2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Inleiding
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - InleidingDe paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in de financiële risico’s die de Provincie loopt. In deze paragraaf worden de risico’s beschreven die financiële gevolgen kunnen hebben, die niet (volledig) afgedekt zijn door beheersmaatregelen.
Het gaat dus om de financiële restrisico’s die gedekt moeten worden uit het beschikbare weerstandsvermogen (op concernniveau).
Deze paragraaf bevat minimaal een uiteenzetting van de wettelijk verplichte onderdelen:
- het beleid inzake de weerstandscapaciteit en de risico’s;
- een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
- een inventarisatie van de risico’s;
- beoordeling en overzicht kengetallen in relatie tot de financiële positie.
De Provincie Limburg presenteert daarnaast de confrontatie tussen de risico’s en beschikbare weerstandscapaciteit en biedt aan het begin van deze paragraaf de conclusie over het weerstandsvermogen.
Uit onderstaande tabel blijkt dat de beschikbare weerstandscapaciteit voldoende is om de (gewogen) risico’s af te dekken. Op het (incidentele) weerstandsvermogen is een zodanig groot surplus aanwezig, dat dit ruim voldoende is om meerjarig als buffer te dienen voor het benodigde weerstandsvermogen, dankzij de sterke positie van het provinciale Eigen Vermogen. In de onderdelen b en c worden de in de onderstaande tabel genoemde onderdelen toegelicht.
Beleid inzake weerstandcapaciteit en risico's
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beleid inzake weerstandcapaciteit en risico'sIn het licht van voortdurende economische veranderingen, maatschappelijke verschuivingen en onvoorziene uitdagingen, speelt het weerstandsvermogen een cruciale rol.
De belangrijkste uitgangspunten van het risicobeleid en risicomanagement zijn:
- Risicomanagement is onderdeel van de reguliere planning- en control cyclus en levert een bijdrage aan het realiseren van bestuurlijk gewenste doelstellingen, beleidseffecten en prestaties van de Provincie Limburg;
- Risicomanagement heeft de functie om risico’s op kansen en bedreigingen expliciet te maken en is erop gericht om de verworven kennis en ervaring met betrekking tot risico’s te verankeren binnen de organisatie.
Als definitie voor het begrip Risicomanagement wordt gehanteerd: “Het gestructureerd managen van de risico’s, opdat een organisatie om financiële dan wel niet-financiële redenen de beleidsdoelen niet of niet volledig realiseert”. Hierbij is risicomanagement een methode voor het op systematische wijze identificeren, analyseren, evalueren, beheersen, monitoren en communiceren van de risico’s die samenhangen met een activiteit, functie of proces met als doel het verschaffen van een redelijke mate van zekerheid dat de doelstellingen van de organisatie zullen worden gerealiseerd.
Als definitie voor het begrip ‘Risico’ wordt gehanteerd: ‘onzekerheid dat een gebeurtenis zich voordoet, waarbij zowel positieve als negatieve effecten kunnen optreden, die van invloed zijn op het doelbereik’.
In de afgelopen jaren zijn reeds maatregelen getroffen op het gebied van risicopreventie en –signalering om het risicobewustzijn binnen de organisatie te stimuleren:
- Het permanent verbeteren van de administratieve organisatie en interne controle in nauw overleg met de huisaccountant. Tot en met boekjaar 2025 hebben Provinciale Staten BDO als huisaccountant aangesteld. Na een Europese aanbesteding wordt Deloitte Accountants vanaf boekjaar 2026 de controlerend accountant.
- Het hanteren van het beleidskader Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O). Met dit kader beschikt de Provincie over een integraal beleid op het gebied van Misbruik en Oneigenlijk gebruik van provinciale regelingen en voorzieningen en integriteit;
- Het periodiek updaten van het kader “Sturing in samenwerking 4.0”. Deze is op 19 juni 2026 door Provinciale Staten vastgesteld.
- Het team Concerncontrol en –advies binnen het cluster Concern zorgt voor een extra onafhankelijke blik op het totale systeem van control. Door middel van audits of steekproeven worden de control werkzaamheden binnen de eerste en tweede lijn getoetst op diverse aspecten (financieel, juridisch, planning, doelmatigheid, risico’s etc.).
Werkzaamheden zijn onder andere;
- Het opstellen en jaarlijks updaten van een fraude-risicoanalyse;
- Het ontwikkelen en vaststellen van een integraal kader voor risicomanagement binnen de Provincie, dat duidelijkheid geeft over de ambities en inhoud ten aanzien van risicomanagement op clusterniveau, bij de deelnemingen en programma’s en projecten; vaststelling door Provinciale Staten zal naar verwachting plaatsvinden in 2026.
Inventarisatie van de weerstandscapaciteit
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inventarisatie van de weerstandscapaciteitDe weerstandscapaciteit betreft het vermogen om financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van de bestaande taken. Dit ‘vermogen’ is het geheel van middelen en mogelijkheden binnen de financiële positie van de Provincie, die zij als ‘vrij aanwendbaar’ wil aanmerken. Het gaat dus om vrij aanwendbare middelen waar geen enkele verplichting tegenover mag staan en mogelijk nog te genereren (onbenutte) inkomsten.
In overeenstemming met het BBV wordt bij de opbouw en samenstelling van de weerstandscapaciteit onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele risico's.
Onder incidentele risico’s wordt verstaan risico’s welke een éénmalige last tot gevolg kunnen hebben.
Onder structurele risico’s wordt verstaan risico’s welke leiden tot structurele lasten (meerdere boekjaren).
Incidentele weerstandscapaciteit
De omvang van de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit bedraagt, op basis van de balans per 1-1-2027 ruim € 987 mln. feitelijk bestaande capaciteit uit het vrij aanwendbare gedeelte van de Algemene reserve. Deze is hoger dan bij de rekening 2025, mede door het toevoegen van de bruteringsreserve N280.
Structurele weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit is vooral van belang voor het opvangen van optredende risico’s die een over de tijd uitgestrekt effect hebben en om de incidentele weerstandscapaciteit aan te vullen na het optreden van risico’s. De structurele middelen om risico’s op te vangen bestond uit de onbenutte belastingcapaciteit van € 79,8 mln. in 2026. In 2027 bedraagt deze € 89,8 mln.
€ x 1 mln. |
||||
|---|---|---|---|---|
Stand per 1-1 |
Incidenteel |
Structureel |
B2027 |
B2026 |
Beschikbare weerstandscapaciteit |
987 |
90 |
1.077 |
935 |
Gewogen risico's |
5 |
4 |
8 |
32 |
Surplus weerstandsvermogen |
982 |
86 |
1.069 |
898 |
Beslag op Weerstandsvermogen |
0% |
4% |
1% |
3% |
Risico-inventarisatie
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico-inventarisatieOmschrijving
Het risicoprofiel van de Provincie is breder dan de risico’s die wij in deze paragraaf presenteren. Risico’s komen immers in alle soorten en maten voor. Vanuit begrotingsoogpunt zijn echter vooral de financiële risico’s van belang. De risico’s die we onderkennen hebben betrekking op:
- Verbonden partijen en leningen
- APPA (Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers)
- Debiteuren (oninbaarheid)
- Grondbeleid
- Overig: dit betreft risico’s die voortvloeien uit de uitoefening van de provinciale programma's. Hierin zijn onder meer ook de risico's inzake de inkomsten uit het provinciefonds en het daaraan gekoppelde BTW-compensatiefonds betrokken.
De voorschriften uit het BBV geven aan dat, indien nodig, een voorziening moet worden getroffen. Daarnaast zijn er bestemmingsreserves ingesteld. Een en ander is samengebracht in onderstaande tabel:
€ x 1 mln. |
||||
|---|---|---|---|---|
Aandachtsgebied |
Inschatting risico's |
Voorziening |
Reserve |
Onderdeel weerstandsvermogen |
Verbonden partijen en leningen |
142 |
28 |
114 |
|
APPA |
11 |
11 |
||
Debiteuren |
8 |
8 |
||
Grondbeleid |
15 |
10 |
5 |
|
Overig (uitvoering programma's etc.) |
8 |
8 |
||
Incidentele weerstandscapaciteit |
185 |
58 |
119 |
8 |
Belangrijke risico's in de begrotingprogramma's
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Belangrijke risico's in de begrotingprogramma'sDe (gewogen) risico’s in de begroting 2027, waarvoor nog geen maatregelen zijn getroffen en die van materieel belang zijn voor de provinciale financiële positie bedragen € 8 mln. Dit is substantieel lager dan de risico-inschatting die gemaakt is bij de jaarrekening 2026 die op € 32 mln. lag.
Deze daling is vooral het gevolg van het verwerken van de voorlopige uitkomsten van de herrijking provinciefonds in de najaarsrapportage 2026 en bijbehorende meerjarenraming. Daardoor wordt de financiële impact hiervan verwerkt als een structureel lagere baat in de begroting, in plaats van een onzekere, nog niet vastgelegde gebeurtenis.
Door deze verwerking neemt het risicoprofiel af, en daarmee de benodigde weerstandscapaciteit voor dit onderdeel.
Er is naar gestreefd om de risico’s zoveel mogelijk gekwantificeerd in beeld te brengen, met inachtname van het wettelijke kader. De belangrijkste risico’s worden onderstaand gepresenteerd. Bij de uitwerking wordt ingegaan op een aantal relevante aspecten: de omschrijving van het risico, de mogelijke financiële impact, duidelijkheid over de hoogte van de financiële relatie, een schets van de belangrijkste ontwikkelingen en tot slot een overzicht van de belangrijkste beheersmaatregelen.
Aandachtsgebied |
Risico |
Toelichting |
|---|---|---|
3. Werken aan een toekomstbestendige economie |
Europese programma's |
Geen wijziging |
7. Een bereikbaar en toegankelijk Limburg |
Maaslijn/Concessie |
Apart Statenvoorstel, risico verdwijnt uit de boeken* |
5. Leefbare steden en dorpen |
Grondbeleid, risico anticperende aankopen |
Risico wordt afgedekt door middel van aparte risicoreservering |
Bodemsanering |
Risico afgenomen op basis kredietwaardigheid van de holding van Attero: Sabaton Bidco Ventures B.V. |
|
9. Financiën en overhead |
Provinciefonds |
Risico afgenomen omdat de voorlopige uitkomsen van de herrijking Provinciefonds zijn verwerkt in de najaarsrapportage 2026 en bijbehorende meerjarenraming. |
Loon- en prijsindexering |
Loon- en prijsindexering cf meicirculaire 2026 provinciefonds |
|
Opcenten MRB |
geen materiële wijzigingen ten opzichte van 2026 |
|
Rente-inkomsten |
Renterisico provinciale leningportefeuilles is nihil. |
|
Informatiebeveiliging |
Op basis van risicogebaseerde aanpak zijn de vier grotere risico's onderkend |
Top 3 grootste risico's
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Top 3 grootste risico'sDe 3 grootste risico’s met materiële impact op het weerstandsvermogen worden hieronder beschreven. Hierbij wordt de opmerking geplaatst dat de risico’s in deelnemingen en leningen hier niet worden meegenomen, deze zijn reeds gedekt middels de risicoreserve financieel instrumentarium sturing in samenwerking.
1. Informatieveiligheid
Inleiding
Het opnemen van informatieveiligheid als bedrijfsrisico betreft de formalisering van een opgave die binnen de Provincie Limburg reeds langere tijd bestuurlijke en ambtelijke aandacht heeft. Deze opgave vloeit voort uit het Strategisch Informatiebeleid Limburg (SIBL) en uit de betrokkenheid van Provinciale Staten, die jaarlijks worden geïnformeerd via de mededeling portefeuillehouder inzake informatieveiligheid.
In de afgelopen jaren is stapsgewijs gewerkt aan het versterken van de digitale weerbaarheid, onder meer via bewustwording, periodieke risicoanalyses, penetratietesten en de verdere inrichting van de governance, met als doel dat de Provincie Limburg aantoonbaar digitaal weerbaar en bestuurlijk in control is, zodat provinciale dienstverlening, besluitvorming en maatschappijkritische processen betrouwbaar kunnen blijven functioneren en gevoelige informatie adequaat wordt beschermd.
Op basis van de uitgevoerde risicoanalyses en de opname hiervan in de weerstandsparagraaf wordt het reeds langer onderkende risicobeeld explicieter, financieel geduid en bestuurlijk beter navolgbaar gemaakt. Dit is in lijn met de toegenomen cyberdreiging, aangescherpte wet- en regelgeving, waaronder NIS2 en de Cyberbeveiligingswet (Cbw), en de bredere ontwikkeling die ook bij andere provincies zichtbaar is. Hiermee wordt beoogd de beheersing van digitale risico’s aantoonbaar te versterken, de continuïteit van de provinciale bedrijfsvoering en maatschappelijke taken te borgen en tijdig te voldoen aan geldende en komende wettelijke verplichtingen.
Financiële impact
In de begroting en meerjarenramingen wordt rekening gehouden met eventuele informatieveiligheidsrisico’s welke kunnen optreden als gevolg de vier grootste onderkende risico’s.
Omschrijving van het risico
Door de toenemende digitalisering, in de bedrijfsvoering, maar vooral ook steeds meer in de primaire processen, worden de risico’s op het gebied van informatieveiligheid groter. Als basisnorm hanteert de provincie de (verplichte) Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO 2.0). Deze geldt als integraal kader voor alle overheden. Bovendien is op basis van de Europese NIS2 richtlijn de nieuwe Nederlandse implementatiewet Cbw (=Cyberbeveiligingswet) in werking getreden op 15 augustus 2026. Sindsdien gelden de zorgplicht, meldplicht en het toezicht op naleving.
De provincie beheert ook maatschappijkritische infrastructuur zoals de verkeersregelinstallaties en pompen en gemalen, welke gezien worden als Operationele Technologie (OT) conform de Cbw.
Met de komst van nieuwe digitale ontwikkelingen zoals AI, is het van belang dat we onze informatie en toegang tot de informatie op een risico gebaseerde manier classificeren. Ook de kwaliteit en betrouwbaarheid van onze data vraagt aandacht omdat onjuiste of onvolledige informatie direct invloed kan hebben op onze besluiten en maatschappelijke inrichtingskeuzes.
Op basis van een risicogebaseerde aanpak zijn er vier grote(re) risico’s onderkend met een maximaal risico van € 11 mln met een impact (incidenteel) op het weerstandsvermogen van € 3,3 miljoen.
Termijn duidelijkheid
Meer duidelijkheid over de omvang van de verplichtingen ontstaat naar verwachting medio 2026 bij inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet (Cbw). Het risico wordt gekarakteriseerd als incidenteel: de financiële impact ontstaat op het moment dat het risico zich voordoet en vormt geen structurele toevoeging aan de begroting. Wel is de provincie hier, door de voortdurende digitalisering en de dynamische dreigingsomgeving, jaarlijks opnieuw aan blootgesteld, met een omvang die per jaar kan fluctueren. Herijking vindt jaarlijks plaats via de risicoanalyses.
Acties / beheersing
De provincie heeft diverse beheersmaatregelen onderhanden, o.a.:
- (verdere) Implementatie van de vernieuwde ‘baseline informatieveiligheid overheid’ (BIO 2.0) rekening houdend met de Cyberbeveiligingswet (Cbw);
- Implementatie van het internationale normenkader ISO 27001;
- Uitvoering van risicomanagement op de generieke faciliteiten van informatieverwerking;
- Bewustwording binnen de organisatie verder vergroten.
2. Europese programma's
Financiële impact
Voor de periode 2014-2020 is uitgegaan van een maximaal (incidenteel) risico/weerstandsvermogen van € 4 mln. met een impact van € 2 mln. De programma’s uit de periode 2007-2013 zijn inmiddels door Brussel definitief afgerekend. Over die periode zijn geen financiële claims ingediend.
Omschrijving van het risico
De Provincie Limburg maakt zoveel mogelijk gebruik van subsidies vanuit de Europese structuurfondsen (o.a. OPZuid, Just Transition Fund (JTF) en de Interreg-A programma’s). De EU-regelgeving stelt dat de ‘Lead partner’ van een project verantwoordelijk c.q. aansprakelijk is voor de financiële risico’s van het gehele project, dus bijvoorbeeld in geval van een korting op de EFRO bijdrage. Een lagere vaststelling wordt in principe doorbelast aan de projectuitvoerder. Mocht het niet mogelijk zijn dan wordt er gekeken naar de Provincie en het Rijk. Daar waar de Provincie Limburg ‘Lead partner’ is, geldt dus ook een terugbetalingsrisico wanneer EU-middelen niet conform de geldende wet- en regelgeving worden besteed. Datzelfde geldt voor de rijkscofinancieringsbijdrage.
Er bestaat ook nog een decommitteringsrisico, dit heeft te maken met de zogenaamde N+3 norm. N+3 norm wordt vanuit de Europese Commissie opgelegd. Die houdt concreet in dat als je niet binnen 3 jaar een bepaald aantal declaraties doet bij de Europese Commissie doet je gekort gaat worden op je budget. Er bestaat dus een risico dat bepaalde subsidie is toegezegd aan projecten. Echter de Europese commissie snijdt in middelen waardoor er een tekort ontstaan. Dit tekort wordt bij de Provincie verhaald.
Tenslotte speelt er op dit moment een interpretatie kwestie met de nationale audit dienst. Zij hebben bepaald dat bepaalde kosten niet subsidiabel zijn in verband met staatssteun. Dit gaat met name over loonkosten bij innovatie projecten. Als deze kosten inderdaad afgekeurd gaan worden lopen projecten een financieel risico, maar heeft dit ook gevolgen voor het behalen van de N+3. Op dit moment lopen gesprekken tussen het Rijk, de auditdienst en de Provincie om hier een oplossing voor te vinden.
Op grond van historische gegevens kan gesteld worden dat de risico’s beperkt zijn.
Dit is gebaseerd op het feit dat deze risico’s zich tot op heden nog niet hebben gemanifesteerd. Desondanks bij optreden is de impact groot.
Mede gelet op mogelijke EU controles in de periode t/m 2023 blijft het wenselijk om het maximale risicobedrag op € 4 mln. te houden.?
Termijn duidelijkheid
De uiteindelijke financiële risico’s van de programma‘s 2014-2020 zullen pas na afloop van deze programma’s, bij de eindafrekening in 2026 bekend zijn.
Acties / beheersing
De (externe) uitvoeringsorganisaties van de EU programma’s beoordelen de juridische aspecten van de EFRO-projectsubsidies. Voor wat betreft het aandeel provinciale cofinanciering zijn wij zelf verantwoordelijk voor de juridische toetsing. In de regel wordt een provinciale cofinanciering aan een Limburgse partner in een EU project afgegeven als een inspanningsverplichting. Het financiële risico is zodoende beperkt.
3. Indexering loon-en prijsstijgingen
Financiële impact
In de begroting en meerjarenramingen wordt rekening gehouden met de jaarlijkse indexaties op basis van de loon- en prijsontwikkelingen uit de meicirculaire provinciefonds. Zo is de indexatie in de begroting 2027 gebaseerd op de meicirculaire 2026.
Dekking voor deze raming vinden we standaard in het accres bij de algemene uitkering en (indien van toepassing) in de indexering van de opcenten motorrijtuigenbelasting.
Omschrijving risico
Zowel de belasting van de post ‘Indexering loon- en prijsstijging’ als de dekking kan in het algemeen tussen de eerste raming in de primaire begroting en de realisatiecijfers in de jaarrekening aanzienlijk wijzigen. Bovendien kunnen van jaar op jaar de post ‘Indexering loon- en prijsstijging’ en de aangewezen dekkingsmiddelen fors veranderen.
Als gevolg van het coalitieakkoord “Elke Limburger telt 2023-2027” bewegen de opcenten meen met de indexatie van de programmabegroting (voorcalculatorisch).
Door de fluctuaties in de belasting van de post en in de dekkingsmiddelen bestaat er altijd het risico dat de aangewezen dekkingsmiddelen ontoereikend zijn. We schatten het maximale risico normaal op € 2 miljoen
Termijn duidelijkheid
Het accres 2027 wordt definitief bekendgemaakt in de meicirculaire 2028.
Acties / beheersing
De enige variabele, waar de Provincie sturing aan kan geven, is de indexering van de opcenten motorrijtuigenbelasting. Deze inkomstenpost valt onder de algemene dekkingsmiddelen.
Kengetallen BBV inzake financiële positie
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen BBV inzake financiële positieVanaf de begroting van 2016 is in het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) vastgelegd dat in deze paragraaf zes verplichte kengetallen moeten worden opgenomen. Naast deze kengetallen moet ook worden beoordeeld hoe ze samenhangen en wat dit betekent voor de financiële positie van de Provincie. Samen geven de kengetallen en de beoordeling een duidelijk beeld van de financiële situatie.
Vanaf de begroting van 2017 moeten daarnaast ook de verwachte balansen worden opgenomen in de begroting en de meerjarenraming. Dit geeft Provinciale Staten beter inzicht in zaken zoals investeringen, het gebruik van reserves en voorzieningen, en de financieringsbehoefte. Op basis van deze verwachte balansen kunnen de verplichte kengetallen worden berekend voor de periode 2025-2030. Het is belangrijk om te weten dat er op landelijk niveau geen vaste normen zijn vastgesteld voor deze kengetallen.
De voorgeschreven kengetallen worden één voor één uitgelegd en toegelicht.
De cijfers voor de netto schuldquote, de netto schuldquote aangepast voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio en het kengetal grondexploitatie hebben te maken met de balans. Uit de uitleg hieronder blijkt dat de financiële reserves afnemen. De solvabiliteitsratio laat zien dat er voldoende financiële buffer is en dat het risico rondom de grondexploitatie erg klein is.
De cijfers over de structurele exploitatieruimte en de belastingcapaciteit gaan over de inkomsten en uitgaven van de provincie. Uit de berekeningen blijkt dat de structurele inkomsten voldoende zijn en dat er ruimte is om deze inkomsten te verhogen. De onbenutte belastingcapaciteit was in 2026 € 89,1 miljoen. In de programmabegroting van 2027 is dit gestegen naar € 89,8 miljoen.
Hieruit kunnen we concluderen dat de financiële situatie van de Provincie Limburg als voldoende beschouwd kan worden.
Netto schuldquote
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Netto schuldquoteDe netto schuld laat zien hoe groot de schulden van de Provincie zijn in vergelijking met het eigen geld. De netto schuldquote geeft aan hoe zwaar de rente en aflossingen drukken op de begroting. Dit wordt berekend door het verschil tussen de eigen middelen en de schulden te vergelijken met de inkomsten, zonder rekening te houden met veranderingen in de reserves.
Om te begrijpen of er sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote op twee manieren weergegeven: met en zonder doorgeleende bedragen. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de totale schuldenlast.
Een negatieve schuldquote betekent dat er meer geld beschikbaar is dan nodig. Dit overschot wordt kleiner door investeringen in projecten. Als er meer geld nodig is, moet er extra financiering geregeld worden.
Door de doorgeleende bedragen mee te nemen in de netto schuldquote, wordt duidelijk hoeveel er wordt doorgeleend. Dit laat zien welk deel van de leningen is uitgeleend en wat dit betekent voor de totale schulden. Hierdoor nemen de overschotten toe. Als we beide schuldquotes vergelijken, blijkt dat er een aanzienlijk bedrag wordt doorgeleend.
Schuldquote |
R2025 |
B2026 |
B2027 |
B2028 |
B2029 |
B2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
Netto schuldquote |
18% |
72% |
123% |
126% |
133% |
112% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen |
-146% |
-75% |
-49% |
-42% |
-33% |
-36% |
Solvabiliteit
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - SolvabiliteitDeze ratio geeft inzicht in de mate waarin de Provincie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft het eigen vermogen weer als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
De solvabiliteitsratio is een maat voor de weerbaarheid van de Provincie. De mate van weerbaarheid in combinatie met de andere kengetallen geeft een indicatie over de financiële positie van de Provincie. Als we het vreemd vermogen beschouwen, zien we dat dit met name bestaat uit overlopende passiva. Dit betreft voor een substantieel deel beschikte subsidies. Gezien de hoogte van het vreemd vermogen kunnen we concluderen dat de berekende ratio ruim voldoende is om aan de financiële verplichtingen te voldoen. Er is sprake van een zeer gezonde vermogenspositie.
R2025 |
B2026 |
B2027 |
B2028 |
B2029 |
B2030 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
Solvabiliteitsratio |
73% |
71% |
66% |
62% |
63% |
63% |
Grondexploitatie
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - GrondexploitatieIn het verleden is gebleken dat de grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van Provincies. De boekwaarde van de grondposities zijn van belang. Deze moeten worden terugverdiend bij verkoop. De omvang van de boekwaarde van de gronden wordt gerelateerd aan de baten exclusief de mutaties in de reserves. De waarde staat nu negatief, als gevolg van vooruitontvangen inkomsten op onze projecten. De vraag is uiteindelijk wat de projecten opleveren in financiële zin. De paragraaf grondbeleid geeft hier inzicht in.
De omvang van de grondexploitatie is bij de Provincie gering. Er is dan ook geen sprake van een materieel risico.
R2025 |
B2026 |
B2027 |
B2028 |
B2029 |
B2030 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
Kengetal grondexploitatie |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
0% |
Structureel exploitatiesaldo
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Structureel exploitatiesaldoVoor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting is het onderscheid tussen structurele en incidentele baten/lasten van belang. Het structurele begrotingssaldo wordt berekend door de totale baten en lasten te verminderen met de incidentele baten en lasten.
Incidentele baten en lasten zijn eenmalige inkomsten en uitgaven waarbij een duidelijke einddatum bekend is. Het onderscheid tussen structurele en incidentele posten is vastgelegd in een notitie van de commissie BBV. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten, samen met de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves, te delen door de totale baten (zonder mutatie van reserves).
Een positief kengetal betekent dat we een positief saldo hebben tussen de structurele baten/lasten en de onttrekking/toevoegingen aan de reserves. Het betekent dat er flexibiliteit zit in de begroting.
Als gevolg van nadelige effecten van structurele baten (herijking) uit o.a. provinciefonds en leges enerzijds en o.a. hogere structurele lasten anderzijds, daalt de structurele exploitatieruimte.
R2025 |
B2026 |
B2027 |
B2028 |
B2029 |
B2030 |
|
|---|---|---|---|---|---|---|
Structureel exploitatiesaldo |
20% |
9% |
11% |
8% |
7% |
7% |
Opcenten motorrijtuigenbelasting
Terug naar navigatie - 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Opcenten motorrijtuigenbelastingEen Provincie heeft de mogelijkheid het aantal opcenten te verhogen tot het maximaal te heffen aantal opcenten zoals dat door het Rijk wordt bepaald. De belastingcapaciteit van Provincies wordt berekend door het aantal opcenten in jaar t (het begrotingsjaar) te relateren aan het gemiddelde van het aantal opcenten van alle Provincies in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.
Onze opcenten worden jaarlijks, conform het Coalitieakkoord 2023-2027, verhoogd op basis van de indexatie conform de Meicirculaire van het lopende jaar, in dit geval 2026 (zoals opgenomen in de financiële grondslagen bij deze programmabegroting).
Als gevolg van deze jaarlijkse indexatie zien we dat we in 2027 net boven het landelijke gemiddelde uitstijgen.
Belastingcapaciteit |
R2025 |
B2026 |
B2027 |
|---|---|---|---|
Aantal opcenten t.o.v. landelijke gemiddelde |
97% |
98% |
101% |
Landelijk gemiddelde jaar t-1 |
100% |
100% |
100% |