1. Perspectief voor het landelijk gebied

(x €1.000)
Uitgaven
€ 183.080
18%
Inkomsten
€ 108.040
10%
Saldo
€ -75.040

Perspectief voor het landelijk gebied

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Perspectief voor het landelijk gebied

Voortgang

In het landelijk gebied ligt via herstel van (kwetsbare) natuur en watergebieden, de sleutel om het land weer in beweging te krijgen. Het Rijk kwam hiervoor op 26 juni 2026 met een uitgebreid maatregelenpakket voor landbouw, natuur en stikstof. Het is duidelijk dat dit stevige pakket grote impact heeft, met name op agrarische ondernemers in Limburg, maar ook op het werkpakket van Provincie Limburg en op onze aanpak in het Limburgs Offensief Stikstof (LOS). Bij de uitwerking van het pakket wordt een grote rol toegedicht aan de provincies, onder meer bij de definitieve selectie, het vastleggen en het stellen van regels t.b.v. de zonering en als gebiedsregisseur bij een groot deel van de gebiedsprocessen. In het tweede deel van 2026 zal zowel een verdiepende analyse van de impact van het pakket op Limburg, alsook de gezamenlijke uitwerking van de maatregelen de nodige tijd en aandacht vragen.

Ondertussen werken we onverminderd aan het behalen van de doelen uit het beleidskader ‘Perspectief voor het landelijk gebied’. We liggen nog altijd grotendeels op koers met de uitvoering van de wettelijke natuurtaken, waterbeleid en werkzaamheden rondom bodemvitalisering. Met de vaststelling van de POVI op 8 mei 2026 zijn door uw Staten de kaders gesteld voor het ruimtelijk deel van het water- en natuurbeleid. Andere mijlpalen waren de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst NOVEX De Peel, de vaststelling door GS van nieuw wasbeerbeleid 2027-2030 en de openstelling van SPUK Natuur II, gericht op natuurherstel. Vanuit het Rijk hebben provincies middelen ontvangen om een nieuwe regierol op zich te nemen t.a.v. natuurbrandpreventie. 

Maar er zijn ook knelpunten in de uitvoering. De stikstofopgave en ontwikkelopgave natuur blijven achter. Hiertoe hebben we, binnen de eigen provinciale mogelijkheden, versnellingsmaatregelen getroffen. De Kamerbrief zal hier een verdere impuls aan geven. Het herzieningsproces rondom faunabeheerplannen stagneert en er zijn financiële tekorten door oplopende faunaschadekosten. Daarnaast leidt vertraging bij enkele hoogwaterprojecten tot een vraag voor extra middelen aan alle projectpartners, waaronder de Provincie. Hiervoor ligt in de tweede helft van 2026 een aanvraag tot extra (financiële) middelen voor aan de Staten.

1.1.1. Natuur, biodiversiteit en fauna

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.1.1. Natuur, biodiversiteit en fauna

Voortgang

Conform plan zijn we bezig met de uitvoering van onze wettelijke natuurtaken. Achterblijvende opgaven voor stikstof en de ontwikkelopgave natuur zijn al eerder toegelicht in voorgaande voor- en najaarsrapportages 2024 en 2025 en hierop vindt bijsturing plaats (zie ook 1.1.2.). 

Natuur- en stikstofbeleid 

In mei 2026 is de POVI 2026 vastgesteld door Provinciale Staten, met een aantal amendementen en moties op het vlak van natuur, water en stikstof die gedurende 2026 uitgevoerd worden. De gewijzigde Omgevingsverordening ligt op 25 september 2026 ter vaststelling voor in Provinciale Staten.

Wij hebben in mei 2026 2 nieuwe moties inzake de POVI in behandeling genomen: Motie 3294 'Overgangsgebieden kwetsbare Natura2000 gebieden' en Motie 3293 'Externe effecten op het NNL'. Beiden worden naar verwachting conform planning in het 4e kwartaal 2026 afgehandeld. De uitvoering van de motie 3280 'Realistisch en houdbaar stikstofinstrumentarium' loopt en is in het 4e kwartaal voorzien. 

Op 26 juni 2026 heeft het Rijk, vanuit de Taskforce Landbouw, Natuur, Stikstof, via een Kamerbrief diverse beleidsvoornemens bekend gemaakt die betrekking hebben op het stikstof- en natuurbeleid. Nederland van het slot en perspectief voor de landbouw staat als doel voorop. Er is perspectief nodig om op korte termijn te komen tot (stapsgewijze) vergunningverlening. Onderwerpen als generiek stikstofbeleid, gebiedsgerichte aanpak via zonering, natuurbeheer, natuurherstel en uitvoeringskracht staan centraal.  In de zomer en het najaar van 2026 zullen rijk en provincies, en medeoverheden als waterschappen en gemeenten, verder uitwerken hoe deze beleidsvoornemens geconcretiseerd worden ten aanzien van zonering en eerste stappen tot vergunningverlening. Gedurende 2027 en 2028 zullen diverse andere beleidsvoornemens ook leiden tot nieuw beleid, wet- en regelgeving. Een werkgroep binnen de Provincie heeft tot taak gekregen een impactanalyse te maken voor wat dit betekent voor provinciale inzet in relatie tot beleidstaken en het programma LOS.

Natuurnetwerk

Het plan van aanpak Natuurcompensatie wordt uitgevoerd en heeft onder andere geleid tot aanpassingen in de Omgevingsverordening. De binnengekomen zienswijzen op dat vlak zijn verwerkt en in september ligt de definitieve Omgevingsverordening ter vaststelling voor aan de Provinciale Staten.

Natuurbeheer

In 2026 zijn in het kader van de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer (SVNL) 3 nieuwe beschikkingen en twee uitbreidingen van een lopende beschikkingen afgegeven. Hiermee wordt het huidig beleid gecontinueerd om subsidie te verstrekken voor natuurbeheer en de instandhouding van natuurbeheertypen en landschapsbeheertypen. De resultaten van 2026 zullen worden gedeeld via de beleidsmonitor zodra deze beschikbaar zijn.

In het kader van de inhaalslag op beheer voor natuurcompensatie percelen zijn voor de eerste provinciale percelen de herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Diverse percelen zijn geïnventariseerd en met aannemers zijn rondes gemaakt om offerte te verkrijgen om deze werkzaamheden te laten uitvoeren. Helaas zien wij dat er achterstallig onderhoud is waardoor het meer werk kost om alle elementen te inventariseren en duidelijk te registreren. Een eenduidig digitaal systeem waarin alle gegevens opgeslagen kunnen worden, zodat naderhand ook onderhoudsplanningen gegeneerd kunnen worden, ontbreekt. De verkenning van een dergelijk systeem loopt. 

De toekomstige pachtpercelen (pachtuitgifte 2027) zijn duidelijk geworden waarna voor deze percelen beheerplannen worden opgesteld. Deze percelen worden bezocht om de huidige stand van zaken op te nemen en eventuele herstelacties uit te voeren voor pachtpublicatie.

De totstandbrenging van een convenant met agrariërs, terreinbeherende organisaties, gemeenten en het waterschap rondom Jakobskruiskruid en akkerdistel loopt, de intentie is dit convenant eind 2026 te ondertekenen met alle betrokken partijen.

Exotenaanpak

Op 20 maart 2026 is in Provinciale Staten een motie ingediend om de effectieve bestrijding van de wasbeer in Limburg te bevorderen. Deze motie is niet aangenomen. Conform de toezegging naar aanleiding van deze motie en eerdere afspraken is de actieve bestrijding van de wasbeer 2019-2025 geëvalueerd. Het College heeft in mei 2026 het nieuwe Wasbeerbeleid 2027-2030 vastgesteld. Momenteel wordt met diverse externe stakeholders de uitvoering van het beleid vormgegeven.

De aanpak met betrekking tot de Aziatische hoornaar en de uitvoering van de motie 3247 'Tot hier en niet verder (Aziatische Hoornaar) verloopt conform planning.

De moties 3186 'Bever versus onze veiligheid', en 3274 'Van beschermde natuur tot onbeschermde burger' zijn met een voorstel tot afdoen in mei 2026 aan Provinciale Staten voorgelegd ter behandeling in de PS vergadering van september 2026. 

Motie 3165 'Inzicht in beverpopulatie en schade overlast en het beverbeheer Limburg', vergt meer tijd voor onderzoek bij externe bureaus. Dit zal naar verwachting in het 3e kwartaal 2026 gereed zijn. Voor de Motie 3209 'Offensief Limburgse bestuivers': is een definitief rapport aangeleverd door het onderzoeksbureau. De uitvoering is voorzien voor de 2e helft van het jaar.

Natuurherstelverordening

Het door het Rijk op te stellen concept Natuurplan dient in september gereed zijn om voor te leggen aan de EU. Dit zal een plan met voornamelijk beleidsvoornemens zijn. Provincies hebben dit voorjaar bedongen dat zij extra inspraak krijgen door een tussentijdse consultatie in mei 2027. Doel hiervan is te komen tot gedegen uitwerking van diverse artikelen en wederzijdse bestuurlijke afspraken over taken, rollen en middelen. Per september 2027 dient het plan definitief gereed zijn voor de EU.

Afwijkingen

Beleidsregels extern salderen

De vaststelling van de Beleidsregels extern salderen zijn niet in het tweede kwartaal vastgesteld in afwachting van de inhoud van de Kamerbrief met beleidsvoornemens vanuit de Taskforce Landbouw, natuur en stikstof. Streven is nu dit in het vierde kwartaal te doen.

Budget Tegemoetkomingen Faunaschade

Het budget Faunaschade (Wet natuurbescherming) kent een tekort van € 1,20 mln. Naar verwachting zullen ook in 2026 middelen tekortschieten om aan de reeds enkele jaren oplopende faunaschadekosten te voldoen. BIJ12 heeft inmiddels de begrotingen (faunaschade prognose) voor 2026 en 2027 naar beneden bijgesteld. 

Daarnaast zal ten behoeve van een structurele oplossing geïnvesteerd worden in capaciteit voor een veldmedewerker die in het veld, met jagers en boeren, tot taak heeft gericht bij te sturen. Dit betekent € 0,27 mln. voor inzet gedurende een periode van drie jaar vanaf 2027 en een extra medewerker bij de FaunaBeheereenheid (FBE) voor 2 jaar € 0,24 mln.

Stagnatie herzien en onderbouwen faunabeheerplannen

Naast de eerder gesignaleerde jaarlijks stijgende kosten voor uitkering tegemoetkomingen faunaschade, speelt in 2026 een knelpunt rondom het herzien en onderbouwen van  faunabeheerplannen. Het actuele Faunabeheerplan 2020-2026 moet voor 31 december 2026 herzien zijn, evenals de onderliggende afgegeven vergunningen. Dit herzieningsproces is gestagneerd. Zonder een oplossing hiervoor zullen de kosten, bovenop de nu al jaarlijks stijgende kosten, fors toenemen. Dit omvat een stijging van:

  1. jaarlijkse tegemoetkomingskosten: door het ontbreken van tijdig ter goedkeuring aangeboden faunabeheerplannen door de Faunabeheereenheid (FBE), en het daardoor niet tijdig kunnen verlenen van omgevingsvergunningen, kan geen faunabeheer plaatsvinden en zullen tegemoetkomingskosten aanzienlijk stijgen (bovenop de jaarlijkse stijging waar nu ook al sprake van is).
  2. een aanvullend knelpunt, naast de hierboven beschreven stagnatie in het herzieningenproces van faunabeheerplannen, betreft het ontbreken van voldoende schadegegevens en een ontoereikende onderbouwing van de staat van instandhouding voor enkele landelijk vrijgestelde soorten. Indien faunabeheerplannen voor deze soorten op deze punten onvoldoende zijn onderbouwd, kunnen de betreffende vrijstellingen niet worden toegepast. Het wegvallen van deze vrijstellingsmogelijkheden in 2027 leidt naar verwachting tot een substantiële stijging van de tegemoetkomingskosten voor provincies.

Een deel van de kosten ten behoeve van de fte bij FBE wordt gedekt uit het restant van de programmareserve Perspectief voor het landelijk gebied (€ 0,09 mln.).  Intussen wordt gewerkt aan het oplossen van de knelpunten zodat faunabeheerplannen geprioriteerd worden herzien.

Financiële consequenties

Nieuwe eigen middelen - bestaand beleid

De faunaschade vergoedingen zijn fors hoger dan in de begroting geraamd. Een aanvullend budget van € 1,36 mln. is nodig. Een bedrag van € 1,20 mln. wordt toegevoegd aan de begroting om de schadeclaims te kunnen financieren. Daarnaast wordt extra budget toegevoegd (€ 0,16 mln.) voor het  het actualiseren van beheerplannen om faunaschade in de toekomst te beperken door uitvoering te geven aan de notitie "terugdringen kosten faunaschade". Dekking van het aanvullende budget komt voor € 1,27 mln. uit het begrotingsresultaat. De overige dekking € 0,09 mln. komt uit de programma reserve Perspectief landelijk gebied.

Nieuwe middelen derden

In de meicirculaire 2026 zijn € 8,82 mln. aan financiële middelen ontvangen voor Agrarisch natuur- en landschapsbeheer € 8,19 mln., aanpak Invasieve exoten € 0,24 mln. en Organisatiekosten voor RVO € 0,39 mln.  Het Rijk heeft de toezegging van de cofinanciering voor het agrarisch natuurbeheer hiermee geëffectueerd in een 3 jarige storting in het provinciefonds van € 8,19 mln. per jaar. Samen met de al eerder ontvangen middelen is dit de cofinanciering van het ANLb 2023-2028 van € 30,02 mln. Voor de hogere kosten voor de uitvoeringsorganisatie RVO is een bedrag van het Rijk ontvangen van € 0,39 mln. 

Fasering naar 2027 e.v.

Per saldo wordt 3,32 mln. gefaseerd, € 6,14 mln. nieuw in de begroting 2026 en € 2,82 mln. naar de begroting 2027.

De ontvangen middelen van het Rijk € 8,19 mln., samen met de al eerder ontvangen middelen, voor het agrarisch natuurbeheer hebben wij volgens onze planning geprogrammeerd en hierbij € 5,20 mln. in de begroting 2026 gebracht.

Voor natuurcompensatie VDL komt vanuit programma 3 € 0,94 mln.

De subsidiebeschikkingen voor natuurgebiedenbeheer SVNL, voor de beheerjaren 2026-2031, zijn verwerkt. Deze beschikkingen zijn lager verleend dan het opengestelde subsidieplafond. Daarom stellen wij voor om het restantbudget € 1,37 mln. naar de begroting 2028 te faseren. Door een lopende juridische procedure wordt het restantbudget achtervang budgetschuif POP3 van € 0,30 mln. gefaseerd naar de begroting 2027. Voor trichine onderzoek wilde zwijnen zijn middelen beschikbaar tot 31 oktober 2026. Het voornemen is dit contract met twee jaar te verlengen. Dit betekent een fasering van de nog beschikbare gelden over 2027 en 2028. Inzet capaciteit provincies ten behoeve van Natuurherstelverordening (2025). Het in 2025 ontvangen bedrag van € 0,06 mln. zal deels naar IPO gaan conform de landelijke afspraken. Een deel wordt ingevuld met ambtelijke capaciteit voor cluster NW, naar verwachting in te vullen per november 2026. Het restant wordt gefaseerd naar 2027. De middelen voor het Convenant Jakobskruiskruid (JKK) € 0,01 mln. worden gefaseerd voor beheer- en evaluatiefase van Convenant JKK in 2027.  Het budget voor Natura2000 onderzoeken wordt gefaseerd € 0,22 mln. Voor de aanpak invasieve exoten wordt € 0,25 mln. gefaseerd.

Ten behoeve van de uitvoering van het Wasbeerbeleid 2027-2030 worden de beschikbare middelen voor invasieve exoten € 0,60 mln. inclusief bedrag meicirculaire gefaseerd naar 2027-2030. Daarnaast stellen wij voor € 0,16 mln. te faseren voor de bestrijding van de grote waternavel.

Overige bijstellingen - resultaateffect

Op basis van de doorlichting van budgetten kan € 0,59 mln. vrijvallen uit het budget "achtervang POP3 aangelegenheden" ter afwikkeling van EU-claims. Dit wordt toegevoegd aan de Algemene reserve.

€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Nieuwe eigen middelen - bestaand beleid
1.1.1
GS 25-8-2026 Faunaschade en Faunaschade preventie
Begrotingsresultaat, Programmareserve Perspectief Landelijk Gebied
1.359
1.359
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Nieuwe middelen derden
1.1.1
GS 15-9-2026 Meicirculaire 2026
Provinciefonds
8.823
8.823
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Fasering naar 2027 e.v.
1.1.1
GS 15-9-2026 Fasering agrarisch natuurbeheer nav Meicirculaire 2026
N.v.t.
5.196
1.1.1
GS 15-9-2026 Natuurcompensatie VDL
N.v.t.
941
1.1.1
GS 15-9-2026 Fasering product Natuur biodoversiteit en fauna
N.v.t.
-2.216
1.1.1
GS 15-9-2026 Uitsplisting invasieve exoot aanpak Wasbeer
N.v.t.
-602
3.319
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Overige bijstellingen - resultaateffect
1.1.1
GS 12-5-2026 Achtervang budgetschuif POP3
Vrijval t.g.v. algemene reserve
-590
-590

1.1.2. Stikstof Limburgs programma Landelijk Gebied

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.1.2. Stikstof Limburgs programma Landelijk Gebied

Voortgang

Binnen het Limburgs Offensief Stikstof (LOS) is voortgang  geboekt in de uitvoering van de gebiedsgerichte aanpak (GGA) in 4 focusgebieden (in de 6 GGA's zijn onder andere stakeholders aangehaakt, is/wordt de governance ingeregeld en is relevante data toegankelijk gemaakt) en in de basisinzet voor de overige Natura 2000-gebieden. Daarnaast wordt gewerkt aan het legalisatietraject voor PAS-melders, waarbij de inzet van provinciale instrumenten, beleidskeuzes en vervolgstappen nader wordt uitgewerkt. Tevens wordt gewerkt aan de verdere invulling van uniforme productbeelden voor de vier GGA-gebieden, om verder inzicht te verkrijgen in de doelen, benodigde maatregelen en vervolgaanpak per gebied.

De regeling SPUK Natuur I wordt dit jaar afgerond en de subsidieregeling 'SPUK Natuur II' – gericht op natuurherstel – is opengesteld. Aan de regeling ‘Maatwerk gerichte beëindiging’ (MGB), die bijdraagt aan de afname van stikstofdepositie, wordt uitvoering gegeven; op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat het subsidieplafond wordt bereikt. Voorts bereiden wij een vervolgaanpak (regeling) van stikstofreductie voor, waarmee wij de beschikbare (SPUK)middelen zo effectief en efficiënt mogelijk zullen inzetten. 

Binnen NOVEX De Peel is de samenwerkingsovereenkomst op 17 juni 2026 door 22 overheidsorganisaties ondertekend, waarmee de uitvoering van de maatregelen is gestart en € 150 mln. aan extra rijksmiddelen voor de Limburgse maatregelenpakketten voor stikstofreductie, hydrologische maatregelen en natuurherstel beschikbaar is gekomen. 

Voor de ondersteuning van agrariërs in gebiedsprocessen stellen wij een vacatieregeling open en tevens ondersteunen wij de uitrol van de biodiversiteitsmonitor naar meer bedrijven in meer sectoren als onderdeel van het Actieplan natuurinclusieve landbouw.

De realisatiesnelheid van de ontwikkelopgave natuur bleek onvoldoende om de gestelde doelen voor 2027 te behalen. Wij hebben versnellingsmaatregelen (onder andere actieve benadering van grondeigenaren) getroffen en blijven ons maximaal inspannen om in 2027 zo veel mogelijk van het Nationaal Natuur Netwerk gerealiseerd te hebben alsook om afspraken te maken met het Rijk om meer tijd te krijgen voor deze opgave.

Tevens is uitvoering gegeven aan verschillende moties van Provinciale Staten, namelijk Motie 3214 'Transparantie over economische impact Limburgs Offensief Stikstof (LOS)' en Motie 3211 over de leefbaarheidseffecten als gevolg van stoppende boeren door middel van een gebiedsanalyse. Provinciale Staten zijn in het derde kwartaal hierover geïnformeerd.

Afwijkingen

Zoals in product 1.1.1. is aangegeven heeft het Rijk, op26 juni 2026 vanuit de Taskforce Landbouw, Natuur, Stikstof, diverse beleidsvoornemens bekend gemaakt die betrekking hebben op het landelijk gebied. Deze ontwikkelingen zijn van invloed op de aanpak in het LOS.

Het LOS is conform coalitieakkoord gebaseerd op ‘vrijwillig’ en ‘van onderop’. De uitvoeringssnelheid is daarmee sterk afhankelijk van de medewerking van gebiedspartners en andere overheden (onder andere de impact van de bovengenoemde beleidsvoornemens van het Rijk) de uitvoering is weerbarstig.  

Met de vaststelling van het LOS is ingezet op een gebiedsgerichte aanpak van natuurherstel en stikstofreductie in met name de vier focusgebieden. De te nemen maatregelen vinden vaak plaats net buiten die N2000-gebieden, op gronden van ondernemers. Hierdoor is er een lange(re) doorlooptijd voordat de gereserveerde middelen kunnen worden ingezet. Ook de uitvoering van projecten kost vaak veel tijd.

De start van de regeling samenwerking agrariers in gebiedsprocessen ligt voor maar komt trager op gang omdat de voorbereiding langer duurde dan voorzien.

Financiële consequenties

Nieuwe middelen derden

De "Nadere subsidieregels gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties Provincie Limburg (MGB)" wordt geraamd in de begroting. De verwachting is dat het subsidieplafond van € 30 mln. in 2026 wordt bereikt. De begroting wordt hierop aangepast, dekking vanuit de SPUK Regeling provinciale maatregelen landelijk gebied voor kosten van gebiedsprocessen en maatregelen (RPML) € 20,27 mln. en de SPUK Maatregel gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties (MGB) € 9,73 mln.

Op de SPUK versnellingvoorstellen landelijk gebied zijn voor € 8,07 mln. uitgaven gedaan, dit bedrag is in de begroting geraamd, dit zijn voornamelijk afwaarderingen van gronden.

Voor het laatste jaar van inzet van de SPUK Natuur fase 1 wordt de begroting aangepast met het restant bedrag van € 5,89 mln.

De subsidieregeling SPUK Natuur fase 2 met een subsidieplafond van € 27,5 mln. is in behandeling. De verwachting is dat € 4,00 mln. in 2026 besteed gaat worden door onze partners. Dit bedrag is geraamd in de begroting. Voor het uitzetten van opdrachten uit de SPUK Natuur fase 2 wordt € 0,28 mln. geraamd, voor het uitzetten van een onderzoek wordt € 0,05 mln. geraamd voor de SPUK PAS melders.

Fasering naar 2027 e.v.

Het kost tijd om te starten in de gebieden, de uitputting van beschikbare middelen voor uitvoering van N2000 beheermaatregelen stagneert, daarnaast is één subsidie (periode 2022-2024) fors lager vastgesteld, wat leidt tot een restitutie van € 3 mln. Daarom wordt gevraagd € 6,01 mln. te faseren naar de begroting 2027. Een nieuwe openstelling van de N2000-subsidieregeling is dan voorzien.

Binnen de regeling Samenwerking Integrale Gebiedsontwikkeling (SIG GLB/NSP 2023–2027) zijn bij de openstelling van 18 november 2025 tot en met 9 februari 2026 geen aanvragen ontvangen. Eind 2026/begin 2027 wordt bij herprogrammering naar verwachting opnieuw een beroep op provinciale middelen gedaan, zonder dat dit momenteel inhoudelijke gevolgen heeft voor de realisatie van de doelen uit de Programmabegroting 2026. Het gaat om een bedrag van € 2,24 mln. dat wordt teruggestort in de stelpost in de begroting 2027.

De helft van het budget voor samenwerking agrariërs in gebiedsprocessen van € 0,10 mln. wordt gefaseerd naar 2027. De opstart van de subsidieregeling komt trager op gang dan verwacht. Vanuit het onderzoeksbudget SPUK Natuur fase 2 worden minder onderoeken opgestart dan verwacht, hierdoor wordt € 0,16 mln. gefaseerd naar de begroting 2027.

Een nieuwe planning voor het starten van de biodiversiteitsmonitor leidt tot aanpassing van de meerjarenbegroting. Een bedrag van € 0,67 mln. wordt gefaseerd naar de begroting 2027.

Overige bijstellingen - resultaateffect 

Binnen de huidige budgetten is geïnventariseerd waar nog financiële ruimte aanwezig was. Hier is uitgekomen dat een bedrag van € 0,20 mln. in 2026 niet wordt ingezet voor de samenwerking met agrariërs in gebiedsprocessen, deze € 0,20 mln. wordt toegevoegd aan de algemene reserve. In de meerjarenbegroting is nog budget aanwezig. Dit heeft geen gevolgen voor het behalen van de doelen.

€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Nieuwe middelen derden
1.1.2
GS 15-9-2026 Inbreng SPUK MGB en SPUK versnellingsregeling
SPUK
38.066
1.1.2
GS 15-9-2026 Inbreng SPUK L16 projecten
SPUK
5.889
1.1.2
GS 15-9-2026 Inbreng SPUK middelen Natuur fase2 en Pasmelders
SPUK
4.330
48.285
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Fasering naar 2027 e.v.
1.1.2
GS 15-9-2026 Fasering Programma 1 Natura2000 beheermaatregelen
N.v.t.
-6.012
1.1.2
GS 15-9-2026 Fasering Programma 1 Cofinanciering GLB/NSP SIG
N.v.t.
-2.502
1.1.2
GS 15-9-2026 Fasering Biodiversiteitsmonitor
N.v.t.
-671
-9.185
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Overige bijstellingen - resultaateffect
1.1.2
GS 12-5-2026 Samenwerking agrariërs in gebiedsprocessen
Vrijval t.g.v. algemene reserve
-200
-200

1.1.3. Landschap

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.1.3. Landschap

Voortgang

Wij voeren, volgens plan, de vier actielijnen uit die het Limburgse landschap verbeteren. Dit hebben wij gedaan door:

  • het leveren van een bijdrage aan een toename van de groenblauwe dooradering (GBDA) onder meer via de subsidieregeling landschapselementen. De subsidieregeling is nog opengesteld tot 1 augustus 2027 met een beschikbaar budget van circa € 0,31 mln. De uitvoeringskosten van de regeling landschapselementen zijn lager uitgevallen dan begroot, omdat er minder aanvragen binnenkomen dan oorspronkelijk verwacht.
  • het verlenen van een subsidie aan de Natuur en Milieufederatie Limburg voor het project Zoem Zone Limburg (GBDA t.b.v. bestuivende insecten). Het project Zoem Zone Limburg en de daaraan gekoppelde kansenkaarten verloopt voorspoedig. Inmiddels participeren 34 partners, waaronder 28 gemeentes.
  • uitvoering te geven aan onder meer de programma’s LOS en WRL. 
  • een exploitatiesubsidie te verlenen aan het Steunpunt Landschapsbeheer waardoor onder andere de inzet van vrijwilligers gecoördineerd en ondersteund wordt. Sinds de opstart in 2022 is het Steunpunt Landschap hierdoor groeiende naar een centrale speler in de ondersteuning van vrijwillige landschapsinitiatieven.
  • middels een exploitatiesubsidie de Natuur- en Milieufederatie Limburg, het Limburgs Landschap, het Natuurhistorisch Genootschap en IVN te ondersteunen, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan educatie over natuur en landschap, voor zowel kinderen als voor volwassenen. 
  • in het kader van het Europees programma LEADER (onderdeel van het GLB-NSP) initiatieven - van lokale gemeenschappen - te stimuleren voor Zuid-Limburg en Weerterland, die bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid op het platteland en de leefomgeving.

Wij voeren momenteel gesprekken met de nationale parken (de Groote Peel, Nationaal Park de Maasduinen en Nationaal Park de Meinweg) ter voorbereiding op de subsidiebeschikkingen voor de periode 2027-2030. Wij verwachten voor het einde van dit jaar duidelijkheid te hebben. Voorts bevorderen wij de samenwerking ten behoeve van natuur, landschap en vrijetijdseconomie voor de grensparken. Voor het grenspark Kempen-Broek kent onze financiële ondersteuning een tijdpad tot en met 2026. Momenteel vinden gesprekken plaats over toekomstige financiering. Voor het Drielandenpark en het Rivierpark Maasvallei kent onze financiële ondersteuning een tijdpad tot en met 2027 en voor het Grenzeloos Bocageland tot en met 2029. Bij het vaststellen van de begroting 2027 wordt ingestemd met de financiële ondersteuning tot en met 2030 voor grenspark Maas- Swalm- Nette. 

In 2022 hebben wij via de SPUK versnellingsvoorstellen € 1,0 mln. ontvangen ten behoeve van voedselbossen, hierbij hebben wij € 0,25 mln. aan provinciale middelen toegevoegd (BV-00031852). Met deze middelen is in de periode 2022-2024 een subsidieregeling opengesteld voor onder andere de aanleg van voedselbossen. Als resultaat daarvan werden 29 voedselbosprojecten beschikt (in totaal 60,5 hectare in aanleg of gerealiseerd) voor een totaalbedrag van € 0,88 mln. Het restantbedrag ad € 0,12 mln. wordt niet meer voor het einde van de looptijd (31 december 2027) besteed, in verband met lange doorlooptijd van realisatie en geen actuele subsidieregeling. Bij afrekening van de SPUK vloeit het restant terug naar het Rijk. De provinciale middelen blijven beschikbaar voor een nieuwe regeling. Omdat de verwachting is dat subsidies in 2027 beschikt gaan worden, zal dit budget worden gefaseerd naar de begroting 2027.

Daarnaast geven wij momenteel uitvoering aan motie 3240 Mülders c.s. inzake 'Limburg als Klaslokaal - Buiten Leren in het Landschap'.

Nederland ziet steeds meer brandgevoelige dagen met mogelijke omstandigheden waarbij er sprake kan zijn van een risico op onbeheersbare natuurbranden. Het ministerie van LVVN heeft daarom in de periode 2026 tot en met 2029 in totaal € 10,8 miljoen beschikbaar gesteld aan provincies waar een verhoogd risico op natuurbranden aan de orde is. De Provincie wordt hiermee in staat gesteld om bij te dragen aan het doel om natuurbrandbeheersing te versterken, bijvoorbeeld door natuurbrandbeheersingsplannen op te stellen of betrokken partijen te begeleiden.

Financiële consequenties

Nieuwe middelen derden

De via de meicirculaire ontvangen middelen voor natuurbrandpreventie, € 0,16 mln. worden in de begroting opgenomen.

De SPUK middelen voor voedselbossen, € 0,19 mln. worden lager bijgesteld.

Fasering naar 2027 e.v.

Van het resterend budget voor landschapselementen wordt € 0,03 gefaseerd naar 2027. Het betreft budget voor een externe partij die kandidaat subsidieaanvragers ondersteunt bij het subsidieaanvraag traject.

De provinciale middelen voor voedselbossen € 0,25 mln. worden gefaseerd naar de begroting 2027.

Overige bijstellingen

Om een definitieve invulling te geven aan het landschapsbeheer wordt vanuit het hiervoor beschikbaar budget de waarde van 1 fte, € 0,09 mln. structureel toegevoegd aan de personeelsbegroting van het cluster Plattelandsontwikkeling en aanvullend voor twee maanden (€ 0,02 mln.)

Voor de uitvoering van de Motie 3247 Franssen c.s. Aziatische hoornaar wordt € 0,09 mln. toegevoegd aan de personeelsbegroting van het cluster Natuur en Water.

Overige bijstellingen - resultaat effect

Binnen de huidige budgetten is geïnventariseerd waar nog financiële ruimte aanwezig was. Hier is uitgekomen dat een bedrag van € 0,29 mln. niet wordt ingezet voor het behalen van de doelen en dit is ten gunste van de algemene reserve gebracht. Dit betreft € 0,21 mln. landschapsbeheer en € 0,08 mln. overig.

Van het resterend budget voor landschapselementen valt € 0,04 mln. vrij ten gunste van de algemene reserve in verband met lagere kosten voor begeleiding in het subsidie aanvraagtraject.

€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Nieuwe middelen derden
1.1.3
GS 15-9-2026 Meicirculaire 2026
Provinciefonds
160
1.1.3
GS 15-9-2026 L25 SPUK Quick wins bv voedselbossen
SPUK
-189
-29
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Fasering naar 2027 e.v.
1.1.3
GS 15-9-2026 Fasering Programma 1 Perspectief Landelijk gebied
N.v.t.
-275
1.1.3
GS 15-9-2026 Fasering Programma 1 Perspectief Landelijk gebied
N.v.t.
-95
-370
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Overige bijstellingen - budgetneutraal
1.1.3
GS 12-5-2026 Landschapsbeheer, Plattelandsontwikkeling
Overboeking binnen begroting
-110
Overige bijstellingen - resultaateffect
1.1.3
GS 12-5-2026 Landschapsbeheer, Plattelandsontwikkeling
Vrijval t.g.v. algemene reserve
-285
1.1.3
GS 12-5-2026 Landschapselementen
Vrijval t.g.v. algemene reserve
-38
-433

1.3.1. Waterbeheer en waterkwaliteit regionaal systeem

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.3.1. Waterbeheer en waterkwaliteit regionaal systeem

Voortgang

Zoals in de voorjaarsrapportage vermeld hebben de Provincie Limburg en 46 andere Limburgse waterpartijen zoals gemeenten, WML en landbouw- en natuurpartijen het Convenant voldoende zoetwater ondertekend. Samen werken wij nu aan een uitvoeringsprogramma met concrete acties en maatregelen.

De provinciale omgevingsvisie (POVI) is op 8 mei 2026 door PS vastgesteld. In de omgevingsvisie is het ruimtelijke deel van het waterbeleid opgenomen. De gebieden waar waarden en belangen van water aan de orde zijn, zijn in deze visie opgenomen als onderdeel van de groenblauwe landbouwzone. Tevens zijn waterveiligheidsgebieden (H2-H6) en zoekgebieden voor grondwaterbescherming en voor nieuwe drinkwaterwinningen opgenomen. De gebieden en waarden zijn vertaald in de omgevingsverordening. 

Wij werken aan hydrologische onderzoeken voor de Natura2000 gebieden, waarin onderzoek wordt gedaan ten behoeve van te nemen hydrologische maatregelen. In 2026 hebben wij drie onderzoeken afgerond. 

Wij hebben subsidie verleend aan de samenwerkende Limburgse waterregio's om deze te ondersteunen in publiekscampagnes via het platform 'Waterklaar'. Daarmee is tevens invulling gegeven aan motie 3272 inzake 'Schoon water' begint bij onszelf.

Samen met LLTB en WML werken wij in het project Waterwinst aan het bereiken van de nutriëntenopgaven vanuit Kaderrichtlijn Water en Grondwaterrichtlijn in de "Propositie Heuvelland' en in de grondwaterbeschermingsgebieden. 

Wij werken aan de moties van Provinciale Staten. Onder meer om het project Waterwinst uit te breiden met gewasbeschermingsmiddelen (motie 3237 inzake 'Plan van aanpak gewasbeschermingsmiddelen'). Daarbij volgen wij de landelijke ontwikkelingen rond gewasbeschermingsmiddelen.

Om uitvoering te geven aan de motie 3212 'Efficiënte maatregelen natuurherstel' zijn wij gestart met een meerjarig onderzoek naar uitspoeling en afspoeling in Limburgse gebieden met verschillende gronden en omstandigheden.   

De motie met betrekking tot grensoverschrijdende waterkwaliteit (motie 3272 inzake 'Grensoverschrijdende aanpak van waterverontreiniging') wordt in het vierde kwartaal met commissie LEO van Provinciale Staten besproken in het kader van de sondering van het Provinciaal Waterprogramma. 

Afwijkingen

Ter uitvoering van het aanvalsplan waterkwaliteit werken wij aan de inhuur van adviseurs die de gemeenten ondersteunen in de aanpak van riooloverstorten. Door de invoering van de wet DBA vergt dit veel tijd. De adviseurs gaan in 2027 aan de slag. De 'waardenetwerken' waarbij landbouwers zouden worden ondersteund in het toepassen van technieken om waterkwaliteit en kwantiteit te verbeteren worden niet meer als onderdeel van het aanvalsplan uitgevoerd. Dit wordt via het project Waterwinst opgepakt. De voor de waardenetwerken gereserveerde middelen vallen vrij ten gunste van de algemene middelen.

Om te zorgen dat wij zo veel mogelijk projecten kunnen ondersteunen die bijdragen aan de verbetering van de waterbeschikbaarheid en het tegengaan van droogte, hebben wij de subsidieregeling Deltaplan Hoge Zandgronden(DHZ) aangepast zodat de verschillende deelplafonds beter passen bij de vraag. Van de provinciale bijdrage voor prioritaire gebieden is nog beperkt gebruik gemaakt. Wij stellen voor om het restant te faseren naar 2027 en hebben een voorstel uitgewerkt voor de inzet van de middelen.   

Financiële consequenties

Fasering naar 2027 e.v.

De provinciale middelen voor prioritaire gebieden zijn voor een groot gedeelte nog niet besteed, de aanpak van de subsidieregeling wordt herzien, hierdoor wordt € 1,75 mln. gefaseerd naar de begroting 2027.

De inhuur van adviseurs voor het aanvalsplan waterkwaliteit is vertraagd, hierdoor faseren wij € 0,75 mln. naar de begroting 2027.

Overige bijstellingen - budgetneutraal

Voor de inhuur van een trainee uit het watertraineeprogramma wordt voor 2 jaar budget toegevoegd vanuit grondwaterwater beheer algemeen aan de personeelsbegroting van het cluster Natuur en Water voor € 0,07 mln.

Overige bijstellingen - resultaateffect

Doordat in 2026 minder middelen zijn ingezet voor onderzoek en beleidsontwikkeling, vallen binnen de budgetten Oppervlaktewater Algemeen en Waterprogramma respectievelijk € 0,15 mln. en  € 0,10 mln. vrij ten gunste van de algemene  reserve. Daarnaast worden de waardenetwerken ter ondersteuning van landbouwers uitgevoerd binnen het project Waterwinst, waardoor € 0,50 mln. vrijvalt ten gunste van de algemene reserve.

In 2025 zijn al uitgaven gedaan vooruitlopend op de ontvangen DU uitkering 'gevolgen extreme regenval', een bedrag van € 0,06 mln. kan hiervoor vrijvallen ten gunste van het begrotingsresultaat.

€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Fasering naar 2027 e.v.
1.3.1
GS 15-9-2026 Fasering Programma 1 Perspectief Landelijk gebied
N.v.t.
-2.503
-2.503
€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Overige bijstellingen - budgetneutraal
1.3.1
GS 15-9-2026 Salariskosten trainee uit het water traineeprogramma
Overboeking binnen begroting
-67
Overige bijstellingen - resultaateffect
1.3.1
GS 12-5-2026 Aanvalsplan waterkwaliteit, Oppervlaktewater algemeen, Waterprogramma 2022-2027
Vrijval t.g.v. algemene reserve
-747
1.3.1
GS 12-5-2026 DU Bovenreg. analyse gevolgen extreme regenval
Vrijval t.g.v. algemene reserve
-63
-877

1.3.2. Waterveiligheid Maas

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.3.2. Waterveiligheid Maas

Voortgang

Wij werken verder aan de hoogwaterprojecten waar de Provincie Limburg aan deelneemt: verschillende dijkverbeteringsprojecten met een brede gebiedsontwikkeling.

Groene Rivier Well is overgegaan naar de realisatiefase na ondertekening van de realisatieovereenkomst in maart 2026. Ook werd de realisatieovereenkomst gesloten voor de Willem-Alexanderhaven Roermond, een overeenkomst tussen het Waterschap Limburg, de gemeente Roermond, Provincie Limburg en de bedrijven in de haven verenigd in de Port of Roermond. De goedkeuring van het projectbesluit van het project Willem-Alexanderhaven Roermond is halverwege 2026 ter besluitvorming voorgelegd aan GS, waarna de realisatie van start is gegaan. De goedkeuring van het projectbesluit Thorn-Wessem zal naar verwachting worden voorgelegd aan GS in het laatste kwartaal van 2026. In 2026 wordt aanvullend de goedkeuring van het projectbesluit vispassage en gemaal in Arcen (dit betreft een onderdeel van de dijkverbetering) voorgelegd aan GS. 

Daarnaast gaan dit jaar voor vier van de zes ‘Maatregelen en Opgaven van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) project Baarlo-Hout-Blerick‘, te weten beekherstel (Kwistbeek), kwelgeulen, dijkverlegging en dijkversterking de ontwerp­projectbesluiten (OPB) ter inzage. Voor de kwelgeulen en de Kwistbeek is dit gebeurd in het 2e kwartaal. Het ontwerpprojectbesluit voor de dijkversterking en -verlegging zal aan het eind van 2026 naar verwachting ter inzage gelegd worden.

In het najaar van 2026 zal ook het projectbesluit dijkverbetering Roerdelta ter goedkeuring aan GS worden voorgelegd. Tevens wordt in het kader van de MER-regelgeving een (concept-) Notitie Reikwijdte en Detailniveau gepubliceerd vanuit het project Zuidelijk Maasdal. 

Begin 2026 is de préverkenning Gemeenschappelijke Maas (onderdeel van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW)) afgerond met een Adviesrapport Préverkenning Gemeenschappelijke Maas 2050, waarin gerichte maatregelen staan om de biodiversiteit te versterken en ecologische knelpunten weg te nemen. 

In 2026 zal de herijking van het Deltaprogramma gereed zijn. Dit moet leiden tot een herijkte Voorkeursstrategie voor de Maas (de vorige dateert uit 2015). In het 2e kwartaal is samen met andere regionale partijen en het Rijk in het programmabureau Deltaprogramma Maas gewerkt aan deze Voorkeursstrategie voor de Maas tot een 90% versie.

Afwijkingen

Het project Vierwaarden heeft vertraging opgelopen doordat het Rijk bezig is met een prioritering van de MIRT projecten n.a.v. tekorten in het Deltafonds. U bent hierover in juni geïnformeerd middels de Mededeling portefeuillehouder inzake vertraging project Vierwaarden. De terinzagelegging van de ontwerp-voorkeursbeslissing wordt daarom uitgesteld tot na de zomer. Het project loopt hierdoor een aantal maanden vertraging op. Of er consequenties zijn voor (de inhoud van) Vierwaarden of voor het eerder tot stand gekomen concept-voorkeursalternatief, is nog onbekend.

Volgens een nieuwe planning (n.a.v. de opgelopen vertraging) van het project Ruimte voor de Maas bij Oeffelt zal in het najaar van 2026 de ondertekening van de uitvoeringsovereenkomst plaatsvinden, waarna de aanbesteding direct van start kan gaan.  

Zodra het voorfinancieringsvraagstuk bij Lob van Gennep is opgelost, zal het ontwerp-projectbesluit door het Waterschap Limburg worden vastgesteld. Vervolgens zal dit, naar verwachting eind 2026, door ons gecoördineerd samen met de benodigde ontwerp-uitvoeringsbesluiten ter inzage worden gelegd.   

Financiële consequenties

Door de opgelopen vertraging bij het project Ruimte voor de Maas bij Oeffelt en de voorfinancieringsopgave bij het project Lob van Gennep is aan alle projectpartners om aanvullende bijdragen gevraagd. Deze aanvraag voor extra middelen voor beide projecten is aan Provinciale Staten in september 2026 ter besluitvorming voorgelegd. Het gaat om een extra bijdrage vanuit Provincie Limburg van € 1,48 mln. aan het project Oeffelt en € 3,90 mln. aan het project Lob van Gennep.  

Nieuwe eigen middelen

  • deze volgen via een apart Statenbesluit in september

Fasering naar 2027 e.v.

De financiële middelen voor de cofinanciering van de Dam Lateraalkanaal (regiofondsmiddelen) worden niet in 2026 uitgegeven. Het werk kan pas uitgevoerd worden na afronding van de dijkversterking Buggenum. Hierdoor wordt € 1,85 mln. gefaseerd naar de begroting 2027. Ook de restant procesmiddelen voor de WillemAlexanderhaven € 0,02 mln. worden gefaseerd naar de begroting 2027.

€ x 1.000
Product
Omschrijving
Dekking
Bijstelling lasten 2026
Fasering naar 2027 e.v.
1.3.2
GS 15-9-2026 Fasering Programma 1 Perspectief Landelijk gebied
N.v.t.
-1.868
-1.868

1.3.3. Bodemvitalisering

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.3.3. Bodemvitalisering

Voortgang

Het project Bodemvitalisering Limburg verloopt volgens planning. Op alle pilotlocaties zijn de groene reststromen (bermmaaisel, blad- en snoeiafval) afkomstig van gemeenten aangebracht. Deze stromen verbeteren de bodemvitaliteit bij agrarische ondernemers door het organische stofgehalte te optimaliseren, waardoor de waterbergende capaciteit van de bodem toeneemt en erosie wordt tegengegaan. Gedurende de looptijd van de pilots zijn en worden diverse metingen op de pilotpercelen uitgevoerd. Er dienen meerdere meetrondes uitgevoerd te worden om te kunnen komen tot representatieve bevindingen, conclusies en interpretaties (niet eerder dan eind 2027). In mei 2026 heeft een informatieve sessie plaatsgevonden waarin het project voor belangstellenden is toegelicht en de reeds opgedane kennis is gedeeld.

Afwijkingen

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het realiseren van de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026. 

Financiële consequenties

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die financiële consequenties hebben voor de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026.

1.3.4. Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL)

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - 1.3.4. Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL)

Voortgang

De WRL begroting en eventuele bijstellingen hierop moeten, voordat ze in de begrotingscyclus van de gastorganisatie worden ingebracht, besloten zijn in de bestuurscommissie van WRL. Dat betekent voor de najaarsrapportage dat eind maart 2026 moet worden bepaald of sprake is van een afwijking op de lopende begroting, zodat deze kan worden vastgesteld in de bestuurscommissie van juni 2026. Op basis van de voortgang eind maart 2026, wordt een bijstelling van de WRL begroting niet voorzien. Een uitgebreidere toelichting op de financiële stand van zaken is terug te vinden in de halfjaarlijkse voortgangsrapportage van het WRL programma.

Van de € 14,20 mln. begroot voor WRL in 2026 is eind juni 2026 € 7,90 mln. (55%) verplicht. Binnen deze verplichtingen zijn alle personeelskosten tot het eind van het jaar opgenomen.  

Afwijkingen

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het realiseren van de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026. 

Financiële consequenties

Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die financiële consequenties hebben voor de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026.