1. Perspectief voor het landelijk gebied

(x €1.000)
Uitgaven
€ 137.038
16%
Inkomsten
€ 53.730
6%
Saldo
€ -83.308

Perspectief voor het landelijk gebied

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Perspectief voor het landelijk gebied

Voortgang

De opgaven in het landelijk gebied zijn groot, evenals de politieke turbulentie. Dit voelen wij ook in 2026. In Den Haag is een nieuwe regering gestart met een stevige ambitie: het land, het liefst voor de zomer nog, van het stikstofslot halen met een speciale Taskforce Landbouw, Natuur, Stikstof. Ook onze eigen ambitie om aan de slag te gaan met de uitdagingen op het gebied van natuur, water, landschap en stikstof is onverminderd groot. We werken dan ook hard aan de uitvoering van de doelen uit het beleidskader ‘Perspectief voor het landelijk gebied’.

We liggen grotendeels op koers met de uitvoering van de wettelijke natuurtaken en werkzaamheden rondom waterveiligheid en bodemvitalisering. Ook werken we aan de uitvoering van verschillende moties, zoals die voor de bevers, bestuivers en exoten. Belangrijke mijlpalen zijn de ondertekening van het Convenant Zoetwater  en de instelling van de Bestuurscommissie WRL. Met de afronding van de geactualiseerde Provinciale Omgevingsvisie en Ontwerp Omgevingsverordening is er hernieuwde aandacht voor raakvlakken tussen natuur, water en andere ruimtelijke ontwikkelingen.

Tegelijkertijd is het nodig om voor sommige opgaven een stap extra te zetten. Ondanks dat we met veel energie aan de slag zijn met het Limburgs Offensief Stikstof (LOS), blijft de uitvoeringssnelheid vooralsnog achter. Draagvlak creëren bij onze partners in de gebiedsprocessen is essentieel, maar kost ook tijd. Ook de realisatiesnelheid van de ontwikkelopgave natuur is - zoals eerder geconstateerd - onvoldoende. De geplande versnellingsmaatregelen zijn in uitvoering, en hebben de eerste resultaten, in het eerste kwartaal van 2026, in de vorm van extra hectares opgeleverd. 

Ontwikkelingen en prioriteiten

Door de inwerkingtreding van nieuwe wet- en regelgeving, zoals de Europese Natuurherstelverordening, krijgen we als Provincie extra verantwoordelijkheden erbij voor natuurbeleid. Zo voorzien wij een regierol op het gebied van natuurbrandpreventie en verantwoordelijkheden voor o.a. bosrevitalisering, natuurmonitoring en agrarisch natuurbeheer. Ook verwachten we nieuwe afspraken over provinciale natuurtaken vanuit het nieuwe nationale Natuurpact vanaf 2028. Maar het is nog altijd niet duidelijk onder welke voorwaarden en met welke (financiële) middelen. Hier gaat in de gesprekken met het Rijk in 2026 dan ook extra aandacht naar uit. Verder zien we een toenemend aantal claims voor ‘faunaschade’. Het Rijk komt met een stelselherziening, maar we gaan ook (zelf én in IPO verband) aan de slag met een analyse van oorzaken en sturingsmogelijkheden, zodat deze stijgende kostenpost beheersbaar blijft.

In het Limburgs Offensief Stikstof (LOS) gaan natuurverbetering en het op gang brengen van de vergunningverlening hand in hand. In 2026 en verder voeren we maatregelen van het LOS uit. Prioriteit ligt bij een zestal gebiedsgerichte aanpakken in vier focusgebieden. In 2026 starten de gebiedsprocessen en maken we een eerste analyse. Op basis hiervan leggen we eind 2026 of begin 2027 bestuurlijke keuzes voor. Ook het nieuwe nationale coalitieakkoord ‘Aan de slag!’ onderstreept de waarde van een gebiedsgerichte aanpak. Het Rijk wil samen met provincies toewerken naar gebieds- en zelfs bedrijfsspecifieke reductiedoelen. Vanuit de middelen in het coalitieakkoord is € 9 mld. beschikbaar voor gebiedsprocessen. Afspraken over de inzet en verdeling van dit fonds, maken we in 2026 in IPO verband.

De kwaliteit en beschikbaarheid van het water in Limburg is op termijn erg bepalend voor het perspectief van inwoners en bedrijven. Voor het behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) doelen vóór 2027 zijn we erg afhankelijk van de maatregelen die o.a. het Rijk neemt en deze inzet is, ook onder het nieuwe kabinet, beperkt. Als Provincie blijven we ons maximaal inspannen om het bereiken van de doelen dichterbij te brengen. In 2026 werken we aan de uitvoering van het Aanvalsplan Waterkwaliteit en starten we de ontwikkeling van een nieuw Provinciaal Waterprogramma. Ook onderzoeken we of er nog koppelkansen zijn tussen de gebiedsprocessen in het LOS en de wateropgave. In 2026 is er ook een Statenvoorstel voor de verhoging van grondwaterheffing voorzien.

In het programma ‘Samen naar een waterrobuust Limburg’ resteert van de Provinciale bijdrage van € 50 mln. nog € 10 mln. die nog niet is toebedeeld aan een van beide programma’s HWBP of WRL. Dit bedrag is nader te verdelen op basis van de verdere uitwerking van de plannen voor de Maas en het regionaal watersysteem. Wij zullen in de komende begroting een voorstel hiervoor doen waarbij toebedeling aan de integrale aanpak Maas-Roer (omgeving Roermond) een optie is. Voor dit gebied wordt vanuit HWBP en WRL gezamenlijk gewerkt aan één integrale verkenning.

Ten behoeve van cofinanciering aan Grenspark Maas-Swalm-Nette willen we middelen beschikbaar stellen voor de periode 2027-2030. Deze financiering draagt bij aan de Provinciale doelen van natuur, landschap, cultuurhistorie en recreatie, het verkrijgen van Europese cofinanciering en de belangen van Nederlands-Duitse samenwerking voor de regio. Een voorstel hiertoe zal worden verwerkt in de Programmabegroting 2027.

In samenwerking met gemeenten, Waterschap en de HAS werken we aan het plan Bodemvitalisering. Bodemvitalisering is een langdurig proces. De gestarte pilots lopen naar verwachting tot eind 2027. Op de pilotlocaties zijn in de loop van 2026 vervolgmetingen voorzien.

1.1.1. Natuur, biodiversiteit en fauna

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.1.1. Natuur, biodiversiteit en fauna

Voortgang

In algemene zin kan gesteld worden dat we op koers liggen in de uitvoering van onze wettelijke natuurtaken. De uitvoering in het eerste kwartaal van 2026 van de moties 3247 Tot hier en niet verder (Aziatische Hoornaar), 3165 Inzicht in beverpopulatie en schade overlast en het beverbeheer Limburg, 3186 Bever versus onze veiligheid, 3209 Offensief Limburgse bestuivers, 3274 Van beschermde natuur tot onbeschermde burger en 3280 Realistisch en houdbaar stikstofinstrumentarium verlopen volgens plan. 

Natuurbeleid in POVI en Verordening

In maart 2026 is door Gedeputeerde Staten de POVI 2026 vastgesteld evenals de Ontwerp Omgevingsverordening. Vanuit Natuur en Water is veel aandacht geweest voor het specifieker aanduiden van deelgebieden van de Groenblauwe Landbouwzone (voorheen Groenblauwe mantel) waardoor duidelijk gemaakt is wat de daar geldende natuur- en wateropgaven zijn. Zo kunnen indieners van plannen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen beter onderbouwen hoe hiermee rekening wordt gehouden. Ook kunnen rijksmiddelen ter stimulering van agrarisch natuurbeheer hier gericht ingezet worden. 

Natuurnetwerk

Naast onze doorlopende inzet om het natuurnetwerk in te richten en te beheren, is er in januari 2026 met Provinciale Staten sonderend gesproken over het Plan van aanpak Natuurcompensatie. Dit plan wordt momenteel uitgevoerd. Onder andere via aanpassingen in de ontwerp Omgevingsverordening.

Natuurbeheer

In het eerste kwartaal van 2026 is er ten opzichte van 2025 circa 1.300 hectare extra beheer vastgelegd binnen het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb), waarmee de eerdere verwachting van 1.100 hectare is overtroffen. De daadwerkelijke realisatie volgt later dit jaar. Naast het ANLb zijn we in het eerste kwartaal van 2026 gestart met het voeren van de Goede Gesprekken met de terreinbeherende organisaties, ter evaluatie van het Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer (SNL). 

In het eerste kwartaal 2026 zijn in het deelgebied Beekdaelen de eerste herstelacties gestart om de natuurcompensatiepercelen weer in de oorspronkelijke staat te herstellen. Om het beheer en de monitoring van de natuurpercelen verder te optimaliseren, onderzoeken we of online tools hierbij kunnen ondersteunen.

Exotenaanpak

Conform motie 3247 (Aziatische hoornaar tot hier en niet verder) zijn in januari 2026 twee transitieregisseurs gestart. Zij hebben tot taak om samen met alle stakeholders — zoals gemeenten, terreinbeherende organisaties, imkers en agrariërs  — te werken aan het gezamenlijk beheersen van de Aziatische hoornaar. Inmiddels functioneert een werkgroep en worden gemeenten via een tweewekelijks informatiebulletin gefaciliteerd met kennis en actuele inzichten zodat zij handelingsperspectief kunnen geven aan bestuurders en burgers. In oktober zullen de Staten geïnformeerd worden over alle inspanningen en de resultaten daarvan. 

In februari organiseerden we samen met de Provincie Brabant, LVVN en diverse deskundigen een goed bezocht wasbeersymposium. Het Rijk heeft een stevige bestrijdingsambitie uitgesproken. Ons huidige beleid wordt momenteel geëvalueerd en zodra gereed wordt deze evaluatie aan Provinciale Staten voorgelegd inclusief een doorkijk naar bijstellingen van dit beleid.

Natuurherstelverordening

Eind 2025 ontvingen we aanvullende middelen van het Rijk. Onze bijdrage in het eerste kwartaal van 2026 bestaat onder andere uit het in beeld brengen van de opgaven via monitoring en in het bijdragen aan de door het Rijk voorgestelde uitwerking van de diverse artikelen voor het Nationaal herstelplan ofwel Natuurplan. Ook trekken we interprovinciaal op om te komen tot scherpe en concrete afspraken met het Rijk over wederzijdse taken, rollen en bijpassende middelen.

Afwijkingen

Inhoudelijke afwijkingen

Aanpassingen in de verordening en beleidsregels voor salderen, beperking van latente ruimte en een depositiebank (Limburgse stikstofbank) zijn in voorbereiding. Deze zijn in het eerste kwartaal van 2026 nog niet gerealiseerd. Het streven is de beleidsregels in het 2e kwartaal aangepast te hebben.

Financiële afwijkingen

Het budget Faunaschade (Wet natuurbescherming) kent inmiddels een tekort. Naar verwachting zullen ook in 2026 middelen tekortschieten om aan de reeds enkele jaren oplopende faunaschadekosten te voldoen. We bezien mogelijkheden om deze kosten terug te dringen en ook IPO dringt aan op een rijksbijdrage. Tegelijkertijd betreft het een open-einderegeling waarvan de uitvoering namens alle provincies geschiedt door BIJ12. Het verwachte tekort bedraagt ca € 1 mln. Bij de najaarsrapportage zullen wij hierop terug komen.

Voor het budget natuurmonitoring geldt dat ten gevolge van de wet DBA inhuur van karteerders via een uitzendbureau geschiedt waarmee deze kosten flink opgelopen zijn. De binnen dezelfde post gereserveerde gelden voor onderzoeken komt daarmee onder druk te staan. Dit betreft niet de onderzoeken ten behoeve van Natura-2000, maar bijvoorbeeld onderzoeken naar soorten die faunaschade veroorzaken en exoten.

Bovenstaande posten kennen nog geen financiële consequenties. 

Financiële consequenties

Nieuwe middelen derden

Niet alleen de afwijkingen of ontwikkelingen zorgen voor aanpassingen in onze begroting. Zo hebben we middelen ontvangen vanuit een specifieke uitkering J117 (SPUK) soortenmanagementplannen/natuurinclusief voor een bedrag van € 0,21 mln., deze middelen worden ingezet ten behoeve van de dekken van een doorbelasting van apparaatskosten en onderzoeken.

Fasering

De bij de septembercirculaire 2025 toegekende DU-middelen voor de monitoring van overige habitattypen zijn ingezet voor een opdracht die over 2 begrotingsjaren loopt, de helft wordt gefaseerd naar de begroting 2027.

Overige bijstellingen

  • De specifieke uitkering Natuur fase 1 (SPUK L16) voor het onderdeel boscompensatie, vanuit product 1.1.2. overgeheveld naar dit product. De SPUK Natuur 1 betreft natuurherstel met het oog op een duurzame instandhouding van de overbelaste stikstofgevoelige Natura2000-gebieden en leefgebieden van soorten met een overschrijding van de Kritische Depositiewaarde.
  • Als gevolg van een indexering van groenfondsleningen (aflossing van afwaardering of functieverandering van particuliere leningen bij het Groenfonds van vóór 2011, voorloper van de subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL)) wordt het budget jaarlijks verlaagd met € 0,04 mln.
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Nieuwe middelen derden
1.1.1
GS 12-5-2026 Bijstelling SPUK J117 SPUK SMP overige
SPUK
206
206
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Fasering naar 2027 e.v.
1.1.1
DU NHV Monitoring overige habitattypen
n.v.t.
-62
-62
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Overige bijstellingen - budgetneutraal
1.1.1
GS 16-12-2025 SPUK L16 verdeling - Natuur boscompensatie
Overboeking binnen begroting
314
Overige bijstellingen - beinvloedt resultaat
1.1.1
Natuur & Landschap: afloop Groenfonds 30 jarig
Bijstelling bestaand budget
-35
279

1.1.2. Stikstof Limburgs programma Landelijk Gebied

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.1.2. Stikstof Limburgs programma Landelijk Gebied

Voortgang

De vergunningverlening in Nederland stagneert. Met het Limburgs Offensief Stikstof nemen wij onze eigen verantwoordelijkheid om te komen tot een integrale aanpak van de opgaven rondom natuurherstel, stikstofreductie en transitie van het landelijk gebied. Dit doen we door focus te leggen op 4 focusgebieden, waar we met een gebiedsgerichte aanpak (GGA) aan de slag gaan. Deze aanpak is erop gericht om samen met gebiedspartijen te werken aan natuurherstel, om zo vergunningverlening van het slot te krijgen. Naast deze focus hanteren we een 'basisinzet' voor alle andere N2000-gebieden. Door middel van subsidies ondersteunen we daar partners met de uitvoering van hun projecten. Daarnaast nemen we generieke maatregelen zoals de voorbereiding van het opstellen van beleidsregels in- en extern salderen, het begeleiden van ondernemers in een blijversaanpak en het verder voorbereiden van ruimtelijk beleid.

De regeling SPUK 1 (Natuurherstel) wordt dit jaar afgerond en de 'SPUK Natuur II' – gericht op natuurherstel – is in voorbereiding genomen. Aan de regeling  'Maatwerk gerichte beëindiging (MGB)' – die leidt tot afname van stikstofdepositie – is uitvoering gegeven. 
Verder is gewerkt aan een samenwerkingsovereenkomst en een uitvoeringsovereenkomst binnen de kaders van NOVEX de Peel, zodat toegezegde rijksmiddelen dit jaar beschikbaar komen voor uitvoering.

De realisatiesnelheid van de ontwikkelopgave natuur bleek onvoldoende om de gestelde doelen voor 2027 te behalen. In de Mededeling portefeuillehouder inzake intensivering ontwikkelopgave is inzicht gegeven in de versnellingsmaatregelen die wij hebben getroffen en de resultaten die dat heeft opgeleverd. Tevens blijven wij ons maximaal inspannen om in 2027 zo veel mogelijk van het Nationaal Natuur Netwerk gerealiseerd te hebben alsook om afspraken te maken met het Rijk om meer tijd te krijgen voor deze opgave. 

Ook wordt uitvoering gegeven aan moties van PS, motie 3214 over economische impact LOS en motie 3211 leefbaarheidseffecten als gevolg van stoppende boeren.

Afwijkingen

Inhoudelijke afwijkingen

Het LOS is conform coalitieakkoord gebaseerd op ‘vrijwillig’ en ‘van onderop’. De uitvoeringssnelheid is daarmee sterk afhankelijk van de medewerking van gebiedspartners en andere overheden en de uitvoering is weerbarstig.  

Financiële afwijkingen

Er wordt een tekort op procesmiddelen voorzien. Deze worden ingezet voor inhuur van (externe) capaciteit, onderzoek en expertise. Bij de najaarsrapportage komen we hierop terug.

Financiële consequenties

Overige bijstellingen

De enige mutatie voor dit product betreft een herverdeling van de specifieke uitkering natuur fase 1 (SPUK L16). Hier is de raming voor boscompensatie overgeheveld naar product 1.1.1., zoals omschreven bij product 1.1.1.

€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Overige bijstellingen - budgetneutraal
1.1.2
GS 16-12-2025 SPUK L16 verdeling
Overboeking binnen begroting
-314
-314

1.1.3. Landschap

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.1.3. Landschap

Voortgang

In Q1 2026 hebben we uitvoering gegeven aan de vier actielijnen die het Limburgse landschap verbeteren. Dit hebben we gedaan door:

  • een bijdrage te leveren aan een toename van de groenblauwe dooradering (GBDA) middels diverse regelingen/projecten waaronder de subsidieregeling landschapselementen. Daarnaast hebben we een subsidieaanvraag in behandeling van Zoemzone Limburg voor GBDA ten behoeve van bestuivende insecten. Dit betreft de aangehouden motie 3243, Zoem Zone Limburg;
  • uitvoering te geven aan onder meer de programma’s LOS, WRL en het Hoogwaterveiligheidsprogramma Maasvallei;
  • het Steunpunt Landschapsbeheer middels een exploitatiesubsidie financieel te ondersteunen ten behoeve van de inzet van vrijwilligers. Daarnaast hebben wij Natuur- en Milieufederatie Limburg, het Limburgs Landschap en het Natuurhistorisch Genootschap ondersteund middels een exploitatiesubsidie waarmee een bijdrage wordt geleverd aan educatie over natuur en landschap, voor kinderen en volwassenen. In het kader van het Europees programma LEADER (onderdeel van het GLB-NSP) is dit jaar een subsidie verstrekt aan 1 project en liggen er 8 aanvragen ter beoordeling. Hiermee stimuleren wij voor regio Zuid-Limburg en Weerterland initiatieven - van lokale gemeenschappen - die bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid op het platteland;
  • het voeren van gesprekken met de nationale parken (de Groote Peel, Nationaal Park de Maasduinen en Nationaal Park de Meinweg) ter voorbereiding op de subsidiebeschikkingen voor de periode 2027-2030. Voor de (grens)parken Maas-Swalm-Nette en Kempen-Broek kent onze financiële ondersteuning een tijdpad tot en met 2026. Voor het Drielandenpark en het Rivierpark Maasvallei tot en met 2027 en voor het Grenzeloos Bocageland volgt in het tweede kwartaal van 2026 een voorstel voor een financiële ondersteuning tot en met 2029.

In het eerste kwartaal van 2026 zijn wij tevens gestart met de uitvoering van motie 3240 Limburg als Klaslokaal - Buiten Leren in het Landschap.

Afwijkingen

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het realiseren van de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026. 

Financiële consequenties

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die financiële consequenties hebben voor de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026.

1.3.1. Waterbeheer en waterkwaliteit regionaal systeem

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.3.1. Waterbeheer en waterkwaliteit regionaal systeem

Voortgang

In maart hebben Provincie Limburg en 46 andere Limburgse waterpartijen zoals gemeenten, WML en landbouw- en natuurpartijen het Convenant voldoende zoetwater ondertekend. De partijen hebben afgesproken om meer water vast te houden en minder water te willen gebruiken. Samen werken ze verder aan een uitvoeringsprogramma met concrete acties en maatregelen.

De provinciale omgevingsvisie (POVI) is door GS in maart 2026 vastgesteld en ter behandeling en vaststelling naar PS gestuurd. In de omgevingsvisie is het ruimtelijke deel van het waterbeleid opgenomen. Met name zijn de gebieden waar het belangrijk is om water de ruimte te geven in deze visie opgenomen.

In maart hebben GS de ontwerp omgevingsverordening vastgesteld en ter visie gelegd. In de ontwerp omgevingsverordening zijn verschillende regels met betrekking tot het thema water geactualiseerd en nieuwe regels opgenomen. Het betreft de regels voor klimaatadaptatie, waterveiligheid en drinkwater.

Ter uitvoering van het aanvalsplan waterkwaliteit hebben we gewerkt aan de inhuur van adviseurs die de gemeenten ondersteunen in de aanpak van riooloverstorten. Door de invoering van de wet DBA vergt dit veel tijd.

We werken aan een tiental hydrologische onderzoeken voor de Natura2000 gebieden, waarin onderzoek wordt gedaan ten behoeve van te nemen hydrologische maatregelen.

Om te zorgen dat we zo veel mogelijk projecten kunnen ondersteunen die bijdragen aan de verbetering van de waterbeschikbaarheid en het tegengaan van droogte, passen we de subsidieregeling Deltaplan Hoge Zandgronden(DHZ) aan zodat de verschillende deelplafonds beter passen bij de vraag.

We werken aan verschillende moties van Provinciale Staten, onder meer om het project Waterwinst uit te breiden met gewasbeschermingsmiddelen (motie 3237), om het contact met de buitenlandse actoren te verbeteren in verband met grensoverschrijdende waterkwaliteit (3272) en om samen met waterschap, WML en gemeenten de bewustwording bij de burgers over hun bijdrage aan de waterkwaliteit te verbeteren (3273).

Afwijkingen

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het realiseren van de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026. 

Financiële consequenties

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die financiële consequenties hebben voor de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026.

1.3.2. Waterveiligheid Maas

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.3.2. Waterveiligheid Maas

Voortgang

In het eerste kwartaal van 2026 is de Realisatieovereenkomst voor de Groene Rivier Well ondertekend, evenals de Realisatieovereenkomst voor de Willem-Alexanderhaven in Roermond. Ook hebben het Rijk en de gemeente Roermond de Bestuursovereenkomst voor de verlaging van de dam in het Lateraalkanaal getekend. De werkzaamheden aan de projecten in het Zuidelijk Maasdal, Vierwaarden, Baarlo-Hout-Blerick, Thorn-Wessem, Arcen, Grensmaas, de verlaging van de dam in het Lateraalkanaal, de Willem-Alexanderhaven Roermond en de Groene Rivier Well verlopen allemaal volgens planning.

Afwijkingen

Inhoudelijke afwijkingen

  • Project Lob van Gennep heeft vertraging opgelopen afgelopen jaar in verband met een voorfinancieringsprobleem. Er is hard gewerkt aan een mogelijke oplossing hiervoor. De aanvullende bijdrage van Provincie Limburg aan deze oplossing zal aan u via een apart voorstel ter besluitvorming worden voorgelegd in juni.
  • Project Ruimte voor de Maas bij Oeffelt heeft een vertraging opgelopen van ongeveer 18 maanden. Dit omdat nog niet alle randvoorwaardelijke vergunningen verleend zijn voor het project. De bijdrage van Provincie Limburg door deze vertraging, aan deze opgave, zal aan u via het hiervoor benoemde voorstel ter besluitvorming worden voorgelegd.

Financiële consequenties

Binnen deze voorjaarsrapportage zijn er geen financiële consequenties, deze worden via een apart Statenvoorstel voorgelegd.

1.3.3. Bodemvitalisering

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.3.3. Bodemvitalisering

Voortgang

Het project Bodemvitalisering Limburg verloopt volgens planning. Op alle pilotlocaties zijn de groene reststromen (bermmaaisel, blad- en snoeiafval) afkomstig van gemeenten aangebracht. Deze stromen verbeteren de bodemvitaliteit bij agrarische ondernemers door het organische stofgehalte te verhogen, waardoor de waterbergende capaciteit van de bodem toeneemt en erosie wordt tegengegaan.

Afwijkingen

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het realiseren van de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026. 

Financiële consequenties

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die financiële consequenties hebben voor de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026.

1.3.4. Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL)

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.3.4. Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL)

Voortgang

Binnen het programma WRL werken de Limburgse overheden samen met het Rijk aan de opgave om te komen tot een integrale aanpak van de wateroverlast in Limburg. Dit doen zij op basis van de meerlaagsveiligheid: preventie, gevolgbeperking en waterbewustzijn. De samenwerking stopt niet bij de grens en grensoverschrijdende samenwerking is essentieel voor de integrale aanpak van stroomgebieden van bron tot monding. Dit geldt voor de samenwerking met Vlaanderen en Wallonië, Nordrhein-Westfalen als ook voor de aangrenzende provincies.

Met de instelling van de Bestuurscommissie WRL, in het 1e kwartaal van 2026, wint de samenwerking aan kracht en energie en voeren Provincie, Waterschap en gemeenten nu samen de regie. Het Rijk kijkt hier pro-actief bij mee. Met het vaststellen van de “Leidraad aanpak werk- en stroomgebieden WRL” is de gezamenlijke basis gevormd voor de aanpak van de werk- en stroomgebieden en is een toetsingskader voor de Bestuurscommissie opgeleverd waarmee de resultaten van de pré-verkenning en verkenning in de 4 werkgebieden kunnen worden beoordeeld.  

Binnen de 4 werkgebieden zijn de bestuurlijke en ambtelijke regieteams gezamenlijk met de 3 pijlers gestart met de pré-verkenning WRL-opgave, zodat in het najaar van 2026 een schade- en veiligheidsbeeld over heel Limburg inzichtelijk is en daarmee hoe de opgave over Limburg is verdeeld.

Om wateroverlast in Limburg aan te pakken kunnen inwoners, bedrijven en organisaties subsidie aanvragen via de Kansenregeling, waarvoor de 2e ronde met een budget van € 5 mln. is opengesteld op 1 januari 2026. Deze regeling ondersteunt projecten ('no regret' maatregelen) die binnen 2 jaar resultaat laten zien, stimuleert samenwerking en helpt goede ideeën sneller uit te voeren, zolang ze passen bij de locatie en geen nieuwe waterproblemen veroorzaken.

Naast dat WRL is gericht op de lange termijn integrale stroomgebiedsaanpak wordt ook gezocht naar mogelijkheden om op korte termijn met concrete projecten die snel tot uitvoering kunnen worden gebracht, te starten. Met een “Impulsaanpak WRL” worden de mogelijkheden voor onder andere versnelde uitvoering van fysieke maatregelen uitgewerkt.  

Het totale budget voor de wateroverlast- en waterveiligheidsopgave van de gemeenschappelijke overheden bedraagt € 600 mln (incl. BTW), waarvan € 300 mln. cofinanciering vanuit het ministerie van I en W.  De regionale financiering van € 300 mln. wordt ingebracht door Waterschap Limburg, Provincie Limburg en alle Limburgse gemeenten. De huidige SPUK, die de eerste tranche van middelen van de cofinanciering van het Rijk omvat, kent een einddatum van 31 december 2026. Voor de tweede tranche is het voorstel de huidige SPUK om te zetten in een langjarige SPUK met begrotingsgrondslag voor de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2037. Het verzoek daartoe is door de Provincie namens WRL verstuurd aan het Rijk, de ontvangst is bevestigd. Het verzoek wordt verwerkt in de najaarsnota van het Rijk.

Afwijkingen

Financiële afwijkingen

De begroting WRL 2026 is in januari 2026 formeel vastgesteld door de Bestuurscommissie WRL. De begroting van programma WRL kon daarom niet eerder dan bij deze Voorjaarsrapportage in de Provinciale begroting  worden bijgesteld. De WRL-begroting is hiermee nu volledig opgenomen in de Provinciale begroting. Hierdoor wijzigt de Provinciale begroting van € 7,15 mln. naar € 14,37mln.

Financiële consequenties

Nieuwe middelen derden

Zoals beschreven onder het kopje ‘afwijkingen’ verhogen wij de programmabegroting met € 7,22 mln., vanwege het vaststellen van de begroting WRL 2026. Dit bedrag wordt toegevoegd aan de begroting vanuit de specifieke uitkering Beekdalen zijrivieren Maas Limburg (SPUK E102) en is bestemd voor de uitvoering van maatregelen op het gebied van waterveiligheid en de dekking van de formatie.

Fasering

De procesmiddelen van de verkenningsfase WRL worden in 2026 niet ingezet (€ 0,06 mln.) en overgeboekt naar de begroting 2029. De SPUK middelen worden in eerste instantie aangesproken.

€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Nieuwe middelen derden
1.3.4
GS 12-5-2026 Bijstelling begroting WRL 2026 inzake E102
SPUK
7.215
7.215
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Fasering naar 2027 e.v.
1.3.4
Procesmiddelen verkenningsfase WRL
n.v.t.
-62
-62