5. Leefbare steden en dorpen

(x €1.000)
Uitgaven
€ 53.986
6%
Inkomsten
€ 35.552
4%
Saldo
€ -18.434

Leefbare steden en dorpen

Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Leefbare steden en dorpen

Voortgang

De uitvoering van het beleidskader Leefbare steden en dorpen in Limburg verloopt volgens planning. Bij de Leefbaarheidsaanpak is zelfs sprake van een versnelling bij het verlenen van subsidies en het sluiten van Leefbaarheidsakkoorden. We werken hard aan voldoende passende woonruimte voor alle woningzoekenden in Limburg. Gemeenten ontvangen actieve ondersteuning bij het versnellen van de woningbouw in het kader van de Woondeal. De Provincie neemt hierin het voortouw door uitvoering te geven aan de Wet Versterking regie volkshuisvesting, een plan van aanpak voor de woningbouwprogrammering op te stellen en het Verstedelijkingsconcept Limburg Centraal te ontwikkelen.

Ook op het gebied van ruimtelijk beleid liggen we op koers: de geactualiseerde Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de Omgevingsverordening zullen volgens planning aan Provinciale Staten worden voorgelegd. Deze documenten stellen richtlijnen vast voor het gebruik van de schaarse ruimte, water, milieuruimte en ruimte op het energienet in Limburg. Het Actieprogramma voor bodem en ondergrond voor 2026 is vastgesteld en de uitvoering hiervan verloopt volgens schema.

Ontwikkelingen en prioriteiten?

De voorziene vaststelling van de geactualiseerde POVI en Omgevingsverordening in 2026 resulteert in scherpe keuzes, tegen de achtergrond van de schaarste aan ruimte, water, milieuruimte en ruimte op het energienet in onze provincie. Met dit omvangrijke traject wordt een vernieuwde basis gelegd voor het provinciaal omgevingsbeleid. Vanaf eind 2026 zal de nadruk liggen op het uitwerken en toepassen van deze kaders, onder andere via rayonplanologie en in programma's, projectbesluiten en bestuurlijke afspraken met gemeenten, waterschap en Rijk (o.a. Nota Ruimte). Om onze plannen in de fysieke leefomgeving te realiseren, is een actievere rol van de Provincie nodig. Zo vervullen we de rol van bevoegd gezag bij projectbesluiten, met name op het gebied van energie-infrastructuur (Graetheide, Schoonbron en Wellsmeer). Dit is essentieel gezien de toenemende samenhang tussen (randvoorwaardelijke) energie, woningbouw en economische ontwikkeling.

Met de inwerkingtreding van de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting en de komst van het rijksbeleid op volkshuisvesting wordt de Provinciale rol steviger en krijgen we nieuwe wettelijke taken. Hier zijn op termijn extra capaciteit en middelen voor nodig. In 2026 geven we invulling aan deze regierol door meer te sturen op aantallen, betaalbaarheid en aandachtsgroepen. Dit vraagt om een andere manier van samenwerken met gemeenten en corporaties. In 2026 werken we een woningbouw programmering uit, die de woningbouwopgave voor Limburg vastlegt. Ook wordt een Volkshuisvestingsprogramma opgesteld. Hierin wordt het beleid in de omgevingsvisie voor woningbouw en het beheer van de bestaande woningvoorraad geconcretiseerd.

In 2026 is de vaststelling van Verstedelijkingsstrategie Limburg Centraal voorzien door Provincie, Rijk, zes gemeenten en het Waterschap. Eveneens wordt het vervolgtraject samen met de partners vormgegeven in de vorm van een uitvoeringsagenda. Parallel hieraan werken we aan de uitvoering van verstedelijking, door gebiedsontwikkeling en de markt te stimuleren. Met het inzetten van het verstedelijkingsbudget (€ 50 mln., na besluitvorming door PS in 2026) kunnen we samen met partners afspraken maken met betrekking tot de gebiedsontwikkeling. Daartoe ontvangen Provinciale Staten in juni 2026 een voorstel voor een Bestedingen- en Uitvoeringskader waarmee het mogelijk wordt om gericht te investeren in verstedelijking, dus, door samen met partners in te zetten op de gebiedsontwikkeling (wonen, mobiliteit en economie).

De sluitingsdatum van de subsidieregelingen van de Limburgse Leefbaarheidsaanpak is eind 2026 voorzien. We verwachten dit jaar nog de nodige subsidies toe te kennen, in het bijzonder vanuit de regeling voor gebiedsgerichte projecten van gemeenten. Daarnaast gaan we onze samenwerkingen intensiveren, niet alleen met de diverse regionale partners, maar ook met verschillende andere provincies.

5.1.1. Leefbare steden en dorpen

Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - 5.1.1. Leefbare steden en dorpen

Voortgang

In de eerste drie maanden van 2026 hebben we vanuit de Limburgse Leefbaarheidsaanpak de volgende aantallen subsidies verleend en Leefbaarheidsakkoorden gesloten:

  • Regeling voor kleinschalige initiatieven: 20 subsidies verleend;
  • Regeling voor initiatieven van stichtingen/verenigingen/coöperaties: 25 subsidies verleend;
  • Regeling voor publieke gebiedsgerichte initiatieven van gemeenten: 6 Leefbaarheidsakkoorden gesloten.

Op basis hiervan kan worden geconstateerd dat er ten opzichte van de voorgaande maanden sprake is van een versnelling bij het verlenen van subsidies en het sluiten van Leefbaarheidsakkoorden. Op basis van het aantal getekende Leefbaarheidsakkoorden verwachten we dat het aantal verleende subsidies vanuit de regeling voor gebiedsgerichte publieke initiatieven in de komende maanden aanzienlijk toe zal nemen.

Dit zijn enkele voorbeelden van subsidies, die in de eerste drie maanden van 2026 zijn verleend:

  • Kleinschalige initiatieven fysiek: realisatie van een ontmoetingsplek in een dorp;
  • Kleinschalige initiatieven sociaal: organisatie van een gezondheidsfestival;
  • Initiatieven stichtingen/verenigingen/coöperaties fysiek: realisatie van een groenblauw schoolplein;
  • Initiatieven stichtingen/verenigingen/coöperaties sociaal: opzetten van een buddysysteem voor nabestaanden.

De Leefbaarheidsaanpak is erop gericht de leefbaarheid in Limburg in brede zin te versterken. We willen daarom niet alleen subsidies verlenen, maar initiatiefnemers ook informeren en ondersteunen. In dat kader zijn activiteiten ondersteund, zoals de organisatie van informatiebijeenkomsten over de Leefbaarheidsaanpak in diverse gemeenten en de organisatie van het BuurtBooster Festival en Fondsenplein op 25 maart.

De Leefbaarheidsaanpak draagt niet alleen bij aan de doelen van het beleidskader Leefbare steden en dorpen, maar ook aan die van het beleidskader Samen leven en bestaanszekerheid, en dan in het bijzonder het onderdeel Krachtige gemeenschappen in wijken en dorpen. In dit verband werken we samen met de Gebiedsgerichte aanpak.

Afwijkingen

De hierboven omschreven voortgang leidt ertoe dat de doelstellingen van de Leefbaarheidsaanpak deels al (ruimschoots) zijn gehaald. Waar dit nog niet het geval is, hebben we de verwachting dat dit binnen de resterende looptijd alsnog gaat lukken. 

Financiële consequenties

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die financiële consequenties hebben voor de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026.

5.1.2. Toekomstbestendige woonruimte

Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - 5.1.2. Toekomstbestendige woonruimte

Voortgang

Limburg Centraal:

We liggen goed op koers met de resultaten van Limburg Centraal. Een hoogtepunt is de vaststelling van het Verstedelijkingsconcept door het College van Gedeputeerde Staten, het College van B&W van de zes gemeenten en het Dagelijks Bestuur van Waterschap Limburg.

Met alle Limburg Centraal-partners is in Q1 een nieuw plan van aanpak voor de komende twee jaar opgesteld, met concrete werkafspraken hoe we verder werken aan de gebiedsontwikkelingen binnen de zes stationsgebieden. 

Trekkingsrechten starterslening:

In het eerste kwartaal van 2026 hebben we in het kader van de startersleningen weer aanvragen voor trekkingsrechten van diverse gemeenten kunnen honoreren. Op 31 oktober 2025 hebben Provinciale Staten ingestemd met het wijzigingsbesluit ‘Verordening Startersleningen Provincie Limburg’. Dit wijzigingsbesluit is in werking getreden op 1 januari 2026. Hiermee is de maximale koopsom van woningen die in aanmerking komen voor een starterslening verhoogd naar € 345.000,00. Daarnaast is de provinciale bijdrage verlaagd. Eerder was dit 75% vanuit de Provincie en 25% vanuit de gemeenten, nu is dit 50% Provincie en 50% gemeente. Uiterlijk in het vierde kwartaal 2026 gaan we weer naar Provinciale Staten om de provinciale kredietfaciliteit aan te vullen.

Limburgse Woningbouwprogrammering 2027-2036:

We liggen op koers met de actualisatie van de Limburgse Woningbouwprogrammering. Om gericht uitvoering te kunnen geven aan de actualisatie van de programmering is in het eerste kwartaal van 2026 een Plan van Aanpak Limburgse Woningbouwprogrammering 2027-2036 opgesteld. 

 Invoering/implementatie Wet versterking regie volkshuisvesting:

In de aanname dat de Wet in werking zal treden op 1 juli 2026 is in het eerste kwartaal van 2026 gestart met het proces van invoering en implementatie binnen de provinciale organisatie. Voor één van de verplichte producten uit de Wet (het opstellen van een provinciaal Volkshuisvestingsprogramma) is het proces opgestart. 

Versnelling Woondeal:

We liggen op koers met de versnelling van de Woondeal. De subsidie flexibele inzet ondersteuning woningbouw (fiow) wordt door regio’s en gemeenten goed aangesproken. Er zijn 3 gemeenten gesubsidieerd voor uitbreiding van gemeentelijke capaciteit. Via de Woonkamer (2x per jaar) en de Woonkeuken (4x per jaar) werken we aan kennisdeling en kennisontwikkeling met onze stakeholders. De provinciale versnellingstafel, met als doel knelpunten in de woningbouw op te lossen, is gevormd en wordt voorgezeten door de gedeputeerde. In het eerste kwartaal van 2026 hebben twee provinciale versnellingstafels plaatsgevonden. We blijven gemeenten ondersteunen bij het kansrijk aanspreken van complexe Rijksregelingen, door inhuur van bureaus die ondersteunen bij het indienen van kansrijke aanvragen. In het eerste kwartaal van 2026 hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen tot ondersteuning bij een aanvraag voor de Woningbouwimpuls (WBI) 8e tranche.

Afwijkingen

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het realiseren van de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026. 

Financiële consequenties

Nieuwe eigen middelen

Niet alleen de afwijkingen of ontwikkelingen zorgen voor aanpassingen in  onze begroting. Om verder uitvoering te geven aan ons bestaand beleid zetten we de programmareserve Wonen in voor de uitvoering van provinciale en regionale versnellingstafels, hiervoor wordt een bedrag van € 0,56 mln. gevraagd. 

€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Nieuwe eigen middelen - bestaand beleid
5.1.2
GS 10-3-2026 Provinciale versnellingstafel versnelling uitvoering Woondeal
Programmareserve Wonen
557
557

5.1.3. Kwaliteit met minder ruimte

Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - 5.1.3. Kwaliteit met minder ruimte

Voortgang

Conform de (medio 2025 bijgestelde) planning hebben GS op 24 maart 2026 het Statenvoorstel voor actualisering van de POVI vastgesteld en vervolgens aan Provinciale Staten aangeboden. Behandeling in PS is voorzien op 8 mei 2026. Mede naar aanleiding van de ruim 1.400 ingediende zienswijzen is het ontwerp op tal van punten aangepast. Juridische doorvertaling van de POVI vindt waar nodig plaats in de Omgevingsverordening (OVL). Een ontwerpwijziging hiervan is eveneens op 24 maart 2026 door GS vastgesteld. Gedurende zes weken ligt dit ontwerp ter inzage en is er gelegenheid om zienswijzen in te dienen. Ook vaststelling van de gewijzigde Omgevingsverordening is een bevoegdheid van PS. Vaststelling door PS is voorzien in september 2026.

In de geactualiseerde POVI worden scherpe keuzes gemaakt, waarbij rekening gehouden wordt met de schaarste aan ruimte, water, milieuruimte en ruimte op het elektriciteitsnet. Met de vaststelling ervan en van de bijbehorende Omgevingsverordening wordt een belangrijke stap gezet richting de beoogde verbetering van de samenhang en integraliteit van afwegingen in de fysieke leefomgeving.

Op nationaal niveau wordt de voorbereiding van de Nota Ruimte door het nieuwe Kabinet voortgezet. 

Voor NOVEX De Peel is een Ontwikkelperspectief (OP) opgesteld. Daarnaast wordt gewerkt aan een Regionale Uitvoerings- en investeringsagenda. In 2026 steken wij extra energie in het verder uitwerken van de uit te voeren projecten samen met de partners.

Afwijkingen

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het realiseren van de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026. 

Financiële consequenties

Nieuwe eigen middelen

Niet alleen afwijkingen of ontwikkelingen leiden tot aanpassingen in onze begroting; om uitvoering te geven aan het bestaande beleid worden middelen gevraagd ten laste van het begrotingsresultaat:

  • Voor de actualisering van de POVI en OVL wordt een bedrag van € 0,26 mln. gevraagd;
  • Voor de versterking van de NOVEX-organisatie wordt een bedrag van € 0,24 mln. gevraagd.
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Nieuwe eigen middelen - bestaand beleid
5.1.3
GS 14-4-2026 Aanvullende procesmiddelen POVI & OVL 2026
Reserve bodem en ondergrond '24-'30
263
5.1.3
GS 14-4-2026 Aanvullende procesmiddelen Novex De Peel
Begrotingsresultaat
240
503

5.1.4. Bodem en ondergrond

Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - 5.1.4. Bodem en ondergrond

Voortgang

Het Actieprogramma bodem en ondergrond 2026 is opgesteld. De uitvoering van het Actieprogramma verloopt volgens planning. De werkzaamheden, voortkomend uit het Actieplan Nazorg Steenkoolwinning 2024-2025, zijn grotendeels afgerond en een deel van de werkzaamheden loopt door in 2026. Een van de projecten uit dit plan heeft betrekking op het mijnwatermeetnet. Dit meetnet wordt uitgebreid, zodat er meer inzicht komt in de kwaliteit en kwantiteit van het stijgende mijnwater. De voorbereidingen voor het Actieplan Nazorg Steenkoolwinning 2026 en het Meerjarenprogramma Nazorg Steenkoolwinning 2026-2030 zijn gestart in het eerste kwartaal 2026 en vaststelling is voorzien in het tweede kwartaal van 2026. Daarnaast is het fysieke loket van I3ML (Instituut voor Milieu, Mens en Mijnbouw Limburg) sinds 2 januari 2026 toegankelijk. Tranche 0 is geopend en de eerste schademeldingen worden inmiddels behandeld. Als Provincie blijven wij de voortgang nauwgezet volgen via de reguliere afstemming tussen Rijk en Regio. Aandachtspunten hierbij zijn onder meer de continuïteit van de tijdelijke regeling naar een structurele aanpak, de voortgang in de uitvoering en het borgen van de menselijke maat. Binnen het schadeherstelspoor is de kennisontwikkeling ondergebracht bij I3ML, waar de Provincie – conform afspraken met het Rijk en de mijngemeenten – haar regierol versterkt door de ontwikkeling van één samenhangend kennis- en expertisecentrum. Hiermee wordt versnippering voorkomen en ontstaat één herkenbare plek voor kennisontwikkeling, kennisdeling en ondersteuning van burgers, gemeenten en partners. Momenteel wordt de verkenning van samenwerkende kennispartners en de subsidieaanvraag voorbereid om te komen tot het expertisecentrum I3ML.

Afwijkingen

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het realiseren van de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026. 

Financiële consequenties

Nieuwe eigen middelen

Niet alleen afwijkingen of ontwikkelingen leiden tot aanpassingen in onze begroting; om uitvoering te geven aan het bestaande beleid maken wij de voor de inzet van beschikbare middelen, zoals (programma)reserves en/of begrotingsresultaat:

  • Voor de doorontwikkeling van het expertisecentrum I3mL wordt een totaalbedrag van € 1,00 mln. gevraagd uit de reserve DU naijl-effecten mijnbouw (2026: € 0,38 mln., 2027: € 0,14 mln. 2028-2035 jaarlijks € 0,06 mln.).
  • Voor de uitvoering van het Actieprogramma bodem en ondergrond 2026 wordt € 0,18 mln. gevraagd vanuit de reserve bodem en ondergrond '24-'30;
  • Voor de uitvoering kennisfunctie van de mijnbouwschade wordt een bedrag van € 0,15 mln. gevraagd uit het begrotingsresultaat (2026: € 0,10 mln. en 2027: € 0,05 mln.). Het betreft hier proceskosten voor onder andere verkenning naar partners en onderzoeksbehoefte, lobby, faciliteren kennisontwikkeling en -deling;

Overige bijstellingen

Voor de inzet van een technisch projectleider voor de uitbreiding van het mijnwatermeetnet wordt een bedrag van € 0,05 mln. (2026: € 0,04, 2027: € 0,01 mln.) overgeheveld vanuit het exploitatiebudget (Maatregelen na-ijl effect steenkoolwinning) naar het budget voor personeelskosten (programma 9).

€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Nieuwe eigen middelen - bestaand beleid
5.1.4
Procesmiddelen expertisecentrum I3mL
Reserve DU naijl-effecten mijnbouw
378
5.1.4
Actieprogramma bodem en ondergrond
Reserve bodem en ondergrond '24-'30
178
5.1.4
Procesm. uitvoer. kennisfunctie mijnbouwschade
Begrotingsresultaat
100
655
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Overige bijstellingen - budgetneutraal
5.1.4
Maatregelen na-ijl effect steenkoolwinning
Overboeking binnen begroting
-35
-35