4.1.1. Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding en Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen
Zoals hierboven aangegeven, werken we de komende periode aan een betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem. De energie-infrastructuur moet efficiënt worden gebruikt en beter geschikt zijn voor het gevraagde transport van elektriciteit. Ook willen we dat de industrie 55% minder CO2eq. uitstoot. Hieronder staan de resultaten die we hiervoor willen bereiken.
Rol Provincie: ondersteuner, procesmanager, partner, subsidiënt, financier
Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding
In 2027 werken we aan de volgende beoogde resultaten:
- De uitvoering van de vastgestelde energievisie 1.0 wordt voortgezet, in samenhang met Toekomstvisie (TV)2050, de landelijke pilot Energiebeelden en het Nationaal Programma Energiesysteem, zodat provinciale keuzes voor energie-infrastructuur en ruimtelijke inbedding verder worden onderbouwd.
- Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) 3.0 wordt vastgesteld en pMIEK 2.0 verder uitgevoerd, zodat samen met betrokken partners wordt gestuurd op een toekomstbestendige energie-infrastructuur in Limburg.
- De samenwerking met het Rijk binnen het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) draagt bij aan de ruimtelijke borging van de nationale onderdelen van het energiesysteem richting 2050.
We zijn in 2027 tevreden als hiermee aantoonbaar voortgang is geboekt in de ruimtelijke inpassing, programmering en beleidsmatige onderbouwing van de voor Limburg benodigde energie-infrastructuur. Deze resultaten dragen bij aan een robuust, toekomstbestendig en ruimtelijk inpasbaar energiesysteem in Limburg. Belangrijke randvoorwaarden zijn tijdige afstemming met Rijk, gemeenten, netbeheerders en andere partners. Risico’s zijn onder meer afhankelijkheid van nationale besluitvorming, netcongestie, beperkte uitvoeringscapaciteit en vertraging in ruimtelijke procedures.
Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen
In 2027 werken we aan de volgende beoogde resultaten ten behoeve van de verdere verduurzaming van de Limburgse industrie en bedrijventerreinen:
- Voor de Limburgse cluster 6-industrie wordt uitvoering gegeven aan de Dialoog over Infrastructuur voor Industrie in Transitie (DIVIT), zodat vraag en aanbod van energie beter op elkaar worden afgestemd.
- Het Limburgs Energie Akkoord (LEA) en de cluster 6-aanpak worden voortgezet, zodat de samenwerking met bedrijven wordt bestendigd en verdere verduurzaming wordt ondersteund.
- De organisatiegraad op 49 bedrijventerreinen wordt verhoogd ten behoeve van de verduurzaming van deze bedrijventerreinen. Dit is mede mogelijk door de specifieke uitkering van het Rijk voor bedrijfsmatig vastgoed.
- Ten minste 10 bedrijventerreinen worden ondersteund bij hun verduurzamingsopgave. Dit is mede mogelijk door de specifieke uitkering van het Rijk voor bedrijfsmatig vastgoed.
We zijn in 2027 tevreden als binnen de Limburgse industrie en op bedrijventerreinen aantoonbaar verdere stappen zijn gezet in samenwerking, organisatie en ondersteuning ten behoeve van verduurzaming en efficiënter energiegebruik. Deze resultaten dragen bij aan een toekomstbestendige, concurrerende en duurzamere Limburgse industrie en bedrijventerreinen. Belangrijke randvoorwaarden zijn onder meer de beschikbaarheid van rijksmiddelen, medewerking van bedrijven, gemeenten en netbeheerders en voldoende uitvoeringskracht. Risico’s zijn onder meer netcongestie, afhankelijkheid van landelijke regelingen en vertraging in de samenwerking of uitvoering.
Limburgs Energiefonds (LEF)
In 2027 werken we aan de volgende beoogde resultaten:
- Uitvoering wordt gegeven aan het Statenbesluit G-25-030 inzake de herijking van het LEF.
- Uitvoering wordt gegeven aan het Statenbesluit G-26-001 inzake het aanpassen van voorwaarden en zekerheidsstelling Mijnwater.
- De ontvlechting van Mijnwater wordt voorbereid.
Energie Infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding
In 2027 continueren we de volgende activiteiten:
- De uitvoering van de vastgestelde energievisie 1.0, in samenhang met TV2050, de landelijke pilot Energiebeelden en het Nationaal Programma Energiesysteem.
- Het proces gericht op vaststelling van pMIEK 3.0 en de verdere uitvoering van pMIEK 2.0, in samenwerking met betrokken partners.
- De samenwerking met het Rijk binnen het Programma Energiehoofdstructuur (PEH), gericht op de benodigde ruimte voor de nationale onderdelen van het energiesysteem richting 2050.
- De inzet op de voor Limburg strategisch belangrijke energieprojecten, waaronder de Clauscentrale (Maasbracht), Chemelot (incl. Einighausen), de Delta Rhine Corridor (DRC), de 380 kV-verbinding Maasbracht–Einighausen, de 150 kV-hoogspanningsverbindingen, het Waterstofnetwerk Limburg en Diepe Aanlanding Wind op Zee.
- De gebiedsgerichte aanpak voor het gebied tussen Maasbracht en Chemelot, gericht op een afgewogen kaartbeeld inclusief uitvoeringsparagraaf, waarin ook de energie-infrastructuur is meegenomen.
- Waar mogelijk, gewenst en van meerwaarde het versnellen van ruimtelijke procedures voor energie-infrastructuur, in afstemming en samenwerking met Rijk, gemeenten en netbeheerders.
- Het via IPO en interprovinciale werkgroepen leveren van input op het wetgevingsprogramma van het Rijk om de realisatie van energieprojecten te stroomlijnen en te versnellen.
- Het stimuleren van initiatieven gericht op efficiënt gebruik van energie, zoals energieopslag, samenwerking op bedrijventerreinen en nieuwe contractvormen buiten piekuren.
Het tempo van realisatie is mede afhankelijk van afstemming met andere overheden, netbeheerders en marktpartijen, alsmede van ruimtelijke en juridische procedures.
Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen
In 2027 continueren we de volgende activiteiten:
- De uitvoering van de Dialoog over Infrastructuur voor Industrie in Transitie (DIVIT) voor de Limburgse cluster 6-industrie, als samenwerkingsaanpak van industrie, netbeheerders en overheden gericht op afstemming van vraag en aanbod van energie.
- De voortzetting van het Limburgs Energie Akkoord en de cluster 6-aanpak.
- De samenwerking met de bedrijven uit het Limburgs Energie Akkoord en de uitvoering van het Landelijk actieplan verduurzaming Cluster 6-bedrijven, inclusief de gebiedsgerichte aanpak voor deze bedrijven.
- Participatie in de voor Limburg relevante maatwerkafspraken onder regie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.
- Het verhogen van de organisatiegraad op 49 bedrijventerreinen ten behoeve van verduurzaming.
- De ondersteuning van ten minste 10 bedrijventerreinen bij hun verduurzamingsopgave.
- De uitvoering van het ondersteuningsprogramma verduurzaming bedrijventerreinen via onder andere het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Limburg (PVB Limburg) en het Limburgse uitvoeringsprogramma Energiehubs (LUPEH).
De voortgang is mede afhankelijk van de inzet van bedrijven, gemeenten en netbeheerders, de beschikbaarheid van rijksmiddelen en de mogelijkheden binnen het energiesysteem.
Limburgs Energiefonds (LEF)
In 2027 geven we uitvoering aan de verdere herijking van het Limburgs Energie Fonds B.V. (LEF). Naar aanleiding van het Statenbesluit G-25-030 wordt LEF verder ingericht als fonds gericht op beheer en afbouw van de bestaande portefeuille. De nadruk ligt daarbij op zorgvuldig portefeuillebeheer, risicobeheersing, monitoring van de financiële positie en het borgen van een passende governance-structuur. In dit kader worden de fondsdocumentatie, de aansturing en de informatievoorziening verder in lijn gebracht met de nieuwe fase waarin het fonds zich bevindt.
Daarnaast geven we uitvoering aan het Statenbesluit G-26-001 inzake de aangepaste voorwaarden en zekerheidsstelling rondom Mijnwater. Daarbij wordt toegezien op de naleving van de gewijzigde afspraken, de voortgang van de onderliggende businesscase en de beheersing van de financiële risico’s voor de Provincie. Ook blijven we de ontwikkeling van Mijnwater, mede gelet op het belang voor de energietransitie en de omvang van de provinciale betrokkenheid, actief volgen. In 2027 bereiden wij tevens de verdere ontvlechting en toekomstige positionering van Mijnwater voor. Daarbij worden verschillende juridische, financiële en governance-aspecten in beeld gebracht. Doel is te komen tot een toekomstbestendige structuur die past bij het publieke belang van Mijnwater, de rol van de Provincie en de beheer- en afbouwfase van LEF. Besluitvorming hierover wordt separaat aan Gedeputeerde Staten en, indien vereist, aan Provinciale Staten voorgelegd.
Het budget voor product 4.1.1. Energie Infrastructuur & Ruimtelijke inbedding en Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen bedraagt € 9,88 mln. Dit bestaat uit € 7,75 mln. aan reguliere middelen en € 2,13 mln. aan personeelskosten. De reguliere middelen worden ingezet voor de capaciteit decentrale overheden klimaat en energie (SPUK en DU) en de versterking van vergunningverlening voor de maatwerkaanpak.
Nieuwe middelen
Voor de uitvoering van het Beleidskader Nieuwe energie en schoon leefmilieu zijn in deze begroting voor 2027 de volgende lasten opgenomen om de onder ‘Kwaliteit’ genoemde resultaten te kunnen behalen:
- € 0,79 mln. voor de uitvoering van het Ontzorgingsprogramma Maatschappelijk Vastgoed (GS 5-5-2026). Dit bedrag wordt gedekt uit Rijksmiddelen, SPUK Ontzorgingsprogramma MV 2e tranche;
- € 1,92 mln. voor de inzet van capaciteit voor de PEM, alsook voor andere onderdelen van Energie (e-infra, bevoegd gezag rollen en aanpalende specialisten). Dit betreft Rijksmiddelen, SPUK CDOKE. Conform de Rijksbeschikking kunnen deze middelen worden ingezet t/m 2027.