5.1.3. Kwaliteit met minder ruimte
Na vaststelling door de Staten van de geactualiseerde Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) in mei 2026 en gewijzigde Omgevingsverordening Limburg in september 2026 geven we uitvoering aan die visie. Dat gebeurt deels door nadere uitwerking in programma’s onder de Omgevingswet, uitvoeringsagenda’s en andere uitvoeringsdocumenten, al dan niet op basis van gebiedsgerichte processen. En deels bij de planologische beoordeling van gemeentelijke plannen, via bestuursafspraken met andere overheidspartners en in de rol van bevoegd gezag bij projectbesluiten.
We geven niet alleen uitvoering aan de POVI, we verkennen ook nieuwe omgevingsvraagstukken die op Limburg afkomen en de impact van nieuwe (Europese en nationale) regelgeving. En we geven invulling aan in de POVI afgesproken acties op beleidsmatig vlak, zoals het bezien van de definitie en begrenzing van stedelijk gebied en een herijking van het beleid voor glastuinbouw. Ook pakken we de opdrachten op die besloten zitten in moties bij vaststelling van POVI of Omgevingsverordening. Bij vaststelling van de POVI zijn de volgende moties aangenomen: Maak bedrijventerreinen groener (3292), Externe effecten op het NNL (3293), Overgangsgebieden kwetsbare Natura-2000 gebieden (3294), Grip op gebiedsprocessen (3295), Zuinig op de ruimte; stenen in de stad niet daarbuiten (3296), Bouwen voor singles (3297), Gezonde leefomgeving (3298).
Bij het verder vormgeven van de beleidscyclus van de Omgevingswet, zoals omschreven in de POVI, zullen we de samenhang en integraliteit die gedurende het proces van de POVI en Omgevingsverordening zijn opgebouwd behouden en verder verdiepen. Zoals geadviseerd in het rapport ‘Ruimte met Regie’ naar aanleiding van het art. 217a onderzoek dat in 2025 is opgeleverd, nemen we daarbij zowel intern als extern een meer regisserende rol.
Binnen de beleidscyclus geven we bijzondere aandacht aan de wisselwerking met Rijkstrajecten. Dat gaat bijvoorbeeld over de implementatie van de Nota Ruimte met bijbehorende Uitvoeringsagenda, Ruimtelijk Arrangement, aanpak NOVEX-gebieden en VISTA-strategie. Maar ook over de wisselwerking met sectorale nationale programma’s.
Ook de samenwerking met gemeenten en Waterschap Limburg komt op veel onderdelen van de beleidscyclus terug. Als voorbeelden noemen we de Bestuurlijke overleggen Fysieke leefomgeving Limburg en de totstandkoming van regionale bestuursafspraken. We bezien opties om de samenwerking met gemeenten verder te kunnen versterken.
We geven bijzondere aandacht aan het aspect monitoring. En we verkennen de mogelijkheden voor snelle (‘kort cyclische’) aanpassingen van POVI en Omgevingsverordening.
De provinciale rol in de uitvoering van het ruimtelijk beleid is gericht op het (mede) richting en uitvoering geven aan concrete maatschappelijke initiatieven en ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij worden steeds verbindingen gelegd tussen het beoogde initiatief met maatschappelijke opgaven, provinciale belangen (zoals verankerd in POVI en Programma's), bestuurlijke afspraken en wettelijke kaders.
We beoordelen gemeentelijke omgevingsplannen en BOPA’s (vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) op de adequate doorwerking daarin van de vernieuwde POVI en Omgevingsverordening, voor zover in die plannen provinciale belangen aan de orde zijn. We zetten conform Omgevingswet erop in om aan de voorkant van gemeentelijke planprocessen betrokken te worden.
Daarnaast leveren we een bijdrage aan gebiedsontwikkelingen (in stedelijk gebied, landelijk gebied en op het grensvlak van stad en land). Daar waar nodig zet de Provincie het instrumentarium van het Projectbesluit in om gebiedsontwikkelingen te faciliteren.
Rol Provincie: bevoegd gezag, regisseur, partner, ondersteuner
De beleidscyclus, zoals omschreven in de POVI, omvat de uitwerking van de POVI in Programma’s onder de Omgevingswet en uitvoeringsagenda’s, de planologische beoordeling van gemeentelijke omgevingsplannen en BOPA’s, bestuursafspraken met mede-overheden, projectbesluiten, verkenningen, monitoring en evaluaties. Bij het verder vormgeven van de beleidscyclus is het van belang om ervoor te zorgen dat de samenhang en integraliteit uit de POVI behouden blijven. En dat die samenhang ook steeds goed uit te leggen is.
De precieze planning en prioritering van de uitwerking van de POVI en het nader vormgeven van de beleidscyclus moet nog nader bepaald worden, mede op basis van de besluitvorming over de Omgevingsverordening.
De planning van Rijkstrajecten is een verantwoordelijkheid van het Rijk.
Het budget voor het product 5.1.3. Kwaliteit met minder ruimte bedraagt € 5,26 mln. Dit bestaat uit € 1,34 mln. aan reguliere middelen en € 3,92 mln. aan personeelskosten. De reguliere middelen worden ingezet voor ondersteuning POVI, NOVEX De Peel en beheer onroerende eigendommen.
Nieuwe middelen
Voor de uitvoering van het Beleidskader 'Leefbare Steden en Dorpen' zijn in deze begroting voor 2027 de volgende lasten opgenomen:
- € 0,32 mln. voor het werkplan 2027 Novex De Peel (GS 07-07-2026). Dit bedrag wordt gedekt uit de Programmareserve onvoorziene uitgaven