Begroting en meerjarenraming
Inleiding
Terug naar navigatie - Begroting en meerjarenraming - InleidingIn dit deel geven we uitleg over onze begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030. We besteden extra aandacht aan de volgende onderwerpen:
- Specificaties van de begroting 2027 meerjarenraming 2028-2030 per programma, doelstellingen en beleidsproducten.
- Het verwachte financiële resultaat voor de periode 2027-2030.
- Middelen voor nieuw beleid en de inzet van de reserves per programma.
- De invloed van de Najaarsrapportage 2026 op de begroting van 2027 en de daaropvolgende jaren.
- Een overzicht van de inkomsten en uitgaven in 2027, verdeeld over verschillende categorieën.
Meerjarig overzicht van baten en lasten
Terug naar navigatie - Begroting en meerjarenraming - Meerjarig overzicht van baten en lastenIn onderstaande tabel hieronder staat een uitgebreid en totaal overzicht van de begroting voor 2027. Dit overzicht is ingedeeld in drie niveaus: programma- doelstelling - product. Naast de begroting voor 2027 zijn de volgende gegevens hieronder weergegeven:
- de raming voor de jaren 2028-2030, die hoort bij de begroting 2027;
- vergelijkende cijfers uit de Jaarstukken 2025 (PS 19 juni 2026);
- gewijzigde begroting 2026 tot en met Najaarsrapportage 2026 (PS 6 november 2026).
De verschillen tussen de jaarcijfers worden toegelicht onder de tabel.
Het overzicht geeft per programma de volgende punten weer, in deze volgorde:
- lasten: de uitgaven en de toebedeelde kosten;
- baten: de inkosten en opbrengsten;
- saldo (verschil) tussen baten en lasten;
- toevoegingen aan de eigen reserves;
- onttrekking uit de eigen reserves;
- saldo mutatie reserves: verschil tussen onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves;
- begrotingsresultaat: de som van het verschil tussen baten en lasten en het saldo van de mutaties in de reserves.
Toelichting per programma
Terug naar navigatie - Begroting en meerjarenraming - Toelichting per programmaOver het algemeen ontstaan de verschillen in de jaarcijfers door incidentele beleidsmiddelen en fasering van projecten. In algemene zin zijn de lasten in de periode 2025-2027 incidenteel hoger van aard. Na 2027 nemen de lasten af, vanwege het einde van deze statenperiode. In algemene zin zien we in het lopende en volgende jaar altijd een piek in de begroting. Dit wordt vooral veroorzaakt door het incidentele karakter van overboekingsvoorstellen en faseringseffecten. De aanwendingen van de reserves hebben vooral betrekking op inzet van de bestemmingsreserves, gekoppeld aan de lasten in de begroting. Hieronder rapporteren wij de belangrijkste verschillen in de lasten en baten en de stortingen in de reserves tussen de jaren (2025 - 2026 - 2027):
1. Perspectief voor het landelijk gebied:
De grootste verschillen in de lasten worden veroorzaakt door incidentele subsidieregelingen en tijdelijke SPUK-middelen. Het betreft met name de RPML MGB-subsidieregeling (€ 20,27 mln. in 2026), ANLB GLB/NSP (€ 3,45 mln. in 2025, € 19,67 mln. in 2026 en € 10,69 mln. in 2027) en Beheerplannen uitvoering maatregelen (€ 0,11 mln. in 2025, -€ 3,21 mln. in 2026 en € 11,79 mln. in 2027). Daarnaast is sprake van een meerjarige oploop bij natuurgebied SVNL van € 9,85 mln. in 2025 naar € 13,31 mln. in 2027. Een belangrijk deel van de verschillen hangt samen met SPUK-middelen, waaronder de natuursubsidieregeling, Deltaplan Hoge Zandgronden, subsidies waterveiligheid 24–26, klimaatadaptatie en het aanvalsplan waterkwaliteit.
De verschillen in de baten hebben met name betrekking op de inzet van de specifieke uitkeringen.
De stortingen in de reserves in 2025 hebben betrekking op de vorming van AROV-budgetten inzake Waterveiligheid Maas (€ 1,13 mln.) en de toevoeging aan de egaliserende reserve grondwaterbeheer (€ 0,62 mln.).
2. Samen leven en bestaanszekerheid:
De verschillen in de lasten worden vooral verklaard door de oplopende reeks voor de gebiedsgerichte wijkaanpak, van nihil in 2025 naar € 3,00 mln. in 2026 en € 7,00 mln. in 2027. Daarnaast is bij Veilige, kansrijke en gezonde jeugd en de ondersteuningsstructuur sport sprake van een piek in 2026, waarna de geraamde lasten in 2027 afnemen. Tevens zijn enkele incidentele posten zichtbaar, waaronder Amendement Limburg gezond vooruit in 2026 en De Lijn in 2027, terwijl het gratis bibliotheeklidmaatschap uitsluitend in 2025 voorkomt.
In de baten zijn er geen relevante verschillen.
3. Werken aan een toekomstbestendige economie:
De verschillen worden met name veroorzaakt door de sterke afname van de kapitaallasten ‘reserve SIS’ en de inzet op enkele incidentele posten, waaronder de Strategische Euroregionale AI-alliantie en de SPUK ontsluiting Maastricht Aachen Airport in 2027. Daarnaast is bij meerdere economische en innovatiegerichte posten sprake van een piek in 2026, zoals Talent charter, ET actielijn majeure projecten en innovatieve bedrijvigheid herontwikkeling, waarna de geraamde lasten in 2027 afnemen.
De baten in 2027 zijn incidenteel hoger vanwege de SPUK ontsluiting MAA. Daarnaast ontvangen wij vanaf 2026 structureel dividend inzake de Chemelot Campus vastgoed van ruim € 2 mln. In 2025 waren de baten incidenteel hoger door vrijval van voorzieningen.
In 2026 zijn er een aantal incidentele toevoegingen aan de risicoreserve SIS ter hoogte van € 10 mln. Daarnaast wordt € 2,46 mln. toegevoegd aan de egaliserende reserve voor meerjarige projectsubsidies.
4. Nieuwe energie en leefmilieu:
De verschillen in de lasten worden met name veroorzaakt door de incidentele post LEF toevoeging voorziening in 2025 en de inzet van nieuwe middelen voor energie en klimaat in 2026 en 2027. Daarnaast laat de provinciale bijdrage aan RUD-ZL/ODZL een structurele stijging zien ten opzichte van 2025, terwijl de post nazorg stortplaatsen vanaf 2026 volledig vervalt.
De baten nemen in 2026 zijn hoger dan in 2025 en 2027 door incidentele decentralisatie-uitkeringen en de SPUK CDOKE.
In 2025 heeft er een incidentele reservering plaatsgevonden t.b.v. LEF ter hoogte van € 9 mln.
5. Leefbare steden en dorpen:
De verschillen in de lasten worden met name veroorzaakt door de sterke inzet op LA gebiedsgerichte publieke initiatieven fysiek, met een piek in 2026 en een afname in 2027. Daarnaast nemen de lasten voor maatregelen na-ijl effect steenkoolwinning meerjarig toe, terwijl meerdere andere posten, waaronder de samenwerkingsagenda’s, voorzieningen en de SPUK afvoer grondsanering, vanaf 2026 of 2027 vervallen.
In 2025 waren de baten incidenteel hoger voor vrijval van voorzieningen. En in 2026 houden we rekening met baten uit grondverkopen.
In 2025 is een nieuwe reserve ingesteld inzake Limburg Centraal ter hoogte van € 50 mln.
6. Cultuur en erfgoed voor iedereen:
De verschillen in de lasten worden met name veroorzaakt door de sterke stijging van de DU-uitkering restauratie rijksmonumenten en de oplopende lasten voor het Bonnefantenmuseum. Daarnaast is sprake van enkele meerjarig stijgende posten, zoals Limburgse taal en het groeiplan Noord-Midden Limburg, terwijl diverse andere posten incidenteel van aard zijn en slechts in één begrotingsjaar voorkomen.
In de baten zijn er geen aanmerkelijke verschillen.
7. Een bereikbaar en toegankelijk Limburg:
De verschillen in de lasten worden met name veroorzaakt door de Businesscase Maaslijn Arriva, de DU voor het verbeteren en op peil houden van het OV-aanbod en de OV-concessie 16-31 exploitatie. Daarnaast is sprake van meerdere incidentele projectposten, waaronder Rhombus-projecten, VDL/NEDCAR-gerelateerde lasten en SPUK-middelen, terwijl enkele posten richting 2027 verder oplopen, zoals kapitaallasten, verkeerseducatie en verduurzaming van de Chemelot MMC haven Stein.
In de baten kan de daling van 2025 naar 2026 met name worden verklaard uit de incidentele bijdrage aan de Maaslijn.
De toevoeging aan de reserves in 2025 betreft meerjarige projectsubsidies.
8. Provincie midden in de samenleving:
De verschillen n de lasten worden met name veroorzaakt door incidentele middelen uit de Regiodeal Midden-Limburg, in het bijzonder voor landschap (€ 6,09 mln. in 2026), onderwijs en kennis (€ 5,99 mln. in 2026 en € 0,57 mln. in 2027) en leefbare wijken (€ 3,80 mln. in 2026 en € 0,54 mln. in 2027). Daarnaast zijn er enkele posten die uitsluitend in 2025 voorkomen, zoals Center court voor gezondheid (€ 1,24 mln.) en Brightlands Next Generation Farming (€ 2,36 mln.). Tegelijkertijd worden Regiobranding Limburg (€ 0,22 mln. in 2025, € 1,72 mln. in 2026 en € 0,65 mln. in 2027) en GUN (€ 0,08 mln. in 2026 en € 1,40 mln. in 2027) vanaf 2026 zichtbaar dan wel oplopend geraamd.
De baten in 2026 zijn aanmerkelijk hoger dan in 2025 en 2026 als gevolg van de inkomsten uit de SPUK's inzake de regiodeal.
9. Financiën en overhead:
De verschillen in de lasten worden met name veroorzaakt door de afrekeningen voorgaand dienstjaar gerelateerd aan het rekeningsaldo, waarbij het negatieve saldo afneemt van -€ 14,00 mln. in 2025 naar -€ 9,00 mln. in 2026 en -€ 5,00 mln. in 2027. Daarnaast nemen de doorberekende personeelskosten structureel toe van € 32,14 mln. in 2025 naar € 34,21 mln. in 2026 en € 37,05 mln. in 2027. Het organisatie-ontwikkeltraject laat een piek zien in 2026 met € 3,34 mln., ten opzichte van € 1,06 mln. in 2025 en € 1,50 mln. in 2027. Verder zijn de reservering voor onvoorziene uitgaven vanaf 2026 zichtbaar (€ 2,21 mln. in 2026 en € 2,26 mln. in 2027) en de stelpost GLB/NSP uitsluitend in 2027 (€ 2,24 mln.)
De baten dalen in 2026 en 2027 ten opzichte van 2025 door lagere incidentele dividenden en rente-inkomsten.
De verschillen in de stortingen in de reserves worden met name veroorzaakt door faseringen waarbij de Algemene reserve de functie van overboekingsrekening heeft.
Nieuw beleid
Terug naar navigatie - Begroting en meerjarenraming - Nieuw beleidMet bestaand beleid in financiële zin (volgens BBV) bedoelen we de budgetten en investeringskredieten die door Provinciale Staten al zijn goedgekeurd.
Dit betekent dat nieuw beleid alle besluiten van PS omvat vanaf de Voorjaarsrapportage 2026 (PS 26 juni 2026). De wijzigingen in de begroting uit de Najaarsrapportage 2026 en meicirculaire 2026 zijn nog niet definitief, omdat PS deze rapportage op 6 november 2026 behandelt, samen met de Programmabegroting 2027. Zoals beschreven in het hoofdstuk 'Financieel kader' van de begroting, bevat de programmabegroting de volgende financiële onderdelen:
- Ruimte-scheppende aanpassingen ontstaan door het bijwerken van bestaande begrotingsposten en door autonome ontwikkelingen, zoals indexering.
- Ruimte-vragende aanpassingen zijn besluiten van GS die zijn genomen tussen de Voorjaarsrapportage 2026 en deze Begroting 2027, inclusief de Najaarsrapportage 2026. Dit omvat ook het aanpassen en indexeren van budgetten.
Met "ruimte" bedoelen we de financiële ruimte in de begroting. De kosten voor ruimte-vragende voorstellen kunnen worden gedekt uit het begrotingsresultaat, algemene middelen of reserves.
Deze mutaties leveren de volgende wijzigingen op in de totale omvang van de baten en de lasten (excl. mutaties reserves) van de begroting.
€ x 1.000 |
||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Baten en lasten vóór mutaties reserves |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
||||||
lasten |
baten |
lasten |
baten |
lasten |
baten |
lasten |
baten |
|||
Bestaand beleid (ramingen tot en met de Najaarsrapportage 2026) |
622.328 |
540.601 |
507.324 |
536.624 |
490.223 |
529.799 |
490.311 |
528.641 |
||
Nieuw beleid (mutaties ná Najaarsrapportage 2026) |
12.330 |
1.313 |
7.172 |
532 |
8.115 |
-167 |
8.494 |
-829 |
||
Totaal lasten en baten |
634.657 |
541.914 |
514.496 |
537.156 |
498.338 |
529.631 |
498.806 |
527.812 |
||
Mutaties reserves
Terug naar navigatie - Begroting en meerjarenraming - Mutaties reservesDe mutaties van de reserves maken deel uit van de meerjarige exploitatiebegroting:
- De stortingen in de reserves zijn geprogrammeerd conform besluitvorming over eerdere voorstellen, aangevuld met de nieuwe voorstellen zoals opgenomen in het financiële kader van deze begroting.
- De onttrekkingen maken deel uit van het dekkingsplan van de begroting en vinden plaats overeenkomstig de specifieke bestemming van de betreffende reserve.
Voor de uitoefening van het budgetrecht door Provinciale Staten is het belangrijk dat er inzicht wordt geboden in de stortingen en onttrekkingen van de provinciale reserves. In onderstaande tabel wordt per programma een specificatie gegeven van de mutaties in de reserves.
Programma |
Reserve |
Begroting 2027 |
Meerjarenraming |
|||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Lasten |
Baten |
L2028 |
B2028 |
L2029 |
B2029 |
L2030 |
B2030 |
|||
1. Perspectief voor het landelijk gebied |
Programmareserve Perspectief Landelijk Gebied |
0 |
226 |
0 |
77 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Programmareserve onvoorziene uitgaven |
0 |
10 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Algemene reserve (vrije deel) |
0 |
768 |
0 |
200 |
0 |
200 |
0 |
0 |
||
Reserve Natuur |
0 |
300 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Reserve N2000 |
0 |
1.289 |
0 |
1.223 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Reserve DU Ooijen-Wanssum |
0 |
161 |
0 |
161 |
0 |
161 |
0 |
161 |
||
Programmareserve Water en bodem |
0 |
1.890 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Reserve Waterveiligheid Limburg |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Reserve grondwaterbeheer |
0 |
63 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Totaal 1 |
0 |
4.707 |
0 |
1.661 |
0 |
361 |
0 |
161 |
||
2. Samen leven en bestaanszekerheid |
Programmareserve Sociale Agenda |
0 |
11.309 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Totaal 2 |
0 |
11.309 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
3. Werken aan de toekomstige economie |
Egalisatiereserve meerjarige projectsubsidies |
0 |
1.820 |
0 |
638 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Risicoreserve financieel instrumentarium SIS |
3.510 |
3.167 |
2.210 |
2.999 |
5.210 |
2.761 |
3.000 |
0 |
||
Programmareserve Brightlands |
4.550 |
2.700 |
4.550 |
1.400 |
4.550 |
1.400 |
0 |
750 |
||
Programmareserve Onderwijs en Arbeidsmarkt |
509 |
945 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Programmareserve Economie |
0 |
9.210 |
0 |
250 |
0 |
173 |
0 |
54 |
||
Programmareserve Landbouw |
0 |
3.128 |
0 |
237 |
0 |
7 |
0 |
0 |
||
Programmareserve Onvoorziene uitgaven |
0 |
1.900 |
0 |
450 |
0 |
450 |
0 |
0 |
||
Programmareserve Herontw. VDL en Natuurcompensatie |
0 |
725 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Egalisatiereserve Programmakosten VDL-Nedcar |
0 |
193 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Algemene reserve vrij deel (BFF) |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
3.000 |
0 |
3.000 |
||
Totaal 3 |
8.568 |
23.787 |
6.759 |
5.974 |
9.759 |
7.791 |
3.000 |
3.804 |
||
4. Nieuwe energie en leefmilieu |
Programmareserve Energie |
0 |
290 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Totaal 4 |
0 |
290 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
5. Leefbare steden en dorpen |
Programmareserve Leefbaarheid |
0 |
5.924 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Programmareserve versted.budg. Limburg Centraal |
0 |
1.000 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Reserve DU Naijl-effecten mijnbouw |
0 |
2.524 |
0 |
60 |
0 |
60 |
0 |
60 |
||
Programmareserve Onvoorziene uitgaven |
0 |
317 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Totaal 5 |
0 |
9.765 |
0 |
60 |
0 |
60 |
0 |
60 |
||
6. Cultuur en erfgoed voor iedereen |
Bruteringsreserve Limburgs Museum |
0 |
187 |
0 |
95 |
0 |
87 |
0 |
87 |
|
Bruteringsreserve prov. gebouwen |
0 |
82 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Bruteringreserve Creative City |
0 |
706 |
0 |
706 |
0 |
706 |
0 |
706 |
||
Programmareserve Cultuur |
0 |
3.855 |
0 |
1.142 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Programmareserve Monumenten, erfgoed, archeologie |
0 |
3.805 |
0 |
100 |
0 |
100 |
0 |
0 |
||
Programmareserve Sociale Agenda |
0 |
100 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Totaal 6 |
0 |
8.735 |
0 |
2.044 |
0 |
894 |
0 |
794 |
||
7. Een bereikbaar en toegankelijk Limburg |
Programmareserve Bereikbaarheid |
0 |
2.500 |
0 |
0 |
0 |
3.900 |
0 |
0 |
|
Bruteringsreserve realisatie N280 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Bruteringreserve VDL Nedcar |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Reserve Bereikbaarheidsmiddelen |
0 |
10.310 |
0 |
706 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Bruteringsreserve N270 Ooijen-Wanssum |
0 |
721 |
0 |
721 |
0 |
721 |
0 |
721 |
||
Egalisatiereserve meerjarige projectsubsidies |
0 |
0 |
0 |
1.400 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Totaal 7 |
0 |
13.532 |
0 |
2.827 |
0 |
4.621 |
0 |
721 |
||
8. Provincie midden in de samenleving |
Programmareserve Onvoorziene uitgaven |
0 |
750 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Programmareserve Bestuurlijke vernieuwing |
0 |
1.634 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Programmareserve Regiodeals 5e en 6e tranche |
0 |
278 |
0 |
316 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Totaal 8 |
0 |
2.662 |
0 |
316 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
9. Financiën en overhead |
Programmareserve Onvoorziene uitgaven |
0 |
1.500 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
Algemene reserve (egalis jaarresultaten) |
6.442 |
65.464 |
2.852 |
14.550 |
75 |
4.774 |
0 |
776 |
||
Bruteringsreserve prov. gebouwen |
0 |
112 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Reserve POB |
0 |
204 |
0 |
204 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Algemene reserve (vrije deel) |
0 |
10.100 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Algemene reserve (egal. coalitieakkoord) |
0 |
5.826 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Reserve N2000 |
0 |
200 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Programmareserve Economie |
0 |
48 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
||
Programmareserve Landbouw |
0 |
107 |
0 |
23 |
0 |
23 |
0 |
0 |
||
Totaal 9 |
6.442 |
83.560 |
2.852 |
14.776 |
75 |
4.796 |
0 |
776 |
||
Eindtotaal |
15.010 |
158.346 |
9.611 |
27.658 |
9.834 |
18.523 |
3.000 |
6.315 |
||
Begrotingsresultaat 2027-2030
Terug naar navigatie - Begroting en meerjarenraming - Begrotingsresultaat 2027-2030In het Financieel kader, vooraan in de begroting, is reeds gedetailleerd inzicht gegeven in de ontwikkeling van het begrotingsresultaat. Daarom volstaan we nu met de grafische voorstelling ervan.

Doorwerking Najaarsrapportage 2026 naar begroting 2027 e.v.
Terug naar navigatie - Begroting en meerjarenraming - Doorwerking Najaarsrapportage 2026 naar begroting 2027 e.v.Alle voorstellen leidend tot begrotingswijzigingen in 2026 en volgende begrotingsjaren zijn toegelicht en aan PS aangeboden ter vaststelling (budgetrecht PS) in de Najaarsrapportage 2026 (PS 6 november 2026). De meerjarige consequenties van deze voorstellen zijn per begrotingsprogramma samengevat in de onderstaande tabel. Deze mutaties maken deel uit van de cijfers van deze programmabegroting.
De onderstaande voorstellen uit de Najaarsrapportage 2026, hebben consequenties voor het begrotingsresultaat over de jaren 2027-2030:
- Programma 5 'Leefbare steden en dorpen': Motie 3270 Limburg eert mijnverleden jaarlijks € -0,04 mln.
- Programma 7 'Een bereikbaar en toegankelijk Limburg': Minder onderhoudslasten als gevolg van overdracht wegen (N556 Horst aan de Maas) jaarlijks € 0,08 mln.
- Programma 8 'Provincie midden in de samenleving': Ophoging fractievergoedingen o.b.v. indexaties jaarlijks € - 0,07mln.
- Programma 9 'Financiën en overhead':
- Extra personele middelen faunaschade en faunaschadepreventie -€ 0,40 mln. jaarlijks t/m 2029.
- Meicirculaire provinciefonds en prognose herijking provinciefonds leidt in 2027 tot een stijging van het resultaat met € 2,8 mln. terwijl dit voor de daaropvolgende jaren voor een daling zorgt (€ -5,00 mln. 2028, € -5,96 mln. 2029 en € -5,47 mln. 2030).
- Daarnaast zorgen de bijgestelde renteopbrengsten op beleggingen tot stijgingen t/m 2029 (€ 7,31 mln. 2027, € 2,88 mln. 2028, € 1,55 mln. 2029) en een daling in 2030 (€ -1,46 mln.).
- De herberekening van kapitaallasten leidt tot een jaarlijkse verbetering van het resultaat (€ 2,52 mln. 2027, € 2,55 mln. 2028, € 0,40 mln. 2029 en € 0,11 mln. 2030).
- De gevolgen van de nieuwe cao provincies 2026-2027 lijdt tot een daling van het resultaat in 2027 met € -0,05 mln.
€ x 1.000 |
|||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Begrotingsprogramma |
Begroting 2027 |
Begroting 2028 |
Begroting 2029 |
Begroting 2030 |
|||||
Lasten |
Baten |
Lasten |
Baten |
Lasten |
Baten |
Lasten |
Baten |
||
1 |
Perspectief voor het landelijk gebied |
18.112 |
9.439 |
9.723 |
9.075 |
3.216 |
505 |
1.111 |
0 |
2 |
Samen leven en bestaanszekerheid |
3.698 |
0 |
-10 |
0 |
-9 |
0 |
-9 |
0 |
3 |
Werken aan een toekomstbestendige economie |
19.778 |
3.493 |
1.092 |
0 |
997 |
0 |
875 |
0 |
4 |
Nieuwe energie en leefmilieu |
9.718 |
5.965 |
4.127 |
-312 |
1.269 |
-312 |
1.269 |
-312 |
5 |
Leefbare steden en dorpen |
10.930 |
1.954 |
3.016 |
1.954 |
3.001 |
1.954 |
3.000 |
1.954 |
6 |
Cultuur en erfgoed voor iedereen |
7.464 |
0 |
301 |
0 |
298 |
0 |
268 |
0 |
7 |
Een bereikbaar en toegankelijk Limburg |
2.461 |
15.461 |
4.496 |
22.920 |
-1.911 |
13.920 |
-351 |
13.920 |
8 |
Provincie midden in de samenleving |
2.701 |
835 |
934 |
949 |
-316 |
0 |
-315 |
0 |
9 |
Financiën en overhead |
753 |
-3.207 |
-3.150 |
-15.452 |
-3.149 |
-17.741 |
-3.188 |
-20.259 |
Totaal baten lasten |
75.615 |
33.939 |
20.529 |
19.133 |
3.396 |
-1.675 |
2.660 |
-4.698 |
|
Mutatie reserves |
|||||||||
Toevoeging aan reserves |
3.618 |
2.455 |
0 |
0 |
|||||
Onttreking aan reserves |
56.135 |
2.506 |
-1.153 |
-3.100 |
|||||
Totaal ná mutatie reserves |
79.233 |
90.074 |
22.984 |
21.639 |
3.396 |
-2.828 |
2.660 |
-7.798 |
|
Resultaat |
10.841 |
-1.345 |
-6.225 |
-10.458 |
|||||
Totaal |
90.074 |
90.074 |
21.639 |
21.639 |
-2.828 |
-2.828 |
-7.798 |
-7.798 |
|
Dwarsdoorsnede lasten Programmabegroting 2027
Terug naar navigatie - Begroting en meerjarenraming - Dwarsdoorsnede lasten Programmabegroting 2027De programmabegroting heeft 9 begrotingsprogramma’s, die zijn onderverdeeld in meerdere producten. Naast de beleidsindeling van de begroting maken we onderscheid in vier soorten budgetten:
- toegekende reguliere budgetten (programmamiddelen) o.a. opdrachten, subsidies, directe kosten;
- verdeelde personele lasten: verdeling van de formatie naar programma's en producten;
- berekende kapitaallasten van de investeringen conform de afschrijvingstermijnen;
- toevoegingen aan de reserves: stortingen in de provinciale reserves ter dekking van de toekomstige uitgaven.
In onderstaande grafiek treft u de verdeling aan van de begrote lasten 2027.

Dwarsdoorsnede baten Programmabegroting 2027
Terug naar navigatie - Begroting en meerjarenraming - Dwarsdoorsnede baten Programmabegroting 2027In onderstaande grafiek is de verdeling van de begrote baten 2027 weergegeven. Deze is gerubriceerd naar de te onderscheiden baten-categorieën, inclusief aanwending van reserves. In deze categorieën zijn de grootste inkomstenbronnen voor de begroting van de Provincie opgenomen. Een aanzienlijk deel van de baten heeft het karakter van algemeen dekkingsmiddel. Dit zijn baten die vrij besteedbaar zijn. Hieronder vallen de opcenten MRB, provinciefonds, renteopbrengsten, dividenden en overige opbrengsten.
