5. Leefbare steden en dorpen

Leefbare steden en dorpen

Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Leefbare steden en dorpen

Provincies bepalen, conform Omgevingswet, samen met gemeenten hoe de fysieke leefomgeving van burgers en bedrijven wordt gebruikt. De ruimtelijke keuzes worden onder meer vastgelegd in de Provinciale Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Hiermee wordt ruimtelijk richting gegeven aan de ambities en doelen voor de Limburgse fysieke leefomgeving. Leefbaarheid vormt een rode draad in het coalitieakkoord. Het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, het realiseren van een woonaanbod dat past bij de vraag van onze inwoners en duurzame zorg voor bodem en ondergrond zijn belangrijke elementen om vanuit het fysieke spoor in samenhang bij te dragen aan de leefbaarheid van Limburg.

Of het nu gaat om energie, klimaat, de woningbouwopgave, mobiliteit, landbouw, water of sociale rechtvaardigheid: de opgaven in Nederland zijn groot. We staan aan de vooravond van wat ‘de grote verbouwing van Nederland’ wordt genoemd. Alleen al het beeld tot 2030 maakt duidelijk dat er in Limburg simpelweg niet genoeg ruimte is om alle opgaven en doelen een plek te geven. Door slimme combinaties kunnen we ruimtewinst boeken, maar dit is niet altijd mogelijk. We zullen dus heldere ruimtelijke keuzes moeten maken.

Deze keuzes maken we niet alleen, omdat we tegen de grenzen van de beschikbare ruimte aanlopen, maar ook omdat we langs de lijn van deze keuzes kansen zien om bij te dragen aan de kwaliteit van de leefomgeving en om mede vorm te geven aan het Limburg dat we willen zijn. Door te sturen op ‘de samenhang der dingen’ en door te investeren in de kwaliteit van de woon- en leefomgeving, zorgen we de komende periode voor een verbeterde leefbaarheid in onze Provincie, zowel op het platteland als in de steden. Hierbij hebben we aandacht voor de relatie tussen inwoner en de eigen leefomgeving en kijken we gebiedsgericht wat er nodig is. Dit maakt van Limburg niet alleen een aantrekkelijke omgeving om in te leven, maar stelt ons, met een krachtig platteland en sterke steden, ook in staat om in te spelen op de veranderingen die op ons afkomen.

De afgelopen jaren hebben gemeenten, woningcorporaties, bedrijven en inwoners, samen met de Provincie forse investeringen gedaan in de leefbaarheid van Limburgse dorpen en steden. Toch staat die leefbaarheid in Limburg op veel plekken nog onder druk. Waar in plattelandskernen steeds meer voorzieningen dreigen te verdwijnen en de bereikbaarheid achteruit gaat, zien we hoe in steden armoede zich concentreert in specifieke wijken met slechte woonomstandigheden, weinig ontmoetingsplekken en een lage sociale cohesie. Niet voor niets is leefbaarheid de rode draad die door het coalitieakkoord ‘Elke Limburger telt!’ loopt. We stellen hiermee een college-brede ambitie om met onze inzet bij te dragen aan de leefbaarheid voor elke Limburger.

Leefbaarheid kent een belangrijk uitgangspunt: het gaat om de relatie tussen de inwoner en de eigen leefomgeving. Bij de leefomgeving horen niet alleen de kenmerken die fysiek zichtbaar zijn (de woning, de bushaltes of de bomen), maar ook de aanwezige sociale kenmerken (de sociale cohesie, het verenigingsleven en de veiligheid). Wanneer deze leefomgeving, met haar sociale en fysieke kenmerken, aansluit bij de behoeften van de inwoner, spreken we van een leefbare omgeving. Inwoners uit St. Geertruid kunnen hele andere behoeften hebben met betrekking tot hun leefomgeving dan de inwoners van een woonwijk in Venlo. Hiermee is leefbaarheid dus per definitie plaatsgebonden en afhankelijk van de specifieke omstandigheden, de kenmerken van een locatie en van de mensen die hier wonen. Dit betekent dat we als provinciale overheid midden in de samenleving moeten staan om gebiedsgericht te bezien wat er nodig is om de leefbaarheid in onze Provincie in stand te houden of zelfs te verbeteren.

Vanuit het beleidskader ‘Leefbare Steden en Dorpen 2024-2027’ versterken we de leefbaarheid door middels de Leefbaarheidsaanpak te investeren in de fysieke leefomgeving, door de juiste omstandigheden te creëren voor de realisatie van een woningvoorraad die aansluit op de behoefte van de regio en door te sturen op samenhangende ruimtelijke keuzes voor meer omgevingskwaliteit. 

Onze beleidskaders

Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Onze beleidskaders

Nieuw beleidskader
•    Leefbare Steden en Dorpen 2023-2027 (ter vervanging van Limburgse Agenda Wonen 2020-2023)

Reeds bestaande kaders:
•    IBA Parkstad 
•    Provinciale omgevingsvisie uit 2021 (traject aanscherping gestart)
•    Provinciale omgevingsverordening 
•    Provinciaal waterprogramma

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Wat willen we bereiken?

5.1. Leefbare steden en dorpen

Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Wat willen we bereiken? - 5.1. Leefbare steden en dorpen

Vanuit het beleidskader ‘Leefbare Steden en Dorpen’ versterken we de leefbaarheid door middels de Leefbaarheidsaanpak te investeren in de fysieke leefomgeving, door de juiste omstandigheden te creëren voor de realisatie van een woningvoorraad die aansluit op de behoefte van de regio én door te sturen op samenhangende ruimtelijke keuzes voor meer omgevingskwaliteit. Deze 3 maatschappelijke opgaven, met bijbehorende doelstellingen voor deze collegeperiode (2023-2027), worden hieronder nader toegelicht. 

Verbetering van de leefbaarheid in Limburgse steden en dorpen

•    In 2027 is de leefbaarheid in de fysieke openbare ruimte verbeterd, waarbij specifiek aandacht is voor de gebiedsgerichte behoeften naar veiligheid, gezondheid, welzijn, positieve sociale relaties, kansen en contact met de natuurlijke omgeving.
Vanuit het beleidskader Leefbare Steden en Dorpen stellen we een Limburgse Leefbaarheidsaanpak in om benodigde fysieke investeringen mogelijk te maken die de leefbaarheid in steden en dorpen bevorderen. Deze investeringen doen we samen met gemeenten, het maatschappelijk middenveld en met inwoners zelf. Als college kiezen we hierbij bewust voor een ondersteunende rol, omdat wij geloven dat we als provinciale overheid niet de aangewezen partij zijn om te bepalen wat nodig is in een specifieke wijk of kern. Het zijn juist de inwoners, gemeenten en maatschappelijke organisaties die kennis hebben van en inzicht hebben in de lokale behoeften in relatie tot leefbaarheid. Zij zijn ook bij uitstek de partijen die kunnen duiden waarom een initiatief noodzakelijk is. Vanuit deze leefbaarheidsgedachte sluiten we dus maximaal aan bij de behoeften die leven in de Limburgse steden en dorpen, waarmee we rechtstreeks vormgeven aan de doelen van het coalitieakkoord. 

We hebben de Limburgse Leefbaarheidsaanpak uitgewerkt in de vorm van drie subsidieregelingen en een bijbehorende ondersteuningsstructuur. De subsidieregelingen zijn bedoeld voor inwoners, stichtingen, verenigingen, coöperaties en gemeenten. Met deze regelingen kunnen we kleine tot zeer grote leefbaarheidsinitiatieven financieel steunen. De regeling voor gemeenten is gericht op fysieke projecten. Bij de andere regelingen hebben we onderdelen uit het beleidskader Samen leven en bestaanszekerheid geïntegreerd. Dit biedt ons de mogelijkheid om zowel fysieke als sociale initiatieven te subsidiëren. Bij het begeleiden van initiatieven van inwoners, stichtingen, verenigingen en coöperaties werken we samen met diverse (maatschappelijke) organisaties. We noemen onze samenwerking BuurtBooster. Voor gemeenten is een aparte ondersteuningsstructuur beschikbaar. Onze samenwerkingspartners en onze externe adviesraad (Leefbaarheidsraad) helpen ons om zo effectief mogelijk te werken aan het versterken van de leefbaarheid. Sinds de start in oktober ’24 zijn bij de Limburgse Leefbaarheidsaanpak ruim 250 (aan)vragen binnengekomen (peildatum 14 maart ’25).

Passende woonruimte voor iedereen die in Limburg een woning zoekt

•    in 2027 is het woningaanbod ten opzichte van 2023 verbeterd door de beschikbaarheid van meer (betaalbare) woningen. In 2027 zijn 17.500 woningen uit de Woondeal gerealiseerd;
•    in 2027 past het woningaanbod bij de woningbehoefte zoals onderschreven in de Limburgse Woondeal;
•    in 2027 zijn minstens 3.000 woningen van de ambitie van 20.000 woningen (planologisch) verankerd.

Samen met gemeenten, woningbouwcorporaties en marktpartijen blijven we inzetten op een versnelling van de woningbouw, waarbij we streven naar een evenwicht tussen de woningbehoefte van onze inwoners en het woningaanbod. Als Provincie hebben we binnen deze opgave een stimulerende, ondersteunende en aanjagende rol richting partners om aan de vastgestelde ambitie uit de Woondeal Limburg van 26.550 te voldoen. Tevens is tijdens het sluiten van de Woondeal een ambitie uitgesproken voor 20.000 woningen extra. Inmiddels is de Woondeal eind 2023 reeds opgehoogd met 3.000 woningen. De Woondeal betreft daarmee 29.550 woningen. De ambitie krijgt vorm. Als een grootschalige woningbouw, zoals gepresenteerd in de vorm van ‘Limburg Centraal’, woningbouw bij de IC-stations. Maar er wordt ook geluisterd naar de behoefte van een aantal kernen, waar de leefbaarheid onder druk staat, om aan de randen van de bestaande bebouwde kern nieuwe woningbouw te realiseren (het ‘straatje erbij’).

Er wordt continu gewerkt om de afspraken zoals gemaakt in de Woondeal in te vullen, zowel kwalitatief als kwantitatief. In aanvulling hierop zijn in december 2024 afspraken rondom woningbouw gemaakt met partners op de Woontop. Deze afspraken komen deels overeen met de afspraken uit de Woondeal óf geven hier nadere invulling en duiding aan. Met de actualisatie van de POVI, de op te stellen woningbouwprogrammeringen en het Volkshuisvestingsplan wordt dit nog concreter.

Balans tussen beschermen en benutten van fysieke leefomgeving

•    In 2027 is de samenhang en integraliteit van afwegingen in de fysieke leefomgeving verbeterd, waarbij rekening gehouden wordt met de schaarste aan ruimte, water, milieuruimte en ruimte op het elektriciteitsnet.

De (ruimtelijke) opgaven in Limburg zijn groot, maar de ruimte is schaars. Als we alle sectorale ruimtevragen naast elkaar in onze Provincie willen toestaan, dan hebben we meer ruimte nodig dan we beschikbaar hebben in onze Provincie. Ruimtelijke Ordening is dan ook niet voor niets terug van weggeweest. Gedurende deze collegeperiode zal de actualisatie van de Provinciale Omgevingsvisie, met bijbehorende bouwstenen zoals de ontwerpende onderzoeken, waarover uw Staten beslissen een groot thema zijn waarbij uw Staten actief betrokken zullen worden. Hier wordt ook een aanpassing van de Omgevingsverordening aan gekoppeld. Hierbij wordt onder andere gekeken naar aanpassingen die de Provincie meer grip geven om te sturen op specifieke opgaven.

Provincies bepalen samen met gemeenten en het Rijk hoe de fysieke leefomgeving van burgers en bedrijven wordt gebruikt. De (ruimtelijke) opgaven zijn groot en divers, terwijl de ruimte schaars is. De urgente maatschappelijke opgaven zoals het woningtekort, de kwaliteit van de natuur, de transitie van de landbouw en de verduurzaming van de energievoorziening hebben grote ruimtelijke impact.

In ons omgevingsbeleid moet volop aandacht zijn voor een goede balans tussen wonen, werken en ontspannen. Met oog voor een veilige en schone leefomgeving, waarbij de inrichting van de ruimte bijdraagt aan de leefbaarheid van steden en dorpen en de omgevingskwaliteit. Dit is ook een belangrijke factor voor het Limburgse vestigingsklimaat. De grote transities in onze samenleving leiden tot forse ruimteclaims. Dit vraagt om ruimtelijke afwegingen en scherpe keuzes voor de Provincie, in het bijzonder op het gebied van:
•    landbouw, water, natuur en stikstof;
•    klimaat en energie;
•    wonen en bereikbaarheid;
•    bedrijvigheid.

De ambities voor de fysieke leefomgeving en de ruimtelijke keuzes zijn/worden, conform de nieuwe Omgevingswet, vastgelegd in de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), in daarmee verbonden sectorale programma's en in de Omgevingsverordening. Hiermee wordt ruimtelijk richting gegeven aan de ambities en doelen voor de Limburgse fysieke leefomgeving. Deze documenten maken onderdeel uit van de beleidscyclus van het omgevingsbeleid, waarvan monitoring en evaluatie onderdeel uitmaken.

Op nationaal niveau heeft het Rijk ervoor gekozen haar rol in de ruimtelijke ordening te versterken, gezien de grote ruimtelijke impact van de transities en opgaven waar Nederland voor staat. De Provincies hebben als regionale gebiedsautoriteit bij de uitwerking hiervan een centrale rol. Die uitnodiging hiervoor verbinden wij met onze eigen beleidscyclus.

De bodem en ondergrond worden in toenemende mate benut ten behoeve van de vele maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en duurzaam bodembeheer in de landbouw. Daarbij zetten wij in op duurzaam en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond, waarbij benutten en beschermen goed met elkaar in balans zijn. Dit vereist dat rekening wordt gehouden met het functioneren van bodem en ondergrond als natuurlijk systeem. Daarmee zijn bodem en ondergrond goed in staat om ecosysteemdiensten te leveren (vitale bodems), zijn kringlopen van (voedings)stoffen, water en energie in stand gehouden of hersteld en zijn verontreinigingen zoveel mogelijk voorkomen. Bij (ruimtelijke) ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving worden vanaf het begin van de planvorming de bovengrond en de ondergrond in samenhang bezien. Driedimensionale ordening staat centraal. Duurzaam gebruik van bodem en ondergrond kent raakvlakken met veel andere werkvelden, zoals planologie, landbouw, klimaat, mijnbouw, water en energie.

Belangrijk is dat de inzet op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, wonen, mobiliteit, energie en verduurzaming leidt tot verbetering van de leefbaarheid en tot een gezonde en veilige leefomgeving voor alle Limburgers. Zowel op het platteland als in de steden. Er wordt gekozen voor een samenhangende aanpak van sociale en fysieke vraagstukken, waar samen met gemeenten, corporaties, bewonersinitiatieven en andere partners invulling aan wordt gegeven. Waarbij ook impulsen uit de buurt- en wijkgerichte aanpak uit het kader Samen Leven en Bestaanszekerheid een bijdrage leveren. Dat moet leiden tot sterke steden en krachtige, bereikbare plattelandskernen, met voldoende voorzieningen en groen, aantrekkelijke ontmoetingsplekken, toegankelijke evenementen en een springlevend verenigingsleven.
Daarbinnen is het streven om de Limburgse woonopgave te realiseren, zodat elke inwoner van Limburg in elke levensfase kan beschikken over adequate, betaalbare en toekomstbestendige woonruimte in de vertrouwde omgeving. 

Naast het beleidskader ‘Leefbare Steden en Dorpen’ wordt er reeds middels bestaande kaders zoals IBA Parkstad (coalitieperiode 2015-2019) en Kwaliteit Limburgse Centra (coalitieperiode 2019-2023) invulling gegeven aan het behalen van deze doelstellingen. De inspanningen vanuit deze kaders zullen in de collegeperiode (2023-2027) (voor het grootste deel) worden afgerond.  

Vanuit de bestaande kaders IBA Parkstad en Kwaliteit Limburgse Centra zijn al vele projecten voortgekomen die allen (vrijwel) in uitvoering of afgerond zijn. Dit heeft zowel in stedelijke centra alsook de kleine kernen van Limburg (en specifiek voor regio Parkstad) geresulteerd in o.a. een kwalitatief beter en passender woningaanbod, waarbij er aandacht is voor de starter, de senior en de student, maar ook de internationale werknemer en statushouder niet wordt vergeten. Hierbij is een kwalitatieve impuls gegeven aan (het ruimtelijke aspect van) verschillende centra en wijken, is leegstand gereduceerd, is er meer groen gerealiseerd, zijn meer sociale huurwoningen op de markt gekomen en kunnen meer mensen doorstromen naar een woning die bij hun behoeftes past. Hiermee is de juiste woning op de juiste plek voor de juiste doelgroep gerealiseerd en met de afronding van steeds meer projecten zal de merkbaarheid van dit effect blijven groeien. 

Besluiten van PS ten aanzien van ruimtelijke ordening hebben via provinciale belangenbehartiging bij gemeentelijke plannen, via Omgevingsverordening en eventueel Projectbesluiten direct invloed op de leefwereld van de Limburgers.

Wat merkt de Limburger ervan?

Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren die reeds beschikbaar zijn, zijn hieronder gepresenteerd.

Aantal bruto toegevoegde woningen (D_40a)

In 2023 werden in Limburg bruto 3.974 woningen aan de woningvoorraad toegevoegd (exclusief onttrekkingen). Bijna de helft van de woningen werd in Zuid-Limburg gerealiseerd. Midden- en Noord-Limburg realiseerden elk ongeveer een kwart van de woningen. In de Woondeal is afgesproken om in  de periode 2022-2024 16.561 woningen te bouwen. Na twee jaar is ruim de helft hiervan gerealiseerd. De cijfers over 2024 komen medio 2025 beschikbaar.

Deze cijfers zijn gebaseerd op de registratie van realisaties in de plancapaciteitsmonitor door gemeenten. De cijfers wijken af van de mutaties woningvoorraad van het CBS. Zie paragraaf 5.5 van de Woonmonitor 2024 voor een uitleg.

Aantal netto toegevoegde woningen (D_40b)

In 2023 werden 645 woningen door sloop, verbouwing en functiewijziging  aan de woningvoorraad onttrokken. Netto nam de woningvoorraad in Limburg dat jaar met 3.329 woningen toe.

Aandeel gerealiseerde betaalbare woningen t.o.v. het totaal aantal gerealiseerde woningen (D_41a)

Sociale huurwoningen vallen onder het betaalbare segment. Daarnaast zijn huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot €1.000 per maand betaalbaar. Koopwoningen onder €355.000 vallen ook onder het betaalbare segment.

In 2023 werd 61% van de bruto-toevoegingen in Limburg in het betaalbare segment gerealiseerd. Dat is iets onder het streefpercentage van 64%. In 2022-2023 werd een aandeel van 58% in het betaalbare segment gerealiseerd. In Noord- en Midden-Limburg was dat 45% en in Zuid-Limburg 72%.

Leefbaarheid in de fysieke omgeving (D_39a)

De Leefbaarometer is een instrument dat tot op laag schaalniveau een inschatting geeft van de leefbaarheid. Het instrument doet dat op basis van een groot aantal kenmerken van de woonomgeving. Deze variëren van de in een gebied gepleegde misdrijven tot de lokale geluidsbelasting. De Leefbaarometer is onderverdeeld in vijf ‘dimensies’ waarbinnen thematisch met elkaar samenhangende indicatoren zijn gegroepeerd. De 'fysieke omgeving' is één van deze dimensies.

De Leefbaarometer kent een totaalscore per gebied. Daarnaast wordt de afwijking t.o.v. het landelijk gemiddelde getoond. Onderstaande grafiek toont in hoeverre de dimensie fysieke omgeving (bijv. hoeveelheid groen, aanwezigheid van infrastructuur, milieukwaliteit) gemiddeld bijdraagt aan de afwijking t.o.v. het landelijk gemiddelde.

Op wijk- en buurtniveau kan de fysieke omgeving een positieve of negatieve bijdrage hebben. Op hogere schaalniveaus zijn die afwijkingen niet zichtbaar. Bezoek daarom de website Leefbaarometer.nl voor kaarten en onderliggende indicatoren.

Bron: Leefbaarometer
Leefbaarheid: toegang tot voorzieningen (D_39aa)

De Leefbaarometer is een instrument dat tot op laag schaalniveau een inschatting geeft van de leefbaarheid. Het instrument doet dat op basis van een groot aantal kenmerken van de woonomgeving. Deze variëren van de in een gebied gepleegde misdrijven tot de lokale geluidsbelasting. De Leefbaarometer is onderverdeeld in vijf ‘dimensies’ waarbinnen thematisch met elkaar samenhangende indicatoren zijn gegroepeerd. 'Voorzieningen' is één van deze dimensies.

De Leefbaarometer kent een totaalscore per gebied. Daarnaast wordt de afwijking t.o.v. het landelijk gemiddelde getoond. Onderstaande grafiek toont in hoeverre de dimensie voorzieningen (bijv. nabijheid onderwijs, horeca en zorg) gemiddeld bijdraagt aan de afwijking t.o.v. het landelijk gemiddelde. 

Met name in de steden levert deze dimensie een positieve bijdrage aan de leefbaarheid. Op wijk- en buurtniveau kunnen voorzieningen een positieve of negatieve bijdrage hebben. Bezoek de website Leefbaarometer.nl voor kaarten en onderliggende indicatoren.

Bron: Leefbaarometer

  • Omschrijving (label)
    Voorjaarsnota 2025

    Kwaliteit

    • Tussen 2023-2027 zijn er vanuit de Provincie minstens 100 inwonersinitiatieven ondersteund
      welke een positieve bijdrage leveren aan de leefbaarheid in de wijk;
    • Tussen 2023-2027 zijn er vanuit de Provincie minstens 10 initiatieven voor gemeenschapsvoorzieningen en/of ontmoetingsplekken ondersteund welke een positieve bijdrage leveren aan de leefbaarheid in de wijk;
    • Tussen 2023-2027 is er vanuit de leefbaarheidsaanpak bijgedragen aan minstens 10 leefbaarheidsakkoorden, welke een positieve bijdrage leveren aan de leefbaarheid in de wijk;
    • Tussen 2023 en 2027 worden de projecten uit reeds bestaande kaders zoals IBA Parkstad (coalitieperiode 2015-2019), alsmede Kwaliteit Limburgse Centra (coalitieperiode 2019-2023) voortgezet en (grotendeels) afgerond. 

    Op dit moment (april 2025) is de stand van zaken als volgt: 
    •    Vanuit de subsidieregeling van de Leefbaarheidsaanpak voor kleinschalige (inwoners)initiatieven zijn 13 subsidies aan initiatieven verleend;
    •    Vanuit de subsidieregeling van de Leefbaarheidsaanpak voor stichtingen, verenigingen en coöperaties zijn 11 subsidies aan initiatieven verleend;
    •    Vanuit de subsidieregeling van de Leefbaarheidsaanpak voor publieke gebiedsgerichte initiatieven zijn twee Leefbaarheidsakkoorden (nieuwe naam voor leefbaarheidsdeals) gesloten;
    Hierbij zijn de volgende aandachtspunten van belang:
    •    De subsidieregelingen van de Leefbaarheidsaanpak voor kleinschalige (inwoners)initiatieven en voor stichtingen, verenigingen en coöperaties zijn zowel voor fysieke als voor sociale initiatieven bedoeld. Dit betekent dat de reikwijdte breder is dan in het beleidskader Leefbare steden en dorpen is omschreven;
    •    Zowel het aanvragen als het verlenen van subsidies kost enige tijd. Hierdoor is het proces van subsidieverlening sinds de openstelling van de verschillende subsidieregelingen in oktober 2024 geleidelijk op gang gekomen.
    Mede op basis van deze twee kanttekeningen schatten wij in dat we goed op schema liggen om de doelstellingen met betrekking tot de inwonersinitiatieven en Leefbaarheidsakkoorden te halen. Ten aanzien van de doelstellingen voor gemeenschapsvoorzieningen en/of ontmoetingsplekken stellen wij voor om naar aanleiding van de stand van zaken de doelstelling te verhogen van 10 naar 20 initiatieven.

    Tijd

    Op basis van de stand van zaken van de Leefbaarheidsaanpak, zoals hierboven omschreven onder ‘Kwaliteit’, schatten wij in dat we goed op schema liggen om de doelstelling voor 2027 te halen.

    Geld

    Voor de uitvoering van product 5.1.1. Leefbare steden en dorpen wordt het budget in 2025 verhoogd met € 1,02 mln. Dit betreft het Uitvoeringsplan Leefbaarheidsaanpak en subsidieregelingen Leefbaarheidsaanpak 2024-2027. Hiervoor is in 2025 een bedrag van € 11,5 mln. nodig. Aanvullend op de reguliere middelen is een bedrag van € 1,02 mln. toegevoegd in 2025 en € 1,71 mln. in 2026.  Dit voorstel wordt gedekt uit de programmareserve Leefbaarheid.

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Groen

  • Omschrijving (label)
    Voorjaarsnota 2025

    Kwaliteit

    We acteren langs 3 lijnen:
    1.    Versnelling uitvoering Woondeal;
    2.    Limburgse aanpak bebouwde omgeving;
    3.    Regie op de Volkshuisvesting en verrijken Woondeal.

    ad 1. Versnelling uitvoering Woondeal, oftewel het versnellingsmenu
    De hoofddoelstelling is versnelling van de woningbouw/ realisatie van de Woondeal 2022-2030. Om dit hoofddoel te bereiken zijn 5 deelprojecten benoemd die sterk samenhangen en waarmee gemeenten worden ondersteund bij het uitvoeren van de gemeentelijke taken die samenhangen bij de uitvoering van de Woondeal én bij de producten die gevraagd worden naar aanleiding van de Wet versterking regie op de Volkshuisvesting.

    We gaan werken met een ‘Versnellingsmenu’, dat bestaat uit de volgende 5 projectlijnen:
    Lijn 1. Extra capaciteit voor gemeenten in regionaal verband: wordt samen met de 3 regio’s nader uitgewerkt;
    Lijn 2. Kennisdeling en -ontwikkeling: kennisdeling met en tussen alle stakeholders (gemeente, corporatie, ontwikkelaren, architecten, makelaars en RO/woon adviesbureaus en Provincie). Tevens zal ook aan bestuurlijke kennisdeling worden gewerkt;
    Lijn 3. Kansrijk aanspreken van Rijksregelingen (ondersteunen van gemeenten om de complexe regelingen kansrijk aan te spreken);
    Lijn 4. Versnellingstafels (provinciaal om oplossingen voor Limburgse knelpunten te vinden en te agenderen op de landelijke tafel en regionale versnellingstafels om locatie- of projectspecifieke knelpunten op te lossen en volgorde van realisaties met corporatie, markt en gemeenten af te stemmen);
    Lijn 5. Standaardisatie en uniformiteit (bijvoorbeeld in de bouwstroom (procedures en certificering), maar ook bij het opstellen van de benodigde documenten);

    Vanuit lijn 1 extra capaciteit is per 1 januari 2025 de subsidieregeling “flexibele inzet ondersteuning woningbouw 2025-2027” opengesteld. We stellen daarmee € 4,6 miljoen aan middelen beschikbaar (€ 3,1 provinciale middelen en € 1,5 rijksmiddelen) voor regionale samenwerking en uitbreiding gemeentelijke capaciteit. Tevens wordt in deze subsidieregeling per gemeente € 10.000 beschikbaar gesteld voor het regionaal afstemmen van woonzorgvisies.

    Vanuit lijn 2, kennisdeling en -ontwikkeling, starten we een opleidingstraject voor alle stakeholders (gemeenten, corporaties, ontwikkelaars, architecten, makelaars en de Provincie). Ook wordt ingezet op bestuurlijke kennisdeling. Met deze lijn stimuleren we naast kennisdeling ook samenwerking, vertrouwen en netwerken. In 2025 wordt het traject aanbesteed.

    Vanuit lijn 3 blijven we gemeenten ondersteunen bij het kansrijk aanspreken van complexe Rijksregelingen.

    In lijn 4 hebben we in 2025 twee provinciale versnellingstafels georganiseerd. Daarnaast stimuleren we het organiseren van regionale versnellingstafels (N-M-Z), gericht op het oplossen van locatie- of projectspecifieke knelpunten en prioriteren van woningbouwprojecten tussen gemeente, markt en corporatie.

    Vanuit lijn 5 werken we mee aan Bouwstroom Limburg waarbij 6 corporaties 1.500 fabrieksmatig gebouwde woningen samen inkopen.

    ad 2. Limburgse Aanpak bebouwde omgeving
    Binnen dit spoor acteren we langs drie lijnen. Met Limburg Centraal voorzien we in  een verstedelijkingsstrategie en grootschalige woningbouw. Ten tweede zal het proces van ‘straatje erbij’ enerzijds in de gemeentelijke/regionale programmeringen landen (ter concretisering van de Woondeal) en anderzijds zullen voorgenomen wijzigingen van de Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening worden uitgewerkt en aan de Staten worden voorgelegd. Ten derde zal de provinciale rol ten aanzien van de bestaande woningvoorraad en herstructurering nader worden uitgewerkt.

    Limburg Centraal
    In het voorjaar van 2024 hebben wij samen met het Rijk en zes intercitygemeenten in Limburg het ambitiedocument Limburg Centraal gepresenteerd. Hierin staat dat we ruim 30.000 woningen willen bouwen rond de stations van deze steden tot en met 2040. Om dit te realiseren, hebben we een samenwerking opgezet tussen het Rijk, de Provincie, de zes gemeenten, het Waterschap en netbeheerder Enexis.  

    In november 2024 is tijdens het BO Leefomgeving het startsein gegeven om samen met de bovenstaande partijen een verstedelijkingsstrategie te ontwikkelen. In 2025 zijn we hier conform Plan van Aanpak mee gestart. Eveneens zijn we samen met de zes gemeenten gestart met het opstellen van de zes businesscases. ProRail, Arriva en NS worden hierbij betrokken. Verstedelijking gaat om het versterken van de woon-, werk en leefomgeving in deze steden. Zodoende wordt ook vanuit de economische portefeuille verstedelijking volgens Limburg Centraal ondersteund. We verwachten cofinancieringsvragen voor woningbouwprojecten vanuit de regio op basis van de businesscases. We zullen dan ook in de provinciale begroting 2026 een nader onderbouwd financieel voorstel opnemen, aangezien deze verstedelijking van majeure betekenis is voor onze provincie. De contouren van de verstedelijking worden verwerkt in de POVI, waarmee we onze woningambitie in Limburg Centraal van 30.000 woningen planologisch verankeren.

    Straatje erbij
    Het onderzoek naar Straatje Erbij is in de 2e helft van 2024 uitgevoerd en door Gedeputeerde Staten vastgesteld in Q2 2025. Het traject van actualisatie Provinciale Omgevingsvisie loopt. Verdere planologische uitwerking op gemeenteniveau is mogelijk. 

    Bestaande woningvoorraad en herstructurering
    In het kader van het opstellen van het Volkshuisvestingsprogramma zal aanpak bestaande woningvoorraad en herstructurering worden meegenomen, aangezien dit het meest geschikte instrument daarvoor is.

    ad 3. Regie op de Volkshuisvesting en verrijking Woondeal
    De wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting verplicht Rijk-Provincie-Gemeenten om een Volkshuisvestingsprogramma vast te stellen. In deze documenten wordt vastgelegd ‘waar, hoeveel en voor wie’ woningen worden gebouwd, hierbij dient ook de bestaande voorraad te worden betrokken. In het ‘voor wie’ is er specifieke aandacht voor aandachtsgroepen. Deze kunnen én in de nieuwbouw (2/3 betaalbaar en 30% sociaal), maar ook in de bestaande voorraad huisvesting vinden (bijvoorbeeld via een Huisvestingsverordening en Urgentieregeling). 

    De verrijking van de Woondeal heeft betrekking op de juiste verdeling van de nieuwe en bestaande woningvoorraad voor verschillende doelgroepen. Wij gaan door met het organiseren van de Woonkeuken, de Woonkamer en met de ambtelijke en bestuurlijke overleggen op regionaal niveau. 

    In  het Bestuurlijk overleg Wonen Limburg van november 2024 is de provinciale programmering Wonen vastgesteld. Hiermee is de Woondeal opgehoogd met 3.000 woningen naar 29.550. Onderdeel van deze programmering is de bandbreedte huisvesting aandachtsgroepen. Het Rijk heeft in eerste aanzet bijzondere aandacht voor ouderen. In 2025 zal in het Bestuurlijk overleg Woondeal met de minister, de programmering worden vastgesteld en de Woondeal worden geactualiseerd. Het Rijk stuurt op een cyclus van 3 jaar voor de herijking van de Woondeal. 

    In 2025 zal PS een voorstel ontvangen voor de verordening starterslening ter besluitvorming over nieuw provinciaal krediet, aanpassing verordening, aangezien de provinciale bijdrage wordt verlaagd naar 50%. Met betrekking tot motie 3148 ten aanzien van waarborging dat per gemeente 20% van het woningaanbod in aanmerking komt voor startersleningen, zal in dit PS-voorstel ook worden uitgewerkt t.b.v. maatwerk maximale aankoopsom.

    In 2025 wordt, in lijn met motie 3136 "Geef jongeren een stem in de woningmarkt", onderzoek gedaan naar hoe de stem van Limburgse jongeren beter meegenomen kan worden in woningbouwbeleid. Deze inzichten worden gedeeld met Provinciale Staten en alle Limburgse gemeenten. 

    Tijd

    •  In 2027 is het woningaanbod ten opzichte van 2023 verbeterd door de beschikbaarheid van meer (betaalbare) woningen;
    • In 2027 zijn 17.500 woningen uit de Woondeal gerealiseerd;
    • In 2027 past het woningaanbod bij de woningbehoefte zoals onderschreven in de Limburgse Woondeal;
    • In 2027 zijn minstens 3.000 woningen van de ambitie van 20.000 woningen (planologisch) verankerd, waaronder de woningen bij locaties rondom OV-knooppunten;
    • Tussen 2023-2027 draagt de Provincie bij aan een effectieve samenwerking met gemeenten, marktpartijen, woningcorporaties en het Rijk om woningen uit de Woondeal Limburg te realiseren;
    • In 2024 hebben alle woonregio’s (3) onder coördinatie van de Provincie een Woonzorgvisie vastgesteld;
    • In 2025 is de Woondeal Limburg verrijkt met afspraken over de huisvesting van aandachtsgroepen;
    • In 2026 geeft het provinciale Volkshuisvestingsprogramma duidelijkheid over de provinciale opgave;
    • In 2027 hebben we samen met de gemeenten concrete invulling gegeven aan de ambities uit het LABO.

    1.    Versnelling uitvoering Woondeal;
    2.    Limburgse aanpak bebouwde omgeving;
    3.    Regie op de Volkshuisvesting en verrijken Woondeal.

    ad 1. Versnelling uitvoering Woondeal:    
    We liggen op koers met het realiseren van de doelstellingen uit de Limburgse Woondeal (+3.000 woningen); het woningaanbod verbetert en de realisatie van 17.500 (betaalbare) woningen richting 2027 verloopt volgens planning. Als Provincie hebben we een verbindende rol en dragen we bij aan effectieve samenwerking en onderling vertrouwen tussen gemeenten, marktpartijen, woningcorporaties en het Rijk. Dit doen we door mensen samen te brengen in de Limburgse Woonkeuken, de Woonkamer, de Versnellingstafels, het Kernteam en de Klankbordgroep Marktpartijen, waar realisatie, verbinding en vertrouwen centraal staan. Deze samenwerking en afstemming zijn essentieel om de Limburgse Woondeal daadwerkelijk te kunnen realiseren. Met de uitvoering van het versnellingsmenu blijven we aandacht houden en ondersteuning bieden voor versnelde uitvoering van de Woondeal.

    ad 2. Limburgse aanpak bebouwde omgeving

    Limburg Centraal                                                                                                                               

    We liggen op koers met Limburg Centraal (woningen rondom OV-knooppunten) om een deel van de ambitie van 20.000 woningen planologisch vast te leggen in 2027. We ontwikkelen daartoe een verstedelijkingsstrategie die verwerkt zal worden in de provinciale omgevingsvisie. De werkzaamheden verlopen volgens planning, en de eerste tussenresultaten worden in 2025 verwerkt in de POVI.
    De verstedelijkingsstrategie is opgebouwd uit drie tussenproducten: contouren van het verstedelijkingsconcept (mei 2025), het verstedelijkingsconcept (november 2025) en de verstedelijkingsstrategie (mei 2026). De businesscases zijn voorzien in november 2025.

    Straatje erbij 
    Het onderzoek naar het ‘Straatje erbij’ is afgerond en wordt verwerkt in de POVI. Verdere planologische uitwerking op gemeenteniveau is daarmee mogelijk. 

    Bestaande woningvoorraad en herstructurering
    In het kader van het opstellen van het Volkshuisvestingsprogramma (start 2026) zal aanpak bestaande woningvoorraad en herstructurering worden meegenomen, aangezien dit het meest geschikte instrument daarvoor is.

    ad 3. Regie op de Volkshuisvesting en verrijking Woondeal                                                                                                                      

    In 2025 zal in het Bestuurlijk overleg Woondeal met de minister, de programmering worden vastgesteld en de woondeal worden geactualiseerd. Het Rijk stuurt op een cyclus van 3 jaar voor de herijking van de Woondeal. Tevens stellen we in 2025 een actueel provinciaal woningbehoefte onderzoek vast. 

    Woonzorgvisie

    Met het wijzigen en later vaststellen van de Wet versterking regie Volkshuisvesting, is de verplichting voor gemeenten om een woonzorgvisie vast te stellen ook uitgesteld.  

    Wij zien erop toe dat gemeenten in 2025 hun woonzorgopgave vaststellen en in regionaal verband op elkaar afstemmen, zodat deze als input meegenomen kunnen worden in de op te stellen volkshuisvestingsprogramma’s. Aan de provinciale woonzorgtafel volgen we de voortgang op dit vlak en met de inzet van middelen uit de regeling “Subsidie flexibele inzet ondersteuning woningbouw 2025-2027” ondersteunen we de gemeenten hierbij. De uitkomsten van de Woonzorgvisie, voor zover het woonopgave betreft, zullen als aanvullende afspraken in de Woondeal landen.

    Volkshuisvestingsprogramma

    De start van het Volkshuisvestingsprogramma is uitgesteld. In 2025 ligt de prioriteit bij het Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de provinciale omgevingsverordening (OVL). Hierdoor wordt het opstellen van het Volkshuisvestingsprogramma doorgeschoven naar 2026. Op dit moment is dit geen wettelijke verplichting. 

    Geld

    Voor de uitvoering van product 5.1.2. Toekomstbestendige woonruimte wordt het budget in 2025 verhoogd met € 1,02 mln. Dit betreft de Specifieke uitkering voor de Nadere subsidieregels flexibele inzet ondersteuning woningbouw, waarbij aanvullend op de reguliere middelen een bedrag van € 1,02 mln. wordt toegevoegd zowel aan de baten als aan de lasten van dit product. 

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Groen

  • Omschrijving (label)
    Voorjaarsnota 2025

    Kwaliteit

    Inzet is om in de geactualiseerde POVI keuzes te maken over de keuzevraagstukken die in het Ruimtelijk Voorstel uit december 2023 zijn geïdentificeerd. Het beleid voor de sectorale thema's wordt geactualiseerd, dat geldt evenzeer voor de Limburgse principes die in de POVI opgenomen zijn.

    Tijd

    In september 2024 is een nadere planning aan PS gestuurd met daarin de momenten, waarop de Staten tussentijds betrokken zullen worden bij het proces richting aanscherping van de POVI. De definitieve vaststelling van de geactualiseerde POVI door PS is voorzien in december 2025.


    De planning van het Ruimtelijke Arrangement is voorzien medio 2025 en is in hoge mate afhankelijk van het Rijk.

    Geld

    Voor de uitvoering van product 5.1.3. Kwaliteit met minder ruimte wordt het budget in 2025 verhoogd met € 0,24 mln. Dit betreft de procesmiddelen voor de uitvoeringsagenda NOVEX De Peel. Het bedrag van € 0,24 mln. wordt toegevoegd zowel aan de lasten als aan de baten. De baten betreffen de ontvangen bijdrage van partners, welke nog niet in de begroting waren opgenomen. 

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Groen

  • Omschrijving (label)
    Voorjaarsnota 2025

    Kwaliteit

    • Actieprogramma bodem en ondergrond 2025 is vastgesteld door GS;
    • Gestart is met de uitvoering van het Actieprogramma bodem en ondergrond 2025. Hierbij zijn diverse projecten in uitvoering, zoals de inventarisatie PFAS bronlocaties, het communicatieplan bodemkwaliteit Geuldal en de implementatie Basisregistratie Ondergrond (BRO);
    • Gestart is met de regie op het Actieplan Nazorg Steenkoolwinning 2024-2025.

    Tijd

    • De uitvoering van het vastgestelde Actieprogramma bodem en ondergrond 2025 verloopt volgens planning;
    • De regie op de uitvoering van het Actieplan Nazorg Steenkoolwinning 2024-2025 is conform planning.

    Geld

    Bij de Jaarstukken 2024 is de overboeking van € 3,12 mln. voor het project Grondsanering De Straat in Roermond niet correct verwerkt. De aanwending van de reserve Bodemsanering 2024-2023 is gecorrigeerd met een bedrag van € 0,80 mln. 

    Kwaliteit (indicator)
    Groen

    Tijd (indicator)
    Groen

    Geld (indicator)
    Groen

Uitvoering begroting 2025: budgetrealisatie

Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Uitvoering begroting 2025: budgetrealisatie

De totale lasten van de gewijzigde begroting 2025 voor dit programma tot aan de Voorjaarsnota bedragen € 41,45 mln., bestaande uit €  33,43 mln. reguliere middelen en € 8,02 mln. personeelskosten. 

In onderstaande grafiek presenteren wij alleen de reguliere middelen vanwege de beïnvloedbaarheid van deze posten. Het betreft de bestedingen en juridische verplichtingen tot 1 april (gerealiseerd en verplicht) en de op dat moment resterende vrije ruimte binnen de vastgestelde budgetten. 

Onze voortgangsanalyse geeft aan dat het nodig is om de begroting bij te stellen. Wij faseren € 0,24 mln. door de middelen naar voren te halen uit het budget 2026.

Wat mag het kosten?

Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Wat mag het kosten?

In deze Voorjaarsnota 2025 wordt de begroting van het programma Leefbare steden en dorpen bijgesteld op basis van de inhoudelijke en financiële voortgang, zoals beschreven in de beleidsproducten en voortgangsinformatie. 

De volgende voorstellen aan budgetophoging zijn opgenomen:

  • Uitvoeringsplan Leefbaarheidsaanpak en subsidieregelingen Leefbaarheidsaanpak 2024-2027. Hiervoor is in 2025 een bedrag van € 11,5 mln. nodig. Aanvullend op de al geraamde reguliere middelen is een bedrag van € 1,02 mln. toegevoegd; 
  • Voor de Uitvoeringsagenda De Peel is een bedrag opgenomen van € 0,24 mln. Dit betreft de provinciale bijdrage en de ontvangen bijdrage van partners.

Daarnaast zetten wij voor een bedrag van € 1,02 mln. aan specifieke uitkeringen in voor de Nadere subsidieregels flexibele inzet ondersteuning woningbouw.

Tot slot storten wij € 1,14 mln. in de nieuwe bestemmingsreserve AROV. Dit bedrag  komt voort uit afspraken met het Ministerie van I&W en dient als risicobuffer voor door de realisatie van de langzaam verkeersbrug over de Maas. Hiermee wordt de stedelijke kwaliteit bevorderd. Door de ProRailgronden tussen te slopen spoorbrug en de Belgische grens te verwerven kan een stedelijke/natuurlijke ontwikkeling worden ingezet. In de Financiële begroting staat een uitgebreide toelichting op het instellingsbesluit van deze reserve. 

Per saldo stijgen de lasten met € 3,42 mln. Het gevolg van deze wijzigingen is dat het begrote uitgavenvolume van de begroting (lasten en stortingen in de reserves) van dit programma stijgt van € 41,65 mln. naar € 45,07 mln.

Voor nadere details verwijzen wij naar de toelichtingen op product-niveau bij 'Wat gaan we daarvoor doen?', onderdeel Geld.

Bedragen x €1.000