5. Leefbare steden en dorpen
Leefbare steden en dorpen
Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - Leefbare steden en dorpenVoortgang
De uitvoering van het beleidskader Leefbare steden en dorpen in Limburg verloopt in 2026 conform de uitgezette koers.
De sluitingsdatum van de subsidieregelingen van de Limburgse Leefbaarheidsaanpak is vooralsnog eind 2026 voorzien. We verwachten dit jaar nog de nodige subsidies toe te kennen, in het bijzonder vanuit de regeling voor gebiedsgerichte projecten van gemeenten. Daarnaast werken we op verschillende fronten aan intensivering van onze samenwerkingen. Zo zijn nieuwe organisaties toegetreden tot BuurtBooster, ons samenwerkingsverband met diverse organisaties die in Limburg actief zijn op het gebied van leefbaarheid. Daarnaast werken we met de Provincies Gelderland en Utrecht aan een voorstel om leefbaarheid nadrukkelijker op de agenda te krijgen van het Interprovinciaal Overleg (IPO).
De uitvoering van Limburg Centraal ligt goed op koers. Daarnaast zijn startersleningen verstrekt aan diverse gemeenten en wordt gewerkt aan aanvulling van de provinciale kredietfaciliteit. We gaan werken aan de daadwerkelijke uitvoering van de actualisatie van de Limburgse Woningbouwprogrammering 2027-2036, waarover de besluitvorming in het eerste kwartaal van 2027 zal plaatsvinden. Daarnaast werken we na de inwerkingtreding van de “Wet versterking regie volkshuisvesting” aan de uitwerking van de provinciale taken die hieruit voortkomen, en vertalen deze naar de werkwijze van de Provincie. Ook is via de Versnelling Woondeal onverminderd ingezet op het ondersteunen van gemeenten en partners bij de versnelling van de woningbouw, onder meer door capaciteitsversterking, kennisdeling, ondersteuning bij Rijksregelingen, versnellingstafels en verdere standaardisatie van processen.
In de Voorjaarsrapportage 2026 is de bijgestelde planning van POVI en Omgevingsverordening geschetst. Conform die planning hebben Provinciale Staten op 8 mei 2026 de geactualiseerde POVI vastgesteld. Vaststelling van de gewijzigde Omgevingsverordening door Provinciale Staten is voorzien op 25 september 2026. De werkzaamheden zoals omschreven in het Actieprogramma bodem en ondergrond 2026 zijn conform planning in uitvoering of gerealiseerd. In 2026 is het Actieplan Nazorg Steenkoolwinning 2026 opgesteld. De hierin beschreven werkzaamheden zijn uitgevoerd of in uitvoering.
Naast het beleidskader ‘Leefbare Steden en Dorpen’ wordt er al middels bestaande kaders zoals IBA Parkstad (coalitieperiode 2015-2019) en Kwaliteit Limburgse Centra (coalitieperiode 2019-2023) invulling gegeven aan het behalen van deze doelstellingen. De inspanningen vanuit deze kaders zullen in de collegeperiode (2023-2027) (voor het grootste deel) worden afgerond.
Vanuit de bestaande kaders IBA Parkstad en Kwaliteit Limburgse Centra zijn al vele projecten voortgekomen die allen (vrijwel) in uitvoering of afgerond zijn. Dit heeft zowel in stedelijke centra alsook in de kleine kernen van Limburg (en specifiek voor regio Parkstad) geresulteerd in o.a. een kwalitatief beter en passender woningaanbod. Daarbij is er aandacht voor de starter, de senior en de student, maar ook de internationale werknemer en statushouder wordt niet vergeten. Hierbij is een kwalitatieve impuls gegeven aan (het ruimtelijke aspect van) verschillende centra en wijken, is leegstand gereduceerd, is er meer groen gerealiseerd, zijn meer sociale huurwoningen op de markt gekomen en kunnen meer mensen doorstromen naar een woning die bij hun behoeftes past. Hiermee is de juiste woning op de juiste plek voor de juiste doelgroep gerealiseerd en met de afronding van steeds meer projecten blijft de merkbaarheid van dit effect groeien.
5.1.1. Leefbare steden en dorpen
Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - 5.1.1. Leefbare steden en dorpenVoortgang
In het eerste halfjaar van 2026 hebben we vanuit de Limburgse Leefbaarheidsaanpak de volgende aantallen subsidies verleend en Leefbaarheidsakkoorden gesloten:
- Regeling voor kleinschalige initiatieven: 32 subsidies verleend;
- Regeling voor initiatieven van stichtingen/verenigingen/coöperaties: 40 subsidies verleend;
- Regeling voor publieke gebiedsgerichte initiatieven van gemeenten: 6 Leefbaarheidsakkoorden gesloten.
We verwachten in de komende periode aan het leeuwendeel van de Limburgse gemeenten subsidie te verlenen op basis van de regeling voor gebiedsgerichte publieke initiatieven.
Door het verlenen van deze subsidies dragen we bij aan het versterken van diverse fysieke en sociale leefbaarheidsaspecten, zoals het vergroten van sociale cohesie, welzijn en gezondheid. Hierbij zijn de lokale behoeften leidend. De gesubsidieerde initiatieven zijn dan ook zeer gevarieerd, niet alleen in omvang, maar ook in karakter. Om dit te illustreren noemen we enkele voorbeelden van subsidies, die in het eerste halfjaar van 2026 zijn verleend:
- Kleinschalige initiatieven fysiek: realisatie van een voedselbanktuin in een volkstuinencomplex;
- Kleinschalige initiatieven sociaal: diverse verbindingsinitiatieven van een dorpsvereniging;
- Initiatieven stichtingen/verenigingen/coöperaties fysiek: realisatie van een invalidentoilet in een jongerensociëteit;
- Initiatieven stichtingen/verenigingen/coöperaties sociaal: organisatie van een serie ontmoetingsmiddagen voor kwetsbare ouderen.
De Leefbaarheidsaanpak is erop gericht de leefbaarheid in Limburg in brede zin te versterken. We willen daarom niet alleen subsidies verlenen, maar initiatiefnemers ook informeren en ondersteunen. In dat kader hebben we onder andere informatiebijeenkomsten georganiseerd in diverse Limburgse gemeenten. Tijdens deze bijeenkomsten hebben we de subsidieregelingen en de ondersteuningsmogelijkheden van de Leefbaarheidsaanpak toegelicht. Daarnaast zijn we met initiatiefnemers in gesprek gegaan om hun specifieke initiatieven door te nemen. We merken dat deze bijeenkomsten zeer gewaardeerd worden en ook daadwerkelijk tot nieuwe initiatieven en nieuwe subsidieaanvragen leiden.
De enige openstaande motie die verband houdt met de Leefbaarheidsaanpak is de 2e Gewijzigde Motie 3313 Nijenhuis c.s. inzake 'Leefbaarheid ook in 2027'. Naar aanleiding hiervan werken we aan een voorstel voor Gedeputeerde Staten voor de verlenging van de subsidieregelingen van de Leefbaarheidsaanpak tot einde 2027.
In totaal zijn 29 KLC-samenwerkingsagenda’s toegekend en inmiddels in uitvoering. Tevens hebben in 2025 en 2026 de eerste gemeenten de uitvoering afgerond, waarbij de subsidievaststelling al heeft plaatsgevonden.
IBA bevindt zich in een afrondende fase. In 2026 worden de laatste subsidies vastgesteld en voorbereidingen getroffen voor de ontbinding en vereffening van de vennootschap in het eerste kwartaal van 2027.
Afwijkingen
De hierboven omschreven voortgang leidt ertoe dat de doelstellingen van de Leefbaarheidsaanpak grotendeels al (ruimschoots) zijn gehaald. Met een aantal gemeenten worden de Leefbaarheidsakkoorden nog voorbereid. Dat betekent dat deze dit jaar niet meer tot uitbetaling komen. Derhalve faseren we een deel van de beschikbare middelen voor de bijbehorende subsidieregeling naar 2027.
Op basis van de subsidies, die in de afgelopen maanden zijn verleend, kan het in de begroting 2026 opgenomen bedrag voor de aanpak van kleinschalige initiatieven voor inwoners onderdeel fysiek worden afgeraamd (€ 0,70 mln.).
Financiële consequenties
Fasering naar 2027 e.v.
Zoals onder het kopje “Afwijkingen” benoemd, faseren we een bedrag van € 5,70 mln. voor de Leefbaarheidsakkoorden (subsidieregeling voor publieke gebiedsgerichte initiatieven) naar 2027
Overige bijstellingen - resultaateffect
Zoals hiervoor onder 'Afwijkingen' is vermeld, kan het in de begroting 2026 opgenomen bedrag voor de leefbaarheidsaanpak van kleinschalige initiatieven voor inwoners onderdeel fysiek worden afgeraamd (€ 0,70 mln.) en toegevoegd aan de algemene reserve.
€ x 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Fasering naar 2027 e.v. |
|||
5.1.1 |
GS 15-9-2026 Fasering leefbaarheidsaanpak publieke initiatieven |
N.v.t. |
-5.700 |
-5.700 |
|||
€ x 1.000 |
|||
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Overige bijstellingen - resultaateffect |
|||
5.1.1 |
GS 12-5-2026 LA Kleinsch. Inwoners- en gemeensch. -fysiek |
Vrijval t.g.v. algemene reserve |
-700 |
-700 |
|||
5.1.2. Toekomstbestendige woonruimte
Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - 5.1.2. Toekomstbestendige woonruimteVoortgang
Limburg Centraal
We liggen goed op koers met de uitvoering van Limburg Centraal. Samen met alle Limburg Centraal-partners wordt verder gewerkt aan de uitvoering van het door de partijen vastgestelde Plan van Aanpak voor de komende twee jaar. Onderdeel hiervan is het toewerken naar de besluitvorming van de Verstedelijkingsstrategie Limburg Centraal in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving in 2026.
Daarnaast hebben Provinciale Staten op 19 juni 2026 het Uitvoerings- en Bestedingenkader Provinciaal Verstedelijkingsbudget Limburg Centraal (G-26-014) vastgesteld. Hiermee is richting gegeven aan de inzet van het Provinciaal Verstedelijkingsbudget voor de integrale gebiedsgerichte ontwikkeling van de zes stationsgebieden.
Trekkingsrechten starterslening
In het eerste halfjaar van 2026 hebben wij in het kader van de startersleningen aanvragen voor trekkingsrechten van diverse gemeenten kunnen honoreren. Uiterlijk in het vierde kwartaal 2026 leggen we een voorstel ter besluitvorming voor aan Provinciale Staten om de provinciale kredietfaciliteit aan te vullen om ook in de resterende looptijd van de regeling goed uitvoering hieraan te kunnen geven.
Limburgse Woningbouwprogrammering 2027-2036
In het eerste half jaar van 2026 is gewerkt aan een Plan van Aanpak, de Instructie actualisatie Limburgse Woningbouwprogrammering 2027-2036, inclusief invulformulieren voor onze Woondealpartners en een eerste concept programmering. Daarnaast zijn verschillende ambtelijke en bestuurlijke overleggen met zowel het Rijk, het Kernteam Woondeal, gemeenten, corporaties als netbeheerders gevoerd. Verder zijn tijdens de Bestuurlijke Overleggen Fysieke Leefomgeving Limburg van mei 2026 de uitgangspunten en het proces voor de programmering bestuurlijk vastgesteld.
In de tweede helft van 2026 staat de daadwerkelijke uitvoering van de actualisatie van de Limburgse Woningbouwprogrammering 2027-2036 centraal. Woondealpartners vullen hiertoe de invulformulieren in. Begin oktober 2026 wordt de concept programmering op basis van deze input aangescherpt. Doel is om eind 2026 de definitieve programmering op ambtelijk niveau te hebben afgestemd met onze Woondealpartners. De bestuurlijke besluitvorming over de actualisatie van de programmering vindt plaats in het eerste kwartaal 2027.
Invoering/implementatie Wet versterking regie volkshuisvesting
Op 1 juli 2026 is de Wet versterking regie volkshuisvesting in werking getreden. Deze wet zorgt ervoor dat overheden kunnen sturen op hoeveel, waar en voor wie er gebouwd wordt.
We brengen in kaart en duiden de relevante wettelijke taken van de Provincie Limburg voortkomend uit deze wet en de vertaalslag naar de werkwijze van de Provincie. Hieruit komen aanbevelingen voort voor de regierol, sturing en samenwerking van de Provincie met gemeenten, Rijk, corporaties en andere regionale partners. Hiermee vormt dit een concrete bouwsteen voor de actualisatie van de Woondeal en het nog op te stellen provinciaal Volkshuisvestingsprogramma.
Versnelling Woondeal
De hoofddoelstelling van de Versnelling Woondeal is het versnellen van de woningbouw en daarmee het ondersteunen van de realisatie van de Woondeal 2022-2030. Om dit doel te bereiken wordt gewerkt langs vijf samenhangende projectlijnen, waarmee gemeenten en andere betrokken partijen worden ondersteund bij de uitvoering van de Woondeal en bij opgaven die voortvloeien uit de versterkte regie op de volkshuisvesting.
Binnen deze aanpak wordt gewerkt met een ‘Versnellingsmenu’, bestaande uit de volgende vijf projectlijnen:
- extra capaciteit voor gemeenten in regionaal verband;
- kennisdeling en -ontwikkeling;
- kansrijk aanspreken van Rijksregelingen;
- versnellingstafels;
- standaardisatie en uniformiteit.
Lijn 1 – Extra capaciteit voor gemeenten in regionaal verband
Vanuit deze lijn is per 1 januari 2025 de subsidieregeling ‘flexibele inzet ondersteuning woningbouw 2025-2027’ opengesteld. Met deze regeling wordt in totaal € 4,6 mln. beschikbaar gesteld (€ 3,10 mln. provinciale middelen en € 1,50 mln. rijksmiddelen) voor regionale samenwerking en uitbreiding van gemeentelijke capaciteit. Daarnaast is per gemeente € 0,01 mln. beschikbaar gesteld voor de regionale afstemming van woonzorgvisies. In de loop van 2026 zijn de beschikkingen afgegeven, waardoor gemeenten en regio’s daadwerkelijk uitvoering kunnen geven aan de voorgenomen capaciteitsversterking.
Lijn 2 – Kennisdeling en -ontwikkeling
Ook in 2026 wordt onverminderd ingezet op kennisdeling en netwerkvorming tussen gemeenten, corporaties, marktpartijen en andere stakeholders. Daarbij gaat het niet alleen om het delen van kennis, maar ook om het versterken van onderlinge samenwerking, wederzijds begrip en vertrouwen, als basis voor een effectievere en snellere uitvoering van de woningbouwopgave. In dit kader wordt op 27 augustus een Bestuurdersforum georganiseerd voor (nieuwe) wethouders, in samenhang met bestuurders van woningcorporaties en marktpartijen. Dit forum staat in het teken van kennisdeling, netwerkvorming, het meenemen van nieuwe bestuurders in wat tot nu toe binnen de Woondeal is bereikt en het van elkaar leren op inhoud en aanpak.
Lijn 3 – Kansrijk aanspreken van Rijksregelingen
Vanuit deze lijn blijven gemeenten ondersteund worden bij het kansrijk indienen van aanvragen voor complexe Rijksregelingen. Dit gebeurt door het beschikbaar stellen van expertise en, waar nodig, de inhuur van gespecialiseerde bureaus die gemeenten begeleiden bij het voorbereiden en indienen van kwalitatief sterke aanvragen.
Lijn 4 – Versnellingstafels
De provinciale versnellingstafels worden in 2026 voortgezet. Deze tafels vormen een belangrijk instrument om samen met gemeenten, corporaties en marktpartijen knelpunten in de woningbouw te signaleren, te agenderen en waar mogelijk op te lossen. In de doorontwikkeling van deze aanpak wordt steeds een volgende stap gezet: de versnellingstafels worden ook thematisch ingericht, waarbij de thema’s gezamenlijk met betrokken partijen worden bepaald. Hierdoor ontstaat meer focus op gedeelde opgaven en kunnen knelpunten gerichter worden aangepakt.
Lijn 5 – Standaardisatie en uniformiteit
Vanuit deze lijn blijft de Provincie bijdragen aan meer standaardisatie en uniformiteit in processen en werkwijzen die bijdragen aan versnelling van de woningbouw. Daarbij wordt onder meer aangesloten bij initiatieven die gericht zijn op efficiëntere voorbereiding, samenwerking en opschaling, zoals binnen Bouwstroom Limburg, waarin corporaties samenwerken aan de gezamenlijke inkoop van fabrieksmatig gebouwde woningen. Deze lijn blijft erop gericht om door standaardisering van processen, producten en documenten belemmeringen te verminderen en de uitvoeringskracht te vergroten.
Afwijkingen
Op dit moment zijn er geen inhoudelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op het realiseren van de gestelde doelen zoals opgenomen in de Programmabegroting 2026.
Financiële consequenties
Nieuwe eigen middelen
Niet alleen de afwijkingen of ontwikkelingen zorgen voor aanpassingen in onze begroting. Om verder uitvoering te geven aan ons bestaand beleid verhogen we de volgende budgetten:
- voor het deelnemen aan de Expo Real 2026 wordt een bedrag van € 0,13 mln. toegevoegd. Deelname biedt voor de Provincie Limburg een strategische kans om het vestigingsklimaat, de innovatieve kracht en de samenwerking op regionale opgaven voor het voetlicht te brengen. Dit bedrag wordt gedekt uit de Programmareserve Limburg Centraal (50%) en het Knelpuntenfonds (50%).
Nieuwe middelen derden
Met de meicirculaire 2026 is een incidentele uitkering van € 0,60 mln. via het Provinciefonds ontvangen, bedoeld voor de implementatie van de Wet versterking regie volkshuisvesting.
Daarnaast is er via de meicirculaire 2026 ook een bijdrage van € 0,14 mln. ontvangen voor Limburg Centraal.
€ x 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Nieuwe eigen middelen - bestaand beleid |
|||
5.1.2 |
GS 5-5-2026 Evaluatie deelname EXPO 2025 en vooruitblik EXPO 2026 |
Reserve knelpunten economisch beleid, Programmareserve Limburg Centraal |
130 |
130 |
|||
€ x 1.000 |
|||
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Nieuwe middelen derden |
|||
5.1.2 |
GS 15-9-2026 Meicirculaire 2026 |
Provinciefonds |
736 |
736 |
|||
5.1.3. Kwaliteit met minder ruimte
Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - 5.1.3. Kwaliteit met minder ruimteVoortgang
In de Voorjaarsrapportage 2026 is de bijgestelde planning van POVI en Omgevingsverordening geschetst. Conform die planning hebben Provinciale Staten op 8 mei 2026 de geactualiseerde POVI vastgesteld. Bij vaststelling van de POVI zijn de volgende moties aangenomen: Maak bedrijventerreinen groener (3292), Externe effecten op het NNL (3293), Overgangsgebieden kwetsbare Natura-2000 gebieden (3294), Grip op gebiedsprocessen (3295), Zuinig op de ruimte; stenen in de stad niet daarbuiten (3296), Bouwen voor singles (3297), Gezonde leefomgeving (3298).
Eveneens conform die planning is op 24 maart 2026 een ontwerp van de gewijzigde Omgevingsverordening vastgesteld en gedurende zes weken ter inzage gelegd. De 553 ingediende zienswijzen hebben geresulteerd in een flink aantal aanpassingen van dat ontwerp. Vaststelling van de definitieve gewijzigde Omgevingsverordening door Provinciale Staten is voorzien op 25 september 2026.
Afwijkingen
Via de meicirculaire 2026 ontvangen we voor NOVEX samenwerking en gebieden een bijdrage van € 0,48 mln. NOVEX is een programma van de Rijksoverheid om de uitvoering van ruimtelijk beleid (zoals woningbouw, energietransitie en stikstof) te versnellen en te verbeteren door intensieve samenwerking met provincies, gemeenten en waterschappen in 16 aangewezen gebieden. Voor Limburg is dat De Peel.
Financiële consequenties
Nieuwe eigen middelen - bestaand
Als gevolg van het PS besluit d.d. 19 september 2025 waarbij het krediet van anticiperende aankopen is verhoogd tot € 90,00 mln. lopen hiermee ook de verwervingskosten (taxatie, notaris en onderzoek) op. Hiermee was geen rekening gehouden. Ten gevolge hiervan wordt de begroting 2026 opgehoogd met € 0,15 mln. In de meerjarenbegroting wordt vanaf 2027 dit budget jaarlijks opgehoogd met € 0,06 mln.
Nieuwe middelen derden
Zoals onder het kopje "Afwijkingen" aangegeven, hebben we met de meicirculaire 2026 een bedrag van € 0,48 mln. ontvangen voor de NOVEX gebieden: NOVEX De Peel € 0,35 mln. Het overige bedrag € 0,13 mln. is bestemd voor Limburg Centraal (zie product 5.1.2.).
Overige bijstellingen - budgetneutraal
Dit betreft een administratieve verwerking van de verkoop van anticiperende gronden (€ 2,50 mln.). Tegenover de baten zijn in de lasten ook de kostprijs grondverkopen opgenomen.
€ x 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Nieuwe eigen middelen - bestaand |
|||
5.1.3 |
GS 15-9-2026 Verhoging verwervingskosten Grondaankopen en overige kosten grondexploitatie |
Begrotingsresultaat |
150 |
150 |
|||
€ x 1.000 |
|||
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Nieuwe middelen derden |
|||
5.1.3 |
GS 15-9-2026 Meicirculaire 2026 |
Provinciefonds |
348 |
348 |
|||
€ x 1.000 |
|||
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Overige bijstellingen - budgetneutraal |
|||
5.1.3 |
GS 15-9-2026 Anticiperende grond verkopen |
Baten uit verkopen |
2.500 |
2.500 |
|||
5.1.4. Bodem en ondergrond
Terug naar navigatie - 5. Leefbare steden en dorpen - 5.1.4. Bodem en ondergrondVoortgang
De werkzaamheden zoals omschreven in het Actieprogramma bodem en ondergrond 2026 zijn conform planning in uitvoering of gerealiseerd. Tot de acties die in gang zijn gezet of afgerond behoren onder andere: communicatie diffuse bodemkwaliteit Geuldal, de afronding van het inventariserende PFAS-bronnenonderzoek en de (nog) te bepalen vervolgstappen, praktijkuitwerking van de beleidsverkenning grondwaterkwaliteit onder de Omgevingswet, de beleidsverkenning ontgrondingen / delfstoffenwinning in afstemming met het Rijk (IenW), de verdere implementatie van de Basisregistratie Ondergrond (BRO), inbreng in het proces voor de herziening van de Mijnbouwwet, de actualisatie van het ondergrondmodel voor de Peelhorst en Venloslenk, implementatie Europese bodemmonitoringsrichtlijn en beleidsontwikkeling Water en Bodem Sturend. Voor de uitgevoerde acties ten behoeve van bodemvitalisering wordt verwezen naar het beleidskader ‘Perspectief van het Landelijk gebied’.
Mijnbouwschade
Als gevolg van de voormalige steenkoolwinning treden na-ijlende effecten op in Zuid-Limburg. De verwachting is dat deze effecten nog geruime tijd zullen voortduren. In 2016 zijn afspraken gemaakt met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat over de uitvoering van een set beheersmaatregelen, met als doel de met de na-ijlende effecten gepaard gaande risico's in beeld te brengen en beheersbaar te maken. De Provincie Limburg heeft sindsdien de regie op de uitvoering hiervan. Ook in 2026 was dit een doorlopende activiteit.
In 2026 is het Actieplan Nazorg Steenkoolwinning 2026 vastgesteld. De hierin beschreven werkzaamheden komen voort uit de voornoemde bestuurlijke afspraken en zijn uitgevoerd of in uitvoering. Het Actieplan Nazorg Steenkoolwinning 2027 wordt samen met het Meerjarenprogramma Nazorg Steenkoolwinning 2026-2030 in het vierde kwartaal aan het college ter vaststelling voorgelegd. In het Meerjarenprogramma Nazorg Steenkoolwinning 2026-2030 zijn de doelstellingen met betrekking tot dit thema opgenomen.
Afwijkingen
De uitbreiding van het mijnwatermeetnet heeft vertraging opgelopen als gevolg van stijgende kosten en een herijking van de kostenraming. Het hiervoor gereserveerde budget wordt daarom pas in 2027 ingezet. De nieuwe meetpunten worden naar verwachting in 2027 gerealiseerd en in gebruik genomen. Tevens wordt een teveel ontvangen bedrag van het Rijk gefaseerd naar 2027.
Financiële consequenties
Nieuwe eigen middelen
Niet alleen de afwijkingen of ontwikkelingen zorgen voor aanpassingen in onze begroting. Om verder uitvoering te geven aan ons bestaand beleid verhogen we de volgende budgetten:
- Motie 3270 Limburg eert mijnverleden. Hiervoor is in totaal € 0,35 mln. beschikbaar gesteld (jaarlijks) gedurende de periode 2026 t/m 2035. In 2026 wordt een bedrag van € 0,04 mln. gedekt uit de Reserve DU naijleffecten mijnbouwschade. De jaren 2027 t/m 2035 worden gedekt uit het begrotingsresultaat van het betreffende jaar.
Nieuwe middelen derden
De Provincie Limburg ontvangt via het Provinciefonds een bijdrage van het Rijk voor een pakket aan technische maatregelen die zorgen voor een veilige leefomgeving in het kader van na-ijlende effecten van steenkoolwinning in Zuid-Limburg. In de periode 2026 tot en met 2030 ontvangt de Provincie Limburg een bijdrage van in totaal € 9,77 miljoen. Het betreft een jaarlijkse bijdrage van € 1,95 mln., die als last en als baat in de begroting is opgenomen.
Fasering naar 2027 e.v.
Zoals onder het kopje 'Afwijkingen' aangegeven, wordt een bedrag van € 2,38 mln. gefaseerd naar 2027 voor de uitbreiding van het mijnwatermeetnet.
€ x 1.000 |
|||
|---|---|---|---|
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Nieuwe eigen middelen - bestaand beleid |
|||
5.1.4 |
GS 7-7-2026 Gewijzigde motie 3270 Limburg eert mijnverleden |
Reserve DU naijl-effecten mijnbouw |
35 |
35 |
|||
€ x 1.000 |
|||
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Nieuwe middelen derden |
|||
5.1.4 |
GS 15-9-2026 Meicirculaire 2026 |
Provinciefonds |
1.954 |
1.954 |
|||
€ x 1.000 |
|||
Product |
Omschrijving |
Dekking |
Bijstelling lasten 2026 |
Fasering naar 2027 e.v. |
|||
5.1.4 |
GS 7-7-2026 Actieplan nazorg steenkoolwinning 2026 |
N.v.t. |
-2.384 |
-2.384 |
|||