4. Nieuwe energie en leefmilieu
Nieuwe energie en leefmilieu
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - Nieuwe energie en leefmilieuVoortgang
De uitvoering van het programma Nieuwe energie en Leefmilieu ligt op koers. Het onderdeel Nieuwe energie (4.1) kent geen significante afwijkingen op inhoud, financiën en planning. De resultaten voor het onderdeel Gezond en veilig leefmilieu (4.2) liggen eveneens op koers. We voeren onze wettelijke VTH-taken uit conform het vastgestelde VTH Uitvoeringsprogramma 2026. Daarbij worden de wettelijke termijnen voor vergunningverlening niet altijd gehaald.
De propositie Energie van en voor Limburg (najaar 2026 gereed) vormt de basis voor de provinciale inzet op energie-infrastructuur en de ruimtelijke inbedding daarvan. Het vormt de basis voor verdere energieafspraken tussen Rijk en Provincie de komende jaren.
Op het gebied van energie-infrastructuur is voortgang geboekt met de procedures voor de 150 kV-verbinding Graetheide–Beek–Schoonbron, de Delta Rhine Corridor Oost en het Waterstofnetwerk Limburg. Ook wordt het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMiek) geactualiseerd. Tegelijk blijft netcongestie een belangrijk aandachtspunt, nu ook kleinverbruikers met wachtlijsten voor netaansluitingen te maken hebben. De inzet blijft daarom gericht op versnelling en ruimtelijke inpassing van energie-infrastructuur, aanvullende congestiemaatregelen en afspraken met het Rijk over de verdere ontwikkeling van het Limburgse energiesysteem.
Ook de verdere uitwerking van de Provinciale Energiediensten Maatschappij (PEM) vraagt nadrukkelijk aandacht. Tegelijk blijven de uitvoering en besteding onder druk staan door complexe regelgeving, capaciteitsgebrek en investeringscasussen die nog onvoldoende uitvoeringsrijp zijn. Daarnaast wordt verder gewerkt aan de ondersteuning van energiegemeenschappen, de verduurzaming van de eerste 1.000 woningen en de ontzorgingsprogramma’s voor maatschappelijk vastgoed en het midden- en kleinbedrijf.
Voor warmte is bij Warmtenet Zuid-Limburg gekozen voor een aangepaste ontwikkelrichting, waarbij warmtenetten in drie clusters worden ontwikkeld op basis van lokale bronnen. Ook loopt het door het Rijk gefinancierde verkenningstraject naar kleine modulaire kernreactoren door; de uitkomsten worden in het najaar van 2026 verwacht.
4.1.1. Energie infrastructuur & ruimtelijke inbedding en Verduurzaming industrie en bedrijventerreinen
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - 4.1.1. Energie infrastructuur & ruimtelijke inbedding en Verduurzaming industrie en bedrijventerreinenVoortgang
Energie infrastructuur & ruimtelijke inbedding
De propositie Energie van en voor Limburg vormt de basis voor de provinciale inzet op energie-infrastructuur, netcongestie en de ruimtelijke inbedding van het energiesysteem. Met deze propositie brengt Limburg richting het Rijk in beeld welke investeringen, randvoorwaarden en bestuurlijke afspraken nodig zijn om het Limburgse energiesysteem toekomstbestendig te ontwikkelen. De herziene versie van de propositie wordt in het derde/vierde kwartaal aangeboden aan de minister van Klimaat en Groene Groei en vormt de basis voor verdere energieafspraken tussen Rijk en Provincie.
De uitvoering van energie-infrastructuur en ruimtelijke inbedding verloopt conform de ingezette koers. De projectprocedure voor de vernieuwing en verzwaring van de 150 kV-verbinding Graetheide–Beek–Schoonbron is gestart. Daarnaast wordt, in afstemming met gemeenten en het Rijk, verkend of de Provincie de rol van bevoegd gezag kan vervullen bij aanvullende congestiereducerende projecten, waaronder de vernieuwing en verzwaring van de 150 kV-verbinding Buggenum–Blerick–Boekend.
De voorverkenning naar diepe aanlanding van wind op zee is afgerond. Daarbij is Limburg als kansrijke locatie in beeld gebracht, zoals aan uw Staten is medegedeeld in de mededeling van de portefeuillehouder inzake Diepe Aanlanding Wind op Zee. Ook de Delta Rhine Corridor Oost en het Waterstofnetwerk Limburg zijn in procedure gebracht. Onze aandachtspunten bij deze Rijksprojecten hebben wij kenbaar gemaakt via inspraakreacties op het Voornemen en Participatieplan. Onze inzet is daarbij onder meer gericht op het realiseren van aansluitmogelijkheden voor Chemelot, de Clauscentrale en, voor waterstof, de Cluster 6-bedrijven.
De gebiedsgerichte aanpak Maasbracht–Graetheide/Chemelot, waarin deze projecten en andere relevante opgaven samenkomen, is tijdens een infosessie op 5 juni aan uw Staten toegelicht. Tegelijkertijd geven we uitvoering aan de projecten binnen het provinciale Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat 2.0 en werken we aan de actualisatie naar versie 3.0. Als uitwerking van de Energievisie 2.0 worden eind 2026 twee energiebeelden voor Oostoever en Maastricht-Mergelland opgeleverd. Deze maken deel uit van het provinciale Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat 3.0 en van de landelijke pilot Energiebeelden in het kader van het Nationaal Programma Energiesysteem.
Per 1 juli is de situatie voor kleinverbruikers, waaronder woningbouw en het midden- en kleinbedrijf, gewijzigd. Ook deze partijen worden nu op de wachtlijst geplaatst, waardoor een stroomaansluiting niet langer gegarandeerd is. Woningbouwplannen, evenals ziekenhuizen en hulpdiensten, krijgen daarbij prioriteit. Via de regeling ‘eerder aanvragen’ kunnen gemeenten vanaf 1 oktober woningbouwplannen eerder aanmelden. Provinciale Staten zijn hierover geïnformeerd via de beantwoording van de schriftelijke vragen van CDA-IJpelaar van 10 maart 2026 inzake netcongestie.
Limburgs Energiefonds (LEF)
In februari 2026 is het Statenvoorstel G-25-030 Herijking LEF 2026 behandeld en in maart 2026 lag het Statenvoorstel G-26-001 Aanpassen voorwaarden en zekerheidsstelling Mijnwater in de Staten. Met de uitvoering van beide Statenvoorstellen is inmiddels een start gemaakt.
Naar aanleiding van G-25-030 is de aandeelhouderslijn vastgesteld in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA). Daarnaast is uitvoering gegeven aan toezegging 9743 door aan Rebel opdracht te verstrekken voor het opstellen van een nieuw format voor de voortgangsrapportage (VGR) van het LEF.
Ten aanzien van Mijnwater zijn de voorwaarden van de agio-overeenkomst aangepast. Tevens is de rapportage van Mijnwater in overeenstemming gebracht met de hierover gemaakte afspraken. Daarnaast zijn gesprekken gestart met het LEF en Enpuls over de ontvlechting van Mijnwater uit het LEF.
Verduurzaming Industrie en bedrijventerreinen
De uitvoering van de maatwerkaanpak voor de industrie verloopt conform de ingezette koers. Deze aanpak is gericht op de versnelde verduurzaming van de industrie door afspraken over aanvullende CO2-reductie, bredere verduurzamingskansen en andere maatschappelijke opgaven, zoals stikstofreductie en verbetering van de luchtkwaliteit. In Limburg zijn diverse bedrijven actief betrokken bij de maatwerktrajecten; met enkele bedrijven zijn een Expression of Principles en een Joint Letter of Intent ondertekend, en met Cosun is een bindende maatwerkovereenkomst gesloten. Provincie Limburg is mede-ondertekenaar van deze maatwerkovereenkomsten. De maatwerktrajecten zijn complex, kennen een meerjarig karakter en vragen specialistische en fluctuerende inzet van de Omgevingsdienst Zuid-Limburg (ODZL). De voortgang van de uitvoering is daarbij mede afhankelijk van het aantal en de complexiteit van de vergunningaanvragen bij de ODZL voor verduurzamingsprojecten.
Afwijkingen
Op het budget voor de decentralisatie-uitkering (DU) Versterking vergunningverlening maatwerkaanpak wordt in 2026 naar verwachting € 0,20 mln. ingezet. Dit is gebaseerd op de huidige inschatting van de ODZL. Zie nadere toelichting hierboven.
Bij PS besluit van 20 maart 2026 is een dotatie aan de risicoreserve Sturing in Samenwerking (SiS) van € 0,85 mln. ingesteld voor een nieuw te verstrekken garantstelling aan Enexis. Hiermee kreeg Enexis zekerheid van de Provincie, zodat de toegekende Joint Transition Mechanism subsidie aan Mijnwater kon worden uitbetaald. Recent is evenwel gebleken dat deze provinciale garantstelling niet zal worden geëffectueerd. Daarmee is de dotatie niet langer vereist. De formele bijstelling van de totale risicoreserve SiS verloopt via de reguliere P&C-cyclus via de jaarrekening 2026. Vooruitlopend hierop, wordt dit via deze Najaarsrapportage kenbaar gemaakt.
Financiële consequenties
Nieuwe middelen derden
- voor de inzet van capaciteit voor de PEM, alsook voor andere onderdelen van Energie (e-infra, bevoegd gezag rollen en aanpalende specialisten) wordt het budget in 2026 met € 2,00 mln. opgehoogd. Dit betreft Rijksmiddelen (SPUK CDOKE), deze middelen kunnen conform de Rijksbeschikking worden ingezet t/m 2027;
- voor de openstelling van een tweede subsidietranche van de subsidieregeling Proceskosten energiehubs 2026 wordt een bedrag van € 1,35 mln. aan deze regeling toegevoegd. Deze middelen worden ingezet voor het procesmatig ondersteunen van lokale energiehub-initiatieven. Het betreft hier een specifieke uitkering van het Rijk (SPUK);
- via de meicirculaire 2026 hebben we een DU Stimuleringsprogramma Energiehubs ontvangen. Deze middelen worden ingezet in het kader van het Stimuleringsprogramma Energiehubs waarbinnen het Rijk, netbeheerders, regionale ontwikkelingsmaatschappijen en decentrale overheden samenwerken om de ontwikkeling van energiehubs te bevorderen. Het betreft een bedrag van € 0,82 mln.;
- voor de continuering van het Ontzorgingsprogramma Maatschappelijk Vastgoed wordt een bedrag van € 0,80 mln. toegevoegd. Dit programma is erop gericht om kleine maatschappelijk vastgoedeigenaren in Limburg te begeleiden bij het verduurzamen van hun vastgoed door middel van een integraal ontzorgingstraject. Het betreft hier een specifieke uitkering van het Rijk (SPUK).
Fasering naar 2027 e.v.
Een bedrag van € 4,79 mln. wordt gefaseerd naar 2027 e.v. jaren, het betreft:
- voor de inzet van capaciteit voor energie en klimaat zijn nog voldoende middelen beschikbaar via de SPUK CDOKE t/m 2027. Deze middelen worden eerst ingezet. Het ontvangen bedrag van € 2,85 mln. via de DU CDOKE (de opvolger van de SPUK), wordt daarom gefaseerd naar 2028. De DU kan conform de afspraken met het Rijk worden ingezet t/m 2030;
- de versterking van de vergunningverlening voor maatwerkbedrijven; in 2026 wordt naar verwachting € 0,20 mln. ingezet. Een bedrag van € 0,94 mln. wordt gefaseerd naar 2027;
- een bedrag van € 0,82 mln. DU Stimuleringsprogramma Energiehubs wordt gefaseerd naar 2027. Gedurende het jaar 2026 loopt de provinciale subsidieregeling ‘’Ondersteuning proceskosten energiehubs 2026’’ nog. Deze wordt bekostigd uit de SPUK CDOKE-bijdrage van het Rijk uit 2025. Hieruit volgt dat een andere invulling van onze ondersteuning van energiehubs pas in januari 2027 aan de orde zal zijn. Bovendien zijn er voor deze andere invulling ook nog geen details bekend over de nationale kaders en randvoorwaarden, zoals een nationale subsidieregeling die de Limburgse regeling vervangt.’;
- de DU Uitvoeringskosten klimaatakkoord, een bedrag van € 0,20 mln. wordt gefaseerd naar 2027 voor procesondersteuning en het organiseren van bijeenkomsten en overleggen.
Overige bijstellingen - resultaateffect
Het Operationeel Programma Zuid-Nederland (Programma OPZuid; Europees subsidieprogramma) stelt geen cofinanciering meer beschikbaar voor het thema warmtetransitie en energieopslag. Dit betekent dat de Provincie Limburg ook geen middelen meer inzet als cofinanciering. Een bedrag van € 0,65 mln. kan vrijvallen ten gunste van de algemene reserve. Een aantal lopende aanvragen worden wel nog afgehandeld.
€ x 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Nieuwe middelen derden |
|||
4.1.1 |
GS 15-9-2026 Ophogen budget SPUK Capaciteit Decentrale Overheden Klimaat en Energie (CDOKE) |
SPUK |
2.000 |
4.1.1 |
GS 5-5-2026 Tweede tranche subsidieregeling ondersteuning proceskosten energiehubs |
SPUK |
1.345 |
4.1.1 |
GS 15-9-2026 Meicirculaire 2026 |
Provinciefonds |
820 |
4.1.1 |
GS 5-5-2026 Europese aanbesteding voor het Ontzorgingsprogramma maatschappelijk vastgoed |
SPUK |
795 |
4.960 |
|||
€ x 1.000 |
|||
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Fasering naar 2027 e.v. |
|||
4.1.1 |
GS 15-9-2026 Faseren DU Capaciteit Decentrale Overheden Klimaat en Energie (CDOKE) |
N.v.t. |
-2.839 |
4.1.1 |
GS 15-9-2026 Faseren DU Versterking vergunningverlening maatwerkafspraken |
N.v.t. |
-937 |
4.1.1 |
GS 15-9-2026 Faseren DU Stimuleringsprogramma energiehubs |
N.v.t. |
-820 |
4.1.1 |
GS 15-9-2026 Faseren DU Uitvoeringskosten klimaatakkoord |
N.v.t. |
-200 |
-4.796 |
|||
€ x 1.000 |
|||
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Overige bijstellingen - resultaateffect |
|||
4.1.1 |
GS 12-5-2026 PES2 - OPZuid energieopslag en -omzetting |
Vrijval t.g.v. algemene reserve |
-648 |
-648 |
|||
4.1.2. Verduurzaming gebouwde omgeving & warmte en grootschalige opwek
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - 4.1.2. Verduurzaming gebouwde omgeving & warmte en grootschalige opwekVoortgang
PEM pijler 1: energiegemeenschappen
In het licht van de - Gewijzigde Motie 3228 Hendrikx c.s. inzake Instellen klankbordgroep PEM heeft inmiddels een tweede klankbordgroep bijeenkomst plaatsgevonden. De klankbordgroep is betrokken bij de nadere uitwerking van de PEM en is gevraagd te reflecteren op de ingezette ontwikkelrichting.
In het tweede kwartaal van 2026 is concreet aan de slag gegaan met het ondersteunen van de geselecteerde prioritaire pilots, zodat zij zich zo snel mogelijk kunnen ontwikkelen tot volwaardige energiegemeenschappen. Daarnaast worden ook de niet-prioritaire pilots ondersteund door het aanbieden van haalbaarheidsonderzoeken naar energiegemeenschappen.
PEM pijler 2: Verduurzaming gebouwde omgeving
In juni 2026 is gestart met de uitvoering van de pilotregeling ‘Provinciale Energiediensten Maatschappij pilot voor versnelling woningisolatie’. Deze regeling is gericht op de verduurzaming van 1.000 woningen in het kader van de aanpak van energiearmoede, te beginnen in de regio Peel en Maas. Daarna volgen de regio’s Parkstad en Noord-Midden Limburg.
Groen Gas
In het tweede kwartaal van 2026 is gestart met een uitvoeringsonderzoek dat in kaart brengt welke randvoorwaarden en instrumenten de Provincie kan inzetten met betrekking tot groen gas. De focus ligt op het verkennen van mogelijkheden voor lokale groengasproductie én het verminderen van stikstofemissies in de landbouw. Deze onderzoeksresultaten zijn medio juli opgeleverd en toegelicht tijdens een technische infosessie op 4 september jongstleden. De inzet op groen gas continueert onverminderd via de ondersteuning en versnelling van energiegemeenschappen in het kader van de PEM. Daarnaast wordt de ontwikkeling aan de zijde van het Rijk op de voet gevolgd, aangezien deze randvoorwaardelijk zijn voor de ontwikkelingen rondom de realisatie (de snelheid daarvan) van productielocaties.
Small modular reactors
Het door het Rijk gefinancierde verkenningstraject naar small modular reactors (SMR’s) verloopt conform planning. In dit traject wordt onderzocht welke potentie, randvoorwaarden en kansen er voor Limburg zijn, onder meer in relatie tot energievoorziening, ruimtelijke inpassing en mogelijke vervolgstappen. De uitkomsten van deze verkenning worden in het vierde kwartaal van 2026 verwacht.
In de Kamerbrief Rijksroutekaart 7 GW kernenergie van juni 2026 heeft het Rijk aanvullende ondersteuning in het vooruitzicht gesteld voor eventuele verdiepende locatieonderzoeken. Deze ondersteuning omvat ook een financiële component. De nadere uitwerking hiervan door het Rijk loopt nog. Naar verwachting wordt daarmee ook duidelijk welke aanvullende ondersteuning beschikbaar kan komen voor de Provincie.
Provinciale Staten worden over de voortgang periodiek geïnformeerd via een mededeling van de portefeuillehouder.
Ontzorgingsprogramma Maatschappelijk Vastgoed
Het Ontzorgingsprogramma Maatschappelijk Vastgoed verloopt conform planning en levert concrete resultaten op, zoals gemeld in de mededeling van de portefeuillehouder. Via vier gecontracteerde partijen worden kleine eigenaren van maatschappelijk vastgoed in Limburg integraal ondersteund bij de verduurzaming van hun gebouwen. De bekendheid van het programma is vergroot via de campagne Limburg Bespaart en door samenwerking met gemeenten en maatschappelijke partners. Op basis van de huidige voortgang is de verwachting dat de beschikbare specifieke uitkering volledig en doelmatig wordt ingezet voor het realiseren van de programmadoelstellingen. Daarnaast beschikt Limburg vanaf het derde kwartaal van 2026 over een provinciaal fonds van € 5,6 mln. voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed, waarmee maatregelen uit het ontzorgingstraject kunnen worden gefinancierd en uitgevoerd (gewijzigd Statenvoorstel G-26-016).
Ontzorgingsprogramma MKB
Het Ontzorgingsprogramma MKB, gestart op 1 mei 2025, laat een positieve ontwikkeling zien. Inmiddels zijn 43 subsidieaanvragen verleend. Mede dankzij de campagne Limburg Bespaart wordt de regeling goed benut door adviseurs en ondernemers. De regeling ondersteunt bij de verduurzaming van de bedrijfsvoering en het vastgoed. In samenwerking met MKB-Limburg en gemeenten wordt ingezet op een groter bereik. Daarbij worden eind 2026 ook collectieve of gebundelde aanvragen van gemeenten verwacht. Op basis van de huidige realisatie is de verwachting dat na afloop van de initiële looptijd middelen beschikbaar blijven. Hierdoor ontstaat, in overleg met het Rijk, ruimte om het programma te verlengen met behoud van de huidige doelstellingen, in samenhang met het onderdeel bedrijventerreinen binnen de SPUK Bedrijfsmatig Vastgoed.
Warmtenet Zuid-Limburg
Provinciale Staten zijn op 8 juli 2026 via een mededeling van de portefeuillehouder geïnformeerd over de ontwikkeling van Warmtenet Zuid-Limburg. In de stuurgroepvergadering van 10 juni 2026 is vastgesteld dat verdere ontwikkeling met restwarmte van Chemelot als eerste hoofdbron op dit moment niet kansrijk is. Besloten is daarom de ontwikkeling van warmtenetten voort te zetten in drie clustersgemeenschappen: Westelijke Mijnstreek, Maastricht-Meerssen en Parkstad. De bronnenstrategie wordt per cluster afgestemd op de lokale situatie en gaat uit van de inzet van lokale bronnen. Daarnaast wordt in samenwerking met Enpuls en de Nationale Deelneming Warmte de oprichting van een regionaal warmtebedrijf nader verkend.
De financiële eindafrekening van fase 3 van Warmtenet Zuid-Limburg vindt plaats nadat alle facturen zijn verwerkt, en de subsidie vanuit OPZuid definitief is vastgesteld. Naar verwachting wordt, mede als gevolg van deze subsidie, niet het volledige beschikbare budget benut. Het resterende bedrag wordt naar rato van inleg terugbetaald aan de deelnemers. De verwachting is dat dit in het vierde kwartaal van 2026 wordt afgerond.
Afwijkingen
Zoals ook in de Voorjaarsrapportage 2026 is vermeld, blijft overeind dat er is gewerkt aan het inzichtelijk maken van de producten (informatie, marktonderzoek en onderbouwingen) die nodig zijn om de PEM door te ontwikkelen tot een robuuste organisatie.
De bij de Voorjaarsnota eerder gemelde afwijking in relatie tot druk op de uitvoering en bestedingen, als gevolg van complexiteit qua regelgeving en capaciteitsgebrek, is nog steeds actueel. Er wordt verwacht dat de bestedingen van de PEM middelen in 2026 daardoor lager zullen uitvallen. Om de continuïteit van de uitvoering van de PEM in 2026 en in 2027 te borgen, wordt het budget bijgesteld. Dit wordt gedekt via de ontvangen Rijksmiddelen de SPUK CDOKE. Deze middelen zijn opgenomen onder product 4.1.1.
PEM Pijler 1: Energiegemeenschappen
De afgelopen periode zijn intensieve gesprekken gevoerd met partijen op de markt om de al eerdere voorziene en geïnventariseerde investeringsbehoefte (Statenvoorstel PEM 2025) te concretiseren. TNO is in opdracht van de Provincie Limburg, in nauwe samenwerking met de provincie en betrokken partijen in het veld, gestart met een nadere verkenning van de marktbehoefte ten aanzien van de PEM. Ook hebben inmiddels twee klankbordgroep bijeenkomsten PEM plaatsgevonden, waarvan de bevindingen worden meegenomen in de verkenning. Deze verkenning richt zich op het verkrijgen van verdiepend inzicht in de huidige en toekomstige marktvraag en op de vertaling daarvan naar een realistisch en robuust meerjarenplan voor de PEM. Daarbij wordt expliciet aandacht besteed aan de inhoudelijke koers, de uitvoerbaarheid, de organisatie en de financiële houdbaarheid. Op basis hiervan wordt gewerkt aan een toekomstbestendige positionering van de PEM.
Initieel voorziene investeringscasussen, zoals benoemd in het Statenvoorstel PEM 2025, zijn naar nu blijkt, nog niet rijp genoeg, dat heeft invloed op de wijze waarop de financiële middelen kunnen worden ingezet. Als gevolg daarvan blijven de uitgaven op dit moment achter. Echter zijn er andere mogelijkheden om de middelen op een actieve wijze aan te wenden, zodat deze alsnog zo snel mogelijk kunnen bijdragen aan een versnelling van de energietransitie in het kader van de ontwikkeling van energiegemeenschappen. Op korte termijn volgt een nadere toelichting op de concrete uitvoering van de PEM.
PEM Pijler 2: Verduurzaming Gebouwde Omgeving
De pilotregeling voor de verduurzaming van de eerste 1.000 woningen is inmiddels van start gegaan in de eerste regio. De regeling heeft als bijzondere component een ontzorgingstraject dat erop gericht is om ‘achter de voordeur’ te komen bij de meest kwetsbare huishoudens. Deze huishoudens zijn zelf niet in staat de weg naar subsidies te vinden. Daarom is aan de voorkant niet goed in te schatten, hoe snel de uitputting van het subsidiebudget zal verlopen. Dit heeft mogelijk effect op de voorziene besteding.
Financiële consequenties
Nieuwe middelen derden
De beschikbare middelen voor de SPUK Ontzorgingsprogramma mkb worden conform de Rijksbeschikking bijgesteld met € 0,55 mln. Het betreft zowel de lasten, als de baten. Deze bijstelling heeft geen consequenties voor het resultaat.
Fasering naar 2027 e.v.
Een bedrag van € 0,96 mln. wordt gefaseerd naar 2027. Dit betreft de Specifieke uitkering Bedrijfsmatig vastgoed en Ontzorging verduurzaming kleine ondernemingen. Deze middelen zijn op basis van doorlopende afspraken met het Rijk meerjarig ter beschikking gesteld. De subsidieregeling ontzorgingsprogramma mkb heeft een looptijd tot 01-05-2027. Zie voor nadere toelichting onder kopje 'Voortgang'.
€ x 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Nieuwe middelen derden |
|||
4.1.1 |
GS 15-9-2026 Bijstellen SPUK Ontzorgingsprogramma MKB |
SPUK |
-549 |
-549 |
|||
€ x 1.000 |
|||
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Fasering naar 2027 e.v. |
|||
4.1.2 |
GS 15-9-2026 Faseren subsidieregeling ontzorgingsprogramma mkb |
N.v.t. |
-962 |
-962 |
4.2.1. Gezond en veilig leefmilieu
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - 4.2.1. Gezond en veilig leefmilieuVoortgang
De voortgang binnen dit product verloopt grotendeels volgens planning. Er wordt uitvoering gegeven aan de wettelijke taken binnen de wettelijke/afgesproken termijn en budget. Daarnaast zijn geplande acties uit de modulaire aanpak concretiserend milieubeleid in uitvoering. Van de geplande 29 acties uit de modulaire aanpak concretiserend milieubeleid, zijn er momenteel 15 afgerond en 14 nog in uitvoering. De totale aanpak is naar verwachting eind 2027 voltooid. Er zijn verschillende stappen gezet die bijdragen aan het behalen van de beoogde resultaten.
Luchtkwaliteit & ZZS
In het kader van luchtkwaliteit is opdracht verleend om de blootstelling aan luchtverontreiniging in Limburg in beeld te brengen. De resultaten worden medio 2027 verwacht. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ambitie om de luchtkwaliteit steeds beter in beeld te brengen.
Vanuit de ambitie om de uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen te reduceren, hebben we de ODZL gevraagd om de bedrijven die nog geen Vermijdings- en Reductieplan hebben ingeleverd aan te schrijven. Hier heeft de ODZL gevolg aan gegeven. Op deze wijze bespoedigen we de inzet op minimalisatie.
Een belangrijk onderdeel van de Actieagenda Industrie en Omwonenden van het Rijk was de gezondheidsverkenning rondom Chemelot, die inmiddels is afgerond. Als vervolg daarop start het Rijk met pilots gericht op beter meten en op versterking van de positie van de GGD. Wij hebben ons hiervoor aangemeld. Voor de pilot beter meten zijn we geselecteerd en over de GGD-pilot zijn we met het Rijk in gesprek.
Geluid
De pilot innovatieve geluidmaatregelen is in uitvoering. Er is een verkenning uitgevoerd naar mogelijkheden voor pilots voor innovatieve geluidmaatregelen langs provinciale wegen. Voor de toepassing van een geluiddiffractor gecombineerd met een aanrijbeveiliging wordt technische haalbaarheid en betaalbaarheid uitgewerkt. Bij een positieve uitkomst wordt draagvlak in de omgeving geïnventariseerd, een plan voor de monitoring en evaluatie van effecten uitgewerkt en volgt de realisatiefase (medio 2027).
Afval & omgevingsveiligheid
De landelijke evaluatie van de pilot voor het stellen van financiële zekerheid is afgerond en is uw Staten op 16 juni 2026 toegezonden.
Omgevingsveiligheid
Tevens heeft het eerste Bestuurlijke Overleg Veiligheid plaatsgevonden op basis van de afspraken opvolgend op het convenant 'Voor een veilige ontwikkeling van Chemelot en haar omgeving' (2023-2025). Op deze wijze worden de gemaakte bovenwettelijke afspraken m.b.t. integrale veiligheid geborgd.
Er is een opdracht verleend om een analyse uit te voeren naar het vervoer van gevaarlijke stoffen over provinciale wegen om zo beter risico-inschattingen te kunnen maken. De uitkomsten van deze analyse zullen medio 2027 worden opgeleverd.
Luchtvaart
Tot slot zijn we gestart met een pilot om drones meer ruimte te geven bij het opstijgen en landen buiten luchthavens om zo de regeldruk te verminderen.
Afwijkingen
Voor de uitvoering van de modulaire aanpak concretiserend milieubeleid zijn de navolgende afwijkingen in planning en/of budget.
De Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening hebben dermate veel capaciteit gevraagd dat een herprioritering van taken noodzakelijk is geweest. Hierdoor loopt de verkenning naar beleid inzake brandveiligheid bij afvalverwerkers, in afwijking van de oorspronkelijke planning, door tot in 2027. Dit beleid betreft de formalisering van een reeds bestaande uitvoeringspraktijk van de ODZL, waardoor inhoudelijk geen extra risico ontstaat. De meerwaarde van vaststelling ligt met name in een betere juridische verankering en een grotere duidelijkheid in de toepassing.
Voor de ontwikkeling van de Stapeltool ‘Kwetsbaarheid en kansen in de stapeling van omgevingsfactoren’ wordt extra budget gevraagd. Vanwege tijdelijke beperkingen in de beschikbare capaciteit en het prioriteren van wettelijke taken, zullen meer werkzaamheden extern moeten worden uitgevoerd.
We voeren onze taken uit met betrekking tot de eeuwigdurende nazorg na sluiting van stortplaatsen. Voor de eindinspectie van de stortplaats Weert zijn we afhankelijk van externen en hun doorlooptijden. Het uitvoeren van een eindinspectie is een proces dat minimaal 12 maanden duurt. Dat heeft tot gevolg dat de eindinspectie pas in 2027 wordt afgerond.
De pilot Meten rondom Chemelot loopt door in 2027. Deze pilot draagt bij aan inzicht in feitelijke uitstoot van ZZS rond Chemelot en daarmee aan verifieerbaarheid van de reeds ingediende Vermijdings- en Reductieprogramma’s (VRP’s).
De pilot innovatieve geluidmaatregelen is nog in uitvoering. Een plan voor de monitoring en evaluatie van effecten wordt nog uitgewerkt en daarna volgt de realisatiefase (medio 2027).
Financiële consequenties
Nieuwe eigen middelen
Niet alleen de afwijkingen of ontwikkelingen zorgen voor aanpassingen in onze begroting. Om verder uitvoering te geven aan ons bestaand beleid verhogen we de volgende budgetten:
- voor de ontwikkeling van de Stapeltool '‘Kwetsbaarheid en kansen in de stapeling van omgevingsfactoren’ wordt het beschikbare budget in 2026 met € 0,03 mln. (en in 2027 met € 0,04 mln.) opgehoogd. Deze ophoging wordt ten laste gebracht van de Programmareserve Energie – deel Leefmilieu.
Fasering naar 2027 e.v.
Een bedrag van € 0,22 mln. wordt gefaseerd naar 2027. Het betreft de volgende onderwerpen:
- Eindinspectie stortplaats Weert € 0,02 mln.;
- Impuls toezicht VRP € 0,10 mln.;
- Pilot innovatieve geluidmaatregelen € 0,10 mln.
Daarnaast lopen de processen rondom het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie en de Limburg Defensie Agenda over de jaargrens heen. Om de Limburgse belangen een goede plek te kunnen geven, kan het nodig zijn om externe adviseurs in te schakelen. Hiervoor is ook in 2027 budget nodig, een bedrag van € 0,18 mln. wordt gefaseerd naar 2027.
€ x 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Nieuwe eigen middelen - bestaand beleid |
|||
4.2.1 |
GS 7-7-2026 Stapelkaart Gezonde Leefomgeving |
Programmareserve Energie |
33 |
33 |
|||
€ x 1.000 |
|||
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Fasering naar 2027 e.v. |
|||
4.2.1 |
GS 15-9-2026 Faseren budgetten product 421 |
N.v.t. |
-223 |
4.2.1 |
GS 15-9-2026 Faseren plan van aanpak Nationaal Programma Ruimte voor Defensie |
N.v.t. |
-182 |
-405 |
|||
4.2.2. Vergunningen, toezicht en handhaving
Terug naar navigatie - 4. Nieuwe energie en leefmilieu - 4.2.2. Vergunningen, toezicht en handhavingVoortgang
Onze wettelijke taken worden uitgevoerd conform het vastgestelde VTH Uitvoeringsprogramma 2026 en de opdracht aan de ODZL 2026. De uitvoering ligt op koers.
Er zijn drie informatiesessies omtrent natuuraspecten in de Omgevingswet georganiseerd en uitgevoerd voor de Limburgse gemeenten. Deze sessies waren zeer waardevol voor kennisdeling en verduidelijking in taak- en rolverdeling.
Afwijkingen
Zoals aangegeven in de Voorjaarsrapportage 2026, worden de wettelijke termijnen voor vergunningverlening niet voor alle thema's gehaald. Dit komt mede door de complexe regelgeving rondom bijvoorbeeld stikstof en door een capaciteitstekort door onder andere de krapte op de arbeidsmarkt. De grote hoeveelheid vergunningaanvragen is niet geslonken en het alsmaar in beweging zijnde juridisch landschap zorgt voor complexer wordende procedures. Momenteel worden de mogelijkheden tot een uitbreiding van de (tijdelijke) uitvoeringscapaciteit bezien. Dit betekent ook dat de legesinkomsten dalen.
Voor de uitvoering van het product Vergunningen, toezicht en handhaving, dat is belegd bij de ODZL, wordt over het jaar 2026 een onderbesteding van € 0,3 mln. verwacht op de provinciale bijdrage aan de ODZL. Dit wordt met name veroorzaakt door dat er bij de ODZL sprake is van lagere personeelskosten door substitutie van langdurige inhuur door goedkoper eigen personeel, enkele openstaande vacatures en verschillen in (trede)inschaling.
Financiële consequenties
Autonome ontwikkeling
De begrote legesinkomsten in 2026 worden met € 0,16 mln. neerwaarts bijgesteld. Vanaf 2027 en volgende jaren bedraagt de neerwaartse bijstelling € 0,31 mln.