1. Perspectief voor het landelijk gebied

Doelenboom

Terug naar navigatie - 1. Perspectief voor het landelijk gebied - Doelenboom

De indicatoren in dit hoofdstuk relateren allemaal aan de maatschappelijke opgaven, doelstellingen en resultaten uit de doelenboom beleidskader 'Perspectief voor het landelijk gebied' (pdf, 85 kB).

Landschap en leefbaarheid

Terug naar navigatie - - Landschap en leefbaarheid

Inleiding

Terug naar navigatie - Landschap en leefbaarheid - Inleiding

Aan de hand van indicatoren maken we zichtbaar hoe het gesteld is met de maatschappelijke opgave en doelstellingen van het beleidskader ‘Perspectief voor het landelijk gebied 2024-2027’.  De maatschappelijke opgave krijgt invulling via de nu beschikbare indicatoren voor biotopen en leefgebieden, water en Limburgse bodem. 

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Landschap en leefbaarheid - Doelstellingen
Omschrijving
Statistieken Percentage groenblauwe dooradering in Limburg (D 3a)
Omschrijving

Het percentage groenblauwe dooradering (GBDA) is een ambitie voor het landelijk gebied voor het aanleggen en herstellen van de GBDA tot 10% in 2050. Deze ambitie is opgenomen in ons beleidskader Perspectief voor het landelijk gebied en is nu tevens opgenomen in de Ontwerp POVI. De eerste dataset uit het landschapselementenregister (LASREG) is in 2025 beschikbaar gekomen en geeft een indicatie van het huidige percentage GBDA in de provincie Limburg. 

Inmiddels is een tweede meting van het percentage groenblauwe dooradering beschikbaar uit het LASREG, die een stijging laat zien. Deze stijging is deels te verklaren door een toename van circa 1100 hectare in het agrarisch natuurbeheer. Daarnaast is er een aantal aanpassingen in het model doorgevoerd die een accuratere indicatie geven van het percentage GBDA ten opzichte van vorig jaar. 

Bron: Provincie Limburg

Resultaten

Terug naar navigatie - Landschap en leefbaarheid - Resultaten
Omschrijving

Kwalitatieve resultaten

In de programma's van o.a. LPLG, WRL en het Hoogwaterveiligheidsprogramma Maasvallei wordt een systematiek ontwikkeld om de kwaliteitsverbetering van het landschap inzichtelijk te maken (R15)

Het hebben van een systematiek voor inzichtelijk maken van kwaliteitsverbetering landschap, ja/nee  (R_15a)

Nee, er wordt nog gewerkt aan de systematiek. Dit  wordt bemoeilijkt doordat de provincie bij een aantal programma’s niet de directe aansturing heeft, maar meerdere overheden hierin gezamenlijk participeren (zoals het programma Waterveiligheid en Ruimte Limburg en het Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei) of omdat het programma nog onvoldoende is uitgewerkt (bijvoorbeeld Limburgs Offensief Stikstof).

 

Statistieken Ontwikkeling Steunpunt Landschap tot een centrale speler in de ondersteuning van vrijwillige landschapsinitiatieven (R_13a)
Omschrijving

Sinds de opstart in 2022 is het Steunpunt Landschap groeiende naar een centrale speler in de ondersteuning van vrijwillige landschapsinitiatieven.  De cijfers over 2025 liggen in dezelfde orde van grootte als de cijfers over 2024.
Voor het opstartjaar 2022 is de dataset indicatief  (geen volledig kalenderjaar beschikbaar).  Data gelden per kalenderjaar.

Bron: Steunpunt Landschapsbeheer
Aantal deelnemers dat meedoet aan activiteiten rond beheer, onderhoud en kennisdeling over het landschap (R14a)
Omschrijving

In 2025 waren er in met name De Groote Peel omstandigheden die invloed hadden op het aantal bezoeken. Zo ging de educatief contactpersoon bij Staatsbosbeheer met pensioen en werd deze functie niet vervangen. Daarnaast was de publieksboswachter vrijwel het gehele jaar afwezig door ziekte, waardoor gezamenlijke planning en uitvoering niet mogelijk waren.

In 2025 zijn afspraken gemaakt met IVN over de aan te leveren cijfers. Deze zijn inmiddels vast gelegd in de exploitatiesubsidie . De gepresenteerde data  voor de vrijwilligersactiviteiten zijn een combinatie van de cijfers van 33 districten (waar lokale vrijwilligers deelnemen aan activiteiten) en de activiteiten met vrijwilligers vanuit de beroepsorganisatie IVN. 

Bron: Steunpunt Landschapsbeheer

Landbouw, drager van de transitie

Terug naar navigatie - - Landbouw, drager van de transitie

Inleiding

Terug naar navigatie - Landbouw, drager van de transitie - Inleiding

Aan de hand van indicatoren maken wij zichtbaar of we als Provincie de resultaten, zoals afgesproken in dit beleidskader, behalen. 

 

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Landbouw, drager van de transitie - Doelstellingen
Omschrijving

Kwalitatieve doelstellingen

Wij hebben ondernemers helderheid geboden voor de lange termijn over de (on)mogelijkheden op een bepaalde plek en bieden ruimte voor bijbehorende verdienmodellen (D4)

Aanwezigheid van een nieuwe systematiek (ism LOS) (D 4b)

In maart 2025 is in samenwerking met LLTB, LAJK en Rabobank de Handreiking Blijversaanpak opgeleverd. In 2026 wordt de proef-op-de-som fase uitgerold waarbij een 6-tal cases wordt uitgewerkt. Daarnaast werken we in samenwerking met het ministerie van LVVN aan een vervolg van de pilot Ondernemersplan, waarbij ook gekeken wordt naar samenhang met de Blijversaanpak.

Statistieken Aantal agrarische ondernemers die een businesscase/bedrijfsontwikkelplan hebben gemaakt voor hun bedrijfssituatie (D 4a)
Omschrijving

In  2025 hebben 8 bedrijven een ondernemersplan opgesteld in het kader van het  'Pilot Ondernemersplan van LVVN'. 

Bron: Provincie Limburg

Resultaten

Terug naar navigatie - Landbouw, drager van de transitie - Resultaten
Omschrijving

Kwalitatieve resultaten

 

Zoals in het NIL-actieplan beschreven percentage agrarisch ondernemers dat minimaal op niveau 2 werkt (R_18a)

De voortgang op deze indicator wordt gemonitord met behulp van de Limburgse Biodiversiteitsmonitor. Dit instrument vormt de integrale methodiek binnen de provincie Limburg om de mate van biodiversiteit en natuurinclusiviteit op bedrijfsniveau te meten. Binnen het programma Natuurinclusieve Landbouw Limburg nemen op dit moment circa 80 agrarische bedrijven deel aan deze monitoring. De monitor onderscheidt drie niveaus van natuurinclusieve landbouw:

  • Niveau 1: toepassing van afzonderlijke maatregelen, nog niet structureel geïntegreerd in de bedrijfsvoering;
  • Niveau 2: structurele integratie van natuurinclusieve maatregelen, gericht op verbetering van de agrobiodiversiteit (boven- en ondergronds);
  • Niveau 3: een volledig natuurinclusief bedrijfssysteem, waarbij biodiversiteit integraal onderdeel vormt van het bedrijfsmodel.

In deze indicator kijken we naar het aandeel  bedrijven op  niveau 2 en 3. Dit aandeel was 31,5 % in 2023, 44,8% in 2024 en 43,9 % in 2025. 

 

Aanleveren van aantoonbare bijdragen door kennisinstellingen in Limburg aan de transitie van de landbouw  (R_19a)

De Universiteit Maastricht (UM) speelt als aandeelhouder een belangrijke rol in de doorontwikkeling van Brightlands Campus Venlo. Zo is afgelopen jaar de nieuwe onderzoekskas geopend en is er via de Regiodeal Noord-Limburg een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van een Roboticalab voor de tuinbouw. Daarnaast werkt UM onder de vlag van Brightlands Future Farming Institute verder aan de landbouw van de toekomst. De HAS Green Academy is betrokken bij diverse projecten rondom het lectoraat Bodem en de in oprichting zijnde Fieldlab Bodem &Water. Binnen Agroleeft participeert Yuverta, samen met de LLTB , Rabobank en bedrijfsleven t.b.v. betere afstemming en opleiding van studenten. Fontys GreenTechLab doet projectmatig onderzoek samen met studenten, docenten, onderzoekers van Fontys, in samenwerking met partner kennisinstellingen op het vlak van agro-mechatronica.

Statistieken Aantal door de Provincie totaal en positief beoordeelde bedrijfsontwikkelplannen (onderverdeeld in alle agrarische ondernemers in Limburg en jonge agrarische ondernemers in Limburg) (R_17a)
Omschrijving

Op dit moment zijn we nog niet zover dat we plannen (positief) kunnen beoordelen. In de loop van 2025 en 2026 zal in het kader van de pilot Ondernemersplan en Blijversaanpak hier mogelijk verandering in komen. 

Bron: Provincie Limburg
Gebied
2025
Limburg
0

Bodem

Terug naar navigatie - - Bodem

Resultaten

Terug naar navigatie - Bodem - Resultaten

Kwalitatieve resultaten

 

Is de 0-situatie voor de staat van de Limburgse bodem in beeld gebracht (in eerste instantie voor pilotlocaties), Ja/Nee (R_31a)

Ja, een gedetailleerde nulmeting van de bodemkwaliteit is gedaan voor de geselecteerde pilotlocaties op drie niveaus:
-    Chemisch: zoals het gehalte aan organische stof en nutriënten.
-    Fysisch: bijvoorbeeld bodemdichtheid en erosiegevoeligheid.
-    Biologisch: onder andere de samenstelling en aanwezigheid van bacteriën, schimmels en andere bodemdieren.

Door deze drie pijlers te combineren, kunnen we de verschillende bodemfuncties volgen (zoals watervasthoudend vermogen en bodembiodiversiteit) en beoordelen of deze verbeteren na het toevoegen van groene reststromen als bodemverbeteraar.

 

Beschikbaarheid van een set van kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren waarop de periodieke monitoring (en eventuele bijsturing) plaatsvindt, Ja/Nee (R_31b)

Ja, mede door onderzoek van de HAS Hogeschool hebben we een set van kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren waarop de periodieke monitoring (en eventuele bijsturing) plaatsvindt. Deze methoden passen we toe op pilotlocaties. Bij rapportages die terug te leiden zijn tot het niveau van terreineigenaren nemen we de privacy-wetgeving in acht. 

 

Beleidsplan ‘Gezond fundament! Een vitale Limburgse bodem door organische stofbeheer’  (R_31c)

Onder het door GS vastgestelde beleidsplan “Gezond Fundament” is het onderzoeksproject Bodem Vitalisering Limburg gestart. In dit project wordt onderzocht óf en hoe groene reststromen binnen gemeenten kunnen worden ingezet als bodemverbeteraar, met als doel het organisch stofgehalte en daarmee de bodemfuncties te verbeteren. De uitvoering van het project is gestart in het najaar van 2024. In het najaar van 2025 zijn de groene reststromen voor het eerst worden toegepast in pilotexperimenten, verspreid over Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.

Stikstof en broeikasgassen

Terug naar navigatie - - Stikstof en broeikasgassen

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Stikstof en broeikasgassen - Doelstellingen
Omschrijving
Statistieken Daling van de ammoniakemissie in Limburg door de landbouw (D_2a)
Omschrijving

De grafiek geeft het verloop van de uitstoot van ammoniak (NH3) afkomstig uit de landbouw in kilogram per jaar in de Provincie Limburg. We maken hiervoor gebruik van cijfers van de Emissieregistratie (https://data.emissieregistratie.nl/) van het RIVM. Cijfers komen na 2 jaar beschikbaar vanwege de termijn van dataverzameling en de daaropvolgende nabewerking. De cijfers tot en met 2015 zijn gepresenteerd in blokken van 5 jaar, vanaf 2019 zijn de cijfers op jaarbasis. In de periode 2018-2023 heeft een daling van de ammoniakuitstoot van ongeveer 0,9 Kton plaatsgevonden, inclusief de effecten van generieke maatregelen en autonome ontwikkelingen. Voor Limburg wordt een reductieopgave van 3Kton voor de periode 2018-2030 gehanteerd.

Bron: Emissieregistratie Rijksoverheid
De daling van de CO2-eq emissie in Limburg door de landbouw (D_2b)
Omschrijving

De grafiek laat het verloop van de CO2- en methaanemissie (in CO2 eq) voor de provincie Limburg zien voor de landbouwsector. We maken hiervoor gebruik van cijfers van de emissieregistratie (https://data.emissieregistratie.nl/)  van het RIVM. Cijfers komen na 2 jaar beschikbaar vanwege de termijn van dataverzameling en de daaropvolgende nabewerking. Voor methaan maakt het CBS gebruik van een omrekenmethode. Eén kilogram CO2-equivalent staat gelijk aan de broeikaswerking van 1 kilogram CO2. De cijfers tot en met 2015 zijn gepresenteerd in blokken van 5 jaar, vanaf 2019 zijn de cijfers op jaarbasis. De emissie nam in de periode 2018-2023 met ongeveer 500.000 kilogram af. 

Bron: Emissieregistratie Rijksoverheid
CO2 equivalent emissie
1990
1995
2000
2005
2010
2015
2019
2020
2021
2022
2023
Koolstofdioxide
1.382.169.455
1.315.535.102
1.218.102.154
1.040.668.590
1.138.640.256
1.022.644.652
1.076.451.543
1.048.617.450
1.105.677.610
788.501.784
553.553.263
Methaan
-
-
31.855.864
-
-
-
32.716.284
31.841.542
30.400.233
28.607.072
27.787.956

Resultaten

Terug naar navigatie - Stikstof en broeikasgassen - Resultaten
Omschrijving
Statistieken

Water

Terug naar navigatie - - Water

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Water - Doelstellingen
Omschrijving
Statistieken Km beekherstel trajecten waar de ecologische doelen zijn behaald (D_5a)
Omschrijving

Beekherstel is het meer natuurlijk inrichten van beken om de ecologie in de beek te herstellen. Hiermee leveren we ook een belangrijke bijdrage aan de doelen van de Europese Kader Richtlijn Water. De totale opgave van 72,2 kilometer dient in 2027 gerealiseerd zijn. In 2023 was 59,6 kilometer daarvan in uitvoering. Resterende opgave was op dat moment nog niet in uitvoering. 

Bron: Waterschap Limburg
Percentage van de meetpunten in Natura2000 gebieden dat verdroogd is (gemiddelde periode van 8 jaar) (D_5b)
Omschrijving

Het provinciale OGOR-meetnet monitort doorlopend grandwaterstanden binnen elk Natura 2000-gebied. Over een periode van 8 jaar (2018-2025) zijn de gemiddelde grondwaterstanden berekend. Dit leidt tot de gemiddelde laagste grondwaterstand aan het einde van de zomer (GLG) en tot de gemiddelde  hoogste grondwaterstand in het voorjaar (GVG).  Deze gemiddelden worden vergeleken met de vereiste waarden die de natuur in dat gebied nodig heeft (referentiewaarden Waterwijzer Natuur). Bij grondwaterstanden lager dan de referentiewaarden is sprake van verdroging. Het beeld is dat in winter en voorjaar (GVG) de verdroging minder is dan in de zomer (GLG), hetgeen betekent dat gebieden onvoldoende water kunnen vasthouden.

De grootste verdroging treedt op in de gebieden Peelen en Maasduinen. In Zuid-Limburg is de geconstateerde verdroging beduidend lager. Op dit moment is van de Limburgse Natura2000-gebieden alleen in het Swalmdal sprake van gemiddelde grondwaterstanden die nagenoeg voldoende zijn voor de aangewezen natuur. 

Bron: Provinciaal Optimaal Grond- en Oppervlaktewater Regime meetnet
Hoeveelheid onttrekking van grondwater WML ten opzichte van de vergunde ruimte (D_5e)
Omschrijving

WML heeft vergunningen voor het onttrekken van grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening in Limburg. Om te zorgen dat er ook voor de lange termijn voldoende drinkwater is, monitoren we de vergunde hoeveelheid en de daadwerkelijk onttrokken hoeveelheid grondwater ten behoeve van drinkwater.  We zien de afgelopen jaren geen duidelijk trend in de onttrokken hoeveelheid drinkwater.  

Om in geval van een calamiteit, zoals het uitvallen van een winplaats, toch aan de verplichting tot levering van drinkwater te kunnen voldoen is reservecapaciteit nodig. Dat betekent dat een deel van de totaal vergunde hoeveelheid niet kan worden gebruikt om te voldoen aan de reguliere drinkwatervraag. Deze hoeveelheid bedraagt momenteel circa 16,7 miljoen m3/jaar. De totaal vergunde hoeveelheid (donkerblauwe lijn) minus de benodigde hoeveelheid om calamiteiten op te vangen levert de beschikbare hoeveelheid water om aan de drinkwatervraag te voldoen (lichtblauwe lijn).

Bron: Waterleiding Maatschappij Limburg

Toestand oppervlaktewater

Terug naar navigatie - Water - Toestand oppervlaktewater

Ecologische en chemische toestand van oppervlaktewater (BBV) (D_5da en D_5db)

Deze indicator geeft aan in hoeverre de ecologie in de beken op orde is. Daarbij is gekeken naar de aanwezigheid van vissen, waterplanten en kleine waterdiertjes. Het bereiken van een goede ecologische toestand is een van de doelen van de EU-Kaderrichtlijn water. De ecologische toestand van de waterlichamen onder de Kaderrichtlijn Water (KRW) is grotendeels matig. Dit komt zowel door de algemeen fysisch, chemische toestand als de biologische, maar bovenal door de aanwezigheid van specifieke verontreinigende stoffen.

 

Resultaten

Terug naar navigatie - Water - Resultaten
Omschrijving

Kwalitatieve resultaten

 

Omschrijving van afspraken (hoeveelheid water wordt onttrokken, inhoud afspraken en met welke partijen)  (R_25a)

De stijghoogte (druk van het grondwater) is in het diepe pakket van de Roerdalslenk niet in goede toestand voor de Kaderrichtlijn Water (KRW). Er moeten maatregelen worden genomen. Verschillende partijen beïnvloeden de stijghoogte in dit pakket door er grondwater uit te onttrekken. Het gaat dan om Nordrhein-Westfalen, Noord Brabant, Vlaanderen en Limburg. Een maatregel om aan de eisen van de KRW tegemoet te komen, is vastleggen dat de hoeveelheid onttrokken water uit het diepe pakket niet verder toeneemt. Daarvoor gaan we afspraken maken met de beheerders van het grondwater in de genoemde gebieden. Met Noord Brabant zijn deze afspraken inmiddels gemaakt. Contacten met Vlaanderen en Nordrhein-Westfalen zijn gelegd. Afspraken worden in Q2 ambtelijk voorbereid en naar verwachting in Q3 vastgesteld.”

 

Voortgang maatregelen uitvoeringsprogramma Convenant Voldoende Zoetwater (aantal maatregelen dat is opgenomen; in uitvoering en voorbereiding) (R_27a)

In het uitvoeringsprogramma van het Waterconvenant worden hydrologische maatregelen door de ondertekenaars van het Waterconvenant aangeleverd. Het uitvoeringsprogramma wordt naar verwachting opgesteld in 2027.

 

Aantal gebieden waarin de normen zijn aangepast voor wateroverlast in het regionale watersysteem (R_28a)

In de bebouwde kern van Slenaken is de norm voor wateroverlast verhoogd van 1:25 naar 1:100.
Bij het Steenen Huys bij Vlodrop is de norm voor wateroverlast verhoogd van 0 (geen norm) naar deels 1:100 en deels 1:25.

De normen voor wateroverlast zijn uitgedrukt als de (jaarlijkse) kans dat wateroverlast vanuit het regionale watersysteem (dit zijn de beken en rivieren in beheer bij het waterschap) optreedt. Het realiseren van deze normen is een inspanningsverplichting voor het waterschap. Een norm van 1:25 betekent voor het waterschap een inspanningsverplichting om de kans op wateroverlast niet groter te laten zijn dan een maal per 25 jaar. Bij een strengere norm van 1:100 mag de kans op wateroverlast niet groter zijn dan 1 maal per 100 jaar.  Wanneer er geen norm is, heeft het waterschap geen inspanningsverplichting om de kans op wateroverlast te beperken.

 

Aantal en locatie van uitgevoerde no-regret waterveiligheidsmaatregelen  (R_30a)

Via de kansenregeling heeft het WRL programma projecten gesubsidieerd die passen binnen de opgave:

  • Bescherming villa Nieuw Ehrenstein
  • Omvormen kelder Brand naar waterbuffer
  • Tijdelijk bergen van water bij nieuwbouwwijk CPO Grasheim
  • Hoogwatergeul Nijswiller
  • Bescherming Frankenhofmolen
  • Hemelwaterafvoer nieuwbouw
  • Verminderen wateroverlast De Vaart in Geleen
  • Realiseren van een waterbassin
  • Waterafvoer erf naar achterliggend gebied
  • Wateropslag in oude mestputten
  • Vergroten bergingsvolume buffers centrum Voerendaal
  • Verbreden, verhogen, verstevigen waterkering c.q. aardewal
  • Vergroten waterveiligheid Platsbeekweg/Stegelstraat Nuth
  • Water vertragen en bergen in twee substroomgebieden van de Geul
  • Verminderen wateroverlast Rijstraat in Guttecoven
  • Waterveiligheid Raadhuisplein te Heerlen
  • Extra bergen, gedoseerd afvoeren en afkoppelen Voerendaal-Oost
  • Uitbreiden capaciteit regenwaterbuffer Heek-Klimmen
  • Maatregelen waterveiligheid Steenweg te Sittard
  • Wateroverlast Parallelstraat
  • Waterberging Harles
  • Project Agroforestry
  • Project Waterplan voedselbos Natuurlijk Berghof
  • Project Burggraverweg
  • Wateroverlast Lindenstraat, Berg en Terblijt
  • Water vasthouden in Terblijt
  • Ecologische (be)regenbuffer Mamelis

 

Aantal stroomgebiedsplannen dat in uitvoering is (R_30b)

Op dit moment zijn er nog geen stroomgebiedsplannen in uitvoering. Voor alle werkgebieden vindt tot en met medio 2026 op basis van een in de Leidraad “Aanpak werk- en stroomgebieden WRL” vastgelegde methodiek een pré-verkenning plaats om de opgave binnen ieder werkgebied te bepalen en te bevestigen. Op basis van de huidige planning worden de hierop volgende verkenningen vanaf begin 2028 (stroomgebied de Geul in werkgebied Maastricht-Heuvelland) en eind 2028 voor de overige gebieden, opgeleverd. Na afronding van de verkenningen ontstaat er zicht op benodigde gebiedsgerichte aanpak in de werkgebieden en de activiteiten die moeten worden opgepakt ten aanzien van fysieke ingrepen (water vasthouden, bergen, afvoeren en beschermen), verbeteringen van de ruimtelijke inrichting in een gebied en het verhogen van het waterbewustzijn en de waterweerbaarheid.

Statistieken Het aantal gesaneerde problematische gemeentelijke riooloverstorten (R_20a)
Omschrijving

Bij hevige neerslag kan de capaciteit van de riolering worden overschreden en ongezuiverd rioolwater overstorten op het oppervlaktewater. Een dergelijke pieklozing kan het bereiken van de ecologische doelen van de KRW belemmeren. In deze grafiek is te zien hoeveel gemeentelijke overstorten van rioolwater er per jaar in de acceptabele en onacceptabele range vallen. Van  90 van die onacceptabele overstorten is de uitvoering gepland uiterlijk in 2027. 

Statistieken
Bron: Waterschap Limburg
Aantal bereikte agrariers (R_21a)
Omschrijving

Aantal deelnemers aan 'Aanpak nitraat in grondwaterbeschermingsgebieden'.

Statistieken
Bron: Provincie Limburg
Km en ligging nog te realiseren beekherstel (0-meting) en km en ligging afgerond beekherstel (R_22a)
Omschrijving

Beekherstel is het meer natuurlijk inrichten van beken om de ecologie in de beek te herstellen. Hiermee leveren we ook een belangrijke bijdrage aan de doelen van de Europese Kader Richtlijn Water. De totale opgave van 72 kilometer dient in 2027 gerealiseerd zijn.  In 2025 was 59,6 kilometer daarvan in uitvoering. Informatie over 2026 wordt in juli 2027 aangeleverd door het Waterschap Limburg. 

Statistieken
Bron: Waterschap Limburg
Aantal rioolwaterzuiveringsinstallatie met belasting nutrienten (R_23a)
Omschrijving

Rioolwater Zuiveringsinstallaties vormen een van de bronnen van nutriënten in het oppervlaktewater. Een teveel aan nutriënten belemmert het bereiken van de ecologische doelen van de Kaderrichtlijn Water.  In deze grafiek is weergegeven voor hoeveel van de 6 nog te saneren installaties in de periode tot 2027 de sanering in uitvoering is of al is gerealiseerd. 

Statistieken
Bron: Waterschap Limburg
Aantal vismigratieknelpunten en aantal opgeloste vismigratieknelpunten (R_24a)
Omschrijving

Het opheffen van vismigratieknelpunten, zoals stuwen, is nodig om in 2027 te kunnen voldoen aan de ecologische doelen van de KRW.  Op 25 plekken zijn nog maatregelen nodig om de vispassage beter mogelijk te maken.  In de grafiek is weergegeven dat zowel in 2024 als in 2025 op 13 van deze punten de werkzaamheden in uitvoering waren.

Bron: Provincie Limburg

Natuur

Terug naar navigatie - - Natuur

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Natuur - Doelstellingen
Omschrijving
Statistieken Trend van het gerealiseerde areaal ANLb in Limburg tussen 2023 en 2027 (D_1aa)
Omschrijving

Tussen 2023 en 2027 is in Limburg een stijgende trend zichtbaar in het gerealiseerde areaal Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). In 2024, 2025 en 2026 zijn meer hectares ANLb uitgevoerd dan in 2023. Deze toename is gebaseerd op het ingetekende beheer uit subsidieaanvragen en wijst op een groeiende uitvoering van ANLb in de provincie Limburg. 

Startjaar dataset is 2023. Cijfers zijn gebaseerd op ingetekend beheer vanuit subsidieaanvragen. 

Bron: Provincie Limburg
Realisatie ontwikkelopgave - verwerving (verantwoording v.a. 01-01-2014) (D_1ac)
Omschrijving

Het aantal verworven hectares voor de Ontwikkelopgave neemt geleidelijk toe en is in 2025 opgelopen tot 1.865 ha. Doelstelling is de verwerving van 2.600 ha in 2027. De groeisprong in 2021 is toe te schrijven aan het administratief inboeken van een aantal in de loop van voorgaande jaren gerealiseerde projecten.

Bron: Provincie Limburg
Realisatie ontwikkelopgave - inrichting (verantwoording v.a. 01-01-2011) (D_1ad)
Omschrijving

De realisatie van de inrichting van hectares voor de Ontwikkelopgave neemt geleidelijk toe en is in 2025 opgelopen tot 2.551 ha. Doelstelling is de inrichting van 3.431 ha in 2027. De groeisprong in 2021 is toe te schrijven aan het administratieve inboeken van een aantal in de loop van de voorgaande jaren gerealiseerde projecten. 

Bron: Provincie Limburg
Trend van het voorkomen van categorieën faunasoorten in Limburg (D_1bb)
Omschrijving

In de onderstaande grafiek zijn de trendlijnen te zien van kenmerkende Limburgse faunasoorten van de broedvogels, bosgebieden, heide gebieden en zoetwater- en moerasgebieden. Tot en met 2024 is de daling of stijging te zien ten opzichte van het indexjaar 1990. 

 
Faunasoort: Trend: 
Boerenlandvogels Sterke afname van 1990 tot 2024
Bosgebieden Sterke toename van 1990 tot 2019 daarna lichte afname tot 2024
Heidegebieden Lichte toename 1990 tot 2003 daarna sterke afname tot 2024
Zoetwater- en moerasgebieden Lichte toename van 1990 tot 2008 daarna stabiel tot 2024

 

Bron: CBS Statline

Resultaten

Terug naar navigatie - Natuur - Resultaten
Omschrijving

Areaal nieuw bos (R_2a) en Areaal gerevitaliseerde bossen (R_2b)

De indicatoren R_2a over de aanleg van bos en R_2b over de revitalisering van bos zijn verwijderd uit deze monitor. De opgave Bossen was gekoppeld aan de beschikbaarheid van rijksmiddelen; deze zijn in de afgelopen coalitieperiode niet beschikbaar gekomen. Met de nieuwe impuls voor Bossen vanuit de Natuurherstelverordening worden in de volgende coalitieperiode weer rijksmiddelen verwacht. 

Kwalitatieve resultaten

Het hebben van een systematiek waarmee natuurmonitoring voor SNL-gebieden wordt uitgevoerd, ja/nee (R_7a)

Ja. We volgen de landelijke systematiek. Rijk, provincies en beheerders hebben samen een uniforme aanpak ontwikkeld, de Werkwijze Monitoring Beoordeling Natuurnetwerk – Natura 2000 voor het monitoren van de natuur en de beoordeling van de natuurkwaliteit. Zie: https://www.bij12.nl/onderwerp/natuurinformatie/monitoring-en-natuurinformatie/werkwijze-monitoring-beoordeling-natuurnetwerk-natura-2000/.

 

Publiek toegankelijke bronnen op basis van natuurmonitoringsdata (R_7b)

Bron  Beschikbare gegevens per bron
www.dataportaal.prvlimburg.nl   o.a. natuurbeheerplan en de voortgangsrapportage natuur
www.NatuurgegevensProvincieLimburg.nl 

natuurmonitoringsdata van faunasoorten (verhuist in de loop van '25 naar het Dataportaal)

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF)  monitoringsdata van flora en faunasoorten (sinds februari '25 publiek toegankelijk) 
InformatieKaart Natuur (IKN) - BIJ12.  kaartlagen van de NNN, ecologische verbindingszones en natuurbeheerplannen
Website van de Nationale Databank Vegetatie- en Habitatkarteringen (NDVH) - BIJ12. provinciale vegetatie en habitatkarteringen

 

Ontwikkelingen Verbeterprogramma VHR-monitoring  (R_7c)

In 2022 ging het Verbeterprogramma voor VHR-monitoring (VVM) van start met drie programmalijnen: Natuurmaatregelregistratie, Doelbereik en Omgevingscondities. In 2022, 2023 en 2024 nam de provincie Limburg deel aan alle drie programmalijnen vanuit de clusters Natuur & Water, Plattelandsontwikkeling en Organisatie & Informatie. In 2025 startte de programmalijn Data en Informatievoorzieningen.  We zorgen gezamenlijk voor inbreng vanuit onze organisatie en spelen in op landelijke ontwikkelingen zodat deze goed aansluiten op ontwikkelingen binnen onze eigen organisatie.

Programmalijn Einddoel (2030)
Natuurmaatregelregistratie een gezamenlijk invoerportaal voor de registratie van de voortgang van Natuurmaatregelen 
Omgevingscondities een monitoringsplan voor de omgevingscondities van natuurgebieden
Doelbereik uniforme beoordelingskaders voor de Natura2000 – habitattypen en in kaart gebrachte instandhoudingsdoelen voor VHR-soorten
Data & Informatievoorzieningen registratie van geografische gegevens van de voortgang natuurmaatregelen, het ontwikkelen van informatievoorzieningen en een kennisportaal voor VHR-natuurmonitoring

 

Statistieken Areaal verworven natuur in hectare ihkv realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), BBV indicator 4 (R_1a)
Omschrijving

Conform het Besluit Begroting en Verantwoording heeft de Provincie de verplichting om jaarlijks te rapporteren over de voortgang van deze indicator. Daarom presenteren we deze datareeks naast de dataset van de Ontwikkelopgave (D_1ac en D_1ad). De datareeksen verschillen op drie punten: 

  • Deze BBV-indicator start met het optellen van gegevens vanaf 2011 (en niet zoals de ontwikkelopgave vanaf 2014) zodat de hier gepresenteerde cijfers niet indiceren ten aanzien van de ontwikkelopgave uit het Natuurpact. 
  • Deze BBV-indicator is niet gecorrigeerd voor het achteraf bezien administratief verkeerd inboeken van een aantal in de loop van voorgaande jaren gerealiseerde projecten. Deze correctie zit wel in de indicatoren D_1ac en D_1ad.
  • De gegevens van de BBV-indicator worden een jaar later gepubliceerd dan de gegevens van indicator D_1ac en D_1ad.  

Deze BBV-indicator laat het aantal ha verworven natuur zien voor realisatie van het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) sinds 2011. Bij verworven natuur gaat het om het aantal hectares die blijvend beschikbaar zijn voor natuur, inclusief nieuwe natuur als gevolg van functiewijziging (bijvoorbeeld doordat boerenland als natuurland wordt aangeboden). De cijfers geven de stand van zaken weer op 31 december van het desbetreffende jaar. 

Bron: Interprovinciaal Overleg
Areaal ingerichte natuur in hectare ihkv realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), BBV indicator 4 (R_1b)
Omschrijving

Conform het Besluit Begroting en Verantwoording heeft de Provincie de verplichting om jaarlijks te rapporteren over de voortgang van deze indicator. Daarom presenteren we deze datareeks naast de dataset van de Ontwikkelopgave (D_1ac en D_1ad). De datareeksen verschillen op drie punten: 

  • Deze BBV-indicator start met het optellen van gegevens vanaf 2011 (en niet zoals de ontwikkelopgave vanaf 2014) zodat de hier gepresenteerde cijfers niet indiceren ten aanzien van de ontwikkelopgave uit het Natuurpact.
  • Deze BBV-indicator is niet gecorrigeerd voor het achteraf bezien administratief verkeerd inboeken van een aantal in de loop van voorgaande jaren gerealiseerde projecten. Deze correctie zit wel in de indicatoren D_1ac en D_1ad.
  • De gegevens van de BBV-indicator worden een jaar later gepubliceerd dan de gegevens van indicator D_1ac en D_1ad.  

Deze indicator betreft het oppervlak ingerichte natuur in hectare voor realisatie van het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Onder inrichting worden gebieden verstaan waar inrichtingsmaatregelen zijn uitgevoerd, die noodzakelijk zijn voor de versterking en het behoud van (kwetsbare) natuur en biodiversiteit. Als er geen inrichtingsmaatregelen nodig zijn, wordt het gebied ook beschouwd als ingericht. De cijfers geven de stand van zaken weer op 31 december van het desbetreffende jaar. 

Bron: Interprovinciaal Overleg
Het beheer van natuurwaarden uitgedrukt in hectare binnen het Natuurnetwerk Nederland (BBV) (R_3a)
Omschrijving

In onderstaande grafiek is het aantal hectares natuur in Limburg met gesubsidieerd beheer via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap te zien. Dit zijn de cijfers die zijn opgenomen in de Voortgangsrapportage Natuur (VRN 2024) van IPO. De gepresenteerde data voor 2023 zijn inmiddels gecorrigeerd. Verleden jaar bleek dat een subsidieverlenging niet goed verwerkt was in de cijfers.  Dit speelde bij twee partners. Het juiste aantal hectare voor het jaar 2023 is 33.540 en het juiste aantal hectare voor het jaar 2024 is 33.464. Hierdoor lijkt er in 2023 en 2024 sprake van een afname ten opzichte  van de eerdere jaren, die niet overeen komt met de realiteit.

Bron: Interprovinciaal Overleg
Omvang areaal in Limburg (ha) waarop jaarlijks controle vanuit SVNL plaatsvindt (R_3b)
Omschrijving

Vanaf december 2024 is gestart met de systematische controle van subsidies vanuit de Subsidieverordening Natuur en Landschap (SVNL). De gegevens  komen tweemaal per jaar beschikbaar (peildatum 1 januari en 1 juli). Door een nieuwe, digitale manier van werken is het aantal hectares dat gecontroleerd is flink toegenomen. Dit is te zien in de cijfers over de tweede helft van 2025.
In H1 2026 zijn er vooral veel kleine percelen/landschapselementen gecontroleerd. Het aantal gecontroleerde percelen lag hierdoor hoger maar de gecontroleerde oppervlakte lager.

Bron: Provincie Limburg
Percentage Natura2000 maatregelen die lopen, uitgevoerd, in uitvoering en (nog) niet in uitvoering zijn (R_4a)
Omschrijving

Het percentage van gerealiseerde en in uitvoering genomen Natura2000 maatregelen is licht gestegen in 2025 ten opzichte van 2024.  Peildatum tweede helft 2024 is 26-08-2024; peildatum eerste helft 2025 is 13-02-2025; peildatum 2e helft 2025 is 26-06-2025.

Bron: Provincie Limburg
Aantal gemeenten met een soortenmanagementplan (SMP) (R_5a)
Omschrijving

Doelstelling is om zoveel mogelijk gemeenten een soortenmanagementplan (SMP) op te laten stellen. In 2023 was nog geen van de 31 Limburgse gemeentes bezig met het opstellen van een SMP.  In 2024 zijn er 7 gemeenten gestart met het opstellen van een SMP.  Tussen juni en december 2025 zijn hier nog 10 nieuwe gemeenten bij gekomen. Een SMP wordt ontwikkeld voor de gebouwde omgeving van een gemeente. Dit kan een gehele gemeente betreffen of een deelgebied. Deze grafiek maakt daar geen onderscheid tussen.    

Bron: Provincie Limburg
Totaal betaalde tegemoetkoming van faunaschade (R_6a)
Omschrijving

De tabel laat zien welke totaalbedragen er jaarlijks door BIJ12 zijn getaxeerd en tegemoetgekomen aan faunaschade voor de Provincie Limburg. De getaxeerde schade is de schade zoals deze is vastgesteld door de taxateur. De uitgekeerde schade is de schade zoals deze is uitgekeerd aan de grondgebruiker conform de Limburgse beleidsregels tegemoetkoming faunaschade. We zien de laatste jaren een toename in zowel de hoogte van de getaxeerde schade als in de uitgekeerde tegemoetkoming faunaschade. Meer informatie over schade en welke dieren deze in Limburg voornamelijk veroorzaken is voor de jaren vanaf  2022 te vinden op de website van Bij12. 

 

 
Bron: bij12
Aantal grondgebruikers dat met subsidie preventieve maatregelen tegen faunaschade heeft genomen (R_6b)
Omschrijving

In de grafiek wordt getoond hoeveel grondgebruikers met behulp van subsidie preventieve maatregelen hebben genomen ter voorkoming van faunaschade. Met de aanschaf en het plaatsen van preventieve maatregelen kan schade aan landbouw, veroorzaakt door in het wild levende beschermde diersoorten, worden voorkomen.  Aanschaf van wolfwerende afrastering  kan schade door de wolf aan hoefdieren  voorkomen. Door de komst van de wolf is er meer vraag naar subsidie voor wolfwerende afrastering. Dit biedt een verklaring voor de toename van aanvragen tussen 2020 en 2023. In 2025 werden 10 subsidies verleend ter preventie van wolvenschade en 6 aanvragen ter preventie van schade door andere soorten. 

Bron: bij12
Aantal in goede toestand gebrachte grondwaterafhankelijke Natura2000 gebieden (R_26a)
Omschrijving

Momenteel wordt een monitoringssysteem ontwikkeld waarin te nemen maatregelen in N2000 gebieden worden vastgelegd, inclusief de stand van zaken ten aanzien van de uitvoering. Hierbij worden ook de te nemen hydrologische maatregelen meegenomen. Het nieuwe systeem zal in de loop van 2026 opgeleverd worden; oplevering en invulling van de nieuwe indicator wordt daarop afgestemd.

 

Statistieken Bron: Provinciaal Optimaal Grond- en Oppervlaktewater Regime meetnet

Inzet generieke instrumenten

Terug naar navigatie - - Inzet generieke instrumenten

Resultaten

Terug naar navigatie - Inzet generieke instrumenten - Resultaten
Omschrijving

Kwalitatieve resultaten

 

Beschrijving van afgestemde maatregelen met het WRL (R_10a)

Ieder half jaar stelt het programmateam Waterveiligheid en Ruimte Limburg (WRL) een voortgangsrapportage op die na vaststelling door de bestuurscommissie actief gedeeld en besproken wordt in de Commissie LEO. In deze rapportage is voortgang op inhoud, planning en financiën beschreven. Op 17 april 2026 is de 5e voortgangsrapportage Waterveiligheid en Ruimte Limburg besproken in de commissie LEO. 

 

Omschrijving verankering in de nieuwe POVI (R_11a)

De invulling van de indicator vraagt om aanpassing op de actuele beleidsvorming en zal niet op korte termijn ingevuld worden.

 

Zoneringen op kaart in OVL , ja/nee (R_11b)

De invulling van de indicator vraagt om aanpassing op de actuele beleidsvorming en zal niet op korte termijn ingevuld worden.