beschikbaar, alleen de emissie op nationaal niveau. Hierdoor is het doel niet te kwantificeren. Conform toezegging 9708 is Provinciale Staten in het najaar 2025 via een mededeling portefeuillehouder geïnformeerd over de activiteiten die plaatsvinden in het kader van de verduurzaming industrie, specifiek met betrekking tot de concretere doelen die zijn vastgesteld in het beleidskader. Voor de verduurzaming Chemelot verwijzen wij naar de actualisatie van het 'Limburgs bod voor een duurzaam Chemelot'.    

Bron: Provincie Limburg
Elektriciteitsproductie (TWh) door grootschalige zon-pv en windturbines (D 33a)

Deze figuur toont de gerealiseerde elektriciteitsproductie uit grootschalige zon-pv-installaties en windturbines in teraWattuur (TWh = 1 biljoen kWh). Grootschalige zon-pv-installaties hebben een vermogen van 15 kW of meer en kunnen zowel op dak als op de grond gelegen zijn. De productie is bepaald volgens de methodiek van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). PBL publiceert deze cijfers als onderdeel van de monitoring van de RES-opgave. Dit houdt in dat de jaarlijkse fluctuaties door meer of minder zon of wind er uit zijn gehaald. Dit heet genormaliseerd gebruik, waarbij wordt teruggerekend naar een 'normaal' zon- en windjaar. De energieproductie van installaties die in een bepaald jaar zijn gebouwd wordt aangevuld met de productie die zij in een heel jaar zouden leveren (bijtelling).  

Doel is om in 2030 een productie van 2.5 TWh te bereiken. De jaarlijkse groei vlakt af en bedraagt tussen 2022 en 2023 0.2 TWh. 

Bron: Regionale klimaatmonitor
CO2-emissie van de gebouwde omgeving [bronbenadering] (D 34a)

Deze figuur uit de Regionale Klimaatmonitor toont de CO2-emissie van de gebouwde omgeving volgens de bronmethode in kiloton (kTon). Er wordt hierbij uitsluitend gekeken naar de emissie uit de schoorstenen van de gebouwde omgeving. Dit zijn de verwarmingsinstallaties die middels de verbranding van gas gebouwen verwarmen. Het elektriciteitsverbruik wordt hierbij niet meegerekend (dat wordt in deze berekeningswijze toegerekend aan de sector energie). Deze berekeningsmethodiek is gelijk aan die van doelstelling D31 a).

Het doel is gelijk aan het nationale doel, waarbij de emissie in 2030 45% bedraagt van het niveau in 1990. Het nationale doel is bepaald conform de IPPC rapportagemethode. Hiervan bestaan geen regionale cijfers. Met cijfers uit de emissieregistratie is de emissie in 1990 bij benadering te bepalen (1693 kTon). Het doel voor 2030 bedraagt op basis daarvan maximaal 762 kTon .  

De trend van de afgelopen jaren is een beperkte jaarlijkse daling, die vanaf 2021 prominenter doorzet.

Bron: Regionale klimaatmonitor
Het aandeel huishoudens in Limburg met een laag inkomen én een woning van laag energetische kwaliteit (D 35a)

CBS publiceert data over energiearmoede en hanteert daarvoor verschillende indicatoren. De getoonde indicator laat huishoudens naar voren komen die kwetsbaar zijn omdat ze een laag inkomen hebben en wonen in een woning met een lage energetische kwaliteit. Hierdoor worden ook huishoudens meegenomen die hun energierekening wel kunnen betalen, maar door de lage energetische kwaliteit problemen kunnen ervaren in wooncomfort. Bijvoorbeeld omdat de woning moeilijk of alleen tegen hoge kosten te verwarmen is.

CBS publiceert de getallen van twee jaar geleden. De verwachting is dat de getallen van 2023 in augustus 2025 beschikbaar gekomen. CBS heeft in 2024 een methodewijziging doorgevoerd, waarbij de indicatorwaarden van alle voorgaande jaren zijn bijgesteld. Daarmee is ook de waarde van het gehanteerde uitgangsjaar gewijzigd.  De methodewijziging leidt over alle voorgaande jaren tot een (geringere) lagere indicatorwaarde.  

Er is vanaf de start van de statistiek een verbetering zichtbaar in de situatie rond energiearmoede, waarbij in 2022 de doelstelling behaald is. Weergegeven zijn de gemiddelde waarden van de gehele provincie. Op wijkniveau verschillen de waarden aanzienlijk, waarbij  de indicator in een aantal wijken boven deze gemiddelden liggen.  

Bron: Regionale klimaatmonitor
Het geplaatste PV-vermogen (MW) op dak op woningen in Limburg (D 36a)

Deze CBS-indicator betreft vooral installaties op woningen, maar ook kleine installaties bij bedrijven of op de grond. Grotere woningen met een installatie boven de 15 kW tellen daarentegen niet mee. Er is vanaf 2018 sprake van een jaarlijkse toenemende groei in het vermogen. 

Bron: Regionale klimaatmonitor

  • Omschrijving (label)
    Najaarsnota 2025

    Kwaliteit

    Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding

    • In 2025 is er een energievisie voor Limburg opgeleverd (onderdeel van 2e Gewijzigd Amendement 176 Pelzer c.s. inzake Voortgang Energietransitie).

    De Energievisie 1.0 is in november 2024 door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Het proces van de energievisie en het bepalen van onze gezamenlijke koers wordt vervolgd middels het opstellen van de Toekomstvisie 2050 en de aanscherping van de Provinciale Omgevingsvisie. In het traject Toekomstvisie 2050 werken we de komende maanden via vier scenario’s van Limburg in 2050 toe naar vijf samenhangende Toekomstvisies voor Wonen, Mobiliteit, Economie, Landelijk Gebied en Energie. Voor het thema energie is dit een vervolg op de Energievisie 1.0.

    • In 2025 is er een Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Limburg vastgesteld (onderdeel van motie 2e Gewijzigde Motie 3069 IJpelaar c.s. inzake Netcongestie in control).

    Het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat 2.0 Limburg (pMIEK 2.0 Limburg) is in de afgelopen maanden in gezamenlijkheid met netbeheerders, gemeenten en Provincie opgesteld en op 1 april jl. door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Hierop volgend is het aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en uw Staten aangeboden en een mededeling portefeuillehouder verstuurd.

    Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen

    • In 2025 hebben minimaal 3 Limburgse maatwerk-bedrijven bindende maatwerkafspraken gemaakt.

    De maatwerkafspraken worden met diverse bedrijven voortgezet. De Provincie Limburg is hierbij betrokken. Per 31 maart 2025 hebben 3 Limburgse bedrijven een Expression of Principles (EoP) ondertekend, als eerste stap in het komen tot bindende maatwerkafspraken.

    • In 2025 is een CES 3.0 Cluster6 opgeleverd met inzicht in vermogensbehoefte van bedrijven per modaliteit.

    Door Rijksoverheid, IPO en netbeheer Nederland wordt in Q2 2025 een evaluatie uitgevoerd naar nut en noodzaak voor een nieuwe Cluster Energie Strategie 3.0. Uit deze evaluatie is gebleken dat de CES niet meer effectief is als instrument voor de verduurzaming van de industrie. Er wordt een nieuw operationeel plan opgesteld voor het proces van gegevensverzameling bij de industrie. Dit plan zal het ‘oude’ CES proces vanaf de investeringsplan(IP)-ronde 2026-2028 van de netbeheerders gaan vervangen. Op 1 oktober vindt een landelijk besluit plaats over de vorm van dit nieuw operationeel plan. 

    Tijd

    Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding

    In 2025 starten en/of continueren wij de volgende meerjarige activiteiten:

    • Benadrukken van de strategische waarde van de Clauscentrale (Maasbracht) en Chemelot (incl. Graetheide) in onze lobby en ruimtelijk borgen van projecten Delta Rhine Corridor, 380kv en aanlandingspunten Wind-op-zee.

    Als groot energieknooppunt is Maasbracht met de Clauscentrale, het 380kV station, (toekomstige) 380kV-verbindingen met Eindhoven en Graetheide en de interconnectoren met België en Duitsland voor zowel de huidige als toekomstige energievoorziening (leveringszekerheid) voor Limburg en euregionaal cruciaal. Voor beide gebieden werken we samen met het ministerie van KGG aan een gebiedsgerichte aanpak conform het BOL-besluit van 2024. Toekomstige aansluitingen met het DRC netwerk (H2 en CO2) dragen hier extra aan bij. Met de gewenste aanlanding van Wind op Zee kunnen wij gezamenlijk het hoofd bieden aan alle huidige en toekomstige energievragen. De Provincie werkt samen met RWE, TenneT, Hynetwork Services en Gasunie en diverse Ministeries om deze doelen te bereiken.
    Voor Chemelot, met naastgelegen een in ontwikkeling zijnde nieuw 380 KV station, een mogelijke locatie voor de aanlanding Wind op Zee, de aanwezigheid van een energiecentrale, de aansluitingen op de waterstofbackbone en mogelijk op de CO2 leidingen, staat vast dat ook deze locatie een strategische waarde voor onze Provincie heeft. Voor alle genoemde aansluitingen vinden momenteel intensieve gesprekken plaats tussen alle eerder genoemde partijen. Voor de aanlanding Wind op Zee, zal i.s.m. TenneT en KGG een voorverkenning in Q3 2025 worden gestart, om te komen tot een nieuw tracé.

    • Versnellen waar mogelijk onze ruimtelijke procedures voor de energie-infrastructuur en zoeken naar oplossingen met betrekking tot stikstofdeposities.

    Naast de lopende procedures 380 kV Maasbracht – Graetheide, hebben we de 150 kV Energielandgoed Wells Meer – Venray opgestart. Concreet hebben we in juni de bereidheid uitgesproken om het bevoegd gezag te worden voor de 150 kV Verbinding Graetheide – Schoonbron en hiertoe een voorstel gedaan aan de desbetreffende gemeenten. Samen met TenneT, Gasunie / Hynetwork en Enexis bezien we waar we nog meer meerwaarde kunnen bieden. Qua stikstofdeposities bemoeilijkt de uitspraak van de Raad van State uit december 2024 de uitvoeringspraktijk. De nog resterende mogelijkheden zijn in beeld gebracht en daar handelen we naar.

    • Opstellen van provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat (pMIEK) in 2025 waar we samen met betrokken partners werken aan toekomstbestendige energie-infrastructuur.

    Het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat 2.0 Limburg (pMIEK 2.0 Limburg) is in de afgelopen maanden in gezamenlijkheid met netbeheerders, gemeenten en Provincie opgesteld en op 1 april jl. door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Hierop volgend is het aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en uw Staten aangeboden en een mededeling portefeuillehouder verstuurd. Dit resultaat is reeds eerder dit jaar behaald.

    • Stimuleren van initiatieven gericht op het efficiënter gebruik van energie zoals batterijopslag, samenwerking op bedrijventerreinen en nieuwe contractvormen (buiten piekuren).

    In Q2 2025 hebben de consortiumpartijen LWV, OML en LIOF het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Limburg verder uitgerold. Het programma beoogt om in 2027 op 59 Limburgse bedrijventerreinen de organisatiegraad te verhogen met als doel collectieve verduurzaming. Inmiddels zijn er met alle Limburgse gemeenten gesprekken gevoerd en is er tot een gezamenlijke aanpak gekomen. Op 10 van deze bedrijventerreinen worden daadwerkelijk collectieve verduurzamingsprojecten uitgevoerd. 

    In maart 2025 hebben GS ingestemd met het Limburgs uitvoeringsprogramma energiehubs (LUPEH). Onderdeel van dit uitvoeringsprogramma is een provinciale subsidieregeling van € 1 miljoen voor procesondersteuning van energiehubs. Deze subsidieregeling is vanaf april 2025 opengesteld. Inmiddels zijn er in juli 2025 meer dan 20 vooroverleggen met geïnteresseerde initiatieven gevoerd; de focus ligt hierbij op bedrijventerreinen en elektriciteit, maar het behelst ook initiatieven met aanhaking van maatschappelijk vastgoed, gebouwde omgeving, en met alternatieve modaliteiten zoals warmte en waterstof.

    Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen

    In 2025 starten en/of continueren wij de volgende meerjarige activiteiten:

    • Verankeren van benodigde capaciteit voor uitvoering van energiebespaarplicht bij OD-ZL o.a. door benutten Rijksregeling.

    Met het besluit door Provinciale Staten van 21 maart 2025 is structurele financiering voor de uitvoering van de energiebesparingsplicht bij ODZL geborgd. 

    • Participeren in de voor Limburg relevante ‘maatwerk-afspraken’ onder regie van het Ministerie van KGG.

    Per 1 augustus 2025 hebben 3 Limburgse bedrijven een Expression of Principles (EoP) ondertekend, als eerste stap in het komen tot bindende maatwerkafspraken. Met 2 bedrijven is een Joint Letter of Intent ondertekend. 

    • Continueren van de samenwerking met de LEA-bedrijven en gezamenlijk uitvoering geven aan het ‘Landelijk actieplan verduurzaming cluster 6-bedrijven’.

    Het samenwerkingsverband LEA is voortgezet en diverse sessies hebben plaatsgevonden. Provincie Limburg sluit actief aan bij het ‘landelijk actieplan verduurzaming cluster-6 bedrijven’, en is betrokken bij de casusgerichte aanpak met individuele cluster 6-bedrijven en de regio-aanpak cluster 6.  

    • Invulling geven aan een ondersteuningsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen via o.a. de SPUK-regeling verduurzaming bedrijfsmatig vastgoed en landelijk programma Verduurzaming Bedrijventerreinen.

    In Q2 2025 hebben de consortiumpartijen LVVV, OML en LIOF het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Limburg verder uitgerold. Het programma beoogt om in 2027 op 59 Limburgse bedrijventerreinen de organisatiegraad te verhogen met als doel collectieve verduurzaming. Inmiddels zijn er met alle Limburgse gemeenten gesprekken gevoerd en is er tot een gezamenlijke aanpak gekomen. Op 10 van deze bedrijventerreinen worden daadwerkelijk collectieve verduurzamingsprojecten uitgevoerd.

    • Ondersteunen van ondernemerschap en innovatie bij Limburgse bedrijven via Limburgs Energiefonds (LEF) en LIOF.

    Limburgs Energiefonds (LEF)

    In 2025 continueren wij de volgende activiteit:

    • Herijken strategie van LEF en bezien op welk moment Mijnwater ‘ontvlecht’ kan worden uit het LEF.

    In 2025 is gestart met de uitwerking van het herijkingsvoorstel voor het Limburgs Energie Fonds (LEF), zoals op 13 december 2024 door Provinciale Staten is vastgesteld. De herijking betreft een strategisch traject dat raakt aan meerdere beleidsvelden tegelijk, van het herdefiniëren van fondsdoelen en risicokaders tot het herzien van het financieel rendementsperspectief en de governance-inrichting.

    In de voorbereiding op het Statenvoorstel is gebleken dat besluitvorming in september 2025 onvoldoende solide en zorgvuldig zou zijn, mede vanwege de financiële prestaties van het fonds en aanhoudende macro-economische onzekerheden. Gedeputeerde Staten hebben daarom besloten om de formele besluitvorming te verplaatsen naar het eerste kwartaal van 2026. De exacte datum wordt bepaald zodra de Statenagenda voor 2026 is vastgesteld.

    Onderdeel van de herijking is het instellen van een Raad van Commissarissen. Het werving- en selectieproces is voorbereid, maar de formele besluitvorming over én de feitelijke instelling van de RvC schuiven mee met het bredere herijkingsvoorstel en worden eveneens pas in Q1 2026 aan Provinciale Staten voorgelegd. Dit waarborgt samenhang in de besluitvorming over governance, beleidsdoelen en financiële kaders.

    Tot slot wordt blijvend gemonitord wanneer zich een natuurlijk moment voordoet om de deelneming in Mijnwater te ontvlechten. Daarbij wordt onder andere de voortgang gevolgd van de Wet collectieve warmte, die naar verwachting medio 2025 wordt behandeld in de Tweede Kamer. 

    Geld

    Voor de uitvoering van product 4.1.1. Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding en Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen wordt het budget in 2025 verhoogd met € 0,05 mln. 

    Faseringen

    Faseringen zijn op dit moment niet aan de orde.

    Overige bijstellingen

    De personeelskosten gaan elk jaar met € 0,05 mln. omhoog, vanwege de loonstijgingen volgens de CAO Provincies.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Groen

  • Omschrijving (label)
    Najaarsnota 2025

    Kwaliteit

    Gebouwde omgeving & Warmte

    • In 2025 is er een ‘proof of concept’ gestart voor Warmtenet Zuid-Limburg (WZL).

    In september 2024 is een samenwerkings- en ontwikkelovereenkomst WZL getekend voor de ontwikkeling van een proof of concept voor WZL. Dit doet de Provincie Limburg gezamenlijk met tien gemeenten en Enpuls. Inmiddels zijn wij met Energie Beheer Nederland een samenwerking aangegaan om bij te dragen aan WZL.

    Grootschalige opwek

    In 2025 bepalen wij de resultaten en daarmee welke activiteiten wij als Provincie gaan ondernemen op basis van:

    • De instructieregels i.r.t. de Provinciale omgevingsverordening voor zonnepanelen (onderdeel van Gewijzigde Motie 3012 Huizing c.s. inzake betere benutting alternatieve locaties en toepassingen voor zon PV).

    De instructieregels voor zonneparken in de omgevingsverordening zijn in december 2024 vastgesteld. Dit zal er toe leiden dat er minder nieuwe plannen zullen komen voor veldopstelling op landbouwgrond. Op basis van de redeneerlijn uit de verordening zullen we in de op te stellen provinciale omgevingsvisie duiden waar we planologische ruimte zien voor opweklocaties.

    • Het potentieonderzoek zon PV (onderdeel van Gewijzigde Motie 3012 Huizing c.s. inzake betere benutting alternatieve locaties en toepassingen voor zon PV).

    De onderzoeken zijn afgerond. Zie hiertoe ook de mededeling portefeuillehouder van 1-7-2025, kenmerk: DOC-00787306. Er wordt in samenwerking met de RES regio’s onderzocht hoe de potentie van solar carports en locaties langs rijkswegen (OER programma) kan worden benut. 

    • Duidelijkheid vanuit het Rijk omtrent de nadere invulling van de nationale programma aanpak SMR's (4e Gewijzigde Motie 3020 Schyns c.s. inzake Rijksgeld voor onderzoek SMR's).

    Het demissionaire kabinet werkt aan een brede visie op SMR’s, met als kernelement het succesvol faciliteren van (private) casussen in de energiesector, mede door middel van inzet van Rijksmiddelen. Deze brede visie wordt ná de zomer van 2025 verwacht. Zie ook de mededeling portefeuillehouder inzake voortgang Rijksprogramma Small Modular Reactors (SMR’s), brief gedeputeerde Van Caldenberg van 1-7-2025 (GS DOC-00795476)

    Provinciale Energiediensten Maatschappij

    • In 2025 is een Statenbesluit genomen inzake de totstandkoming van de Provinciale Energiediensten Maatschappij.

    Op basis van het in 2024 behandelde sonderend stuk ‘Verkenning Provinciale Energiediensten Maatschappij’ is in 2025 gestart met de uitwerking van een Statenvoorstel PEM, welke gebaseerd is op vier pijlers: Energiegemeenschappen, Gebouwgebonden ontzorging, Coöperatieve Energiehubs- en opslag en Collectieve groen gaswinning.
    In het komende statenvoorstel werken we, naast bovengenoemde onderwerpen, ook de best passende (afgestemd op de fase en activiteiten van de PEM) governance, financiële middelen en funding uit.

    Stimulering collectieve groen gas productie
    In 2025 hebben we (extern)onderzoek gedaan naar de kansen van collectieve groen gas productie in Limburg. De potentie is hoog zowel voor energie productie om een aanzienlijk aandeel van onze gebouwde omgeving van het fossiel gas af te halen als de milieuwinst (stikstof). Nadere uitwerking is nog nodig. Daarna volgt een statenvoorstel (indicatief bedrag € 25 mln. (excl. extra capaciteit) naar verwachting eind 2025 wanneer de voorziene stimuleringsaanpak mogelijk en haalbaar blijkt als definitieve beslissing.

    Doorbraak methode diepe geothermie
    Als Provincie onderzoeken we een doorbraakmethode voor diepe geothermie gezien de stilgevallen productie in relatie tot breuken. Mocht deze doorbraak tot een succes leiden zullen wij eind 2025 een verder voorstel aan u voorleggen (indicatief bedrag € 0,20 - € 0,50 mln.). 

    Tijd

    Gebouwde omgeving & Warmte

    • Ontwikkelen en continueren van de ontzorgingsprogramma’s voor bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed.

    Onder het onderdeel MKB van het programma voor bedrijfsmatig vastgoed is een toegankelijke, eenvoudige en doelmatige subsidieregeling ontwikkeld, waarmee op 1 mei het Ontzorgingsprogramma MKB is gelanceerd. Via deze regeling kunnen kleine Limburgse MKB-ondernemers financiële ondersteuning aanvragen voor het inschakelen van externe deskundigen die hen begeleiden bij het verduurzamen van hun bedrijfsvoering. Voor maatschappelijk vastgoed wordt in het derde kwartaal een vernieuwing van het ontzorgingsprogramma beoogd, met nadruk op een drempelverlagende aanpak, betere aansluiting op de praktijk en passende begeleiding bij verduurzamingstrajecten.
    Ter versterking van beide programmaonderdelen is de campagne Limburg Bespaart en bijbehorende website ingericht, met als doel ondernemers en maatschappelijke organisaties te voorzien van laagdrempelige informatie en praktische ondersteuning.

    • Ondersteunen energiebesparing samen met de Limburgse RESregio’s en woningcorporaties.

    In 2025 is de RES regio Noord- en Midden Limburg (RES NML) gestart met een Meerjarige Collectieve Ontzorgingsaanpak voor het Nationaal Isolatieprogramma (MCO NIP) voor 11 gemeenten. Tevens is onderzoek gedaan vanuit de RES NML naar het home energy management systeem en de mogelijkheden voor de inzet hiervan in de gebouwde omgeving.
    Bij de ontwikkeling van de PEM, waar energiebesparing een onderdeel van is, zijn de RES regio’s aangehaakt en bekijken we waar we vanuit de Provincie een rol kunnen vervullen. 
    De woningcorporaties zijn vanuit de Nationale Prestatie Afspraken met het Rijk en VNG aan de slag met duurzaamheidsopgaven. Vanuit het samenwerkingsverband Kraamkamers waren wij als Provincie daarbij aangehaakt, echter zijn de Kraamkamers afgeslankt waarover u per mededeling portefeuillehouder van 6-5-2025 (kenmerk: DOC-00772949) bent ingelicht. 

    • Ondersteunen energiearmoede aanpakken d.m.v. het inrichten van een ondersteuningspool.

    Sinds 2024 is de ondersteuningspool actief en ondersteunend en faciliterend richting gemeenten en woningcorporaties bij hun lokale en/of regionale energiearmoede aanpakken. Hiermee wordt kennis gedeeld, geïnventariseerd en verbindingen gelegd. Dit is een doorlopende activiteit.

    • Blijven inzetten op Mijnwater en deelnemen aan de publieke samenwerking Warmtenet Zuid-Limburg (WZL).

    We blijven de voortgang van Mijnwater actief monitoren en bieden waar mogelijk ondersteuning passend bij onze rol. Binnen de publieke samenwerking WZL zijn we actief betrokken middels een financiële bijdrage, leveren van kennis en expertise voor de ontwikkeling van WZL en voorbereiding van besluitvorming over een mogelijk vervolgtraject na de huidige ontwikkelfase (indicatief bedrag : € 5,00 mln. tot € 10,00 mln.). 

    Grootschalige opwek

    • Wij zijn partner in de RES-regio’s en spannen ons in om de RES-doelen te behalen met tenminste 51% lokaal eigenaarschap bij elk project waarbij de omgeving kan meeprofiteren.

    Lokaal eigendom is een streven dat wij als Provincie Limburg ook in onze Omgevingsverordening hebben vastgelegd. We toetsten gemeentelijke plannen hieraan. In RES-verband wordt lokaal eigendom actief ondersteund. Met het uitvoeren van pilots in het kader van de PEM wordt gewerkt aan het tot stand komen van energiegemeenschappen, die de zelfbeschikking over energie willen bevorderen. 

    • Samen met de RES-regio Zuid-Limburg werken aan een actieprogramma om te zorgen voor nieuwe grootschalige opwek-locaties met innovatieve manieren van meervoudige ruimtegebruik.

    De potentie van tredes 1/m 3 van de zonneladder benutten zijn uitgangspunt waarbij we vanuit de RES ZL in eerste aanleg nadrukkelijk kijken naar de realisatie van zon op dak (m.n. solar carports) en gronden langs Rijkswegen via het OER traject. Bovenop meervoudig ruimtegebruik blijven ook grootschalige zonneweides en windturbines van belang om de doelstellingen te kunnen behalen. 

    • Hanteren van een strikt ‘nee, tenzij’ voor zonne-energie op landbouwgrond en aanpassen van de instructieregels in de Omgevingsverordening conform het landelijke bestuursconvenant.

    Het strikte "nee, tenzij" principe is verwerkt in de instructieregels van de provinciale Omgevingsverordening.

    • Samen met Limburgse stakeholders gaan we in gesprek met het Rijk over de condities van de nationale programma-aanpak SMR's.

    Naast Limburg lopen er momenteel in meerdere provincies verkenningen naar mogelijke casussen voor SMR’s. Om deze verkenningen te faciliteren, zal het kabinet in samenspraak met het IPO na de zomer bepalen welke vervolgstappen en ondersteuningsbehoeften er zijn. In deze context voert Provincie Limburg gesprekken met Limburgse stakeholders of er casussen voor ondersteuning in aanmerking komen. Zie ook de mededeling portefeuillehouder inzake voortgang Rijksprogramma Small Modular Reactors (SMR’s), brief gedeputeerde Van Caldenberg van 1-7-2025 (GS DOC-00795476).

    Provinciale Energie Maatschappij

    • Opstellen plan van aanpak voor de Provinciale Energie Maatschappij waarbij we kijken naar warmtenetten, duurzame elektriciteit (o.a. kleinschalig zon op dak) en verduurzaming gebouwde omgeving.

    Eind 2025 zal een Statenvoorstel inzake Provinciale Energiediensten Maatschappij ter besluitvorming worden aangeboden aan PS. Zie ook de toelichting onder het onderdeel ‘kwaliteit’.

    Geld

    Er zijn geen financiële wijzigingen in dit product verwerkt in de Najaarsnota 2025. Het huidige budget is op dit moment toereikend.

    Overige bijstellingen
    De personeelskosten gaan elk jaar met € 0,04 mln. omhoog, vanwege de loonstijgingen volgens de CAO Provincies.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Groen

4.2. Gezond en veilig leefmilieu

Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Wat willen we bereiken? - 4.2. Gezond en veilig leefmilieu

Gezond en veilig leefmilieu

We streven deze collegeperiode de volgende doelstellingen na:

  • In 2027 is de gezondheid van de Limburger bevorderd door verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving t.o.v. 2020 middels:
    –    verminderen blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen;
    –    verminderen geluidsoverlast & bevorderen van stilte;
    –    verminderen emissies verontreinigende stoffen naar lucht;
    –    voorkomen van vermijdbare milieuschade, c.q. het (vooruit)schuiven van milieuschade;
  • In 2027 zijn risico’s op ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven of tijdens transport ingeperkt t.o.v. 2020.

De ambitie is een aantoonbaar gezond en veilig leefmilieu in Limburg. Omdat bijvoorbeeld schone lucht en de kwaliteit van het leefmilieu van groot belang zijn voor de gezondheid vraagt deze ambitie om minder uitstoot van luchtverontreinigende stoffen (zoals fijnstof) en het terugdringen van omgevingslawaai.  

Omgevingskwaliteit en andere aspecten van leefmilieu worden aan het begin van het realiseren van alle fysieke opgaven expliciet meegenomen. Gezorgd wordt voor een verantwoorde manier van omgaan met de schaarste in zowel fysieke als milieuruimte. Hier ligt een nauwe relatie met Programma 5 “Leefbare steden en dorpen”. 

Het verwezenlijken van een gezond en veilig leefmilieu in Limburg vraagt om een robuust VTH-stelsel (vergunningen, toezicht en handhaving) voor de provinciale kerntaken waaronder milieu en natuur. Bij een robuust VTH stelsel behoort een uitbreiding van de uitvoeringscapaciteit. Daarbij wordt onder andere ingezet op een intensivering van provinciaal milieubeleid. 

In paragraaf 4.2.1. 'Gezond en veilig leefmilieu' is de beleidsontwikkeling op het gebied van gezonde en veilige leefomgeving (milieu) opgenomen en de besteding van incidentele middelen daarvoor. In paragraaf 4.2.2. is de structurele uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving en de structurele kosten die daarbij horen opgenomen. 

Wat merkt de Limburger ervan?

Het te verwachten maatschappelijke effect is dat Limburgers gemiddeld langer en in goede gezondheid leven. Enerzijds doordat zij minder ziek worden en stress beleven door de leefomgeving waarin ze verkeren en anderzijds dat zij minder risico lopen om te sterven bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. 

Het causale verband tussen levensduur en de effecten van de leefomgeving op die levensduur is moeilijk aan te tonen. Relevante, maar niet allesomvattende, indicatoren zijn 1) het percentage van de totale ziektelast door omgevingsgeluid en luchtvervuiling, 2) het aantal maanden korter leven door luchtvervuiling en 3) de ervaren gezondheid. Deze indicatoren geven enig inzicht in de lange termijn effecten van het gevoerde beleid (zie de Maatschappelijke Opgave hierboven). Op de middellange termijn wordt daarvoor gekeken naar de emissies en blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen, ernstige geluidshinder en slaapverstoring en de geluidsbelasting in relatie tot de geluidsnorm in stiltegebieden. Voor externe veiligheid is nog geen indicator beschikbaar, maar wel beleidsinformatie via www.risicokaart.nl

Aan de hand van onderstaande indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren die reeds beschikbaar zijn, zijn hieronder gepresenteerd. 

Monitoring geluidsbelasting stiltegebieden (D 37d)

Met deze indicator geven we de stiltegebieden in Limburg weer met de geluidbelasting en of deze voldoet aan de richtwaarde van 40 dB(A). De indicator geeft per stiltegebied per jaar de gemeten geluidsbelasting weer in dB(A).

Over de jaren heen wordt de richtwaarde van 40 dB(A) in een meerderheid van de gebieden gehaald. De verbeterde prestatie van de gebieden in 2023 wordt mogelijk voor een deel verklaard uit de in 2022 gelanceerde stiltecampagne waarin ten behoeve van de flora en fauna op de belangrijke waarde van stilte en rust in de gebieden is gewezen.

Bron: Provincie Limburg

Jaarlijks berekende blootstelling luchtkwaliteit in Limburg (D 37a)

Met deze indicatoren geven we de berekende blootstelling van de Limburgse bevolking weer aan fijnstof (PM10) en stikstofoxiden (N02) in microgram/m3 tussen 2010 en 2021. 

De blootstelling of het bevolkingsgewogen gemiddelde is een combinatie van de berekende concentratie per adres en het aantal inwoners per adres. Met de blootstelling geven we weer hoe hoog de concentratie per inwoner van Limburg gemiddeld is.

In de grafiek zien we een dalende trend in de blootstelling aan fijnstof en stikstofoxiden. Dit hangt samen met de eveneens dalende trend van de uitstoot van deze stoffen. In het oog springend zijn de coronajaren 2020 en 2021. Door de afname van verkeer zijn de concentraties NO2 opvallend lager. De gegevens over 2022 worden opgenomen in de beleidsmonitor voorjaar 2026. 

Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Aantal ernstig gehinderden door provinciaal wegverkeer (D_37ba)

Met deze indicator geven we weer hoeveel inwoners van Limburg overlast ervaren door geluid van wegverkeer op provinciale wegen in 2023. De hinder wordt uitgedrukt in het geluidsniveau decibel en de geluidsbelasting wordt gedurende de dag bepaald. 

Geluid kan leiden tot verschillende vormen van overlast, zoals irritatie, somberheid of slaapverstoring. De hinder wordt weergegeven vanaf 40 dB en vanaf 55 dB (Lden). Vanaf 40dB treden toenemende gezondheidsklachten op als gevolg van geluid. Vanaf 55 dB overweegt de provincie toepassing van geluidsreducerend asfalt zoals beschreven in het actieplan geluid. 

In de grafiek zijn de aantallen weergeven voor in het jaar 2023. Deze aantallen dienen als basis voor het provinciaal actieplan geluid (2024-2029).

Bron: Provincie Limburg
Aantal slaapverstoorden door provinciaal wegverkeer (D_37bb)

Met deze indicator geven we weer hoeveel inwoners van Limburg slaapverstoring ervaren door geluid van wegverkeer op provinciale wegen.  De hinder wordt uitgedrukt in het geluidsniveau decibel en de geluidsbelasting wordt gedurende de nacht bepaald. 

Slaapverstoring betekent dat mensen moeilijker in slaap vallen, vaker wakker worden of eerder ontwaken als gevolg van geluid. Dit heeft vaak negatieve gevolgen op het dagelijks functioneren, zoals vermoeidheid en verminderde concentratie.

De hinder wordt weergegeven vanaf 40 dB en vanaf 50 dB (Lnight). Vanaf 40dB treden toenemende gezondheidsklachten op als gevolg van geluid. Voor specifiek het geluid in de nacht worden geen maatregelen genomen.  Dit is al onderdeel van de aanpak van ernstig gehinderden (D37_ba) die ook effect heeft op geluid in de nacht. 

In de grafiek zijn de aantallen weergeven voor in het jaar 2023. Deze aantallen dienen als basis voor het provinciaal actieplan geluid (2024-2029).

Bron: Provincie Limburg
Aantal klachten vliegverkeer (D 37c)

Met deze indicatoren geven we de trend weer van het aantal klachten dat over vliegverkeer wordt ingediend bij het Klachten Informatie Centrum Luchtverkeer. De stichting geristreert klachten over vliegverkeer in Limburg. Deze indicator helpt de Provincie om een beeld te vormen van de hinder die de omgeving ondervindt van vliegverkeer.

Bron: Provincie Limburg
Aantal klachten in stiltegebieden (D 37e)

Met deze indicator geven we het aantal klachten weer over stiltegebieden in 2024. Klachtmeldingen kunnen betrekking hebben op kenbaarheid, vermoede overtredingen en verzoeken om handhaving. Vier van de tien meldingen zijn afkomstig zijn van één persoon.

Bron: Provincie Limburg
Emissie van NO2 naar lucht (D 37fa)

Met de onderstaande indicator geven we de emissie, oftewel uitstoot, weer van stikstofoxide (NO2) tussen 1990 en 2022. De indicator geeft de uitstoot weer uit alle bronnen in de provincie Limburg voor de betreffende jaren.

De uitstoot van NO2 laat een dalende trend zien. Dit is het gevolg van minder uitstoot door voornamelijk verkeer, industrie en energie door schonere technieken. Het jaar 2023 wordt opgenomen in de beleidsmonitor voorjaar 2026. 

Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Emissie fijnstof naar lucht (D 37fb)

Met deze indicator geven we de emissie oftewel uitstoot weer van fijnstof (PM10) en fijnstof (PM2.5) tussen 1990 en 2022 in tonnen. De indicator geeft de uitstoot weer uit alle bronnen in de provincie Limburg voor de betreffende jaren.

De uitstoot van PM10 en PM2.5 laat een dalende trend zien. Het jaar 2023 wordt opgenomen in de beleidsmonitor voorjaar 2026. 

Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

  • Omschrijving (label)
    Najaarsnota 2025

    Kwaliteit

    Om onze doelen te halen, wegen we milieu- en gezondheidseffecten expliciet mee bij ruimtelijke plannen met provinciaal belang of bij projecten en programma's met een provinciaal belang. We zetten stappen om de doelstellingen van het beleidskader Nieuwe energie en schoon leefmilieu te bereiken. Onze aanpak is uitgewerkt in het modulaire concretiserend milieubeleid, dat als basis dient voor verschillende specifieke uitwerkingen. Dit beleid richt zich op de reductie van Zeer Zorgwekkende Stoffen, bevordering van luchtkwaliteit, en beheersing van omgevingsveiligheid. Daarnaast adviseren we actief bij gemeentelijke plannen en MER-procedures om de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen. 

    Wat doen we voor specifieke milieu thema's:  

    Luchtkwaliteit & Zeer Zorgwekkende Stoffen
    Wij werken aan een betere leefomgeving door de uitstoot van en blootstelling aan vervuilende stoffen te verminderen. Om de luchtkwaliteit te verbeteren en een gezondere leefomgeving te creëren:

    • Bewustwordingscampagne Houtstook: Samen met partners onderzoeken we de haalbaarheid van een campagne om de gezondheidseffecten van houtstook te verminderen, als vervolg op de Rijkscampagne die in 2024 is gestart.
    • Herijking Luchtmeetnet: Het laatste nieuwe meetstation is geplaatst en operationeel. Wij analyseren de meetresultaten om de luchtkwaliteit te verbeteren (onderdeel Schone Luchtakkoord).
    • Project Grenzeloos Meten 2.0: We voeren, samen met gemeenten in Noord-Limburg, (sensor)metingen uit naar geur, fijnstof en de beleving van luchtkwaliteit, en financieren het project vanuit de investeringsagenda Noord-Limburg.
    • Subsidieverstrekking scholieren meten luchtkwaliteit (snuffelfiets/GLOBE project: We zetten in op voorzetting van het project door subsidieverlening in het nieuwe schooljaar. Het schoolproject maakt leerlingen bewust van de luchtkwaliteit, door hen actief te betrekken bij het meten van fijnstof en stikstofdioxide. In schooljaar 2024-2025 namen vier scholen in de gemeenten Heerlen, Venray en Horst aan de Maas deel. Hieraan dragen wij voor 50% aan de kosten bij in het kader van het Schone Luchtakkoord. Hiervoor worden middelen uit de programmareserve aangewend.
    • Impact van Herziening Omgevingswaarden: We verkennen de impact van nieuwe omgevingswaarden per 2030 voor luchtkwaliteit op de rol van de Provincie. Omgevingswaarden zijn normen die de overheid vaststelt om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te waarborgen.
    • Update Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK): We actualiseren gegevens van de jaarlijkse bijdrage vanuit wegverkeer en veehouderijen in Limburg, zodat er landelijk een gedetailleerd beeld van de luchtkwaliteit in 2030 ontstaat en duidelijk wordt of deze voldoet aan de nieuwe omgevingswaarden.
    • Actualisering SMOG Protocol: We starten met de actualisering van ons handelings- en voorlichtingsprotocol bij smog door slechte luchtkwaliteit. Wij gebruiken hiervoor de standaard die is opgesteld door het RIVM.
    • Innovatief Toezicht met Optical Gas Imaging Camera: We hebben een opdracht verleend aan de Omgevingsdienst Zuid-Limburg om een camera aan te schaffen en daarmee diffuse luchtemissies op te sporen. Hiervoor zijn middelen uit de programmareserve Energie aangewend.
    • Extra Toezicht op Vermijdings- en Reductieprogramma’s (VRP): We laten de Omgevingsdienst Zuid-Limburg een plan uitwerken voor extra toezicht en bereiden hiervoor een aanvullende opdracht voor. 

    Geluid & stilte
    Door de geluidbelasting terug te dringen, worden de negatieve gezondheidseffecten die samenhangen met geluid van verkeer - zoals (ernstige) hinder en slaapverstoring - beperkt. Als tegenhanger van gebieden met geluidshinder hebben wij ook Stiltegebieden, waar Limburgers in rust kunnen verblijven. 

    Om geluidshinder terug te dringen: 

    • Innovatieve geluidmaatregelen bij provinciale wegen: We schuiven de verkenning naar innovatieve geluidmaatregelen door naar 2026. Vanwege een tijdelijke afname in capaciteit is de keuze gemaakt op de lopende prioriteiten in te zetten zonder afbreuk te doen aan onze ambitie op de reductie van geluidshinder.
    • Geluidreducerend asfalt: Bij projecten en onderhoud aan wegen leggen we geluidreducerend asfalt aan op in het Limburgs Actieplan Geluid 2024-2029 aangewezen locaties.
    • Geluidsproductie Plafonds (GPP's): We werken aan de invoering van GPP’s voor industrieterreinen (Chemelot en VDL Nedcar) en provinciale wegen. De GPP’s begrenzen de maximale hoeveelheid geluid aangeven die een bron, zoals een weg of industrieterrein, mag produceren.
    • Beleidsregel voor doelmatigheid van geluidmaatregelen: We actualiseren de beleidsregel gelijktijdig met het vaststellen van GPP’s. 

    Om de stilte in de stiltegebieden te bevorderen:

    • Verduidelijking bepalingen Stiltegebieden: We verduidelijken de bepalingen in de Omgevingsverordening Limburg om stilte in stiltegebieden te behouden of te bevorderen.
    • Beperking normoverschrijdingen in stiltegebieden: We hebben de pieklocaties van  normoverschrijdingen geïdentificeerd.  Het was niet mogelijk om voor de pieklocaties een (incidentele) aanpak te formuleren, omdat deze overschrijdingen zijn veroorzaakt door: 
      1. onbekende of incidentele geluidsbronnen; 
      2. in ons beleid toegestane activiteiten, zoals landbouw; of 
      3. wettelijk toegestane bronnen, zoals luchtvaart.
      Ook onderzoeken we de mogelijkheden tegen geluiden net buiten de grenzen van de stiltegebieden, maar die wel relevante invloed hebben op het geluidsniveau in de stiltegebieden. Wij kunnen alleen het geluid dat wordt gemaakt op de grond reguleren, geluiden van bijvoorbeeld vliegtuigen kunnen wij niet reguleren.  

    Afval & Circulaire Economie
    Het voorkomen en beperken van het ontstaan van afvalstoffen vermindert de druk op het milieu. Een circulaire economie vermindert het materiaalgebruik en hergebruikt afval als hulpbron om nieuwe materialen en producten te produceren om de inzet van afvalstoffen in een circulaire economie te optimaliseren:  

    • Aanpak Afval en Circulaire Economie (CE): Er is een opdracht verleend om samen met de Omgevingsdienst Zuid-Limburg kennis op te bouwen en beleid & uitvoering te verbeteren. Hiervoor zijn middelen uit de programmareserve aangewend.
    • Beleid Brandveiligheid Afvalverwerkers: We verkennen de mogelijkheid om beleid op te stellen om het risico op branden bij afvalverwerkers te beheersen.
    • Versnelling Monsternames Toezicht Afvalverwerkers: We stellen een budget beschikbaar voor het afnemen van monsternames bij (afval)stromen.  Hierdoor is het sneller duidelijk of er gevaarlijke stoffen, zoals ZZS in het afval zit. Hiervoor worden middelen uit de programmareserve aangewend.
    • Actualisering Verordening Nazorgheffing: Op 20 juni hebben we  de Verordening nazorgheffing geactualiseerd, zodat wij een heffing aan stortplaatsexploitanten kunnen opleggen om de nazorg van stortplaatsen te kunnen bekostigen. Op 22 april 2025 is de rekenrente op 3,3 % vastgesteld.
    • Beoordeling Nazorgplannen: We beoordelen nazorgplannen van stortplaatsen en baggerdepots om schade aan bodem, bodemwater en lucht te voorkomen. Voor Stortplaats Weert laten wij een eindinspectie uitvoeren, hiervoor worden middelen uit de programmareserve aangewend.

    Omgevingsveiligheid
    Naast het bevorderen van de gezondheid van de Limburgers is ook het doel om risico's op zware ongevallen met gevaarlijke stoffen te beheersen. Daarom:

    • Tellen vervoer gevaarlijke stoffen: We tellen het vervoer van gevaarlijke stoffen over provinciale wegen om zo beter inzicht te krijgen in de risico’s afkomstig van provinciale wegen.
    • Uitvoering veiligheidsconvenant Chemelot: We werken aan de uitvoering en afronding van het veiligheidsconvenant ‘Voor een veilige ontwikkeling van Chemelot en haar omgeving’ en streven naar een integrale en bovenwettelijke benadering van veiligheid.   

    Luchtvaart
    Luchtvaart heeft directe invloed op aspecten zoals de luchtkwaliteit, geluidshinder, externe veiligheid en de bodemkwaliteit. Om de impact hierop zo klein mogelijk te maken: 

    • Nieuwe Verordening Luchthavens: We hebben op 7 februari 2025 een nieuwe verordening vastgesteld die het proces bij de aanvraag of wijziging van een luchthavenbesluit beschrijft.
    • Herziening beleidsregel Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (TUG): We hebben op 1 juli de beleidsregel, met voorwaarden voor het afgeven van ontheffingen, die nodig is om een luchtvaartuig op te laten stijgen of te laten landen buiten een officiële luchthaven geactualiseerd.

    Wat is gewijzigd sinds de Voorjaarsnota?

    • Het meten van luchtkwaliteit door scholieren is voor het schooljaar 2024-2025 afgerond, maar we gaan daar in het nieuwe schooljaar mee door. Voor de herijking van het luchtmeetnet is het laatste meetstation geplaatst en operationeel. We hebben de identificatie van de pieklocaties in stiltegebieden afgerond. De OGI-camera wordt aangekocht. We hebben de Verordening nazorgheffing stortplaatsen en de nieuwe TUG-beleidsregel vastgesteld.
    • We zijn gestart met nieuwe trajecten zoals Grenzeloos Meten 2.0,  aanpak afval & CE, en versnelling monsternames bij (afval)stromen.
    • De pilot om te komen tot innovatieve geluidsmaatregelen schuift door naar 2026.

    Conclusie; indicator op groen
    De inzet ter verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving ligt op koers met de beoogde activiteiten en resultaten zoals opgenomen in het beleidskader. Binnen de verschillende thema’s zijn duidelijke vorderingen zichtbaar. Voor de thema's lucht (herijking luchtmeetnet &  aankoop OGI-camera) en afval (actualisatie verordening nazorgheffing stortplaatsen & start aanpak afval en CE) zijn in 2025 al grote stappen gezet. Voor het thema geluid staan in de komende periode belangrijke vervolgstappen gepland, waarmee verdere invulling wordt gegeven aan de beleidsopgave.  

    Tijd

    We zijn goed op weg om de doelen te bereiken voor het verbeteren van de gezondheid van Limburgers door de leefomgeving beter te maken. Het is belangrijk te weten dat het even kan duren voordat de resultaten zichtbaar zijn voor de inwoners. De kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid van de Limburgse bevolking worden door veel factoren beïnvloed, niet alleen door onze inspanningen. Dit betekent dat op sommige plekken de milieudruk kan afnemen, terwijl op andere plekken door nieuwe initiatieven juist meer milieudruk ontstaat. Dit komt omdat de wetgeving ruimte biedt voor nieuwe initiatieven die voldoen aan de wet, maar wel de milieudruk verhogen. Daarom werken we samen met andere partners om de kwaliteit van de leefomgeving, zoals de luchtkwaliteit, voortdurend te monitoren. Hierdoor krijgen we steeds beter inzicht in de kwaliteit van de leefomgeving en helpt dit ons bij het opzetten van nieuwe initiatieven of het aanpassen van bestaande acties.

    We hebben projecten geadviseerd, producten ontwikkeld en activiteiten uitgevoerd binnen de wettelijke of afgesproken termijn van de modulaire aanpak van het milieubeleid. In deze collegeperiode werken wij verder aan de uitbouw van de modulaire aanpak en vormt dit een onderdeel van de Provinciale Omgevingsvisie, die eind 2025 wordt vastgesteld. 

    Wat hebben we in 2025 afgerond?

    • Het project Grenzeloos meten 1.0 is afgesloten.
    • De Verordening Luchthavens Provincie Limburg 2025 is op 7 februari 2025 vastgesteld.

    Wat hebben we na de Voorjaarsnota afgerond?

    • Het laatste meetstation is geplaatst en operationeel.
    • Het project scholieren meten luchtkwaliteit (snuffelfiets/GLOBE-project) is voor schooljaar 2024-2025 afgerond.
    • De update van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit is afgerond.
    • De actualisatie van de beleidsregel TUG is uitgevoerd.
    • De  opdracht aan de ODZL voor de aankoop van een OGI-camera is verleend. 
    • De pieklocaties voor normoverschrijdingen bij stiltegebieden zijn geïdentificeerd en er is geconcludeerd dat een individuele aanpak hiervan niet mogelijk is. 
    • De opdrachtverlening aan de ODZL om samen in 2025-2026 kennis op te bouwen over afval & CE binnen het VTH-instrumentarium is verleend.
    • De actualisatie van de Verordening nazorgheffing & vaststelling van de rekenrente is afgerond.

    Waar zijn we in 2025 mee gestart?

    • We zijn gestart met de voorbereidende werkzaamheden om geluidsproductieplafonds (GPP's) voor provinciale wegen en provinciale industrieterreinen vast te stellen. In mei is het delegatiebesluit voor GPP's bij provinciale industrieterreinen vastgesteld. Geluidsproductieplafonds voor provinciale wegen worden uiterlijk in 2026 vastgesteld en voor regionale industrieterreinen uiterlijk in 2028. Dat is voor de in maart 2025 bij Koninklijk besluit bekend gemaakte wettelijke termijnen van 1 januari 2027 c.q. 1 januari 2029.
    • We zijn begonnen met het verkennen van de mogelijkheid om beleid te maken voor brandveiligheid bij afvalverwerkers. Deze verkenning willen we in Q4 2025 afronden.

    Waar zijn we na de Voorjaarsnota mee gestart?

    • Samen met gemeenten in Noord-Limburg zijn we begonnen met het project Grenzeloos Meten 2.0.
    • Samen met de ODZL bouwen we kennis op over afval & CE binnen het VTH-instrumentarium.
    • We zijn gestart met de actualisatie van het SMOG protocol.

    Waar werken we aan verder?

    Wij werken aan onze activiteiten volgens planning. Een aantal activiteiten lichten we uit:

    • Wij werken aan de verduidelijking van de bepalingen over stiltegebieden in de Omgevingsverordening. Volgens planning ronden we dit in Q2 2026 af. We zijn voor de vaststelling afhankelijk van het proces rond de vernieuwing van de Omgevingsverordening, omdat deze in zijn geheel zal worden vastgesteld.
    • Wij nemen deel aan de begeleidingscommissie van de verkenning naar de gezondheidseffecten van Chemelot door het RIVM, welke in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt uitgevoerd (vervolg op de gewijzigde motie 3015 Berghorst ‘Onderzoek de gezondheidseffecten van Chemelot’). 

    Waar gaan we in 2025 nog mee aan de slag?

    • We laten een eindinspectie op stortplaats Weert uitvoeren.
    • We stellen budget beschikbaar tot en met 2027 voor het doen van monsternames bij (afval)stromen.
    • We  zetten voort het laten meten van luchtkwaliteit door scholieren voor schooljaar 2025-2026 (snuffelfiets/GLOBE-project).
    • We actualiseren de beleidsregel voor doelmatigheid van geluidmaatregelen.
    • In Q3 verwachten we de gedetailleerde analyses naar de haalbaarheid van de Omgevingswaarden per 2030 voor luchtkwaliteit van het RIVM. De impact voor Limburg wordt op basis daarvan geanalyseerd. 

    Wat schuift door naar 2026?

    • Het uitvoeren van de pilots naar innovatieve geluidsmaatregelen. Dit doen we vanwege een tijdelijke beperking in capaciteit en daardoor een herprioritering van taken.
    • Gewacht wordt met het toevoegen van nieuwe relevante gegevens over de milieudruk aan ons bestaande overzicht van integrale gezondheidsindicatoren in lijn met de herijking van de Brede Basismonitor (waartoe deze indicatoren behoren).

    Conclusie; indicator op groen

    Voor het overgrote deel ligt de uitvoering op koers met de planning zoals deze is geschetst in de modulaire aanpak concretiserend milieubeleid (zie mededeling portefeuillehouder van 8 oktober 2024, GS DOC-00700043) als uitwerking van het beleidskader. Sneller dan gepland is de versnelling monsternames bij (afval)stromen. De pilot om te komen tot innovatieve geluidsmaatregelen was gepland om in 2025 te starten, maar deze schuift door naar 2026.  

    Geld

    Voor de uitvoering van product 4.2.1. Gezond en veilig leefmilieu wordt het budget in 2025 verhoogd met € 0,10 mln. Dit gaat om de volgende wijzigingen in de begroting:

    Faseringen

    De processen rondom het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie en de Limburg Defensie Agenda lopen over de jaargrens heen. Om de Limburgse belangen een goede plek te kunnen geven, kan het nodig zijn om externe adviseurs in te schakelen. Hiervoor is ook in 2026 budget nodig. Een bedrag van € 0,05 mln. wordt hiervoor overgeboekt naar 2026.

    Nieuwe middelen

    Voor de uitvoering modulaire aanpak concretiserend milieubeleid 2025-2026, waaronder snuffelfiets, monstername afvalstromen en eindinspectie  wordt het budget in 2025 (€ 0,10 mln.) en volgende jaren (€ 0,30 mln.)  opgehoogd. Dit bedrag wordt ten laste gebracht van de Programmareserve Energie - deel Schoonleefmilieu. 

    Overige bijstellingen

    De personeelskosten gaan elk jaar met € 0,05 mln. omhoog, vanwege de loonstijgingen volgens de CAO Provincies.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Groen

  • Omschrijving (label)
    Najaarsnota 2025

    Kwaliteit

    Wat gaan wij in 2025 doen om onze doelen te behalen?

    • Wij zetten in op het voorkomen van aantasting van de leefomgeving of het voorkomen van het ontstaan van risico’s voor de leefomgeving.
    • Wij leveren een bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken door het opstellen van heldere, transparante en handhaafbare vergunningen. Dit doen wij zo veel mogelijk binnen de gestelde beslistermijn.
    • We proberen de kans op het ontstaan van risico’s voor de fysieke leefomgeving zo veel mogelijk te beperken door onze toezichtcapaciteit zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten. We werken daarom regiogericht op basis van vooraf gemaakte, risicogerichte keuzes.
    • Indien overtredingen plaatsvinden treden wij handhavend op. Dit doen wij op een transparante manier door aan te sluiten bij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet.
    • Alle werkzaamheden worden conform het VTH Uitvoeringsprogramma 2025 uitgevoerd.

    We streven ernaar aanvragen/verzoeken binnen de wettelijke termijn af te handelen en houdbare vergunningen te verlenen. Dit uit zich doordat bij aanwenden bezwaar/beroep (zowel vergunningen als toezicht en handhaving) zo min mogelijk zaken gegrond zijn. En wanneer het naleefgedrag van de overtreder na de eerste constatering van overtreding hoog is. 

    In 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Afgelopen jaar hebben wij hier al ervaring mee opgedaan. Meervoudige aanvragen hebben nog steeds niet plaatsgevonden. Dat kan eind 2025 nog veranderen. Dit heeft mogelijk gevolgen voor het kwaliteitsniveau van de uitvoering van onze VTH-taken. Op 27 mei 2025 is het VTH jaarverslag 2024, waarin de uitgevoerde werkzaamheden, ontwikkelingen en in hoeverre voldaan wordt aan de doelen en indicatoren (Uitvoering en handhavingsstrategie) opgenomen zijn, aan uw Staten toegezonden. 

    De motie 3122 Wolters Gregorio c.s. inzake 'Geen Beaumix in Limburg' is uitgevoerd. De brieven, waarin wij een oproep hebben gedaan om met de groots mogelijke snelheid duidelijkheid te geven over eventuele aangescherpte richtlijnen voor de toepassing van secundaire bouwstoffen en met name voor bodemassen, zijn verstuurd aan de Minister van l&W, Directeur Rijkswaterstaat en alle gemeenten (zie MPH 29 oktober 2024 (DOC-00708878). In de reactiebrief van het Ministerie van lnfrastructuur en Waterstaat (zie MPH 4 februari 2025 (DOC-00741434) is aangegeven dat binnen de herijking van de bodemwet -en regelgeving invulling wordt gegeven aan de oproep. Wij hebben tot op heden nog geen vergunningaanvraag vanuit Rijkswaterstaat ontvangen in relatie tot het gebruik van AVI bodemassen, waaronder Beaumix, bij de verbreding van de A2. Conform toezegging 9554 zullen wij PS actief informeren over de uitkomst, zodra GS over een dergelijke aanvraag een besluit hebben genomen.

    Tijd

    De werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de termijn van het collegeprogramma 2023-2027.

    De uitvoering van de VTH-taken vindt plaats binnen de daarvoor geldende termijnen.

    Geld

    Voor de uitvoering van product 4.2.2. Vergunningen, toezicht en handhaving wordt het budget in 2025 verhoogd met € 0,39 mln. Dit gaat om de volgende wijzigingen in de begroting:

    Nieuwe middelen

    • De garantie arbeidsvoorwaarden medewerkers ODZL wordt vanaf 2025 via een aparte post structureel in de Programmabegroting 2025 e.v. jaren opgenomen. Het bedrag is € 0,24 mln. en wordt ten laste gebracht van het  begrotingsresultaat. Het betreffend budget is opgenomen onder Programma 9 Financiën en overhead - product 911 Overhead.
    • Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (vanaf 1 januari 2024) zijn de bodemtaken van de provincies overgegaan naar de gemeenten. Voor de uitvoering hiervan gaat de RUD NML 2 fte bodemtoezichthouders inzetten voor de periode 2025 tot en met 2030. Vanaf 2025 ontvangt de RUD NML hiervoor een bedrag van € 0,15 mln. Dit bedrag wordt ten laste gebracht van het  begrotingsresultaat. Bijdrage bedrijfvoeringskosten RUD NML vanaf 2026, bedrag € 0,21 mln. Dit bedrag wordt ten laste gebracht van het  begrotingsresultaat.

    Overige bijstellingen

    De begrote legesinkomsten in 2025 worden met € 1,79 mln. neerwaarts bijgesteld. Vanaf 2026 en volgende jaren bedraagt de neerwaartse bijstelling € 0,84 mln.

    Het aantal vergunningaanvragen, waarvoor leges betaald moeten worden, is in de eerste helft van 2025 lager dan verwacht. Dit komt doordat veel aanvragen al vóór 1 januari 2024 zijn ingediend onder de oude wetgeving. Daarnaast zijn vergunningaanvragen en projecten complexer geworden door ontwikkelingen in het klimaat- en milieubeleid en internationale onzekerheid. Ook zorgt de recente jurisprudentie over stikstof ervoor dat vooral in de bouwsector en bij bedrijven meer onzekerheid en terughoudendheid is bij het indienen van aanvragen.

    De personeelskosten gaan elk jaar met € 0,30 mln. omhoog, vanwege de loonstijgingen volgens de CAO Provincies.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Oranje

Uitvoering begroting 2025: budgetrealisatie

Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Uitvoering begroting 2025: budgetrealisatie

De lasten van de gewijzigde begroting 2025 voor dit programma tot aan deze najaarsnota bedragen € 37,93 mln., bestaande uit € 27,14 mln. reguliere middelen, € 10,78 mln. personeelskosten en € 0,07 mln. kapitaallasten.

In onderstaande grafiek presenteren wij alleen de reguliere middelen vanwege de beïnvloedbaarheid van deze posten. Het betreft de bestedingen en juridische verplichtingen tot 8 september 2025 (gerealiseerd) en de op dat moment resterende vrije ruimte binnen de vastgestelde budgetten.

De realisatie van de exploitatiemiddelen over 2025 bedraagt tot 8 september 2025 afgerond 62%. Van het resterende deel € 10,35 mln. wordt bij deze najaarsnota een totaalbedrag van € 0,05 mln. (0,02 %) doorgeschoven naar 2026 voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie.

Wat mag het kosten?

Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Wat mag het kosten?

In deze Najaarsnota 2025 wordt het budget voor het programma 'Nieuwe energie en leefmilieu' aangepast op basis van de hierboven beschreven voortgang.

Wij stellen voor om € 0,25 mln. extra geld toe te voegen aan het budget voor de volgende onderdelen:

  • Uitvoering modulaire aanpak concretiserend milieubeleid 2025-2026, bedrag
    € 0,10 mln.;
  • Uitvoering bodemtaken door de RUD NML, bedrag € 0,15 mln. 

Daarnaast gaan de personeelskosten elk jaar met € 0,44 mln. omhoog, vanwege de CAO loonstijgingen. 

Tenslotte stellen we voor om een dotatie van € 9,00 mln.  toe te voegen aan de risicoreserve Financieel Instrumentarium Sturing in Samenwerking inzake AvA LEF- jaarrekening 2024. 

De begrote legesinkomsten in 2025 worden met € 1,79 mln. neerwaarts bijgesteld. Voor 2026 en volgende jaren bedraagt de neerwaartse bijstelling € 0,84 mln.

Tot slot wordt een bedrag van € 0,05 mln. doorgeschoven naar het budget van 2026 en de jaren daarna, voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie.

Door deze wijzigingen stijgt het totale budget van het programma (lasten en stortingen in de reserves) van € 37,93 mln. naar € 47,55 mln.

Voor meer informatie verwijzen wij naar de toelichtingen op product-niveau onder ‘Wat gaan we daarvoor doen?’, bij het onderdeel Geld.

Bedragen x €1.000