165.108 Uitgaven (x1000)

Status activiteiten

1. Perspectief voor het landelijk gebied

1. Perspectief voor het landelijk gebied

165.108 Uitgaven (x1000)

Status activiteiten

Onze beleidskaders

Terug naar navigatie - Onze beleidskaders

Het beleidskader Perspectief voor het Landelijk gebied  voor de Statenperiode 2023-2027 is op 24 mei 2024 door Provinciale Staten vastgesteld. Hieronder vallen met name de volgende programma's en kaders: 

Beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied

Provinciale omgevingsvisie
Provinciale omgevingsverordening
Provinciaal Waterprogramma 2022-2027
Natuurprogramma 2023-2030

Limburgse aanpak bossen
Plan van aanpak invasieve exoten

Limburgse aanpak stikstofreductie en natuurverbetering
Nota Landschap verbindt Limburg

Van beleidskaders naar uitvoering

Terug naar navigatie - Van beleidskaders naar uitvoering

Waar de nieuwe koers van de rijksoverheid misschien wel het meest voelbaar zal zijn, is bij het perspectief dat gecreëerd zal moeten worden voor het landelijk gebied. Nog onduidelijk is hoe de nieuwe regering de transitie van het landelijk gebied wil faciliteren en welke consequenties dit heeft voor de ambitie om doelen en opgaven gebiedsgericht met onze partners uit te werken tot concrete maatregelen. Waar in deze begroting gesproken wordt over het LPLG (Limburgs Programma Landelijk Gebied), wordt dan ook gedoeld op het LPLG of een nieuw construct dat past bij de nieuwe koers van het kabinet. Het is van belang dat het Rijk ons passende randvoorwaarden in de vorm van langjarige middelen en instrumenten beschikbaar stelt en generieke maatregelen neemt. Wij gaan onverminderd door met het uitvoering geven aan de opgaven met de beschikbare (rijks)middelen. Om beleid en praktijk bij elkaar te brengen is tegelijkertijd inzicht nodig in wat er op het erf en in de gebieden speelt. De ontwikkeling van het landelijk gebied is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, Provincie en regionale partners.

Tegelijkertijd worden er ook al in 2024 concrete stappen gezet zoals de omvorming van 100 hectare naar natuur en zal er volgens planning daarnaast 108 hectare provinciaal bezit als natuur worden ingericht. Dit ter completering van het Natuurnetwerk Limburg NNL (natuurpact 2013), waarbij in 2027 1.270 ha natuur is ingericht en voor 990 ha nog functieverandering nodig is. Daarnaast geven wij reeds uitvoering aan diverse specifieke rijksuitkeringen (SPUK's), waaronder de Quick Wins 2022, Maatregel Gerichte Aankoop (MGA) en ondersteuning van de Rijksaanpak rondom Piekbelasting. Vanaf mei 2024 is de methode Natuurvriendelijk isoleren geïntroduceerd bij gemeenten en wordt een subsidieregeling in het derde kwartaal van 2024 opengesteld. De aanpak invasieve exoten is geëvalueerd en aangeboden aan PS. Er is overleg geweest met jagers, faunabeheereenheid en gemeenten inzake het voorkomen van overlast van wilde zwijnen. Beheerplannen N2000 gebieden worden via reguliere cyclus geactualiseerd, voor de stikstofgevoelige gebieden worden voor 1 september de eerste cycli van natuurdoelanalyses afgerond en het LEADER programma is opgesteld voor de periode tot en met 2027. Met het Masterplan bodemkwaliteit en het bijbehorende uitvoeringsplan wordt er samen met gemeenten, waterschap en Afvalsamenwerking Limburg samen geïnvesteerd in het verbeteren van de Limburgse bodem.

Deze voortgangsrapportage laat zien dat wij met onze beoogde resultaten en planning op koers liggen. Onze indicatoren Kwaliteit en Tijd staan op groen. Onze financiële realisatie blijft op onderdelen achter. Daarom sturen wij onze begroting deels bij in het kader van een realistische begroting. Ook intensiveren wij ons beleid, in lijn met de kaders, rondom water en bodem door middelen beschikbaar te stellen voor uitvoering van het plan bodemvitaliteit.

Wat willen we bereiken?

Terug naar navigatie - Wat willen we bereiken?

1.1. Natuur en landschap

Terug naar navigatie - 1.1. Natuur en landschap

Ten aanzien van Natuur en Landschap streven wij deze statenperiode de volgende doelstellingen na:

  • wij hebben de kwaliteit van het Limburgse landschap versterkt, en daarmee ook de leefbaarheid van het landelijk gebied zowel voor de mens als de natuur;
  • in 2027 is de bescherming van en de staat van instandhouding ten gunste van biotopen en leefgebieden van dieren en planten verbeterd;
  • in 2027 is uitstoot van broeikasgassen en ammoniak door de landbouw in Limburg verminderd. 

 Wat merkt de Limburger ervan?

Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren die reeds beschikbaar zijn, zijn hieronder gepresenteerd.

Indicatoren bij 'we hebben de kwaliteit van het Limburgse landschap versterkt, en daarmee ook de leefbaarheid van het landelijk gebied zowel voor de mens als de natuur'

Indicator D_3a: Percentage groenblauwe dooradering binnen het landelijk gebied in Limburg t.o.v. landelijke streefwaarde.
Bron: Data beleidscluster

Indicator D_3b: Percentage groenblauwe dooradering binnen de groenblauwe mantel in Limburg t.o.v. landelijke streefwaarde.
Bron: Data beleidscluster

Indicatoren bij 'In 2027 is de bescherming van en de staat van instandhouding ten gunste van biotopen en leefgebieden van dieren en planten verbeterd'

Indicator D_1aa: Trend van het gerealiseerde areaal ANLb in Limburg tussen 2023 en 2027.
Bron: Data beleidscluster

Indicator D_1ac: Realisatie verwerving ontwikkelopgave
Bron: Data beleidscluster

Indicator D_1ad: Realisatie inrichting ontwikkelopgave
Bron: Data beleidscluster

Indicator R_1a_1b: Areaal nieuw ingerichte natuur (BBV)
Bron: Data beleidscluster

Sinds het begrotingsjaar 2018 is de Provincie verplicht BBV-indicatoren te publiceren. De beleidsindicatoren zijn in overleg met het IPO vastgesteld in 2017. De onderstaande indicator is een dergelijke BBV indicator en is dan ook niet direct gerelateerd aan het wel of niet behalen van de in het beleidskader opgenomen doelstellingen.

Indicator R_3a: Percentage van het oppervlakte Limburgs gebied onder gesubsidieerd natuurbeheer (BBV)
Bron: Data beleidscluster

De onderstaande indicator is een BBV indicator en is dan ook niet direct gerelateerd aan het wel of niet behalen van de in het beleidskader opgenomen doelstellingen.

Indicator D_1bb: Trends van het voorkomen van diersoorten in Limburg.
Bron: CBS

 

Indicatoren bij 'n 2027 is uitstoot van broeikasgassen en ammoniak door de landbouw in Limburg verminderd'

Indicator D_2a: De daling van de ammoniakemissie in Limburg door de landbouw, afgezet tegen de reductieopgave van 3Kton tussen 2018 en 2030.
Bron:  Rijksoverheid (Emissieregistratie.nl)

Indicator D_2b: De daling van de CO2-eq emissie, afgezet tegen de reductieopgave van 0,3 Mton tussen 2018 en 2030.
Bron: Rijksoverheid (Emissieregistratie.nl)

Wat gaan we daarvoor doen?

1.3. Water

Terug naar navigatie - 1.3. Water

De beken zijn schoon, lopen meanderend door het landschap, zijn ecologisch gezond en passeerbaar voor vissen. De beken kunnen omgaan met langere perioden van droogte en sterke neerslag. Er is weinig wateroverlast vanuit de beken en ze vallen zo weinig mogelijk droog. De natuur en de landbouwgebieden hebben een aanvaardbare last van droogte en er is voldoende grondwater van een goede kwaliteit voor drinkwater, voedselvoorziening, natuur en industrie.

Verder is de Maas veiliger tegen hoogwater en is de ruimtelijke kwaliteit langs de Maas op diverse plekken verbeterd. 

Om het bovenstaande te bereiken streven wij deze collegeperiode ten aanzien van Water de volgende doelstellingen na:

  • in 2027 is er een duurzamer, robuuster en ecologisch gezonder watersysteem dat beter kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water en verbeterde kwaliteit;
  • in 2027 is de Limburgse bodem verbeterd.

Wat merkt de Limburger ervan?

Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we op koers liggen met het behalen van onze doelstellingen voor deze Statenperiode. Hierbij is de Provincie natuurlijk ook afhankelijk van partners en andere autonome ontwikkelingen. De indicatoren die reeds beschikbaar zijn, zijn hieronder gepresenteerd.

Indicatoren bij 'In 2027 is er een duurzamer, robuuster en ecologisch gezonder watersysteem dat beter kan omgaan met wateroverlast en droogte en dat voorziet in voldoende water en verbeterde kwaliteit' 

Indicator D_5a: Km beektrajecten of waterlichamen waar de ecologische doelen zijn behaald.
Bron: Data beleidscluster

Indicator D_5d: Ecologische toestand van oppervlaktewater en grondwater (BBV).
Bron: KRW

Indicator D_5e: Onttrokken hoeveelheid voor de Drinkwatervoorziening afgezet tegen de beschikbare vergunde ruimte.
Bron: WML en data VTH

 

Indicatoren bij 'in 2027 is de Limburgse bodem verbeterd'

Indicator D_6a: Organisch stofgehalte meten: Mineral Associated Organic Matter (MAOM) in relatie tot Particulate Organic Matter (POM).
Bron: HAS

Indicator D_6b: N30-60-90 metingen: Deze meting geeft informatie over de stikstofniveaus in je bodem op verschillende dieptes (0-30 cm, 30-60 cm en 60-90 cm).
Bron: HAS

Indicator D_6c: Biologische activiteit meten a.d.h.v. phospholipid fatty acids (fosfolipidenvetzuren, PFLA).
Bron: HAS

Wat gaan we daarvoor doen?

Uitvoering begroting 2024: budgetrealisatie

Terug naar navigatie - Uitvoering begroting 2024: budgetrealisatie

De lasten van de gewijzigde begroting 2024 voor dit programma tot aan de najaarsnota bedragen € 211,28 mln., bestaande uit € 203,66 mln. reguliere middelen, € 7,31 mln. personeelskosten en € 0,31 mln. kapitaallasten.

In onderstaande grafiek presenteren wij alleen de reguliere middelen vanwege de beïnvloedbaarheid van deze posten. Het betreft de bestedingen en juridische verplichtingen tot 15 augustus (gerealiseerd) en de op dat moment resterende vrije ruimte binnen de vastgestelde budgetten. Onder deze vastgelegde verplichtingen vallen ook de meerjarige projectsubsidies voor de terreinbeherende organisaties. Op dit moment is niet in te schatten welk deel van de verplichtingen door de TBO's (taakbeherende organisaties) zijn uitgegeven omdat wij nog niet beschikken over recente liquiditeitsbegrotingen. Dekking van deze uitgaven  vindt plaats vanuit de SPUK Natuur (nr. L16.-fase 1). De looptijd van deze SPUK is verlengd. 

Onze voortgangsanalyse geeft aan dat het nodig is om de begroting bij te stellen. Wij faseren € 63,38 mln. van 2024 naar 2025 en verder. Deze faseringen zijn toegelicht bij de beleidsproducten.

De financiële doorlichting en de voorstellen leiden tot een aanpassing van de hier opvolgende  3e W-vraag: Wat mag het kosten? 

Wat mag het kosten?

Terug naar navigatie - Wat mag het kosten?

In deze Najaarsnota 2024 wordt de begroting van het programma Perspectief voor het landelijk gebied bijgesteld op basis van de inhoudelijke en financiële voortgang, zoals beschreven in de beleidsproducten en voortgangsinformatie. 

De volgende voorstellen zijn opgenomen:

Aanvullend reguliere middelen ad € 1,48 mln. bestaande uit:

  • budget voor de uitvoering van het Plan bodemvitalisering ad € 0,15 mln. Deze wordt gedekt uit de programmareserve bodem en ondergrond;
  • € 1,06 mln. aanvullende middelen voor de uitvoering van het natuurprogramma 2024 (deels gedekt uit de post onvoorzien, deels resultaat voorgaande dienstjaren)
  • aanvullende bijdrage van € 0,27 mln. ten behoeve van  Ruimte voor de Maas Oeffelt (indien ook partners aan randvoorwaarden voldoen) ten laste van de post onvoorzien.

Ook zetten wij voor € 3,85 mln. aan specifieke uitkeringen in. Daarnaast wordt voor een bedrag van € 63.77  mln.  de fasering van de uitgaven aangepast. De overige lastenstijgingen hebben vooral betrekking op verschuivingen binnen de personele begroting. 

Per saldo dalen de lasten met € 55,15 mln. en stijgen de stortingen in de reserves met € 2,48 mln. Het gevolg van deze wijzigingen is dat het begrote uitgavenvolume van de begroting (lasten en stortingen in de reserves) van dit programma daalt van  € 217,78 mln. naar € 165.11 mln.

Voor nadere details verwijzen wij naar de toelichtingen op product-niveau bij 'Wat gaan we daarvoor doen?', onderdeel Geld.

Bedragen x €1.000