4. Nieuwe energie en leefmilieu
Nieuwe energie en leefmilieu
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Nieuwe energie en leefmilieuEen Limburg dat vooruit wil, heeft energie nodig. Betrouwbare en schone energie. Steeds vaker opgewekt uit duurzame bronnen, zodat de uitstoot van broeikasgassen wordt tegengegaan. De overgang naar duurzame energie zal niet vanzelf gaan en zowel van onze huishoudens als de industrie veel vragen. We zullen samen moeten komen tot een verantwoord tempo, zodat de effecten van verandering voor iedereen te dragen zijn. Hoe ingrijpend die effecten kunnen zijn, hebben we afgelopen jaren gezien. De oorlog in Oekraïne leidt tot een sterke beperking van de import van Russisch gas, en de effecten daarvan voelen we allemaal in onze portemonnee. Tegelijkertijd heeft dit gezorgd voor een herbezinning op onze afhankelijkheid van grondstoffen en een nieuwe kijk op strategische allianties en internationale handel. Jarenlang zijn we op het gebied van energie te afhankelijk geworden van externe bronnen en hebben we in Nederland achter de feiten aangelopen op het gebied van onze eigen energievoorziening. We wekken zelf te weinig eigen energie op, en dat heeft grote gevolgen. Hoge investeringen, bedrijven die dreigen te vertrekken en een overvol stroomnet.
Veel Limburgers vragen zich af of ze de energierekening en de boodschappen aan het einde van de maand wel kunnen betalen. De term 'energie-armoede' heeft z'n intrede gedaan. Bedrijven willen omschakelen van gas naar stroom, en worden geconfronteerd met wachtlijsten voor een zwaardere aansluiting op het elektriciteitsnet. Omdat de materialen daarvoor niet beschikbaar zijn en de benodigde vakmensen ook voor energiebedrijven nauwelijks te vinden zijn. Tegelijkertijd proberen overheden in de hele wereld de energielasten voor hun burgers wat dragelijker te maken door miljarden te investeren. Veelal in combinatie met inspanningen om te verduurzamen, om te schakelen naar lokaal opgewekte energie, en om regio's weer concurrerend te maken. Dat is dan weer een voordeel van de huidige moeizame energiesituatie.
Het gevoel voor urgentie rond de zogeheten 'energietransitie' is door al deze factoren groter dan ooit. Ook in Limburg zijn we klaar om nieuwe wegen te bewandelen. Een kwestie van pionieren en ondernemen, experimenteren, vallen, opstaan en weer doorgaan. Daarbij heeft onze regio een aantal extra uitdagingen. Bijvoorbeeld door onze geografische ligging, ver van de Noordzee waar een steeds groter deel van de Nederlandse elektriciteit in windmolenparken wordt opgewekt. Hoe komt die schone energie voor ons beschikbaar? We hebben daarnaast de beschikking over slechts beperkte fysieke ruimte in onze provincie om aan energievoorzieningen te spenderen. De mogelijke komst van de Einstein Telescope is daarop ook van invloed. Limburg heeft relatief veel energie-intensieve industrie en een verouderde woningvoorraad, dus onze energieopgave is ook daarom relatief groot. Dit zijn geen effecten die nu ineens zijn ontstaan en daarom is er de afgelopen jaren al veel in gang gezet om de Limburgse energieopgave te lijf te gaan. In Limburg willen we daarom nu een stap extra vooruit zetten. We pakken deze uitdaging samen op, zodat ook in de toekomst alle Limburgers kunnen profiteren van duurzame en toekomstbestendige energie.
Nieuwe Energie
We werken aan een toekomstbestendig energiesysteem in en voor Limburg. Het energiesysteem omvat alle processen, structuren en componenten die betrokken zijn bij (a) het winnen/opwekken van energie, (b) het transport/opslag en (c) het gebruik van energie. De totale keten van energieproductie tot eindgebruik. Het omvat zowel traditionele energiebronnen, zoals fossiele brandstoffen, als hernieuwbare energiebronnen, zoals zonne-energie en windenergie.
Om beter inzichtelijk te krijgen waar we nu aan moeten werken ten behoeve van het energiesysteem van de toekomst, gaan we aan de slag met een energievisie. Deze visie zal tevens ingaan op de toekomstige energiemix en hoe systeemintegratie wordt beoogd. Hierbij gaat het om hoe de verschillende onderdelen van het (Limburgse) energiesysteem zich verhouden tot elkaar, bijvoorbeeld als het gaat om de inzet van gas, elektriciteit en warmte. De Provincie Limburg gaat het komende jaar in samenwerking met de betrokken partijen een energievisie voor Limburg opstellen, waarin het toekomstperspectief richting 2050 uiteen zal worden gezet.
Ruimte en de energietransitie zijn nauw met elkaar verbonden. De ruimte in Limburg is schaars, terwijl het nieuwe energiesysteem juist om veel ruimte vraagt. Het is van belang dat nieuwe manieren van energie-opwek en de hiervoor benodigde energie-infrastructuur goed ruimtelijk wordt ingepast, waarbij veiligheid en gezondheid geborgd zijn, en dat bestaande en nieuwe energie-infrastructuur optimaal wordt benut om de aanleg van onnodig (lange) nieuwe aansluitingen te voorkomen. Hiervoor hebben we ook aandacht gevraagd middels het Ruimtelijk Voorstel van de Provincie aan het Kabinet.
Ook aan de specifieke ketens en onderdelen van het energiesysteem – de gebouwde omgeving, warmtetransitie, verduurzaming van de industrie en bedrijventerreinen, energie-infrastructuur en grootschalige opwek – draagt de Provincie bij.
Gezonde en veilige leefomgeving
Een gezonde en veilige leefomgeving is een thema dat veel inspanning vraagt en de komende periode meer prioriteit vergt. Hier is de rol van de Provincie als regulerende overheid nodig met het uitoefenen van het formele bevoegd gezag. Een overheid, die haar inwoners beschermt tegen ongeoorloofde en ongewenste risico’s én werkt aan een beter leefmilieu. Met het beleidskader ‘Nieuwe energie & schoon leefmilieu’ gaan wij de komende jaren toewerken naar een robuuster beleid en uitvoering voor het Limburgse leefmilieu. Een gezond en veilig leefmilieu draagt immers bij aan de leefbaarheid in Limburg.
Na het landelijke advies van de Commissie Van Aartsen en het daaruit voorvloeiende Nationale Interbestuurlijk Programma, het rapport van de Zuidelijke Rekenkamer over het Limburgse VTH-stelsel in het milieudomein en een in 2023 uitgevoerde verkenning naar concretiserend milieubeleid, neemt de Provincie sterker dan voorheen haar verantwoordelijkheid. We gaan van een minimalistische aanpak naar een robuuste uitvoering op basis van een realistisch en uitvoerbaar perspectief. Niet alleen omdat het moet, maar omdat wij als provinciale ‘overheid’ hier een zorgplicht voor dragen om het Limburgse leefmilieu te verbeteren.
Ons beleidskader
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Ons beleidskaderOp 12 april 2024 is het beleidskader ‘Nieuwe energie & schoon leefmilieu’ vastgesteld door Provinciale Staten.
Wat willen we bereiken?
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Wat willen we bereiken?4.1. Nieuwe energie
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Wat willen we bereiken? - 4.1. Nieuwe energieNieuwe energie
We streven deze collegeperiode de volgende doelstellingen na:
- in 2030 is het aandeel huishoudens met een laag inkomen en een woning van lage energetische kwaliteit gedaald van nu 6,6% naar 5%;
- in 2030 is op 70% van de geschikte daken kleinschalige opwek (<15 kWp) via gemiddeld 10 zonnepanelen op dak gerealiseerd, concreet moet dit leiden tot 1.300 MW Photovoltaic Vermogen, hierna te noemen PV-vermogen, in 2030;
- in 2030 bedraagt de CO2-emissie reductie van de gebouwde omgeving 55% t.o.v. 1990;
- in 2030 bedraagt CO2/N2O-reductie van de industrie 55% t.o.v. 1990;
- de energie-infrastructuur is betrouwbaar, wordt efficiënt benut en voorziet beter in de transportcapaciteit voor invoeding en afname van elektriciteit;
- in 2030 is er 2,5 TWh duurzame opwek van energie gerealiseerd voor grootschalige installaties (>15 kWp) in Limburg.
Een Limburg dat vooruit wil, heeft een schoon en gezond leefmilieu nodig met een toekomstbestendige energievoorziening. De gevolgen van klimaatverandering zijn ingrijpend en zorgen ervoor dat onze huidige brede welvaart en bestaanszekerheid onder druk staan. Landelijk wordt daarom, via het Klimaatakkoord, ingezet op een klimaatneutrale samenleving in 2050. Dat betekent dat we nu al werken aan energiebesparing en omschakelen naar nieuwe bronnen en dragers van energie. Energie is een basisvoorziening voor mensen én bedrijven. De leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie is belangrijk. Door internationale ontwikkelingen en geopolitieke onzekerheden steeg de prijs van energie de afgelopen tijd aanzienlijk. Het zijn basisvoorzieningen en randvoorwaarden die de overheid in brede zin moet garanderen en die niet (alleen) aan de markt overgelaten kunnen worden. Vanuit de algemene verantwoordelijkheid ontwikkelt de Provincie daarom beleid en initiatieven op het gebied van 'Energie-infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding en Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen' (4.1.1.) en 'Verduurzaming Gebouwde omgeving & Warmte en Grootschalig opwek' (4.1.2.).
Conform het coalitieakkoord 2023-2027 is er een nieuwe PS-cyclus vormgegeven, waarbij wordt ingezet op het vaker tussentijds informeren van PS via onder andere werkbezoeken en informerende sessies. Op dit moment wordt er organisatiebreed gewerkt aan een nieuw systeem waarmee PS op elk gewenst moment inzicht zal hebben in de ontwikkelingen op indicatorniveau (op basis van de beschikbaarheid van de data uit de diverse genoemde bronnen). De doelen en daarbij behorende indicatoren van het programma Nieuwe Energie zijn opgesteld in lijn met het op 12 april 2024 door PS vastgestelde beleidskader 'Nieuwe Energie en een Schoon Leefmilieu'.
Wat merkt de Limburger ervan?
Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren die reeds beschikbaar zijn, zijn hieronder gepresenteerd.
Deze BBV indicator geeft de CO2;-emissie over de jaren heen weer (Bron: Regionale Klimaatmonitor met een bewerking door IPO). De emissie van CO2 is hierbij bepaald door het verbruik van gas, elektriciteit en vervoersbrandstoffen te vermenigvuldigen met de emissiefactor van die energiedrager. Deze emissiefactoren variëren per jaar, afhankelijk van bijvoorbeeld de brandstofmix van de elektriciteitsproductie en de samenstelling van aardgas. De emissie is gegeven in kTon. Na 2015 is sprake van een structurele afname van de CO2-emissie.
Deze BBV-indicator geeft de groei weer van hernieuwbare opwek in Limburg. Dit betreft hernieuwbare energie uit zon, wind, biomassa, bodem, buitenlucht en water, zowel voor elektriciteit, warmte of vervoer. De hernieuwbare opwek is weergegeven in TeraWattuur (TWh) (bron: Regionale Klimaatmonitor).
In deze figuur is de emissie van CO2 en lachgas door de industrie weergegeven in kiloton CO2-equivalenten. Daarbij is de emissie van lachgas vermenigvuldigd met de broeikasgasfactor om daarmee een vergelijkbare maat te krijgen voor het broeikasgaseffect.
Weergegeven is de emissie van de bedrijven die vallen onder de CO2-heffing. Daarmee hebben de cijfers niet betrekking op de hele sector industrie, maar wel van de grootste veroorzakers van deze broeikasgassen. De emissie wordt gepubliceerd door de Nationale Emissie Autoriteit (NEA). De cijfers van de NEA gaan over de emissie uit schoorstenen van de betrokken bedrijven. Dit onderscheidt zich van de CO2-emissie uit de Regionale Klimaatmonitor die veelal, maar niet uitsluitend, werkt met de verbruiksmethode. Daarin wordt de CO2-emissie bepaald door het gebruik van elektriciteit, gas en vervoersbrandstoffen vermenigvuldigd met de emissiefactor (zie ook MO_8d).
In het beleidskader is als doel geformuleerd om deze emissie te verlagen tot 45% t.o.v. het niveau van 1990. Daarmee is het doel gelijk aan het nationale doel. Er zijn evenwel geen regionale cijfers van de emissie in 1990 beschikbaar, alleen de emissie op nationaal niveau. Hierdoor is het doel niet te kwantificeren. Voor de najaarsnota wordt onderzocht of een verantwoorde schatting kan worden gemaakt.
Deze figuur toont de gerealiseerde elektriciteitsproductie uit grootschalige zon-pv-installaties en windturbines in teraWattuur (TWh = 1 biljoen kWh) . Grootschalige zon-pv-installaties hebben een vermogen van 15 kW of meer en kunnen zowel op dak als op de grond gelegen zijn. De productie is bepaald volgens de methodiek van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). PBL publiceert deze cijfers als onderdeel van de monitoring van de RES-opgave. Dit houdt in dat de jaarlijkse fluctuaties door meer of minder zon of wind er uit zijn gehaald. Dit heet genormaliseerd gebruik, waarbij wordt teruggerekend naar een 'normaal' zon- en windjaar. De energieproductie van installaties die in een bepaald jaar zijn gebouwd wordt aangevuld met de productie die zij in een heel jaar zouden leveren (bijtelling).
Doel is om in 2030 een productie van 2.5 TWh te bereiken. De jaarlijkse groei vlakt af en bedraagt tussen 2022 en 2023 0.2 TWh.
Ook voor de gebouwde omgeving zijn er geen regionale cijfers voor de gehele CO2-emissie. Deze figuur toont de CO2-emissie van de gebouwde omgeving volgens de bronmethode in kiloton (kTon) (bron: Regionale Klimaatmonitor). Er wordt hierbij uitsluitend gekeken naar de emissie uit de schoorstenen van de gebouwde omgeving. Dit zijn de verwarmingsinstallaties die middels de verbranding van gas gebouwen verwarmen. Het elektriciteitsverbruik wordt hierbij niet meegerekend (dat wordt in deze berekeningswijze toegerekend aan de sector energie). Deze berekeningsmethodiek is gelijk aan die van doelstelling D31 a)
De trend van de afgelopen jaren is een beperkte jaarlijkse daling met een iets grotere daling in het jaar 2022. Het doel is gelijk aan het nationale doel, waarbij de emissie in 2030 45% bedraagt van het niveau in 1990. Ook voor de gebouwde omgeving geldt dat er geen regionale cijfers zijn voor de CO2-emissie. Het reductiedoel is bij benadering te bepalen op basis van de gegevens van de emissieregistratie uit 1990 (1.693 kTon): 762 kTon (0,45).
CBS publiceert data over energiearmoede en hanteert daarvoor verschillende indicatoren. De getoonde indicator laat huishoudens naar voren komen die kwetsbaar zijn omdat ze een laag inkomen hebben en wonen in een woning met een lage energetische kwaliteit. Hierdoor worden ook huishoudens meegenomen die hun energierekening wel kunnen betalen, maar door de lage energetische kwaliteit problemen kunnen ervaren in wooncomfort. Bijvoorbeeld omdat de woning moeilijk of alleen tegen hoge kosten te verwarmen is.
De rapportage van CBS geeft de getallen van twee jaar geleden. Medio 2024 zijn de getallen van 2022 beschikbaar gekomen. Er is tevens een methodewijziging doorgevoerd, waarbij de indicatorwaarden van voorgaande jaren zijn bijgesteld. Daarmee is ook de waarde van het uitgangsjaar gewijzigd.
Er is vanaf de start van de statistiek een verbetering zichtbaar in de situatie rond energiearmoede, waarbij in 2022 de doelstelling behaald is. Weergegeven zijn de gemiddelde waarden van de gehele provincie. Op wijkniveau verschillen de waarden aanzienlijk, waarbij de indicator in een aantal wijken boven deze gemiddelden liggen.
Deze CBS-indicator betreft vooral installaties op woningen, maar ook kleine installaties bij bedrijven of op de grond. Grotere woningen met een installatie boven de 15 kW tellen daarentegen niet mee. Er is vanaf 2018 sprake van een jaarlijkse toenemende groei in het vermogen.
-
Omschrijving (label)
Voorjaarsnota 2025Kwaliteit
Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding
- In 2025 is er een energievisie voor Limburg opgeleverd (onderdeel van 2e Gewijzigd Amendement 176 Pelzer c.s. inzake Voortgang Energietransitie);
De Energievisie 1.0 is in november 2024 door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Het proces van de energievisie en het bepalen van onze gezamenlijke koers wordt vervolgd middels het opstellen van de Toekomstvisie 2050 en de aanscherping van de Provinciale Omgevingsvisie. In het traject Toekomstvisie 2050 werken we de komende maanden via vier scenario’s van Limburg in 2050 toe naar vijf samenhangende Toekomstvisies voor Wonen, Mobiliteit, Economie, Landelijk Gebied en Energie. Voor het thema energie is dit een vervolg op de Energievisie 1.0.
- In 2025 is er een Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Limburg vastgesteld (onderdeel van motie 2e Gewijzigde Motie 3069 IJpelaar c.s. inzake Netcongestie in control).
Het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat 2.0 Limburg (pMIEK 2.0 Limburg) is in de afgelopen maanden in gezamenlijkheid met netbeheerders, gemeenten en Provincie opgesteld en op 1 april jl. door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Hierop volgend is het aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en uw Staten aangeboden en een mededeling portefeuillehouder verstuurd.
Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen- In 2025 hebben minimaal 3 Limburgse maatwerk-bedrijven bindende maatwerkafspraken gemaakt;
De maatwerkafspraken worden met diverse bedrijven voortgezet. De Provincie Limburg is hierbij betrokken. Per 31 maart 2025 hebben 3 Limburgse bedrijven een Expression of Principles (EoP) ondertekend, als eerste stap in het komen tot bindende maatwerkafspraken.
- In 2025 is een CES 3.0 Cluster6 opgeleverd met inzicht in vermogensbehoefte van bedrijven per modaliteit.
Door Rijksoverheid, IPO en netbeheer Nederland wordt in Q2 2025 een evaluatie uitgevoerd naar nut en noodzaak voor een nieuwe Cluster Energie Strategie 3.0. De uitkomsten van deze evaluatie zijn bepalend voor de keuze om een nieuwe Cluster Energie Strategie 3.0 Cluster 6 Limburg op te leveren, en in welke vorm.
Tijd
Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding
In 2025 starten en/of continueren wij de volgende meerjarige activiteiten:
- opstellen van provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat (pMIEK) in 2025 waar we samen met betrokken partners werken aan toekomstbestendige energie-infrastructuur;
Het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat 2.0 Limburg (pMIEK 2.0 Limburg) is in de afgelopen maanden in gezamenlijkheid met netbeheerders, gemeenten en Provincie opgesteld en op 1 april jl. door Gedeputeerde Staten vastgesteld. Hierop volgend is het aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en uw Staten aangeboden en een mededeling portefeuillehouder verstuurd.
- stimuleren van initiatieven gericht op het efficiënter gebruik van energie zoals batterijopslag, samenwerking op bedrijventerreinen en nieuwe contractvormen (buiten piekuren).
In Q1 2025 hebben de consortiumpartijen LWV, OML en LIOF het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Limburg verder uitgerold. Het beoogt om op 59 Limburgse bedrijventerreinen de organisatiegraad te verhogen met als doel collectieve verduurzaming. Op 10 van deze bedrijventerreinen worden daadwerkelijk collectieve verduurzamingsprojecten uitgevoerd. In maart 2025 heeft GS ingestemd met het ‘Limburgs uitvoeringsprogramma energiehubs’. Onderdeel van dit uitvoeringsprogramma is een provinciale subsidieregeling van € 1 miljoen voor procesondersteuning van energiehubs. Deze subsidieregeling wordt vanaf 15 april 2025 opengesteld.
Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinenIn 2025 starten en/of continueren wij de volgende meerjarige activiteiten:
- verankeren van benodigde capaciteit voor uitvoering van energiebespaarplicht bij OD-ZL o.a. door benutten Rijksregeling;
Met het besluit door Provinciale Staten van 21 maart 2025 is structurele financiering voor de uitvoering van de energiebesparingsplicht bij ODZL geborgd.
- participeren in de voor Limburg relevante ‘maatwerk-afspraken’ onder regie van het Ministerie van KGG;
De maatwerkafspraken worden met diverse bedrijven voortgezet. De Provincie Limburg is hierbij betrokken. Per 31 maart 2025 hebben 3 Limburgse bedrijven een Expression of Principles (EoP) ondertekend, als eerste stap in het komen tot bindende maatwerkafspraken.
- continueren van de samenwerking met de LEA-bedrijven en geven gezamenlijk uitvoering aan het ‘Landelijk actieplan verduurzaming cluster 6-bedrijven’;
Het samenwerkingsverband LEA is voortgezet en diverse sessies hebben plaatsgevonden. Provincie Limburg sluit actief aan bij het ‘landelijk actieplan verduurzaming cluster-6 bedrijven’, en is betrokken bij de casusgerichte aanpak met individuele cluster 6-bedrijven.
- invulling geven aan een ondersteuningsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen via o.a. de SPUK-regeling verduurzaming bedrijfsmatig vastgoed en landelijk programma Verduurzaming Bedrijventerreinen;
In Q1 2025 hebben de consortiumpartijen LWV, OML en LIOF het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Limburg verder uitgerold. Het beoogt om op 59 Limburgse bedrijventerreinen de organisatiegraad te verhogen met als doel collectieve verduurzaming. Op 10 van deze bedrijventerreinen worden daadwerkelijk collectieve verduurzamingsprojecten uitgevoerd.
- ondersteunen van ondernemerschap en innovatie bij Limburgse bedrijven via Limburgs Energiefonds (LEF) en LIOF.
Limburgs Energiefonds (LEF)
In 2025 continueren wij de volgende activiteit:
- herijken strategie van LEF en bezien op welk moment Mijnwater ‘ontvlecht’ kan worden uit het LEF.
In 2025 is een start gemaakt met de uitwerking van het herijkingsvoorstel dat op 13 december 2024 is aangenomen door Provinciale Staten. Onderdeel hiervan is het wijzigen van de governance (instellen RvC) en een nieuw ondernemingsplan. Het instellen van een RvC zal, in plaats van Q1, plaatsvinden in Q2 conform het benoemingenkader en het provinciale beleid. Het werving- en selectieproces is gestart en de functieprofielen worden vastgesteld. In augustus en september a.s. zal de herijking in totaliteit worden behandeld in respectievelijk de commissie ESA en de Provinciale Staten. We blijven monitoren wanneer zich een “natuurlijk moment” voordoet om Mijnwater te ontvlechten. Hiervoor volgen we onder meer de ontwikkeling van de Wet collectieve warmte, welke naar verwachting in juni dit jaar wordt behandeld in de Tweede Kamer.
Geld
Voor de uitvoering van product 4.1.1. wordt het budget in 2025 verhoogd met € 0,63 mln. Dit betreft de volgende begrotingswijzigingen:
- Fasering DU Uitvoeringskosten Klimaatakkoord; een bedrag van € 0,22 mln. faseren van 2026 naar 2025 voor o.a. communicatiemiddelen, werkbezoeken, kennissessies met PS-leden en/of derden en externe inhuur op deze punten;
- Maatwerkafspraken Vergunningverlening € 0,41 mln. Dit betreft verschuiving van budget van product 4.2.2. naar product 4.1.1., omdat de maatwerkafspraken zich richten op de verduurzaming van de Limburgse industrie. De middelen zijn bestemd voor uitbreiding van de vergunningencapaciteit bij de ODZL voor uitvoering van de vergunningen m.b.t. maatwerktrajecten. Dit past bij product 4.1.1. Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding en Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen.
Daarnaast zetten wij voor een bedrag van € 1,76 mln. aan specifieke uitkeringen in. Dit bedrag wordt gefaseerd over de jaren 2025 t/m 2027 en ingezet voor:
- Nadere subsidieregels Limburgs Uitvoeringsprogramma Energiehubs € 1,31 mln.;
- Programmamanagement BO EVI - cluster Chemelot € 0,45 mln.
Kwaliteit (indicator)
GroenTijd (indicator)
GroenGeld (indicator)
Groen -
Omschrijving (label)
Voorjaarsnota 2025Kwaliteit
Gebouwde omgeving & Warmte
- In 2025 is er een ‘proof of concept’ gestart voor WZL.
In september 2024 is een samenwerkings- en ontwikkelovereenkomst WZL getekend voor de ontwikkeling van een proof of concept voor WZL. Dit doet de Provincie Limburg gezamenlijk met tien gemeenten en Enpuls. Naar verwachting wordt eind december 2025 een Statenvoorstel aangeboden voor de verdere voortzetting van deze ontwikkeling.
Grootschalige opwek
In 2025 bepalen wij de resultaten en daarmee welke activiteiten wij als Provincie gaan ondernemen op basis van:
- de instructieregels i.r.t. de Provinciale omgevingsverordening voor zonnepanelen (onderdeel van Gewijzigde Motie 3012 Huizing c.s. inzake betere benutting alternatieve locaties en toepassingen voor zon PV);
De instructieregels voor zonneparken in de omgevingsverordening zoals in december 2024 vastgesteld in Provinciale Staten vormen de basis voor de provinciale omgevingsvisie waarin de visie van, onder andere, grootschalige opweklocaties nader wordt uitgewerkt.
- het potentieonderzoek zon PV (onderdeel van Gewijzigde Motie 3012 Huizing c.s. inzake betere benutting alternatieve locaties en toepassingen voor zon PV);
Samen met de RES regio’s bekijken we hoe we potentie voor zon-opwek op tredes 1 t/m 3 kunnen invullen. Concreet op het gebied van solar carports wordt dit al gedaan in beide RES regio’s
- duidelijkheid vanuit het Rijk omtrent de nadere invulling van de nationale programma aanpak SMR's (4e Gewijzigde Motie 3020 Schyns c.s. inzake Rijksgeld voor onderzoek SMR's).
In onze provinciale rol van het bij elkaar brengen van partijen heeft eind februari 2025 een bijeenkomst plaatsgevonden met Limburgse stakeholders in het SMR dossier én het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. Hierbij is gesproken over de laatste ontwikkelingen in het Rijksprogramma SMR’s (zie ook mededeling portefeuillehouder van 18 februari 2025 ). In de Rijksbrede visie die medio 2025 beschikbaar zal komen zal nader ingegaan worden of en zo ja hoe SMR initiatieven gefaciliteerd zullen worden.
Provinciale Energie Maatschappij
- In 2025 is een Statenbesluit genomen inzake de oprichting van de Provinciale Energie Maatschappij.
In Q4 van 2025 wordt op basis van het sonderend voorstel een Statenbesluit genomen inzake de Provinciale Energiediensten Maatschappij (PEM).
Op uitvraag van de PEM zijn dit voorjaar 40 pilots door de Limburgse gemeenten aangedragen. Deze pilots worden door ons opgepakt samen met de indieners en ondersteund. De hierbij opgedane ervaringen worden verwerkt in het komende Statenvoorstel.
Op het terrein van gebouwgebonden regeling wordt in samenspraak met de aanbieders van soortgelijke regelingen en maatschappelijke partners verkend of een additionele provinciale regeling van meerwaarde is.
Het onderwerp Coöperatieve E-Hubs en opslag is onderdeel van de hierboven genoemde uitwerking van de 40 pilots. Het Limburgs uitvoeringsprogramma Energiehubs (lupeh) is vanaf 15 april operationeel. Deze regeling moedigt de ontwikkeling van energiehubs aan.
In het komende statenvoorstel werken we, naast bovengenoemde onderwerpen, ook de best passende (afgestemd op de fase en activiteiten van de PEM) governance en de financiële middelen en funding uit.Tijd
Gebouwde omgeving & Warmte
- Ontwikkelen en continueren van de ontzorgingsprogramma’s voor bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed;
- Ondersteunen energiebesparing samen met de Limburgse RESregio’s en woningcorporaties;
- Ondersteunen energiearmoede aanpakken d.m.v. het inrichten van een ondersteuningspool;
- Blijven inzetten op Mijnwater en deelnemen aan de publieke samenwerking Warmtenet Zuid-Limburg (WZL).
We blijven de voortgang van Mijnwater actief monitoren en bieden waar mogelijk ondersteuning passend bij onze rol. Binnen de publieke samenwerking WZL zijn we actief betrokken middels een financiële bijdrage, leveren van kennis en expertise voor de ontwikkeling van WZL en voorbereiding van besluitvorming over een mogelijk vervolgtraject na de huidige ontwikkelfase.
Grootschalige opwek
- Wij zijn partner in de RES-regio’s en spannen ons in om de RES-doelen te behalen met tenminste 51% lokaal eigenaarschap bij elk project waarbij de omgeving kan meeprofiteren;
Lokaal eigendom is een streven vanuit de RES regio’s dat wij als Provincie Limburg ook in onze Omgevingsverordening hebben vastgelegd. Via de ondersteuning van de PEM in de opzet van energiegemeenschappen dragen wij hier concreet aan bij.
- Samen met de RES-regio Zuid-Limburg werken aan een actieprogramma om te zorgen voor nieuwe grootschalige opwek-locaties met innovatieve manieren van meervoudige ruimtegebruik;
De potentie van tredes 1/m 3 van de zonneladder benutten zijn uitgangspunt waarbij we vanuit de RES ZL in eerste aanleg nadrukkelijk kijken naar de realisatie van solar carports.
- Hanteren van een strikt ‘nee, tenzij’ voor zonne-energie op landbouwgrond en aanpassen van de instructieregels in de Omgevingsverordening conform het landelijke bestuursconvenant;
Het strikte ‘’nee, tenzij’’ principe is conform de wens van de Staten alsmede het Coalitieakkoord uitgevoerd.
- Samen met Limburgse stakeholders gaan we in gesprek met het Rijk over de condities van de nationale programma-aanpak SMR's.
Het Rijk is van start gegaan met het Rijksprogramma SMR’s en wij nemen hieraan deel via simulaties, zie hiertoe mededeling portefeuillehouder. In de Rijksbrede visie die medio 2025 beschikbaar zal komen zal nader ingegaan worden op of, en zo ja hoe, SMR initiatieven gefaciliteerd zullen worden.
Provinciale Energie Maatschappij
- Opstellen plan van aanpak voor de Provinciale Energie Maatschappij waarbij we kijken naar warmtenetten, duurzame elektriciteit (o.a. kleinschalig zon-op-dak) en verduurzaming gebouwde omgeving.
In het plan van aanpak voor de Provinciale Energiediensten Maatschappij (PEM) wordt onder meer gekeken naar warmtenetten in het kader van warmtegemeenschappen. Grootschalige warmtenetten vallen echter niet binnen de scope van de PEM. Duurzame elektriciteit en verduurzaming van de gebouwde omgeving zijn ook onderdeel van het plan, waarbij bijvoorbeeld kleinschalig zon-op-dak en isolatie wordt meegenomen in het ontzorgingsconcept verduurzaming van de gebouwde omgeving.
Geld
Voor de uitvoering van product 4.1.2. wordt het budget in 2025 verhoogd met € 1,47 mln. Dit betreft de Specifieke uitkering voor de uitvoering Nadere subsidieregels Ontzorgingsprogramma mkb, waarbij een bedrag van € 0,61 mln. wordt gefaseerd over 2026 - 2027.
Kwaliteit (indicator)
GroenTijd (indicator)
GroenGeld (indicator)
Groen
4.2. Gezond en veilig leefmilieu
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Wat willen we bereiken? - 4.2. Gezond en veilig leefmilieuGezond en veilig leefmilieu
We streven deze collegeperiode de volgende doelstellingen na:
- in 2027 is de gezondheid van de Limburger bevorderd door verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving t.o.v. 2020 middels:
– verminderen blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen;
– verminderen geluidsoverlast & bevorderen van stilte;
– verminderen emissies verontreinigende stoffen naar lucht;
– voorkomen van vermijdbare milieuschade, c.q. het (vooruit)schuiven van milieuschade. - in 2027 zijn risico’s op ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven of tijdens transport ingeperkt t.o.v. 2020.
De ambitie is een aantoonbaar gezond en veilig leefmilieu in Limburg. Omdat bijvoorbeeld schone lucht en de kwaliteit van het leefmilieu van groot belang zijn voor de gezondheid vraagt deze ambitie om minder uitstoot van luchtverontreinigende stoffen (zoals fijnstof) en het terugdringen van omgevingslawaai.
Omgevingskwaliteit en andere aspecten van leefmilieu worden aan het begin van het realiseren van alle fysieke opgaven expliciet meegenomen. Gezorgd wordt voor een verantwoorde manier van omgaan met de schaarste in zowel fysieke als milieuruimte. Hier ligt een nauwe relatie met Programma 5 “Leefbare steden en dorpen”.
Het verwezenlijken van een gezond en veilig leefmilieu in Limburg vraagt om een robuust VTH-stelsel (vergunningen, toezicht en handhaving) voor de provinciale kerntaken waaronder milieu en natuur. Bij een robuust VTH stelsel behoort een uitbreiding van de uitvoeringscapaciteit. Daarbij wordt onder andere ingezet op een intensivering van provinciaal milieubeleid.
In paragraaf 4.2.1. 'Gezond en veilig leefmilieu' is de beleidsontwikkeling op het gebied van gezonde en veilige leefomgeving (milieu) opgenomen en de besteding van incidentele middelen daarvoor. In paragraaf 4.2.2. is de structurele uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving en de structurele kosten die daarbij horen opgenomen.
Wat merkt de Limburger ervan?
Het te verwachten maatschappelijke effect is dat Limburgers gemiddeld langer en in goede gezondheid leven. Enerzijds doordat zij minder ziek worden en stress beleven door de leefomgeving waarin ze verkeren en anderzijds dat zij minder risico lopen om te sterven bij een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het causale verband tussen levensduur en de effecten van de leefomgeving op die levensduur is moeilijk aan te tonen. Relevante, maar niet allesomvattende, indicatoren zijn 1) het percentage van de totale ziektelast door omgevingsgeluid en luchtvervuiling, 2) het aantal maanden korter leven door luchtvervuiling en 3) de ervaren gezondheid. Deze indicatoren geven enig inzicht in de lange termijn effecten van het gevoerde beleid (zie de Maatschappelijke Opgave hierboven). Op de middellange termijn wordt daarvoor gekeken naar de emissies en blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen, ernstige geluidshinder en slaapverstoring en de geluidsbelasting in relatie tot de geluidsnorm in stiltegebieden. Voor externe veiligheid is nog geen indicator beschikbaar, maar wel beleidsinformatie via www.risicokaart.nl.
Aan de hand van onderstaande indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren die reeds beschikbaar zijn, zijn hieronder gepresenteerd.
Monitoring geluidsbelasting stiltegebieden (D 37d)
Met deze indicator geven we de stiltegebieden in Limburg weer met de geluidbelasting en of deze voldoet aan de richtwaarde van 40 dB(A). De indicator geeft per stiltegebied per jaar de gemeten geluidsbelasting weer in dB(A).
Over de jaren heen wordt de richtwaarde van 40 dB(A) in een meerderheid van de gebieden gehaald. De verbeterde prestatie van de gebieden in 2023 wordt mogelijk voor een deel verklaard uit de in 2022 gelanceerde stiltecampagne waarin ten behoeve van de flora en fauna op de belangrijke waarde van stilte en rust in de gebieden is gewezen.

Bron: Provincie Limburg
Met deze indicatoren geven we de berekende blootstelling van de Limburgse bevolking weer aan fijnstof (PM10) en stikstofoxiden (N02) in microgram/m3 tussen 2010 en 2021.
De blootstelling of het bevolkingsgewogen gemiddelde is een combinatie van de berekende concentratie per adres en het aantal inwoners per adres. Met de blootstelling geven we weer hoe hoog de concentratie per inwoner van Limburg gemiddeld is.
In de grafiek zien we een dalende trend in de blootstelling aan fijnstof en stikstofoxiden. Dit hangt samen met de eveneens dalende trend van de uitstoot van deze stoffen. In het oog springend zijn de coronajaren 2020 en 2021. Door de afname van verkeer zijn de concentraties NO2 opvallend lager.
Met deze indicatoren geven we de trend weer van het aantal klachten dat over vliegverkeer wordt ingediend bij het Klachten Informatie Centrum Luchtverkeer. Deze indicator helpt de Provincie om een beeld te vormen van de hinder die de omgeving ondervindt van vliegverkeer.
Met deze indicator geven we het aantal klachten weer over stiltegebieden in 2024. Klachtmeldingen kunnen betrekking hebben op kenbaarheid, vermoede overtredingen en verzoeken om handhaving. Opvallend is dat 4 van de 10 meldingen afkomstig zijn van één persoon.
Met de onderstaande indicator geven we de emissie, oftewel uitstoot, weer van stikstofoxide (NO2) tussen 1990 en 2022. De indicator geeft de uitstoot weer uit alle bronnen in de provincie Limburg voor de betreffende jaren.
De uitstoot van NO2 laat een dalende trend zien. Dit is het gevolg van minder uitstoot door voornamelijk verkeer, industrie en energie door schonere technieken.
Met deze indicator geven we de emissie oftewel uitstoot weer van fijnstof (PM10) en fijnstof (PM2.5) tussen 1990 en 2022 in tonnen. De indicator geeft de uitstoot weer uit alle bronnen in de provincie Limburg voor de betreffende jaren.
De uitstoot van PM10 en PM2.5 laat een dalende trend zien.
-
Omschrijving (label)
Voorjaarsnota 2025Kwaliteit
Om onze doelen te halen, wegen we milieu- en gezondheidseffecten expliciet mee bij ruimtelijke plannen met provinciaal belang of bij projecten en programma's met een provinciaal belang. We zetten stappen om de doelstellingen van het beleidskader Nieuwe energie en schoon leefmilieu te bereiken. Onze aanpak is uitgewerkt in het modulaire concretiserend milieubeleid, dat als basis dient voor verschillende specifieke uitwerkingen. Dit beleid richt zich op de reductie van Zeer Zorgwekkende Stoffen, bevordering van luchtkwaliteit, en beheersing van omgevingsveiligheid. Daarnaast adviseren we actief bij gemeentelijke plannen en MER-procedures om de kwaliteit van de leefomgeving te waarborgen.
Wat doen we voor specifieke milieu thema's:
Luchtkwaliteit & Zeer Zorgwekkende Stoffen
Wij werken aan een betere leefomgeving door de uitstoot van en blootstelling aan vervuilende stoffen te verminderen. Om de luchtkwaliteit te verbeteren en een gezondere leefomgeving te creëren:- Bewustwordingscampagne Houtstook: Samen met partners onderzoeken we de haalbaarheid van een campagne om de gezondheidseffecten van houtstook te verminderen, als vervolg op de Rijkscampagne die in 2024 is gestart;
- Herijking Luchtmeetnet: We plaatsen het laatste nieuwe meetstation en analyseren de meetresultaten om de luchtkwaliteit te verbeteren (onderdeel Schone Luchtakkoord);
- Project Grenzeloos Meten 2.0: We voeren, samen met gemeenten in Noord-Limburg, (sensor)metingen uit naar geur, fijnstof en de beleving van luchtkwaliteit, en financieren het project vanuit de investeringsagenda Noord-Limburg;
- Subsidieverstrekking GLOBE project: We evalueren de resultaten en beslissen over verdere subsidie voor het nieuwe schooljaar. Het schoolproject maakt leerlingen bewust van de luchtkwaliteit, door hen actief te betrekken bij het meten van fijnstof en stikstofdioxide. In 2025 nemen vier scholen in de gemeenten Heerlen, Venray en Horst aan de Maas deel. Hieraan dragen wij voor 50% aan de kosten bij in het kader van het Schone Luchtakkoord;
- Impact van Herziening Omgevingswaarden: We verkennen de impact van nieuwe omgevingswaarden per 2030 voor luchtkwaliteit op de rol van de Provincie. Omgevingswaarden zijn normen die de overheid vaststelt om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te waarborgen;
- Update Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK): We actualiseren gegevens van de jaarlijkse bijdrage vanuit wegverkeer en veehouderijen in Limburg zodat er landelijk een gedetailleerd beeld van de luchtkwaliteit in 2030 ontstaat en wordt duidelijk of deze voldoet aan de nieuwe omgevingswaarden;
- Actualisering SMOG Protocol: We starten met de actualisering van ons handelings- en voorlichtingsprotocol bij smog door slechte luchtkwaliteit. Wij gebruiken hiervoor de standaard die is opgesteld door het RIVM;
- Innovatief Toezicht met Optical Gas Imaging Camera: We geven opdracht aan de Omgevingsdienst Zuid-Limburg om een camera aan te schaffen en daarmee diffuse luchtemissies op te sporen. Hiervoor worden middelen uit de programmareserve Energie aangewend;
- Extra Toezicht op Vermijdings- en Reductieprogramma’s (VRP): We laten de Omgevingsdienst Zuid-Limburg een plan uitwerken voor extra toezicht en bereiden daar een aanvullende opdracht voor.
Geluid & stilte
Door de geluidbelasting terug te dringen, worden de negatieve gezondheidseffecten die samenhangen met geluid van verkeer - zoals (ernstige) hinder en slaapverstoring - beperkt. Als tegenhanger van gebieden met geluidshinder hebben wij ook Stiltegebieden, waar Limburgers in rust kunnen verblijven.Om geluidshinder terug te dringen:
- Innovatieve geluidmaatregelen bij provinciale wegen: We starten de verkenning naar innovatieve geluidmaatregelen;
- Geluidreducerend asfalt: Bij projecten en onderhoud aan wegen leggen we geluidreducerend asfalt aan op in het Limburgs Actieplan Geluid 2024-2029 aangewezen locaties;
- Geluidsproductie Plafonds (GPP's): We werken aan de invoering van GPP’s voor industrieterreinen (Chemelot en VDL Nedcar) en provinciale wegen. De GPP’s begrenzen de maximale hoeveelheid geluid aangeven die een bron, zoals een weg of industrieterrein, mag produceren;
- Beleidsregel voor doelmatigheid van geluidmaatregelen: We actualiseren de beleidsregel gelijktijdig met het vaststellen van GPP’s.
Om de stilte in de stiltegebieden te bevorderen:
- Verduidelijking bepalingen Stiltegebieden: We verduidelijken de bepalingen in de Omgevingsverordening Limburg om stilte in stiltegebieden te behouden of te bevorderen;
- Beperking normoverschrijdingen in stiltegebieden: We identificeren normoverschrijdingen en verkennen mogelijkheden om deze te beperken. Ook onderzoeken we de mogelijkheden tegen geluiden net buiten de grenzen van de stiltegebieden, maar die wel relevante invloed hebben op het geluidsniveau in de stiltegebieden. Wij kunnen alleen het geluid dat wordt gemaakt op de grond reguleren, geluiden van bijvoorbeeld vliegtuigen kunnen wij niet reguleren.
Afval & Circulaire Economie
Het voorkomen en beperken van het ontstaan van afvalstoffen vermindert de druk op het milieu. Een circulaire economie vermindert het materiaalgebruik en hergebruikt afval als hulpbron om nieuwe materialen en producten te produceren om de inzet van afvalstoffen in een circulaire economie te optimaliseren:- Aanpak Afval en Circulaire Economie (CE): Samen met de Omgevingsdienst Zuid-Limburg stellen we een aanpak op om kennis op te bouwen en beleid & uitvoering te verbeteren. Hiervoor worden middelen uit de programmareserve aangewend;
- Beleid Brandveiligheid Afvalverwerkers: We verkennen de mogelijkheid om beleid op te stellen om het risico op branden bij afvalverwerkers te beheersen;
- Versnelling Monsternames Toezicht Afvalverwerkers: We onderzoeken of we de administratieve procedure voor monsternames kunnen inkorten en daarmee het proces versnellen. Zodat sneller duidelijk is of er gevaarlijke stoffen, zoals ZZS in het afval zit;
- Actualisering Verordening Nazorgheffing: We actualiseren de voorwaarden voor het opleggen van een heffing aan exploitanten van stortplaatsen, om zo de eeuwigdurende nazorg van stortplaatsen te bekostigen;
- Beoordeling Nazorgplannen: We beoordelen nazorgplannen van stortplaatsen en baggerdepots om schade aan bodem, bodemwater en lucht te voorkomen.
Omgevingsveiligheid
Naast het bevorderen van de gezondheid van de Limburgers is ook het doel om risico's op zware ongevallen met gevaarlijke stoffen te beheersen. Daarom:- Tellen vervoer gevaarlijke stoffen: We tellen het vervoer van gevaarlijke stoffen over provinciale wegen om zo beter inzicht te krijgen in de risico’s afkomstig van provinciale wegen;
- Uitvoering veiligheidsconvenant Chemelot: We werken aan de uitvoering van het veiligheidsconvenant ‘Voor een veilige ontwikkeling van Chemelot en haar omgeving’ en streven naar een integrale en bovenwettelijke benadering van veiligheid.
Luchtvaart
Luchtvaart heeft directe invloed op aspecten zoals de luchtkwaliteit, geluidshinder, externe veiligheid en de bodemkwaliteit. Om de impact hierop zo klein mogelijk te maken:- Nieuwe Verordening Luchthavens: We hebben een nieuwe verordening vastgesteld die het proces bij de aanvraag of wijziging van een luchthavenbesluit beschrijft;
- Herziening beleidsregel Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (TUG): We herzien de beleidsregel met voorwaarden voor het afgeven van ontheffingen die nodig is om een luchtvaartuig op te stijgen of landen buiten een officiële luchthaven.
Tijd
We zijn goed op weg om de doelen te bereiken voor het verbeteren van de gezondheid van Limburgers door de leefomgeving beter te maken. Het is belangrijk te weten dat het even kan duren voordat de resultaten zichtbaar zijn voor de inwoners. De kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid van de Limburgse bevolking worden door veel factoren beïnvloed, niet alleen door onze inspanningen. Dit betekent dat op sommige plekken de milieudruk kan afnemen, terwijl op andere plekken door nieuwe initiatieven juist meer milieudruk ontstaat. Dit komt omdat de wetgeving ruimte biedt voor nieuwe initiatieven die voldoen aan de wet, maar wel de milieudruk verhogen. Daarom werken we samen met andere partners om de kwaliteit van de leefomgeving, zoals de luchtkwaliteit, voortdurend te monitoren. Hierdoor krijgen we steeds beter inzicht in de kwaliteit van de leefomgeving en helpt dit ons bij het opzetten van nieuwe initiatieven of het aanpassen van bestaande acties.
We hebben projecten geadviseerd, producten ontwikkeld en activiteiten uitgevoerd binnen de wettelijke of afgesproken termijn van de modulaire aanpak van het milieubeleid. In deze collegeperiode werken wij verder aan de uitbouw van de modulaire aanpak en vormt dit een onderdeel van de Provinciale Omgevingsvisie, die eind 2025 wordt vastgesteld.
Wat hebben we in 2025 afgerond?
- Het project Grenzeloos meten 1.0 is afgesloten;
- We hebben de Verordening Luchthavens Provincie Limburg 2025 op 7 februari 2025 vastgesteld. Volgens planning had deze in 2024 klaar moeten zijn, maar door agenda technische redenen was de behandeling verschoven naar 2025.
Waar zijn we in 2025 mee gestart?
- We zijn begonnen met voorbereidende werkzaamheden om geluidsproductieplafonds (GPP's) voor provinciale wegen en regionale industrieterreinen vast te stellen. In mei is het voorstel in PS behandeld voor de bevoegdheidsverdeling tussen Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten voor GPP’s bij regionale industrieterreinen. Geluidsproductieplafonds voor provinciale wegen worden uiterlijk in 2026 vastgesteld en voor regionale industrieterreinen uiterlijk in 2028. Dat is voor de in maart 2025 bij Koninklijk besluit bekend gemaakte wettelijke termijnen van 1 januari 2027 c.q. 1 januari 2029;
- We verkennen de mogelijkheid om beleid te maken voor brandveiligheid bij afvalverwerkers. Deze verkenning willen we in Q4 2025 afronden;
- We werken aan de aanpak afval & CE.
Waar werken we aan verder?
Wij werken aan onze activiteiten volgens planning. Een aantal activiteit lichten we uit:
- We voegen nieuwe relevante gegevens over de milieudruk toe aan ons bestaande overzicht van integrale gezondheidsindicatoren;
- De beleidsregels voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG) van luchtvaartuigen zijn verschoven van Q4 2024 naar Q2 2025. Deze vertraging komt door de langere verwerkingstijd van ingediende zienswijzen en de adviezen van de bezwarencommissie. Het laatste advies wordt medio mei verwacht;
- De oplevering van vier nieuwe meetstations en de toevoeging van ultrafijnstofmetingen op vier meetstations stond gepland voor 2023. Vanwege vertraging in het vinden van meetlocaties, leveringsproblemen en problemen met de aansluiting op het stroomnet, hebben we vertraging opgelopen. In 2024 zijn drie meetstations opgeleverd en we streven ernaar dat in Q3 2025 het vierde meetstation in gebruik zal worden genomen. Dit is afhankelijk van een tijdige aansluiting op het elektriciteitsnet;
- Wij werken aan de verduidelijking van de bepalingen over stiltegebieden in de Omgevingsverordening. Volgens planning ronden we dit in Q2 2026 af. We zijn voor de vaststelling afhankelijk van het proces rond de vernieuwing van de Omgevingsverordening, omdat deze in zijn geheel zal worden vastgesteld;
- Wij nemen deel aan de begeleidingscommissie van de verkenning naar de gezondheidseffecten van Chemelot door het RIVM in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (vervolg op de gewijzigde motie 3015 Berghorst ‘Onderzoek de gezondheidseffecten van Chemelot’).
Waar gaan we nog mee aan de slag?
- In Q3 van 2025 starten we volgens planning met de actualisatie van de het SMOG protocol.
Geld
Voor de uitvoering van product 4.2.1. wordt het budget in 2025 verhoogd met € 0,20 mln. Dit betreft de volgende begrotingswijzigingen:
- Aanschaf OGI-camera voor een bedrag van € 0,15 mln. waarmee het toezicht op Zeer Zorgwekkend Stoffen (ZZS) wordt geïntensiveerd;
- Voor de aanpak Afval en Circulaire economie wordt een bedrag van € 0,05 mln. toegevoegd aan de begroting. Hiermee wordt beoogd om over voldoende vak- en praktijkkennis binnen het VTH-instrumentarium te beschikken.
Deze voorstellen worden gedekt uit de programmareserve Energie.
Kwaliteit (indicator)
GroenTijd (indicator)
GroenGeld (indicator)
Groen -
Omschrijving (label)
Voorjaarsnota 2025Kwaliteit
Wat gaan wij in 2025 doen om onze doelen te behalen?
- Wij zetten in op het voorkomen van aantasting van de leefomgeving of het voorkomen van het ontstaan van risico’s voor de leefomgeving;
- Wij leveren een bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken door het opstellen van heldere, transparante en handhaafbare vergunningen. Dit doen wij zo veel mogelijk binnen de gestelde beslistermijn;
- We proberen de kans op het ontstaan van risico’s voor de fysieke leefomgeving zo veel mogelijk te beperken door onze toezichtcapaciteit zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten. We werken daarom regiogericht op basis van vooraf gemaakte, risicogerichte keuzes;
- Indien overtredingen plaatsvinden treden wij handhavend op. Dit doen wij op een transparante manier door aan te sluiten bij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet;
- Alle werkzaamheden worden conform het VTH Uitvoeringsprogramma 2025 uitgevoerd.We streven ernaar aanvragen/verzoeken binnen de wettelijke termijn af te handelen en houdbare vergunningen te verlenen. Dit uit zich doordat bij aanwenden bezwaar/beroep (zowel vergunningen als toezicht en handhaving) zo min mogelijk zaken gegrond zijn. En wanneer het naleefgedrag van de overtreder na de eerste constatering van overtreding hoog is.
In 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Afgelopen jaar hebben wij hier al ervaring mee opgedaan. Meervoudige aanvragen hebben nog steeds niet plaatsgevonden. Dat kan in 2025 veranderen. Dit heeft mogelijk gevolgen voor het kwaliteitsniveau van de uitvoering van onze VTH-taken. In het tweede kwartaal van 2025 wordt het VTH jaarverslag 2024, waarin de uitgevoerde werkzaamheden, ontwikkelingen en in hoeverre voldaan wordt aan de doelen en indicatoren (Uitvoering en handhavingsstrategie) opgenomen zijn, aan uw Staten toegezonden.
De motie 3122 Wolters Gregorio c.s. inzake 'Geen Beaumix in Limburg' is uitgevoerd. De brieven, waarin wij een oproep hebben gedaan om met de groots mogelijke snelheid duidelijkheid te geven over eventuele aangescherpte richtlijnen voor de toepassing van secundaire bouwstoffen en met name voor bodemassen, zijn verstuurd aan de Minister van l&W, Directeur Rijkswaterstaat en alle gemeenten (zie MPH 29 oktober 2024 (DOC-00708878). In de reactiebrief van het Ministerie van lnfrastructuur en Waterstaat (zie MPH 4 februari 2025 (DOC-00741434) is aangegeven dat binnen de herijking van de bodemwet -en regelgeving invulling wordt gegeven aan de oproep. Wij hebben tot op heden nog geen vergunningaanvraag vanuit Rijkswaterstaat ontvangen in relatie tot het gebruik van AVI bodemassen, waaronder Beaumix, bij de verbreding van de A2. Conform toezegging 9554 zullen wij PS actief informeren over de uitkomst, zodra GS over een dergelijke aanvraag een besluit hebben genomen.
Tijd
De werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de termijn van het collegeprogramma 2023-2027.
De uitvoering van de VTH-taken vindt plaats binnen de daarvoor geldende termijnen.
Geld
Voor de uitvoering van product 4.2.2. wordt het budget in 2025 e.v. jaren verhoogd met € 3,40 mln. Dit betreft de structurele ophoging van budget voor de jaarlijkse opdracht aan de OD ZL, overeenkomstig het gekozen robuustheidsscenario met toepassing van de standaardvariant. Het betreft het statenbesluit van 21 maart 2025 (G-25-002). De dekking van deze budgetophoging komt uit het begrotingsresultaat.
Daarnaast is het budget voor Maatwerkafspraken Vergunningverlening € 0,41 mln. verplaatst naar product 4.1.1.
Kwaliteit (indicator)
GroenTijd (indicator)
GroenGeld (indicator)
Groen
Uitvoering begroting 2025: budgetrealisatie
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Uitvoering begroting 2025: budgetrealisatieDe totale lasten van de gewijzigde begroting 2025 voor dit programma tot aan de Voorjaarsnota bedragen € 31,50 mln., bestaande uit € 20,72 mln. reguliere middelen, € 10,78 mln. personeelskosten en € 0,01 mln. kapitaallasten.
In onderstaande grafiek presenteren wij alleen de reguliere middelen vanwege de beïnvloedbaarheid van deze posten. Het betreft de bestedingen en juridische verplichtingen tot 1 april (gerealiseerd en verplicht) en de op dat moment resterende vrije ruimte binnen de vastgestelde budgetten.
Onze voortgangsanalyse geeft aan dat het niet nodig is om de begroting op dit moment bij te stellen.

Wat mag het kosten?
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Wat mag het kosten?In deze Voorjaarsnota 2025 wordt de begroting van het programma Nieuwe energie en leefmilieu bijgesteld op basis van de inhoudelijke en financiële voortgang, zoals beschreven in de beleidsproducten en voortgangsinformatie.
De volgende voorstellen, betreffende ophoging van budgetten zijn opgenomen:
- Afval en Circulaire economie: een bedrag van € 0,05 mln.;
- Aanschaf OGI-camera € 0,15 mln.;
- Structurele ophoging budget OD ZL van € 3,40 mln.
Daarnaast zetten wij in 2025 voor een bedrag van € 2,62 mln. in aan specifieke uitkeringen. Dit bedrag wordt ingezet voor:
- de Limburgs Uitvoeringsprogramma Energiehubs € 1,31 mln.;
- Ontzorgingsprogramma MKB € 1,47 mln. in 2025, waarvan 0,61 mln. gefaseerd wordt ingezet in 2026 en 2027;
- Programmamanagement BO EVI - cluster Chemelot € 0,45 mln., gefaseerd over de jaren 2025 t/m 2027.
Tot slot faseren wij middelen van de decentralisatie uitkering Uitvoeringskosten Klimaatakkoord door een bedrag van € 0,22 mln. naar voren te halen van 2026 naar 2025.
Per saldo stijgen de lasten met € 6,43 mln. Het gevolg van deze wijzigingen is dat het begrote uitgavenvolume van de begroting (lasten en stortingen in de reserves) van dit programma stijgt van € 31,50 mln. naar € 37,93 mln.
Voor nadere details verwijzen wij naar de toelichtingen op product-niveau bij 'Wat gaan we daarvoor doen?', onderdeel Geld.