42.739 Uitgaven (x1000)

Status activiteiten

4. Nieuwe energie en leefmilieu

4. Nieuwe energie en leefmilieu

42.739 Uitgaven (x1000)

Status activiteiten

Van beleidskader naar uitvoering

Terug naar navigatie - Van beleidskader naar uitvoering

De energieinfrastructuur blijft prominente aandacht hebben van het college. De Provincie heeft dit jaar de rol als bevoegd gezag overgenomen van het Rijk voor 380kV. Daarbij is eveneens de toekomstvisie Clauscentrale (de ‘meterkast van Limburg’) opgeleverd. Alle bedrijven in Limburg die vallen onder de energiebespaarplicht hebben een actueel energiebesparingsrapport opgeleverd. Er is een volgende stap gezet door de provinciale deelname aan fase III van het Warmtenet Zuid-Limburg. De instructieregels voor zonne-energie in Omgevingsverordening zijn aangepast en ‘ontzorgings-programma’s’ voor bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed worden gecontinueerd. In november 2024 wordt het plan van aanpak voor de Provinciale Energiemaatschappij in Provinciale Staten besproken.
Op het gebied van het leefmilieu is in 2024 het Actieplan omgevingslawaai vastgesteld waarin oog is voor geluid en gezondheid rondom provinciale wegen. Met het inwerkingtreden van de Omgevingswet per 1-1-2024 zijn inmiddels de eerste aanvragen via het digitaal stelsel omgevingsrecht (DSO) binnengekomen en voortvarend opgepakt. Meervoudige aanvragen hebben nog niet plaatsgevonden. De precieze omvang en complexiteit van deze verandering zal echter pas gaandeweg 2024 echt helder worden.

Deze voortgangsrapportage laat zien dat wij met onze beoogde resultaten en planning op koers liggen. Onze indicatoren Kwaliteit en Tijd staan op groen. Onze financiële realisatie blijft op onderdelen achter. Daarom sturen wij onze begroting deels bij in het kader van een realistische begroting. Ook zijn extra middelen nodig voor de RUD in 2024. En wij voegen structureel budget toe aan het budget Wet Hygiëne/Veiligheid Zweminrichtingen.

BBV-indicatoren

Terug naar navigatie - BBV-indicatoren

Sinds het begrotingsjaar 2018 is de Provincie verplicht BBV-indicatoren te publiceren. De beleidsindicatoren zijn in overleg met het IPO vastgesteld in 2017. De relevante BBV-indicatoren voor dit begrotingsprogramma presenteren we hieronder.

Indicator MO_8d: Bekende CO2-uitstoot (BBV).
Bron: Klimaatmonitor Rijkswaterstaat; bewerking: Kurtosis

Dit betreft de absolute CO2-emissie als gevolg van het verbruik van elektriciteit gas en vervoersbrandstoffen in Limburg.

Indicator MO_8e: Hernieuwbare Energie (BBV).
Bron: Klimaatmonitor Rijkswaterstaat; bewerking: Kurtosis

Dit betreft het gebruik van hernieuwbare bronnen voor elektriciteit, warmte en vervoersbrandstoffen in Limburg.

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Wat willen we bereiken?

4.1. Nieuwe energie

Terug naar navigatie - 4.1. Nieuwe energie

Nieuwe energie

We streven deze collegeperiode de volgende doelstellingen na:

  • in 2030 is het aandeel huishoudens met een laag inkomen en een woning van lage energetische kwaliteit gedaald van nu 6,6% naar 5%;
  • in 2030 is op 70% van de geschikte daken kleinschalige opwek (<15 kWp) via gemiddeld 10 zonnepanelen op dak gerealiseerd, concreet moet dit leiden tot 1.300 MW Photovoltaic Vermogen, hierna te noemen PV-vermogen, in 2030;
  • in 2030 bedraagt de CO2-emissie reductie van de gebouwde omgeving 55% t.o.v. 1990;
  • in 2030 bedraagt CO2/N2O-reductie van de industrie 55% t.o.v. 1990;
  • de energie-infrastructuur is betrouwbaar, wordt efficiënt benut en voorziet beter in de transportcapaciteit voor invoeding en afname van elektriciteit;
  • in 2030 is er 2,5 TWh duurzame opwek van energie gerealiseerd voor grootschalige installaties (>15 kWp) in Limburg.

Een Limburg dat vooruit wil, heeft een schoon en gezond leefmilieu nodig met een toekomstbestendige energievoorziening. De gevolgen van klimaatverandering zijn ingrijpend en zorgen ervoor dat onze huidige brede welvaart en bestaanszekerheid onder druk staan. Landelijk wordt daarom, via het Klimaatakkoord, ingezet op een klimaatneutrale samenleving in 2050. Dat betekent dat we nu al werken aan energiebesparing en omschakelen naar nieuwe bronnen en dragers van energie. Energie is een basisvoorziening voor mensen én bedrijven. De leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie is belangrijk. Door internationale ontwikkelingen en geopolitieke onzekerheden steeg de prijs van energie de afgelopen tijd aanzienlijk. Het zijn basisvoorzieningen en randvoorwaarden, die de overheid in brede zin moet garanderen en die niet (alleen) aan de markt overgelaten kunnen worden. Vanuit de algemene verantwoordelijkheid ontwikkelt de Provincie daarom beleid en initiatieven op het gebied van 'Energie-infrastructuur & Ruimtelijke Inbedding en Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen' (4.1.1.) en Verduurzaming Gebouwde omgeving & Warmte en Grootschalig opwek' (4.1.2.).

Conform het coalitieakkoord 2023-2027 is er een nieuwe PS cyclus vorm gegeven, waarbij wordt ingezet op het vaker tussentijds informeren van PS via onder andere werkbezoeken en informerende sessies.  Op dit moment wordt er organisatie breed gewerkt aan een nieuw systeem waarmee PS op elk gewenst moment inzicht zal hebben in de ontwikkelingen op indicatorniveau (op basis van de beschikbaarheid van de data uit de diverse genoemde bronnen). De doelen en daarbij behorende indicatoren van het programma Nieuwe Energie zijn opgesteld in lijn met het  op 12 april 2024 door PS vastgestelde beleidskader 'Nieuwe Energie en een Schoon Leefmilieu'.

Wat merkt de Limburger ervan?

Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren die reeds beschikbaar zijn,  zijn hieronder gepresenteerd.

Indicator bij 'in 2030 is op 70% van de geschikte daken kleinschalige opwek (<15 kWp) via gemiddeld 10 zonnepanelen op dak gerealiseerd, concreet moet dit leiden tot 1.300 MW PV-vermogen in 2030'

Indicator D_36a: Het geplaatste en geregistreerde PV-vermogen (MW) op dak op woningen in Limburg (systemen kleiner dan of gelijk aan 15 kW)
Bron: CBS

Indicator bij 'in 2030 bedraagt de CO2-emissie reductie van de gebouwde omgeving 55% t.o.v. 1990'

Indicator D_34a: CO2-emissie van de gebouwde omgeving, conform klimaatakkoord.
Bron: Regionale Klimaatmonitor

 

Wat gaan we daarvoor doen?

4.2. Gezond en veilig leefmilieu

Terug naar navigatie - 4.2. Gezond en veilig leefmilieu

Gezond en veilig leefmilieu

We streven deze collegeperiode de volgende doelstellingen na:

  • in 2027 is de gezondheid van de Limburger bevorderd door verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving t.o.v. 2020 middels:
    –    verminderen blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen;
    –    verminderen geluidsoverlast & bevorderen van stilte;
    –    verminderen emissies verontreinigende stoffen naar lucht;
    –    voorkomen van vermijdbare milieuschade, c.q. het (vooruit)schuiven van milieuschade.
  • in 2027 zijn risico’s op ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven of tijdens transport ingeperkt t.o.v. 2020.

De ambitie is een aantoonbaar gezond en veilig leefmilieu in Limburg.  Omdat bijvoorbeeld schone lucht en de kwaliteit van het leefmilieu van groot belang zijn voor de gezondheid vraagt deze ambitie om minder uitstoot van luchtverontreinigende stoffen (zoals fijnstof) en het terugdringen van omgevingslawaai.  

Omgevingskwaliteit en andere aspecten van leefmilieu worden aan het begin van het realiseren van alle fysieke opgaven expliciet meegenomen. Gezorgd wordt voor een verantwoorde manier van omgaan met de schaarste in zowel fysieke als milieuruimte. Hier ligt een nauwe relatie met Programma 5 “Leefbare steden en dorpen”. 

Het verwezenlijken van een gezond en veilig leefmilieu in Limburg vraagt om een robuust VTH-stelsel (vergunningen, toezicht en handhaving) voor de provinciale kerntaken, waaronder milieu en natuur. Bij een robuust VTH stelsel behoort een uitbreiding van de uitvoeringscapaciteit. Daarbij wordt onder andere ingezet op een intensivering van provinciaal milieubeleid. 

Wat merkt de Limburger ervan?

Het te verwachten maatschappelijke effect is dat Limburgers gemiddeld langer en in goede gezondheid leven. Enerzijds doordat zij minder ziek worden en stress beleven door de leefomgeving waarin ze verkeren en anderzijds dat zij minder risico lopen om te sterven bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. 

Het causale verband tussen levensduur en de effecten van de leefomgeving op die levensduur is moeilijk aan te tonen. Relevante, maar niet allesomvattende, indicatoren zijn 1) het percentage van de totale ziektelast door omgevingsgeluid en luchtvervuiling, 2) het aantal maanden korter leven door luchtvervuiling en 3) de ervaren gezondheid. Deze indicatoren geven enig inzicht in de lange termijn effecten van het gevoerde beleid. Op de middellange termijn wordt daarvoor gekeken naar de emissies en blootstelling aan luchtverontreinigende stoffen, ernstige geluidshinder en slaapverstoring en de geluidsbelasting in relatie tot de geluidsnorm in stiltegebieden. Voor externe veiligheid is nog geen indicator beschikbaar, maar wel beleidsinformatie via www.risicokaart.nl.    

Aan de hand van onderstaande indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren die reeds beschikbaar zijn,  zijn hieronder gepresenteerd.

Indicatoren bij ' in 2027 is de gezondheid van de Limburger bevorderd door verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving t.o.v. 2020'

Indicator D_37b: Aantal (ernstig) gehinderden en slaapverstoorden door provinciaal wegverkeer.
Bron: Actieplan Geluid Provinciale Wegen 2024

Indicator D_37c: Aantal klachten vliegverkeer.
Bron: Klachten informatie centrum luchtverkeer

Indicator D_37d: Monitoring geluidsbelasting in stiltegebieden.
Bron: Monitoringsrapportage RUD

Indicator D_37fa: Emissie van fijnstof naar lucht.
Bron: Emissieregistratie.nl, RIVM & GCN en GDN

Indicator D_37fb: Emissie van NO2 naar lucht.
Bron: Emissieregistratie.nl, RIVM & GCN en GDN

Wat gaan we daarvoor doen?

Uitvoering begroting 2024: budgetrealisatie

Terug naar navigatie - Uitvoering begroting 2024: budgetrealisatie

De lasten van de gewijzigde begroting 2024 voor dit programma tot aan de najaarsnota bedragen € 34,58 mln., bestaande uit € 24,45 mln. reguliere middelen, € 10,12 mln. personeelskosten en € 0,01 mln. kapitaallasten.


In onderstaande grafiek presenteren wij alleen de reguliere middelen vanwege de beïnvloedbaarheid van deze posten. Het betreft de bestedingen en juridische verplichtingen tot 15 augustus (gerealiseerd) en de op dat moment resterende vrije ruimte binnen de vastgestelde budgetten. De realisatie in 2024 van de reguliere middelen over 2024 bedraagt tot 15 augustus 2024 51%. Middels deze najaarsnota worden de Rijksmiddelen ad € 5,13 mln. gefaseerd naar 2025 en volgende jaren, conform de geplande uitvoering. En een bedrag van € 0,42 mln. valt vrij ten gunste van het resultaat. 

De financiële doorlichting en de voorstellen leiden tot een aanpassing van de hier opvolgende  3e W-vraag: Wat mag het kosten? 

Wat mag het kosten?

Terug naar navigatie - Wat mag het kosten?

De begroting van dit programma wordt in deze Najaarsnota bijgesteld op basis van zowel inhoudelijke als financiële voortgang, zoals beschreven in de beleidsproducten en voortgangsinformatie.

Wij stellen voor om € 1,40 mln. aanvullende middelen aan de budgetten toe te voegen inzake:

  • Extra kosten omgevingsdienst € 1,22 mln. gedekt uit het begrotingsresultaat.
  • Een structurele verhoging van het budget Wet Hygiëne/Veiligheid Zweminrichtingen ad € 0,03 mln., gedekt uit het begrotingsresultaat.
  • Procesgelden Nationaal Programma Ruimte voor Defensie ad € 0,03 mln. , gedekt uit de post onvoorzien.
  • RUD Limburg Noord ondersteuning bij uitvoering Plan van Aanpak Robuuste RUD € 0,12 mln., gedekt uit de post onvoorzien. 

Daarnaast zetten wij € 0,09 mln. in voor maatwerkaanpak vergunningverlening. Hiervoor zetten we een decentralisatie-uitkering van het rijk in. De overige bijstellingen hebben betrekking op verschuivingen binnen de personele begroting (min € 0,43 mln.) en vrijval van middelen ad € 0,42 mln. Daarnaast wordt een bedrag van € 3,81 mln. gefaseerd naar de begroting 2025 en volgende jaren.

Het gevolg van deze wijzigingen is dat het begrote uitgavenvolume van de begroting (lasten en stortingen in de reserves) van dit programma daalt van  € 45,88 mln. naar € 42,74 mln.

Bedragen x €1.000