Inleiding

Terug naar navigatie - 9. § Duurzaamheid - Inleiding

De verduurzaming van de provinciale organisatie blijft onverminderd van belang. Toenemende nationale en Europese wet- en regelgeving, aangescherpte klimaatdoelstellingen en de groeiende maatschappelijke verwachting dat overheden een voorbeeldrol vervullen, vragen om een verduurzaming van onze bedrijfsvoering en uitvoerende taken.

Vanuit deze maatschappelijke voorbeeldfunctie heeft Provincie Limburg in de beleidskaders "Nieuwe Energie en Schoon Leefmilieu" en "Werken aan een toekomstbestendige economie" vastgelegd, dat ook de eigen organisatie haar negatieve impact op mens, dier en milieu substantieel moet verminderen. Dit heeft geleid tot de vaststelling van het Uitvoeringsplan Duurzaamheid 2024-2030, waarin integraal is uitgewerkt hoe de provinciale organisatie invulling geeft aan het principe "practice what you preach".

In deze programmabegroting wordt gerapporteerd over de voortgang van de uitvoering van het Uitvoeringsplan Duurzaamheid 2024-2030 en de mate waarin de provinciale organisatie op koers ligt om deze doelstellingen te realiseren. Hiermee geven we invulling aan onze ambitie om niet alleen beleidsmatig, maar ook in onze eigen organisatie zichtbaar bij te dragen aan een duurzaam, toekomstbestendig en leefbaar Limburg.

De opgave

Terug naar navigatie - 9. § Duurzaamheid - De opgave

Het uitvoeringsplan duurzaamheid 2024-2030 is gebaseerd op het wettelijk kader, landelijke en Europese ambities, ambities voortkomend uit diverse akkoorden en intentieverklaringen en trends in de maatschappij. Dan gaat het bijvoorbeeld om de Klimaatwet, de routekaart schoon en emissieloos bouwen (SEB), het manifest MVOI, het Nationaal Programma circulaire economie en de Europese Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). In 2027 zal verder gewerkt worden aan een herijking van het programma.

In 2027 ligt de focus op het verder verankeren en waar nodig versnellen van de uitvoering van het Uitvoeringsplan Duurzaamheid 2024-2030. Een belangrijk onderdeel is de herijking van het uitvoeringsplan, waarbij doelen, maatregelen en scope opnieuw worden beoordeeld op basis van voortgang, nieuwe inzichten en maatschappelijke ontwikkelingen.

Daarnaast wordt in 2027 verder gewerkt aan de structurele borging van monitoring en rapportering, de verdere uitvoering van MVOI, de verduurzaming van gebouwen en mobiliteit, en de opschaling van duurzame maatregelen binnen de infrastructuur. Ook blijft de provincie investeren in kennis, gedrag en organisatie, zodat duurzaamheid steeds meer een vanzelfsprekend onderdeel wordt van de dagelijkse bedrijfsvoering.

Uitvoeringsplan duurzaamheid 2024-2030

Terug naar navigatie - 9. § Duurzaamheid - Uitvoeringsplan duurzaamheid 2024-2030

Het uitvoeringsplan duurzaamheid 2024-2030 kent 4 strategische doelen:
1: CO2-reductie: Minimaal 55% CO2-reductie realiseren in 2030 t.o.v. 2019;
2: Energiereductie: Jaarlijks 1,9% energiereductie tot en met 2030;
3: Circulariteit: Minimaal 50% reductie in het gebruik van primaire grondstoffen in 2030 t.o.v. 2019;
4: Implementatie: In 2030 is duurzaamheid een vanzelfsprekendheid in bedrijfsprocessen van de Provinciale organisatie.

Deze doelen zijn vertaald naar 5 thema's die betrekking hebben op de diverse onderdelen van de provinciale organisatie, nl.: energie, duurzaam inkopen en afval, mobiliteit, duurzame infrastructuur en mindset. Vervolgens gaat het om circa 175 reductiemaatregelen op deze thema's. 

Financiën

Terug naar navigatie - 9. § Duurzaamheid - Financiën

Voor het uitvoeringsplan duurzaamheid 2024-2030 is een aanjaagbudget van € 0,31 mln. tot en met 2027 beschikbaar gesteld. Dit bedrag wordt grotendeels ingezet voor de doorontwikkeling (automatisering dataproces) van de Duurzaamheidsmonitor Provinciale Organisatie en het opstellen van het concept actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI). 

Monitoring & voortgang

Terug naar navigatie - 9. § Duurzaamheid - Monitoring & voortgang

In 2025 is het duurzaamheidsdashboard ontwikkeld en gereed voor gebruik. Hiermee beschikt de organisatie over een integraal instrument dat inzicht biedt in de voortgang op de duurzaamheidsdoelstellingen.

Daarnaast is het proces voor de verzameling en verwerking van duurzaamheidsdata ingericht, getest en toegepast op de voetafdrukgegevens over 2025. Nieuwe datastromen zijn toegevoegd, zo kunnen we over 2025 een nog beter beeld van onze CO2-voetafdruk weergeven. Op basis van de opgedane ervaringen wordt dit proces momenteel geëvalueerd en verder geoptimaliseerd voor de monitoring van de voetafdruk over 2026. Hiermee wordt toegewerkt naar een structurele borging van rollen, taken en verantwoordelijkheden binnen de organisatie en wordt sturingsinformatie steeds beter beschikbaar voor management en bestuur.

Ook het Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) wordt opgenomen in het duurzaamheidsdashboard. Het MVOI-actieplan is vastgesteld. De monitoring van de voortgang wordt in 2026 ingericht en geïntegreerd in het dashboard.

Voetafdruk 2025: reductie ten opzichte van 2019, maar stijging ten opzichte van 2024
De totale CO2-voetafdruk van de provincie bedraagt in 2025 ruim 514 kton CO2. Dit is een daling van 11% ten opzichte van het vergelijkbare referentiejaar 2019. Ten opzichte van 2024 is de voetafdruk gedaald met ruim 5 kton CO2.

CO2-uitstoot

Binnen deze voetafdruk onderscheiden we een beïnvloedbaar deel (scope 1, 2 en zakelijke dienstreizen) en een niet-beïnvloedbaar deel (waaronder leveranciers en eindgebruikers binnen scope 3). Het beïnvloedbare deel is sinds 2019 met 64% gereduceerd. De daling sinds 2019 komt voornamelijk door verduurzaming van mobiliteit en het terugdringen van fossiel brandstofgebruik in het eigenwagenpark en de ov-concessies. Tegelijkertijd laten stijgende emissies binnen mobiliteit zien dat aanvullende maatregelen noodzakelijk blijven. Door toenemende drukte op provinciale wegen zijn de niet beïnvloedbare emissies gestegen.

CO2-reductie

Toekomstige opgave: sturen op gedragsverandering

De onverwachte stijgingen, binnen de dalende voetafdruk, in 2025 benadrukken het belang van gedragsverandering binnen de provinciale organisatie. Daarbij ligt de focus op duurzamere mobiliteitskeuzes, waaronder meer gebruik van openbaar vervoer en het provinciale wagenpark (deelauto’s) en minder gebruik van de privéauto en het vliegtuig.

Daarnaast blijft sturen op de minder beïnvloedbare scope 3- categorieën zoals GWW-projecten en het inkopen van goederen en grondstoffen ook een belangrijk onderdeel. Samenwerking met ketenpartners en innovatie in uitvoering zijn hierin essentieel.

Circulaire grondstoffen: afname in gebruik van secundair materiaal
Het aandeel secundaire grondstoffen in de provinciale uitvoering is in 2025 afgenomen van 40% naar 36%. Deze daling hangt samen met een toename van geluidsreducerend asfalt, waarvoor minder gerecycled materiaal beschikbaar is. Wel is 19% van het vrijgekomen materiaal direct hergebruikt en is 95% van de reststromen afgevoerd voor recycling.

Circulariteit

Energieverbruik provinciale gebouwen: stabilisatie

Het energieverbruik van provinciale gebouwen is in 2025 licht gedaald ten opzichte van 2024, met name door een lager aardgasverbruik. Het elektriciteitsverbruik bleef nagenoeg gelijk. Wel is de provincie in 2025 weer teruggegaan naar aardgas in plaats van groen gas vanwege tekorten voor Collectieve Energie Provincies. Dit past niet in de provinciale ambitie om fossiele brandstoffen terug te dringen.

Energieverbruik