Effecten van deze Najaarsrapportage op de begroting en resultaat 2026

Terug naar navigatie - Financieel kader - Effecten van deze Najaarsrapportage op de begroting en resultaat 2026

Alle financiële wijzigingen met betrekking tot deze najaarsnota zijn samengebracht in de 14e begrotingswijziging 2026. Na verwerking van alle wijzigingen stijgt het verwachte financiële resultaat 2026 van € 26,58 mln. naar € 39,55 mln. Een toename van bijna € 12,97 mln.    

Dit voordelige effect  is met name het gevolg van een aantal meevallers, zoals de effecten van de meicirculaire 2026 provinciefonds, herberekening van kapitaallasten, rente-inkomsten en afrekeningen uit voorgaande dienstjaren. Deze najaarsrapportage kenmerkt zich echter ook door inzetten van programmareserves, specifieke-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen voor uitvoering van beleidskaders. Ook faseren wij middelen naar volgende jaren wanneer de uitvoering van het beleid daar om vraagt om onderbesteding te beperken.

De financiële hoofdlijn van de Najaarsnota 2026

Terug naar navigatie - Financieel kader - De financiële hoofdlijn van de Najaarsnota 2026

Onderstaande tabel vat op hoofdlijnen alle mutaties samen.

x € 1.000
Hoe is deze Najaarsrapportage 2026 opgebouwd?
Uitgaven
Inkomsten
Saldo
Begroting 2026 tot aan de Najaarsrapportage 2026
1.003.238
1.029.816
26.578
Bijstelling van de lasten en baten
Lasten
Baten
Nieuwe eigen middelen - bestaand beleid
4.264
0
Nieuwe middelen derden
70.401
72.820
Overige bijstellingen - budgetneutraal
3.135
3.135
Overige bijstellingen - resultaateffect
-12.445
0
Fasering naar 2027 e.v.
-82.655
-15.124
Kapitaallasten
-7.657
0
Autonome ontwikkelingen
57
1.804
Totaal lasten, baten en saldo
-24.899
62.635
87.535
Mutaties reserves
Toevoegingen
Aanwendingen
Nieuwe eigen middelen - bestaand beleid
0
2.345
Overige bijstellingen - resultaateffect
8.407
0
Kapitaallasten
800
-280
Fasering naar 2027 e.v.
36.925
-30.606
Totaal mutaties reserves
46.132
-28.428
-74.560
Resultaateffect Najaarsrapportage 2026
12.975
Begroting 2026 na wijzigingen
1.024.470
1.064.023
39.553

Toelichting op de financiële hoofdlijn

Terug naar navigatie - Financieel kader - Toelichting op de financiële hoofdlijn

Per saldo dalen de lasten in onze begroting met € 24,90 mln. Er worden nieuwe of aanvullende budgetten gevormd om de beleidskaders en moties uit te voeren, we faseren om onderbesteding te voorkomen en de begroting zo realistisch mogelijk te houden. We hebben een aantal meevallers en reserveren middelen om invulling te kunnen geven aan de prioriteiten van deze Staten. Onderstaande toelichting geeft inzicht op hoofdlijnen op bovenstaande tabel en de financiële stromen binnen deze Najaarsrapportage. De gepresenteerde grafieken geven inzicht in de ontwikkeling van de lasten. Voor de inhoudelijke toelichting verwijzen wij naar de programma's in deze rapportage. Personele - en kapitaallasten worden in de programma's niet afzonderlijk toegelicht.

Wij verhogen onze budgetten t.b.v. bestaand beleid met € 4,26 mln. aan nieuwe eigen middelen.

Om onze beleidskaders uit te voeren worden onze budgetten verhoogd met € 4,26 mln., gedekt uit eigen middelen. Voor een aantal budgetten komt de dekking uit de bestemmingsreserves (zoals programmareserves) (€ 2,35 mln.). Daarnaast stellen wij voor om € 1,92 mln. in 2026 in te zetten uit het begrotingsresultaat. Dit betreft:

  • Faunaschade € 1,27 mln. (en aanvullend € 90.000 in de periode 2027-2029).
  • Procesmiddelen Talentcharter 2035 € 0,5 mln.
  • Verwervingskosten grondaankopen € 0,15 mln. in 2026 en daarna € 0,06 mln. structureel.

Onderstaande grafiek geeft inzicht in welk programma deze budgetverhogingen plaatsvinden.   

Wij zetten € 70,40 mln. aan nieuwe middelen derden in.

Het totale bedrag aan nieuwe c.q. aanvullende budgetten, gedekt uit bijdragen van derden, bedraagt € 70,40 mln. Deze worden volledig gedekt door derden, zoals specifieke uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen van het rijk. De baten als gevolg van bijdragen derden (€ 72,82 mln.) zijn hoger dan de lasten. Dit is het gevolg van de verhoging van de algemene uitkering (effect meicirculaire 2026 provinciefonds). Onderstaande grafiek laat de budgetverhogingen in de lasten zien.

Overig bijstellingen - budgetneutraal € 3,14 mln.

Deze mutaties hebben vooral betrekking op bijstellingen van de begroting. Zowel verschuivingen tussen programma's of bijstellingen die het begrotingsresultaat niet beïnvloeden. De stijging wordt met name veroorzaakt door een toename van grondtransacties ad € 2,5 mln., waarbij zowel de kostprijs als de opbrengsten begroot worden.

Overige bijstellingen - resultaateffect € 12,45 mln.

Deze mutaties hebben betrekking op vrijval van budgetten. 

Bij de Voorjaarsrapportage 2026 hebben wij uw Staten, via brief geïnformeerd over de prioriteiten 2026 en 2027 (brief gedeputeerde Satijn van 18-5-2026). Om ambities binnen deze Statenperiode financieel af te dekken hebben wij de Programmabegroting 2026 doorgelicht en per saldo bijna € 8,41 mln. aan budgetten vrijgespeeld. In afwachting van de separate Statenvoorstellen voor de nieuwe ambities zijn deze middelen tijdelijk gereserveerd in de Algemene reserve. Daarnaast verwachten wij € 4 mln. extra aan resultaten voorgaande dienstjaren. Dit zijn voordelige afrekeningen uit subsidies en opdrachten uit eerdere jaren. Deze afrekeningen beïnvloeden het begrotingsresultaat voordelig.

Faseringen naar 2027 e.v. € 82,66 mln.

Op basis van de voortgang van ons beleid en onze tussentijdse analyse van de bestedingen zien we aanleiding om budgetten te faseren. De financiële tussenstand is opgenomen in het onderdeel "Financiële begroting" van deze rapportage. Hieruit blijkt dat er voldoende aanleiding is om per saldo voor € 82,66 mln. aan middelen te faseren naar 2027 en verder. Met deze financiële bijstelling beogen wij onderbesteding bij de Jaarstukken te beperken en de begroting zo realistisch mogelijk te houden. Wij merken hierbij op dat onderbesteding, waarbij er sprake van sterke afhankelijkheid is van derden, nooit helemaal is te voorkomen. Wij sturen echter op een zo realistisch mogelijk bestedingspatroon. 

Wij lichten de  top 3 met grootste faseringen per programma kort toe.

In programma 1 Perspectief voor het landelijk gebied wordt per saldo ruim € 10,61 mln. gefaseerd. naar 2027. Dit betreft vooral de budgetten rondom het Limburgs offensief Stikstof. Wij zetten in op een gebiedsgerichte aanpak van natuurherstel en stikstofreductie in met name de 4 focusgebieden. De te nemen maatregelen vinden vaak net buiten die N2000-gebieden plaats, op gronden van ondernemers waardoor er een lange(re) doorlooptijd is om de gereserveerde middelen weg te zetten. Ook de uitvoering van projecten kost vaak veel tijd. 

Programma 3 Werken aan een toekomstbestendige economie heeft het grootste aandeel (€ 29,64 mln.) in deze faseringen. Met name in deze portefeuille is er sprake van een sterke afhankelijkheid van derden bij de bestedingen, hetgeen een precieze programmering van middelen bemoeilijkt. Dat geldt o.a. voor het budget inzake de Programmakosten VDL-Nedcar ad € 9 mln. Wij laten deze middelen voorlopig terugvloeien naar de bestemmingsreserve, tot het moment dat de middelen ook daadwerkelijk tot besteding zullen komen. Het door uw Staten op 19 juni 2026 vastgestelde afwegingskader herbestemde middelen VDL-Nedcar is hierbij leidend. Andere materiële posten zijn budgetten rondom Maastricht Aachen Airport ad € 6,84 mln. zoals de specifieke uitkering rondom de ontsluiting van de luchthaven en NEDAB-kosten. Daarnaast faseren wij ruim € 4,04 mln. inzake innovatieve landbouw en € 6,13 mln. aan diverse subsidies en meerjarige budgetten rondom de ET-pathfinder.

Tenslotte faseren wij in programma 7 per saldo € 12,95 mln. Dit betreft vooral de budgetten rondom CEF Rhombus, bedoeld voor de ontwikkeling van binnenhavens waarbij een sterke afhankelijkheid is van derden en procedures voordat de middelen daadwerkelijk ingezet kunnen worden.

Als gevolg van de faseringen dalen ook de baten (minder inzet middelen derden), worden dit jaar minder bestemmingsreserves ingezet en voegen wij middelen aan reserves toe om ze vanaf 2027 opnieuw te kunnen inzetten.

Kapitaallasten: voordelig effect van bijna € 7,66 mln. 

Als gevolg van de herberekening kapitaallasten en de investeringskredieten, zoals opgenomen in het Financieel voorstel van deze rapportage dalen de kapitaallasten. Dit effect zit vooral in het programma Een bereikbaar en toegankelijk Limburg en wordt veroorzaakt door achterblijvende investeringen. 

Autonome ontwikkelingen

De autonome ontwikkelingen hebben betrekking op de nieuwe provincie cao die in elk programma doorwerkt. In alle programma's, met uitzondering van programma 9 Financiën en overhead, zien we een toename van de personele lasten. Omdat wij in de begroting rekening hebben gehouden met dergelijke loon- en prijsontwikkelingen wordt de stelpost loon- en prijsstijgingen ingezet als dekking voor deze gestegen lasten.

 

Per saldo stijgen de lasten met € 57 duizend waarbij ook de vergoeding Statenlidmaatschap is geïndexeerd. Bij de baten is per saldo sprake van een voordelig resultaat van € 1,96 mln. Enerzijds daalt het verwachte dividend van de Bank Nederlandse gemeenten met bijna € 52 duizend. Anderzijds stijgen de baten, o.a. door renteopbrengsten van de beleggingen met € 1,08 mln. 

Tenslotte

Nadat alle voor- en nadelige effecten zijn verrekend, kent deze Najaarsrapportage 2026 een voordelig effect van € 12,98 mln. Het totale begrotingsresultaat 2026 stijgt hierdoor naar € 39,55 mln. In de Financiële begroting is een overzichtstabel opgenomen waarin de meerjarige resultaateffecten zijn opgenomen die ook van invloed zijn op de Programmabegroting 2027 en verder. Hierin zijn ook de meerjarige effecten van de herijking provinciefonds opgenomen. Ook merken wij op dat het begrotingsresultaat 2026 nog een aantal voorbehouden kent, zoals de waardering van de verbonden partijen en mogelijke risico's die hier mee samenhangen.